Meer Rijksregie op de ruimtelijke ordening met de Nationale Omgevingsvisie Extra

6 juli 2022

Op 6 juli heeft het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) 2 programma’s gelanceerd: de Nationale Omgevingsvisie Extra (NOVEX) en Mooi Nederland. Het doel van de 2 programma’s is om te komen tot samenhang in de uitvoering van de nationale omgevingsvisie. De waterschappen zijn blij dat de minister hiermee de regie neemt op de ruimtelijke ordening. De Unie van Waterschappen heeft daar ook voor gepleit. Net als voor het sturend zijn van water en bodem. Ook dat principe komt in de programma’s terug.



De NOVEX kent twee hoofdpijlers: regie per provincie en gebiedsgerichte regie in NOVEX-gebieden. Het programma bevat onder meer spelregels voor samenwerking tussen overheden. Mooi Nederland geeft meer invulling aan de samenhang tussen opgaven. Dit programma moet borgen dat een mooi eindresultaat wordt bereikt. Dat doet het door belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde centraal te stellen bij de inrichting van ons land. Beide programma’s onderstrepen dat water en bodem sturend zijn in de ruimtelijke inrichting.

Programma NOVEX

Er komen veel opgaven op ons af. Denk aan klimaat, water, stikstof, woningbouw, natuur en biodiversiteit,. De druk op de ruimte is groot. Voor de opgaven zijn er aparte nationale programma’s, zoals het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), woningbouw, de Regionale Energiestrategie (RES). Het programma NOVEX verbindt de ruim 20 nationale programma’s en geeft aan hoe het Rijk regie voert op de ruimte. Het Rijk wil dat doen op basis van een goede interbestuurlijke samenwerking. Dat moet leiden tot een gedeeld beeld van de opgaven, heldere voorwaarden en concrete uitvoeringsafspraken.

Rol provincies

In oktober legt het Rijk bij iedere provincie een ‘startpakket’ neer. Daarin kunnen de provincies de nationale doelen inpassen en combineren met de lokale doelen en ambities op het gebied van ruimte. Dat startpakket bevat de doelen, kaders, randvoorwaarden, spelregels en een planning. De provincies gaan hiermee aan de slag en maken een plan. Ook organiseren ze het proces om tot zo’n plan te komen. Daarbij betrekken ze regio’s, gemeentes, waterschappen, uitvoeringsorganisaties en maatschappelijke partijen.

Ruimtelijk arrangement

In oktober 2023 moeten Rijk en provincies samen tot een ruimtelijk arrangement komen. Alle overheden dragen daaraan bij vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid. De minister van VRO coördineert en voert de ruimtelijke regie per provincie namens het Rijk.

NOVEX-gebieden

Daarnaast is het Rijk intensiever betrokken bij 16 NOVEX-gebieden. Dit zijn gebieden in het landelijk en stedelijk gebied waar meerdere urgente nationale (ruimtelijke) opgaven spelen. Rijk en regio werken hier nauwer samen aan een ontwikkelperspectief voor het gebied en een uitvoerings- en investeringsagenda. Zulke NOVEX-gebieden zijn onder meer De Peel, Arnhem/Nijmegen/Foodvalley, de regio Zwolle, Amsterdam Noordzeekanaalgebied, Het Groene Hart en Zuid-Limburg.

Programma Mooi Nederland

Het is belangrijk om de balans te bewaren tussen het slim omgaan met opgaven die ruimte vragen en de kwaliteit van onze leefomgeving. Daarom geeft het Programma Mooi Nederland handvatten om ruimtelijke kwaliteit mee te nemen in de opgaven. Het programma brengt de samenhang tussen opgaven in kaart en ontwikkelt toekomstperspectieven. Op gebiedsniveau worden handelingsperspectieven ontwikkeld met inrichtingsoplossingen voor ingewikkelde thema’s.

Water en bodem sturend

De programma’s NOVEX en Mooi Nederland moeten er samen voor zorgen dat er snel goede keuzes worden gemaakt, dat opgaven slim worden gecombineerd en dat onze ruimte eerlijk wordt verdeeld. Dat alles met oog voor de ruimtelijke kwaliteit. Beide programma’s benoemen daarbij dat water en bodem sturend zijn voor de ruimtelijke planvorming. De inrichting moet “worden afgestemd op de staat en kwaliteit van de ondergrond en de natuurlijke dynamiek van het water”.

Wat vinden de waterschappen?

De Unie van Waterschappen is blij dat de minister van VRO de regie wil pakken op ruimtelijke ordening. Ook is het mooi dat ‘water en bodem sturend’ in beide programma’s terugkomt. Het is belangrijk om daar nader invulling aan te geven. Daarnaast hebben de waterschappen waardering voor het feit dat in het programma Mooi Nederland expliciet aandacht is voor de kwaliteit van de verbouwing van Nederland in de komende jaren, zowel in landelijk als in stedelijk gebied. Het water- en bodemsysteem is daarvoor de basis.

Ruimte voor water

De waterschappen benadrukken dat het belangrijk is dat er bij verbouwing van Nederland ruimte is voor water: klimaatadaptatie, ruimte voor waterveiligheid, ruimte om wateroverlast en droogte te voorkomen. Water heeft de komende decennia ruimte nodig, vanwege zeespiegelstijging, grotere afvoer rivieren, piekbuien en droogte. Het is belangrijk (ver) vooruit te kijken en de langetermijnverwachtingen en -ontwikkelingen mee te nemen bij de inrichting van de ruimte bij de grote verbouwing van Nederland.

Meer informatie over de programma’s

Minister de Jonge in gesprek over bouwen in lager gelegen gebieden

Op 6 juli heeft minister Hugo de Jonge van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening een bezoek gebracht aan de Goudse wijk Westergouwe en het beoogde Vijfde Dorp in de laaggelegen Zuidplaspolder. Hij deed dat op uitnodiging van de Unie van Waterschappen. De minister ging het gesprek aan met het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard en de gemeentes Gouda en Zuidplas over de vraag: kan bouwen in laag Nederland en wat is er nodig om dit verstandig te doen?



Nederland kent een nijpend tekort aan woningen. Minister De Jonge heeft daarom de ambitie om bijna een miljoen nieuwe woningen te hebben gebouwd in 2030. In ons land is er echter beperkte ruimte en veel gebieden voor woningbouw kennen uitdagingen. Naast de woningbouwcrisis heeft Nederland te maken met een stijgende zeespiegel en steeds meer extreem weer. Denk hierbij aan langere perioden van droogte en hevige hoosbuien. Het bouwen van nieuwe woningen moet volgens de waterschappen dan ook op een klimaatbestendige manier gebeuren.

Klimaatbestendig als nieuw normaal

Westergouwe is een nieuwe, laag gelegen woonwijk in de Zuidplaspolder bij Gouda waarvan de eerste fases al in 2016 zijn opgeleverd. Minister De Jonge kreeg daar presentaties over het veilig en klimaatbestendig inrichten van de wijk. De minister bezocht onder meer woningen die ook een waterkerende functie hebben. Bij het deel van de polder in de gemeente Zuidplas waar het Vijfde Dorp moet verschijnen, sprak hij met verschillende betrokkenen van het waterschap, de provincie en de gemeente over de ambitie om van het Vijfde Dorp een toekomstbestendig ‘Klimaatdorp’ te maken.

Water en bodem leidend

Toon van der Klugt, dijkgraaf van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard: “Bouwen in diepe polders is complex en daarom moet je ook vanuit duurzaamheid vooraf goed naar de locatie kijken. Bouwen kan alleen als dit volledig klimaatadaptief gebeurt. Water en bodem moeten dus leidend zijn in de plannen. De wijk Westergouwe laat zien dat bouwen onder strenge voorwaarden op moeilijke plekken in laag Nederland wel kan en tot iets heel moois leidt, maar dat dit heel veel vraagt.“

Investeren, niet repareren

Van der Klugt: “Voor het nieuw te bouwen Vijfde Dorp, waar met de gemeente naar water en bodem gekeken wordt, willen wij met de gemeente, provincie en ons waterschap dat het hoge ambitieniveau wordt waargemaakt. Het Vijfde Dorp moet, ook door commitment van het Rijk, hét klimaatdorp van Nederland worden. Een voorbeelddorp waar we laten zien hoe bouwen in lager gelegen gebieden van Nederland kan. Dit is geen eenvoudige opgave, maar wat ons betreft wel de enige optie. Wanneer we namelijk niet aan de voorkant nadenken over klimaatbestendige keuzes, creëren we een potentiële schadepost van miljarden euro’s. We moeten vooraf investeren en niet achteraf repareren.”

Nationale maatlat

Minister De Jonge werkt aan een nationale maatlat voor klimaatadapatief bouwen, op advies van de Unie van Waterschappen en deltacommissaris Peter Glas. Naar schatting 820.000 woningen van de circa 1 miljoen woningen die tot 2030 gebouwd moeten worden, staan gepland in risicovol gebied als je kijkt naar het waterbeheer. Tot nu toe wordt bij locatiekeuzes voor woningbouw nog nauwelijks rekening gehouden met het bodem- en watersysteem en de gevolgen van klimaatverandering op de lange termijn.

Unie van Waterschappen ziet RO-brief als goed vertrekpunt

25 mei 2022

In de ruimtelijke ordeningsbrief die op 17 mei door de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening, Hugo de Jonge, naar de Tweede Kamer is gestuurd, worden de contouren geschetst van een nieuw nationaal ruimtelijk beleid. De Unie van Waterschappen ziet de brief als een goede start voor de verdere uitwerking van de grote ruimtelijke opgaven en is blij dat water en bodem hierin goed zijn verankerd.



Uit de brief van 45 pagina’s wordt duidelijk gemaakt dat Nederland aan de vooravond staat van een grote verbouwing. Die grote verbouwing wordt in de brief uitgewerkt aan de hand van 3 ‘perspectieven’: landbouw en natuur, energie en circulaire economie en leefbare steden en regio’s. In deze perspectieven worden water en bodem als leidend principe gehanteerd. De Unie van Waterschappen is blij dat dit principe doorklinkt in de aanpak van het ministerie.

Water en bodem leidend

Hugo de Jonge, minister voor VRO: “In de herwaardering van het nationaal ruimtelijk beleid zullen water en bodem weer meer sturend zijn voor alle ruimtelijke plannen. Dat is in lange tijd niet zo geweest. Vanuit een eeuwenoud geloof in de maakbaarheid van het land, en geholpen door de voordelen van technologie, zijn het landschap en de ondergrond volledig naar de hand gezet. Dit heeft veel gebracht maar de kwalijke gevolgen hiervan zijn niet langer te ontkennen: wateroverlast, bodemdaling, verdroging, bodem- en waterverontreiniging, hittestress en biodiversiteitsverlies, die nog eens versterkt worden door de klimaatverandering.”

De grenzen van het watersysteem zijn op veel plekken bereikt. Daarvoor is het belangrijk dat water een sturende factor is in de ruimtelijke inrichting van Nederland. Niet alles kan meer overal. De Unie van Waterschappen vindt het belangrijk dat het Rijk op nationaal niveau keuzes maakt en stevige handvatten aanbiedt voor lokale keuzes. Die handvatten voor ‘water en bodem sturend’ moeten concreet worden gemaakt, zodat ze bij de uitwerking van de woningbouwlocaties en in de vervolgstappen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) kunnen worden gebruikt.

Check op klimaatbestendigheid

In de brief wordt een versnelling aangekondigd voor de woningbouw. In 2030 moeten er 900.000 nieuwe woningen zijn gerealiseerd. Voor deze projecten wordt in oktober van dit jaar een ‘realitycheck’ gepresenteerd, waarin getoetst wordt of de nieuwbouwprojecten aan de eisen van volume, tempo, kwaliteit én klimaatbestendigheid voldoen.

NPLG en NOVEX

Voor het landelijk gebied wordt een pakket van doelen en maatregelen per provincie opgesteld. Dit wordt verder uitgewerkt in het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). De plannen voor het landelijk gebied worden ook in oktober verwacht. In 16 gebieden stapelen de opgaven zich dusdanig op, dat er sprake is van een ingrijpende herinrichting. Deze gebieden worden als NOVEX-gebieden aangeduid en het Rijk wil daar actief meewerken aan het realiseren van de doelen.

> Lees de brief van Hugo de Jonge hier

Motie over woningbouwopgave aangenomen

24 mei 2022

In de Tweede Kamer is op 24 mei een motie van ChristenUnie en CDA aangenomen over de sturende rol van water en bodem. Met hun motie benadrukken de partijen het belang van water en bodem bij de woningbouwopgave.



In het coalitieakkoord is afgesproken dat water en bodem sturend moeten zijn voor de ruimtelijke planvorming. De oproep van deze motie is dat er bij verdere ontwikkeling van de woningmarkt rekening wordt gehouden met het bouwen door heel Nederland waarbij water en bodem een sturende rol hebben.

Ruimte voor water

De Unie van Waterschappen is blij dat deze motie is aangenomen. Om Nederland veilig en bewoonbaar te houden is het noodzakelijk dat water en bodem leidend zijn in ruimtelijke keuzes. Klimaatverandering leidt tot het steeds vaker voorkomen van extreem weer, met toenemende periodes van droogte en wateroverlast. We worden geconfronteerd met zeespiegelstijging, verzilting en bodemdaling. Om het hoofd te bieden aan deze uitdagingen is meer ruimte voor water nodig.

Druk op de ruimte

Tegelijkertijd is de druk op de ruimte voor onder meer woningbouw, de energietransitie, natuur en landbouw groot. Er zijn ingrijpende keuzes nodig in de ruimtelijke inrichting van Nederland. De waterbeheerder moet vanaf het allereerste begin bij die keuzes betrokken worden. We kunnen water en bodem niet meer zomaar naar onze hand zetten. We moeten ons aanpassen aan de veranderingen in het klimaat.   

Klimaatbestendig nieuwe normaal

Daarom willen de waterschappen dat klimaatbestendig het nieuwe normaal wordt. Er moeten snel slimme en waterbewuste keuzes worden gemaakt. Belangrijk is dat hierbij opgaven in het ruimtelijk domein aan elkaar worden verbonden.

Staat van Ons Water 2021: Water en bodem leidend voor ruimtelijke plannen

19 mei 2022

Minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat heeft op 18 mei in de Staat van Ons Water stilgestaan bij het belang van water en bodem als leidend principe voor de ruimtelijke ordening. De Staat van Ons Water is de jaarlijkse rapportage over de ontwikkelingen in het waterbeleid



Om overlast door extreme buien of droogte te beperken, moeten water en bodem sturend zijn in ruimtelijke plannen. Door preventief de juiste keuzes te maken kan schade door te veel of te weinig water worden voorkomen Bijvoorbeeld door bijvoorbeeld klimaatbestendig te bouwen. Dat staat in de Staat van Ons Water 2021.

Water en bodem sturend

Recent verschenen er rapporten van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Ruimtelijke Ordening, de Studiegroep Ruimtelijke Ordening en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Ook deze rapporten onderschrijven dat water en bodem sturend moeten zijn voor het omgevingsbeleid. In 2022 wordt er gewerkt aan verdere invulling van dit sturende principe, dat ook is opgenomen in het regeerakkoord.

Ruimte voor water

Klimaatverandering leidt tot het steeds vaker voorkomen van extreem weer, met meer periodes van droogte en wateroverlast. We worden geconfronteerd met zeespiegelstijging, verzilting en bodemdaling. Om het hoofd te bieden aan deze uitdagingen is meer ruimte nodig voor water. Tegelijkertijd is de druk op de ruimte voor onder meer woningbouw, de energietransitie, natuur en landbouw groot.

Wat doen de waterschappen?

De waterschappen doen steeds meer om water vast te houden voor droge tijden, zoals het inrichten van waterbergingsgebieden. Er zijn daarnaast ingrijpende keuzes nodig in de ruimtelijke inrichting van Nederland. De waterbeheerder moet vanaf het allereerste begin bij die keuzes betrokken worden. We kunnen water en bodem niet meer zomaar naar onze hand zetten. We moeten ons aanpassen aan de veranderingen in het klimaat. De waterschappen willen dat klimaatbestendig inrichten het nieuwe normaal wordt. Ze pleiten daarom voor nationale kaders waarbij dit concreet wordt afgedwongen. Ook willen de waterschappen dat opgaven slim worden gecombineerd. Verder pleiten ze samen met de drinkwaterbedrijven voor het in balans brengen van de vraag en het aanbod van water.

Klimaatverandering en woningbouw

Op 12 september organiseren de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Waterbedrijven in Nederland (Vewin) een Waterpoort, een debatavond in Perscentrum Nieuwspoort. Op deze avond komen de gevolgen van klimaatveranderingen voor de woningbouw aan de orde. Aanmelden kan vanaf juli.

De Staat van Ons Water 2021

De Staat van Ons Water is een gezamenlijke rapportage van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de Unie van Waterschappen, de Vereniging van Waterbedrijven in Nederland, het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

> Lees de Staat van ons Water 2021

Deltacommissaris roept ministers op klimaatadaptief te bouwen

19 april 2022

Maak werk van klimaatadaptatie! Dat is het advies van de Deltacommissaris aan de 4 ministers die in hun opgaven te maken hebben met klimaatadaptatie.

Foto van kleurige woningen aan het water

Het gaat om de minister van Infrastructuur en Waterstaat, de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de minister voor Natuur en Stikstof en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.

IPCC-rapport

Aanleiding voor het advies van de Deltacommissaris is het recente IPCC-rapport. De onderliggende boodschap van dit rapport windt er geen doekjes om: “The window of opportunity is closing. And it’s closing fast.” Klimaatverandering manifesteert zich steeds duidelijker. Het gaat sneller en de gevolgen zijn ingrijpend. We moeten dus tempo maken om ons aan te passen, zo stelt de Deltacommissaris.

3 adviezen

De transities op het gebied van woningbouw, mobiliteit, energie, landbouw en biodiversiteit vragen om onderlinge samenhang. Bij al die transities komt klimaatadaptatie om de hoek kijken. Nederland staat een grote verbouwing te wachten. De oproep van de Deltacommissaris bij die verbouwing is: “Iedere schop in de grond klimaatbestendig”. Daarom geeft hij 3 adviezen.

  1. Waterveiligheid vraagt om ruimte

We moeten nu ruimte reserveren voor maatregelen voor waterveiligheid in de toekomst. Het gaat om extra ruimte langs de dijken. Ook is het nodig om bij ruimtelijke ontwikkelingen nog meer rekening te houden met de eventuele noodzaak voor extra waterberging.

  1. Zorg voor voldoende zoetwater en bescherm strategische grondwatervoorraden

Nationale regie van het Rijk is nodig om de droogteproblemen het hoofd te bieden. Die regie moet zorgen voor een betere ruimtelijke inrichting. Ook moeten er grenzen gesteld worden aan het gebruik van grond- en oppervlaktewater.

  1. Maak nog meer werk van ruimtelijke adaptatie

Bouwen zonder rekening te houden met water en bodem kan niet meer. Net zomin als stedelijke ontwikkeling zonder rekening te houden met kwetsbare locaties voor wateroverlast en hittestress.

Nationale deltalocatie

De Deltacommissaris wil samen met de ministers op zoek naar een ‘nationale deltalocatie’, waarin op grote schaal invulling wordt gegeven aan het begrip klimaatbestendig ontwikkelen. Een voorbeeldlocatie waarin klimaatadaptief bouwen en energieneutraal, circulair en natuurinclusief ontwikkelen wordt toegepast. In dit gebied van de toekomst werken overheden samen om te ontdekken hoe de opgaven in de fysieke leefomgeving in een sterke combinatie kunnen worden aangepakt.

Wat vinden de waterschappen?

De Unie van Waterschappen onderschrijft de noodzaak van een integrale aanpak. Een klimaatbestendige, duurzame en gezonde leefomgeving is een gezamenlijke ambitie van alle overheden. Met de visie van het kabinet en de uitvoeringskracht en gebiedskennis van de decentrale overheden kunnen we het verschil maken in het verduurzamen van Nederland, het oplossen van het tekort aan woningen, het herstellen van de natuur, de transitie van de landbouw, het verbeteren van de waterkwaliteit én het verder voorkomen van schade en overlast door extreem weer, aldus de waterschappen.

Elkaar opzoeken

Bij ruimtelijke processen moeten we elkaar bij de start opzoeken en slimme combinaties bedenken. De opgaven rond klimaat en natuurherstel moeten centraal staan, niet de bestuurlijke inrichting en verdeling van dossiers. De waterschappen steken hierbij de hand uit. Met hun gebiedskennis en uitvoeringskracht zijn ze waardevolle partners bij gebiedsgerichte aanpakken.

Lees het advies van de Deltacommissaris

Waterschappen: Betrek ons bij de bouw van datacenters

5 april 2022

Op 21 april spreekt de Commissie voor Economische Zaken en Klimaat van de Tweede Kamer over datacenters. De waterschappen willen graag betrokken worden bij bouwplannen voor datacenters. Dat hebben ze bij de commissie onder de aandacht gebracht.



Er komt een tijdelijke stop op de bouw van nieuwe megadatacenters. Het kabinet werkt aan beleid voor dit soort datacenters. Er wordt onderzocht of hyperscalers (datacenters die speciaal gebouwd worden voor de servers van techreuzen) voortaan alleen nog aan de kust kunnen worden gebouwd. Daar kunnen ze worden aangesloten op windenergie.

Waterveiligheid

Omdat datacenters ingrijpende gevolgen voor het waterbeheer hebben, zijn waterschappen terughoudend over de bouw van grootschalige datacenters. Er zijn namelijk gevolgen voor de waterveiligheid. Door de bouw van datacenters neemt de economische waarde in een gebied toe. Dit betekent dat er ook veiliger, sterkere en dus duurdere dijken nodig zijn om het gebied te beschermen.

Watervoorziening

Er zijn ook effecten voor de watervoorziening. Een datacenter heeft veel koelwater nodig. In de droge zomers van afgelopen jaren stond de beschikbaarheid van (zoet)water onder druk. Landbouw, natuur en drinkwaterbedrijven hebben ook water nodig. Worden zij niet de dupe van de komst van een datacenter?

Waterkwaliteit

Tot slot zijn er ook effecten voor de waterkwaliteit. Het opgewarmde koelwater stroomt weer terug naar het oppervlaktewater. Daardoor stijgt de watertemperatuur en verslechtert de waterkwaliteit. Zo raken de waterkwaliteitsdoelen uit de Kaderrichtlijn Water uit zicht.

Expertise waterschappen

De waterschappen willen daarom vooraf betrokken worden bij bouwplannen voor datacenters. Zij hebben veel expertise, waardoor gemeentes en provincies besluiten over bouwplannen niet alleen hoeven te nemen.

> Lees de hele inbreng

Waterschappen dringen aan op klimaatbestendige keuzes bij woningbouwopgave

16 maart 2022

Op 24 maart is er in de Tweede Kamer een commissiedebat Woningbouwopgave. De waterschappen hebben inbreng voor dit debat geleverd. Ze dringen aan op klimaatbestendige keuzes.



Het IPCC bracht vorig jaar naar buiten dat het klimaat sneller verandert dan verwacht. Het KNMI schetste de consequenties voor Nederland. De zeespiegel stijgt versneld, de risico’s op droogte, wateroverlast en overstroming nemen toe. Dit stelt grote eisen aan de waterhuishouding.

Miljoen woningen

Tot 2030 moeten er bijna een miljoen woningen worden gebouwd. Daarvoor is 26.000 hectare ruimte nodig. In de planning is nauwelijks rekening gehouden met het bodem-watersysteem en met de impact van een veranderend klimaat. Zo’n 820.000 geplande woningen liggen in overstroombaar, slap, zettings-gevoelig en nat gebied.

Toekomstbestendige keuzes

De waterschappen willen daarom dat er toekomstbestendige keuzes gemaakt worden in locatie, de inrichting van woningbouwgebieden en in de bouw van woningen zelf. Het water- en bodemsysteem moeten hierin sturende factoren worden.

Adviezen Deltacommissaris

De Deltacommissaris gaf in december 2021 de volgende adviezen:

  1. Reserveer ruimte voor toekomstige dijkversterkingen;
  2. Houd rekening met grotere water-peilfluctuaties;
  3. Bouw geen nieuwe woningen in buitendijks gebied;
  4. Bouw geen woningen op plaatsen waar water zich verzamelt bij extreme neerslag of wanneer het systeem faalt.

Water en bodem sturend

De waterschappen zijn daarom blij dat in het coalitieakkoord staat dat water en bodem sturend worden bij ruimtelijke planvorming. En dat waterschappen daarom eerder worden betrokken, en de watertoets een dwingender karakter krijgt.

Aanpak van de minister

De waterschappen dringen aan op klimaatbestendige keuzes in de woningbouwopgave. Ze zijn benieuwd hoe de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) de waterschappen eerder gaat betrekken bij ruimtelijke planvorming, en hoe hij ervoor zorgt dat de watertoets een dwingender karakter krijgt.

Lees de hele inbreng

Waterschappen positief over klimaatbestendige keuzes in coalitieakkoord

15 december 2021

Het nieuwe kabinet laat met het coalitieakkoord zien in de ruimtelijke inrichting van Nederland rekening te houden met klimaatverandering door water en bodem sturend te laten zijn. De Unie van Waterschappen is blij dat het nieuwe kabinet hiermee een klimaatbestendige en waterbewuste weg inslaat. Ook de ambitieuze plannen voor de stikstofaanpak en de uitvoering van het Klimaatakkoord worden door de waterschappen aangemoedigd.



Uit het coalitieakkoord blijkt dat het nieuwe kabinet wil werken aan vernieuwde deltabeslissingen voor een waterveilig land met voldoende zoet water en een toekomstbestendige inrichting. “Water en bodem worden sturend bij ruimtelijke planvorming. Om die reden worden waterschappen daarbij eerder betrokken en krijgt de watertoets een dwingender karakter”, aldus de nieuwe coalitie.

Slimme, waterbewuste keuzes in ruimtelijke ordening

Rogier van der Sande, voorzitter van de Unie van Waterschappen: “Een Nederland waarin we schade door weersextremen weten te beperken begint bij een cultuuromslag, waarin we accepteren dat we land, water en bodem niet meer volledig naar onze hand kunnen zetten. We moeten Nederland niet op de oude manier vol bouwen, maar slimme en waterbewuste keuzes maken.”

“Daarnaast moeten we ingrijpende keuzes in het landelijk gebied niet langer vooruitschuiven. Met het dwingender maken van de watertoets onderstreept de nieuwe coalitie de urgentie hiervan. Met deze passage in het coalitieakkoord is de eerste stap in de goede richting gezet. Een logische vervolgstap is het aanscherpen van wet- en regelgeving door het Rijk om te borgen dat het niet alleen bij mooie woorden blijft.”

Waterkwaliteit slim combineren met stikstofaanpak

Ook is de Unie van Waterschappen positief over de ambitieuze stikstofaanpak die in het coalitieakkoord wordt gepresenteerd, waarbij een versnelling van het behalen van doelen en een transitiefonds tot 25 miljard euro worden aangekondigd.

Van der Sande: “We zijn blij in het coalitieakkoord te lezen dat de stikstofaanpak zich niet alleen richt op het verminderen van stikstofuitstoot, maar ook oog heeft voor samenhangende opgaven rond waterkwaliteit, klimaat en natuur en dat daar veel geld voor wordt uitgetrokken. Met de visie van een nieuw kabinet en de uitvoeringskracht en gebiedskennis van de waterschappen kunnen we het verschil maken in het verduurzamen van Nederland, het oplossen van het tekort aan woningen, het herstellen van de natuur, de transitie van de landbouw, het verbeteren van de waterkwaliteit én het verder voorkomen van schade en overlast door extreem weer.”

Dweilen met de kraan dicht

Daarnaast valt op dat in het coalitieakkoord veel nadere uitvoering in het behalen van de doelen uit Klimaatakkoord is terug te vinden. Daarbij worden ook de potentie van aquathermie en groen gas als hernieuwbare energiebronnen genoemd. Van der Sande: “Waar enerzijds aandacht is voor het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering, moeten we anderzijds vol inzetten op het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen om verdere klimaatverandering te beperken. Het nieuwe kabinet laat zien hier bijzonder ambitieus in te zijn en dat moedigen wij aan.”

“Wij dweilen graag met de kraan dicht en nemen ook onze verantwoordelijkheid door met energiebesparing, duurzaam inkopen en het opwekken van duurzame energie toe te werken naar klimaatneutraliteit. Hierbij is aquathermie een aantrekkelijk alternatief voor aardgas en zijn de waterschappen potentieel grote leveranciers van groen gas. We hopen dat het nieuwe kabinet daarom ook financiële en juridische belemmeringen voor het optimaal benutten van deze potentie wegneemt.”

Evenwichtige bestuurlijke en financiële verhoudingen

Waterschappen benadrukken wel het belang van een goede samenwerking tussen het Rijk en de decentrale overheden om de grote maatschappelijke opgaven die in het coalitieakkoord centraal staan in samenhang aan te pakken. Om de enorme vraag naar woningen, de strijd tegen klimaatverandering en de transitie naar duurzame energie te realiseren, is het nodig deze slim te combineren met een gezamenlijke aanpak in de regio.

Gemeenten, provincies en waterschappen bundelen graag de krachten met het Rijk, maar stellen daarbij een aantal voorwaarden, zoals evenwichtige bestuurlijke verhoudingen. Het is belangrijk dat nieuw beleid en wetgeving eerst getoetst worden op uitvoerbaarheid. En dat er een evenwicht is tussen taken, bevoegdheden en financiële middelen voor alle bestuurslagen. Dit ontbreekt nog in het op 15 december gepresenteerde coalitieakkoord.

Het coalitieakkoord ‘Omzien naar elkaar en vooruitkijken naar de toekomst’

Rli-advies over ruimtelijke inrichting: meer Rijksregie nodig

23 november 2021

Er is een sterkere regierol vanuit het Rijk en versterking van de uitvoeringskracht in de regio nodig in de aanpak van de ruimtelijke opgaven in Nederland. Dit adviseert de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) in het rapport ‘Geef richting, maak ruimte!’ dat 23 november is aangeboden aan het kabinet.

luchtfoto van stadje en landbouwgrond waar een riviertje doorheen slingert

De grote maatschappelijke opgaven rond klimaat, energie, wonen, natuur en landbouw vragen volgens de raad om een sterkere regierol van het Rijk. De Rli stelt daarom een uitbreiding van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) voor. In een NOVI-plus moeten heldere nationale doelen worden opgenomen en keuzes in samenhang worden gemaakt. En er moet ruimte zijn voor regionale uitwerking. Daarnaast moeten provincies en gemeenten volgens de Rli beter voorzien worden van kennis, financiën en capaciteit om de opgaven aan te pakken.

Meer regie

De Unie van Waterschappen ondersteunt de oproep voor meer regie van het Rijk rond de grote opgaven. Er zijn ingrijpende keuzes nodig om Nederland leefbaar en toekomstbestendig te houden. Daarbij zouden water en bodem meer sturend moeten zijn in de ruimtelijke inrichting, zodat ons land klimaatbestendig wordt ingericht. Dat betekent bijvoorbeeld klimaatbestendig bouwen en de waterbeheerder vanaf het allereerste idee bij ruimtelijke plannen betrekken.

Uitvoeringskracht versterken

Om de uitvoeringskracht in de regio te versterken moet er extra geld komen voor decentrale overheden. De Rli adviseert daarbij dat de rijksbudgetten voor opgaven in de regio ‘ontschot’ moeten worden, waardoor er één budget beschikbaar komt per regio. Ook zou de kennisontwikkeling op regionaal niveau moeten worden bevorderd.

Deze punten van de Rli sluiten goed aan bij het manifest Krachtig groen herstel, waarin de koepels IPO, VNG en de Unie van Waterschappen stelden dat voor een gezamenlijke aanpak in de regio wel voldoende ondersteuning van het Rijk nodig is. Gemeenten, provincies en waterschappen willen hun uitvoeringskracht inzetten om de opgaven gezamenlijk en in samenhang aan te pakken.

Regiotafels

De diverse ruimtelijke opgaven moeten volgens de Rli aan integrale regiotafels in samenhang worden bezien, met een integraal gebiedsplan voor het realiseren van regionale doelen. Naast de decentrale overheden neemt het Rijk ook deel aan deze tafels. Een gebiedsgerichte en integrale aanpak is een goede zaak, maar die integrale regiotafels moeten niet bovenop de al bestaande samenwerkingsverbanden komen. Dat zijn er al veel.

Rapport ‘Geef richting, maak ruimte!’