De bijna-watersnoodramp van 1995

28 januari 2020

Het plaatje ging de hele wereld over: een windsurfer op de A2. In 1995 spande het erom in Nederland: grote Rijn- en Maasafvoeren leidden bijna tot een watersnoodramp. Herman Havekes, strategisch adviseur bij de Unie van Waterschappen en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, blikt terug op de crisisdagen. “De herinnering aan 1995 moet levend gehouden worden.”

Eerst de situatie van toen. Door heftige regenval bovenstrooms moesten de grote rivieren in Nederland heel veel water in korte tijd verwerken. Den Bosch stond bijna onder water doordat de Dommel en de Aa hun water niet kwijt konden op de Maas. Op 1 februari 1995 werd de situatie bij het dorpje Ochten in Gelderland kritiek. Havekes: “De waterschappen gaven toen aan dat ze de veiligheid in het gebied niet meer konden garanderen.” 250.000 mensen werden geëvacueerd uit de regio. “Uiteindelijk is het net goed afgelopen, maar het was een narrow escape.”

Waardoor ging het (bijna) mis?

Er waren verschillende redenen waarom er zo’n dreigende situatie ontstond. Allereerst de inrichting van het landschap. “Het water van de bovenstroomse gebieden stroomt onze kant op en komt in Nederland samen in een soort flessenhals. De ruimte voor het water was door allerlei eerdere ingrepen beperkt. Alles waarvan we nu weten dat je het niet moet doen, was in die voorgaande periode gedaan. Dan krijg je op een dag de rekening gepresenteerd”, legt Havekes uit.

“Tel daarbovenop dat de rivierdijkversterkingen in die tijd geen prioriteit had bij het Rijk. Dat was terug te zien in de financiering, of eigenlijk het gebrek daaraan. Er waren in de Deltawet wel afspraken over financiering gemaakt, maar het geld werd liever gebruikt voor een stormvloedkering aan zee of zelfs een snelweg.”

Daar kwam het omslachtige en tijdrovende proces rond vergunningen en besluiten nog eens bovenop. Havekes: “Het kon daardoor soms jaren duren voor je iets aan de dijk mocht doen.” En er was ook veel kritiek op de manier waarop Rijkswaterstaat en de waterschappen de dijken in de jaren daarvoor hadden versterkt. “In die tijd kwam het te vaak voor dat alles op de dijk werd platgewalst. Dijkhuizen, bomen, alles. Met de Landschap, Natuur en Cultuurhistorie (LNC)-waarden werd nog onvoldoende rekening gehouden. Het is dus ook wel begrijpelijk dat daar verzet tegen kwam. De criticasters waren niet tegen de dijkversterkingen an sich, maar tegen de manier waarop die plaatsvonden. Men sprak niet voor niets over Atilla op de bulldozer.”

Veranderingen

Na de bijna-ramp van 1995 -een echte wake-up call- werd het belang van de rivierdijkversterkingen weer heel duidelijk. “De evacuatie had een enorme maatschappelijke impact”, zegt Havekes. Dat leidde tot een aantal grote veranderingen, zoals de Deltawet grote rivieren. Die wet was nodig om in 2 jaar 150 km rivierdijk te kunnen versterken en 150 km Maaskaden aan te leggen. “De waterschappen stelden de plannen op en de provincies stelden ze definitief vast. De procedures werden gecombineerd en versneld en er kwam geld beschikbaar. Opvallend was dat er, met al die haast, nu wel aandacht voor de LNC-waarden was.”

Hoe is de situatie nu?

Kan zo’n ernstige overstroming nog eens gebeuren? “Dat weet je in Nederland nooit zeker, vooral niet als je denkt aan de gevolgen van klimaatverandering en de zeespiegelstijging. Maar er zijn wel heel veel maatregelen genomen sinds 1995, zowel technisch als institutioneel”, zegt Havekes. Daarbij gaat het niet alleen om dijkversterkingen, maar ook om een andere manier van omgaan met het water. “Al die ideeën over anders omgaan met water in het rivierengebied bestonden in de jaren 80 eigenlijk ook al. Daar kwam bijvoorbeeld ook het verzet tegen de versterkingsoperatie uit voort. Nederland was er toen kennelijk nog niet aan toe. Maar nu zie je die ideeën allemaal terugkomen in programma’s als Ruimte voor de Rivier en een divers gebruik van de dijken. Tegenwoordig speelt de Deltacommissaris ook een belangrijke en stevige rol waar het om onze waterveiligheid gaat. Zo nodig kan hij bij de regering en het parlement aan de bel trekken.”

#hohohoogwater

De overstromingen van 1995 hebben Nederland wakker geschud en gewezen op het belang van waterbeheer. Havekes: “Waterbeheer is nooit af. Daarom moeten we de herinnering aan 1995 levend houden.” Dit jaar besteden de 7 waterschappen in wiens gebied de overstromingen plaatsvonden extra aandacht aan de herinnering van 1995. Dat doen ze via de campagne #hohohoogwater.