Afspraken tussen Rijk en waterschappen over hersteloperatie kinderopvangtoeslag

18 mei 2022

Begin 2021 hebben de waterschappen besloten bij te dragen aan de hersteloperatie kinderopvangtoeslag. Dat doen ze door openstaande belastingschulden van gedupeerde ouders kwijt te schelden. De Rijksoverheid vergoedt de bedragen die de waterschappen aan gedupeerde ouders kwijtschelden en de overige kosten die hiermee samenhangen.

Bootje gevouwen van een 100 euro biljet

De Unie van Waterschappen en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) hebben afspraken gemaakt over de uitkeringsregeling aan de waterschappen.

Wat betekent dit voor waterschappen?

Het verlenen van kwijtschelding verloopt voor de meeste waterschappen via de gemeenschappelijke belastingkantoren. Maar de Rijksoverheid mag de vergoeding hiervoor niet geven aan gemeenschappelijke regelingen waarin waterschappen en gemeenten participeren. Daarom moeten de waterschappen zelf de uitkering bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) aanvragen.

Wat is nodig voor de aanvraag?

In de uitkeringsregeling staat hoe de aanvraag tot stand moet komen en wat er voor het aanvragen van de uitkering nodig is. Er is een standaardaanvraagformulier beschikbaar. Bij de aanvraag moet de accountantsverklaring van het waterschap bijgevoegd worden. En als dat van toepassing is ook die van de belastingsamenwerking. De accountant kan zijn controle uitvoeren tijdens de controle van de jaarrekening. Maar hij kan ook een aparte controle van de aanvraag uitvoeren en een aparte verklaring afgeven. In het laatste geval stuurt het waterschap deze aparte verklaring als bijlage mee bij de aanvraag van de uitkering. Het ministerie van BZK is nog bezig met het regelen van een e-mailadres voor het aanvragen van de uitkering.

Wat betekent dit voor de ouders?

Voor gedupeerde ouders verandert deze uitkeringsregeling niets. De openstaande belastingschulden van gedupeerde ouders en hun eventuele toeslagpartners worden kwijtgescholden. Ook andere bedragen die met deze belastingschulden samenhangen, schelden de waterschappen kwijt. Denk aan kosten van aanmaningen die bij een gedupeerde ouder in rekening zijn gebracht.

Uitkering hersteloperatie kinderopvangtoeslag

28 februari 2022

Op 23 februari heeft de commissie Bestuurszaken, Communicatie en Financiën (CBCF) van de Unie van Waterschappen vergaderd. Deze extra vergadering ging over de uitkering voor kwijtgescholden bedragen en gemaakte uitvoeringskosten in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag.



De waterschappen hebben begin 2021 met het Rijk afgesproken een bijdrage te leveren aan de hersteloperatie kinderopvangtoeslag. Dat doen de waterschappen door gedupeerden de verschuldigde waterschapsbelasting kwijt te schelden. Dit gebeurt onder de voorwaarden dat het Rijk de kwijtgescholden waterschapsbelasting volledig vergoedt én dat de waterschappen een compensatie krijgen voor de uitvoeringskosten die voor deze operatie worden gemaakt.

Aanvragen indienen

De eerste kwijtscheldingen hebben in 2021 plaatsgevonden. In 2022 kunnen de waterschappen voor het eerst aanvragen bij het Rijk indienen voor de uitkering van kwijtgescholden waterschapsbelasting en compensatie van uitvoeringskosten. Hiervoor moest een regeling worden getroffen.

Overeenstemming

Het Uniebureau heeft het initiatief genomen om een voorstel te ontwikkelen voor de te maken afspraken. Dit heeft de Unie gedaan in nauw overleg met de waterschappen en de belastingkantoren. Vervolgens is ambtelijk overeenstemming bereikt met het Rijk.

Afspraken

De afspraken houden in dat de kwijtgescholden waterschapsbelasting volledig wordt vergoed. De compensatie voor de uitvoeringskosten bedraag 100 euro per gedupeerde voor een zelfstandige aanslag waterschapsbelasting. In de regeling is ook opgenomen hoe de waterschappen de uitkering kunnen aanvragen en ontvangen.

> Bekijk de volledige agenda en stukken van deze vergadering

Waterschappen: meer geld en aandacht voor klimaatadaptatie

17 november 2021

Voor het wetgevingsoverleg Water van de Tweede Kamercommissie Infrastructuur en Waterstaat van 22 november vragen de waterschappen meer aandacht voor klimaatadaptatie. Ook delen ze hun zorgen over de huidige waterkwaliteitsaanpak. Daarnaast vragen de waterschappen de Kamerleden om de minister aan te sporen een besluit te nemen over het belastingstelsel van de waterschappen.



Op 22 november komt de commissie voor Infrastructuur en Waterstaat samen om de wateronderwerpen van de begroting IenW te bespreken.

Meer aandacht en geld nodig voor klimaatadaptatie

De waterschappen vragen allereerst meer aandacht voor klimaatadaptatie. Zij roepen op tot een versnelde aanpak voor klimaatadaptatie en structurele financiering voor het opvangen van de gevolgen van de klimaatverandering. Als die versnelling uitblijft, kan de potentiële schade door wateroverlast, hitte en droogte oplopen tot 174 miljoen euro in 2050.

Zorgen over waterkwaliteitsaanpak

De waterschappen vragen ook aandacht voor de waterkwaliteit. In landbouwgebieden is de kwaliteit van het oppervlaktewater nog onvoldoende om in 2027 de doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water te halen. Ook voldoet Nederland niet aan de voorschriften van de Europese Nitraatrichtlijn. De waterschappen zijn daar bezorgd over. Om in 2027 de doelen van de Kaderrichtlijn Water en de Nitraatrichtlijn te halen, is een aanvullend maatregelenpakket nodig.

Meer inzicht in PFAS-lozingen

Ook PFAS heeft invloed op de waterkwaliteit. Uit onderzoek naar PFAS op de rioolwaterzuiveringen blijkt dat er via indirecte lozingen PFAS op de zuiveringen terecht komt. De inzet van de Omgevingsdiensten is nodig om inzicht te krijgen in waar die PFAS vandaag komt. Ook moeten de diensten voorkomen dat PFAS via lozingen op de zuiveringen terecht komt. Ze moeten dus voldoende middelen krijgen om hun taak goed uit te kunnen voeren.

Keuzes nodig over belastingstelsel

Tot slot vragen de waterschappen aandacht voor de aanpassing van het belastingstelsel van de waterschappen. In december 2020 hebben de waterschappen een voorstel voor de aanpassing van dat stelsel aangeboden aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Dit voorstel zorgt er onder meer voor dat er voor alle belastingbetalers een gelijkmatige tariefontwikkeling ontstaat. Op één onderdeel van de voorstellen heeft een stakeholder, VNO-NCW, kritiek. Hierdoor loopt het hele proces vertraging op. De waterschappen vragen de minister daarom om keuzes te maken over het vervolgtraject.

Lees hier de hele inbreng

Wetgevingsoverleg Water

Gezin betaalt volgend jaar 9 euro meer aan het waterschap

10 november 2021

Gezinnen met een eigen woning betalen in 2022 gemiddeld 9 euro meer voor het werk van de waterschappen dan dit jaar. Dit verwacht de Unie van Waterschappen na een inventarisatie onder de waterschappen. Om de gevolgen van hevige regen en droge periodes op te kunnen vangen, moeten de waterschappen steeds meer maatregelen nemen om Nederland klimaatbestendig te houden.



De besturen van de 21 waterschappen behandelen deze weken de voorstellen voor de hoogte van de waterschapsbelastingen in 2022. Op grond van deze voorstellen verwacht de Unie van Waterschappen dat gezinnen met een eigen woning gemiddeld 75 cent per maand meer aan waterschapsbelastingen gaan betalen dan in 2021. De verhoging ligt 0,7% boven de inflatie die door het Centraal Planbureau voor 2022 wordt geraamd.

Uitdagingen in het waterbeheer

“De ernstige wateroverlast in Limburg, Noord-Holland en Friesland in de afgelopen zomer laat duidelijk zien dat het klimaat verandert”, zegt Toine Poppelaars, bestuurslid van de Unie van Waterschappen. “Het KNMI heeft recent in het Klimaatsignaal aangegeven dat de klimaatverandering in Nederland sneller gaat dan eerder verwacht en grote effecten gaat hebben. In juli was er te veel water. Maar ook de droogte heeft de waterschappen de afgelopen jaren al zwaar op de proef gesteld. De waterschappen ontvangen in totaal in 2022 ruim 3,2 miljard euro aan belastingen om te kunnen investeren in onder meer het klimaatbestendiger maken van Nederland. Dat doen we bijvoorbeeld door dijken te versterken, waterbergingen aan te leggen en zoetwater vast te houden, zoals met regenwaterbuffers.”

Verschillen per waterschap

Gezinnen met een eigen woning van € 250.000 betalen volgend jaar gemiddeld € 359 euro aan hun waterschap. Het bedrag van de belastingen verschilt van waterschap tot waterschap. Toine Poppelaars: “Dit komt vooral doordat gebieden van elkaar verschillen en daarom de eisen aan het waterbeheer anders zijn. Er zijn waterschappen waar in 2022 de lastenontwikkeling onder het gemiddelde ligt, maar ook waterschappen met een hogere dan de gemiddelde stijging. Door het werk slimmer en innovatiever te doen, houden de waterschappen de kosten zo laag mogelijk. Omdat de uitdagingen waarvoor de waterschappen staan steeds groter worden, ontkomen we niet aan enige lastenverhoging.”

Definitieve tarieven

Dit bericht is gebaseerd op de tariefvoorstellen die momenteel in de besturen van de 21 waterschappen worden besproken. Zij nemen in de komende weken een besluit over de uiteindelijke belastingtarieven voor 2022. Rond 1 maart 2022 worden de meeste belastingaanslagen verstuurd.

EU-fondsenwijzer helpt bij vinden van financieringsmogelijkheden

14 oktober 2021

Op 14 oktober is de EU-fondsenwijzer gelanceerd. Een handige online tool voor waterschappen, gemeentes en provincies die op zoek zijn naar de juiste financiering voor een plan, project of campagne.



De fondsenwijzer is een initiatief van Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Huis van de Nederlandse Provincies & Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en Kenniscentrum Europa decentraal.

Subsidiekansen

Decentrale overheden staan voor grote maatschappelijke opgaven. Bijvoorbeeld op het gebied van klimaat en digitalisering. De Europese Unie biedt regelmatig kansen voor (mede)financiering van projecten. Maar het vinden van financieringsmogelijkheden blijkt in de praktijk vaak een flinke uitdaging. De EU-fondsenwijzer informeert decentrale overheden welke subsidies er zijn en welke voorwaarden er gelden.

Klimaatverandering

Hein Pieper, scheidend vicevoorzitter van de Unie van Waterschappen, zei tijdens de lancering in een videoboodschap dat het van belang is om de Europese fondsen vooral te benutten in het licht van de uitdagingen waar we momenteel mee te maken hebben, met name op het vlak van klimaatverandering. Ook wees hij op het belang van samenwerking tussen Nederlandse overheden en partners, maar ook grensoverschrijdend met buurlanden.

Ga naar de EU-fondsenwijzer

Tweede Kamer praat over vermogensnormen kwijtschelding lokale heffingen

3 september 2021

Op 8 september praat de Tweede Kamer over de vermogensnormen voor kwijtschelding van lokale heffingen. De waterschappen vinden het belangrijk dat mensen die hun belastingaanslag niet kunnen betalen, kwijtschelding krijgen.



Wel wijzen ze op de gevolgen hiervan: het verlenen van kwijtschelding heeft immers gevolgen voor wat andere mensen moeten betalen.

Verruiming AOW’ers en arbeidsongeschikten

De waterschappen kunnen leven met een verruiming van de vermogensnormen voor AOW’ers en arbeidsongeschikten. Het gaat hier om een te overzien aantal mensen. Daarom is de impact op de kosten van de kwijtschelding te overzien.

Knelpunt

De waterschappen zien wel een knelpunt voor wat betreft arbeidsongeschikten. Zij weten namelijk niet wie door het UWV langdurig arbeidsongeschikt zijn verklaard. Het Inlichtingenbureau, dat gemeentes en waterschappen bij de geautomatiseerde kwijtscheldingstoets ondersteunt, heeft deze informatie wel, maar mag die niet delen als het gaat om kwijtschelding. Voor een goede uitvoering is het dus nodig dat het Inlichtingenbureau de bevoegdheid krijgt om die informatie wél te kunnen delen.

Softwareaanpassingen

De waterschappen willen snel duidelijkheid over de aanpassing van de ‘Nadere regels kwijtschelding gemeenten en waterschappen’. De software van de belastingkantoren moet namelijk worden aangepast. Het is al zeer de vraag of softwareleveranciers de aanpassingen vóór 1 januari 2022 kunnen doorvoeren. De waterschappen vragen daarom of de datum kan worden opgeschoven naar 1 januari 2023.

Debat en vergadering Tweede Kamer

Waterschappen willen gedupeerde ouders toeslagenaffaire helpen

26 februari 2021

Waterschappen willen, met ondersteuning van het Rijk, de openstaande belastingschulden kwijtschelden van ouders die slachtoffer zijn geworden van de kinderopvangtoeslagenaffaire. Dat besloot de commissie Bestuurszaken, Communicatie en Financiën van de Unie van Waterschappen op 26 februari, na een oproep van staatssecretaris Van Huffelen van het ministerie van Financiën.



Toine Poppelaars, bestuurslid van de Unie van Waterschappen, benadrukt dat alle waterschappen het er over eens zijn dat ze de groep gedupeerden zo goed mogelijk willen helpen: “Zo kunnen deze ouders hun toekomst met een schone lei beginnen.”

Positie private schuldeisers

Poppelaars vindt het belangrijk dat de ouders écht worden geholpen. Dit betekent dat het Rijk helderheid moet geven over de positie van private schuldeisers: “Op dit moment is een adempauze van een jaar afgesproken waarin onder andere private schuldeisers geen oude schulden kunnen innen bij de gedupeerden. Het kan niet zo zijn dat private schuldeisers hun vorderingen na deze verplichte afkoelingsperiode toch weer bij de gedupeerde ouders gaan incasseren. Dat zou ook betekenen dat de ruimte die de overheid creëert door een stap terug te doen, door private schuldeisers wordt benut. Daarmee zijn de ouders niet geholpen.”

Voorwaarden

De commissie Bestuurszaken, Communicatie en Financiën besprak ook dat aan bepaalde voorwaarden moet zijn voldaan voordat de waterschappen de kwijtschelding daadwerkelijk kunnen realiseren:

  • Waterschappen vragen het Rijk om te zorgen voor een spoedige en zo praktisch mogelijke uitwisseling van de persoonsgegevens van de gedupeerde ouders, zodat de kwijtschelding zo snel mogelijk in gang kan worden gezet.
  • Waterschappen moeten door het Rijk gecompenseerd worden voor de belastingschulden die zij als gevolg van de toeslagenaffaire niet meer kunnen innen.
  • Waterschappen moeten door het Rijk gecompenseerd worden voor de kosten die zij maken om de kwijtscheldingsregeling uit te voeren.
  • Het Rijk moet duidelijkheid bieden over de positie van private schuldeisers.

Juridische grondslag

De commissie heeft daarnaast nadrukkelijk aangegeven dat er een juridische grondslag moet zijn voor deze kwijtschelding waar het Rijk zorg voor moet dragen. Ook is het wenselijk dat waterschappen vanwege de belastingsamenwerking met gemeenten de manier waarop de kwijtschelding wordt uitgevoerd gelijk trekken. Bijvoorbeeld over de periode waarover kwijtschelding wordt verleend.

Voorstel aanpassing belastingstelsel waterschappen naar Tweede Kamer

25 februari 2021

Demissionair minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat heeft het voorstel voor aanpassing van het belastingstelsel van de waterschappen op 25 februari naar de Tweede Kamer gestuurd, met een korte aanbiedingsbrief.



In de aanbiedingsbrief spreekt de minister waardering uit voor het vele werk dat de Unie van Waterschappen de afgelopen periode, samen met alle betrokken partijen, heeft verzet. Het voorstel is in december door de waterschappen aan de minister aangeboden met de vraag om een voortvarend wetgevingstraject en om vervolgstappen om de bekostiging van het waterbeheer nog toekomstbestendiger te maken. De minister geeft in de brief aan dat voor het grootste deel van deze voorstellen breed draagvlak bestaat, en over een enkel punt nog gesprekken plaatsvinden.

Knelpunten

De waterschappen zorgen voor veilige dijken, niet te veel en niet te weinig water, schoon oppervlaktewater en het zuiveren van rioolwater. Om deze taken te bekostigen, heffen zij belasting. Het huidige belastingstelsel bevat enkele knelpunten. Het voorstel van de waterschappen tot aanpassing van het belastingstelsel lost de meest urgente knelpunten op. Daarnaast zijn enkele mogelijkheden opgenomen die leiden tot een eerlijker en duurzamer belastingstelsel.

Lees de brief van de minister

Bekijk het voorstel van de waterschappen voor de aanpassing van het belastingstelsel

Overgangsperiode voor Wet vereenvoudiging beslagvrije voet

31 december 2020

Op 1 januari 2021 treedt de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet in werking. De belastingkantoren van de waterschappen zetten de laatste puntjes op de i. Inwoners merken niets van een eventuele vertraagde implementatie. De waterschappen hebben namelijk geanticipeerd op de wet en kunnen de juiste beslagvrije voet berekenen als dat nodig is.



De wet moet ervoor zorgen dat mensen met schulden genoeg geld overhouden om in de eerste levensbehoeften te kunnen voorzien. Soms gaat bij mensen met schulden een te groot deel van het inkomen op aan het aflossen van de schuld. De wet is nodig omdat de huidige regels te vaak niet worden gevolgd.

Knelpunten

De Wet pakt de volgende knelpunten aan:

  • de berekeningswijze van de beslagvrije voet;
  • de gegevens die daarvoor met verschillende instanties moeten worden uitgewisseld;
  • het uiteindelijke proces tot vaststelling van de beslagvrije voet.

Software aanpassen

Om deze knelpunten op te lossen, moeten de belastingkantoren van de waterschappen de software aanpassen die wordt gebruikt voor de invordering van lokale belastingen. Daarnaast moeten processen worden aangepast, werknemers worden getraind en een nieuwe communicatiestrategie worden ontwikkeld. De Unie van Waterschappen raadt de belastingkantoren dringend aan om haast te maken met de implementatie van de Wet en om contact op te nemen met VNG Realisatie. Die biedt implementatieondersteuning.

Effectieve aanpak

De Unie van Waterschappen heeft de afgelopen maanden in goed overleg met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) aangedrongen op een voortvarende en effectieve aanpak om op tijd klaar te kunnen zijn voor de inwerkingtreding van de Wet op 1 januari 2021.

Overgangsperiode

Het ministerie van SZW heeft waterschappen en gemeentes een overgangsperiode tot 1 juli 2021 gegeven. Zo is er tijd om de benodigde software te ontwikkelen en te implementeren.

Waterschappen unaniem voor aanpassing belastingstelsel

11 december 2020

De waterschappen hebben op 11 december een definitief voorstel voor de aanpassing van hun belastingstelsel vastgesteld. Het voorstel lost een aantal urgente knelpunten op en is aangeboden aan minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat. De waterschappen vragen haar om een voortvarend wetgevingstraject en om vervolgstappen om de bekostiging van het waterbeheer nog toekomstbestendiger te maken.



De waterschappen zorgen voor veilige dijken, niet te veel en niet te weinig water, schoon oppervlaktewater en het zuiveren van rioolwater. Om deze taken te bekostigen, heffen zij belasting. Het huidige belastingstelsel bevat enkele urgente knelpunten. Begin 2020 zijn de waterschappen een gezamenlijk traject gestart om deze op te lossen. Een stuurgroep onder leiding van voormalig staatssecretaris Menno Snel, bestaande uit bestuurders van alle 21 waterschappen, heeft het voortouw genomen. Er is veel aandacht besteed aan het betrekken van de waterschapsbesturen en stakeholders. Het voorstel van de stuurgroep kon op 11 december in de Ledenvergadering van de Unie van Waterschappen op unanieme steun rekenen.

Garantie voor goed waterbeheer

Rogier van der Sande, voorzitter van de Unie van Waterschappen: “Dat waterschappen eigen belasting heffen om hun taken uit te kunnen voeren is de beste garantie voor waterveiligheid en voldoende en schoon zoet oppervlaktewater in ons land. Een belastingstelsel waarmee alle waterschappen uit de voeten kunnen is dan ook essentieel. Het voorstel van de waterschappen lost een aantal urgente knelpunten op. Wij vragen minister Cora van Nieuwenhuizen om het wetgevingsproces dat nodig is om het voorstel te kunnen implementeren voortvarend ter hand te nemen. Dat zorgt ervoor dat de waterschappen zo snel mogelijk weer beschikken over een belastingstelsel met draagvlak voor de heffingswijze en goed uitlegbare tarieven.”

Voorstellen watersysteemheffing

De watersysteemheffing zorgt voor de middelen voor waterveiligheid, voldoende en schoon oppervlaktewater. Volgens de huidige systematiek moeten de waterschappen de kosten voor een belangrijk deel verdelen op basis van de waarde van gebouwen, grond en natuurterreinen. Het belangrijkste knelpunt van deze heffing is de onredelijke invloed die de hoge waarde van wegen en spoorwegen op de tarieven van de eigenaren van onbebouwde grond heeft. Hierdoor stijgen de kosten voor deze groep zonder dat er extra voorzieningen tegenover staan.

Het voorstel van de waterschappen gaat uit van een model waarin de kosten op basis van gebiedskenmerken worden verdeeld. Het model geeft de algemeen besturen daarbij meer mogelijkheden dan nu om bij het verdelen van de kosten rekening te houden met specifieke omstandigheden in het gebied en met de taakuitoefening. Toepassing leidt tot een gelijkmatiger ontwikkeling van de tarieven voor alle betalende categorieën.

Tariefdifferentiatie gebouwd

De waterschappen introduceren met deze voorstellen de mogelijkheid om te differentiëren in de tarieven voor de watersysteemheffing gebouwd. Die kent op dit moment één tarief voor eigenaren van woningen en eigenaren van niet-woningen. De WOZ-waarden van woningen is echter de afgelopen jaren veel harder gestegen dan de WOZ-waarden van niet-woningen. Met de mogelijkheid van tariefdifferentiatie kunnen de waterschappen binnen de categorie gebouwd tot een gelijkmatige lastenontwikkeling komen. Het is daarbij nadrukkelijk de bedoeling dat deze tariefdifferentiatie enkel voor deze toepassing wordt gebruikt.

Voorstel zuiverings- en verontreinigingsheffing

De zuiveringsheffing dekt de kosten van het zuiveren van rioolwater. De verontreinigingsheffing wordt in rekening gebracht als afvalwater rechtstreeks in oppervlaktewater wordt geloosd. Op basis van de huidige wetgeving moeten waterschappen mens- en milieubelastende stoffen gebruiken bij de laboratoriumanalyses voor het vaststellen van de vervuilingswaarde van het afvalwater van bedrijven. Dat willen de waterschappen niet meer. Daarom komen zij met een alternatief voor deze methode dat geen gebruik maakt van mens- en milieubelastende stoffen.

Vervolg

In de brief aan de minister komt ook naar voren dat de waterschappen en de stakeholders die betrokken zijn geweest bij de ontwikkeling van de voorstellen nog meer wensen hebben.

Rogier van der Sande: “Met het voorstel dat de waterschappen nu doen wordt een eerste, noodzakelijke stap gezet. Maar er is meer nodig. De snelle veranderingen die zich in het takenpakket en de omgeving van de waterschappen voordoen vragen om een flexibeler belastingstelsel. In het licht van de opgaven waarvoor het waterbeheer momenteel staat is het daarnaast nodig om breder te kijken dan alleen het belastingstelsel van de waterschappen. Wij vragen de minister om samen met ons een traject vorm te geven waarin we gezamenlijk de volgende stappen kunnen zetten in het nog toekomstbestendiger maken van de bekostiging van het Nederlandse waterbeheer.”

Bekijk hier de brief aan de minister en de toelichting op het voorstel.