Financiering van lokale politieke partijen: hoe pakken we dat aan?

22 juni 2020

Op 18 juni vond er een online bijeenkomst plaats over de financiering van lokale politieke partijen. Deelnemers waren onder andere vertegenwoordigers van landelijke en lokale politieke partijen en vertegenwoordigers van de geborgde categorieën. Een korte terugblik.

Aanleiding voor de bijeenkomst was de Wet op de politieke partijen (Wpp) waar het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan werkt. In deze wet wordt de Wet financiering politieke partijen (Wfpp) opgenomen. De Unie van Waterschappen wil zich hierop voorbereiden om via de Commissie Bestuurszaken, Communicatie en Financiën (CBCF) tot een standpunt te komen over financiering van (lokale) politieke partijen.

Meningen lopen uiteen

Tijdens de bijeenkomst bleek dat de meningen sterk uiteen lopen. De discussie ging over de vraag hoe je een gelijk speelveld-principe krijgt tussen de partijen: hoe zorg je er voor dat alle spelers het spel spelen volgens dezelfde regels? En gaat het alleen over financiën of moeten we breder kijken?

Ook werd gediscussieerd over wat er uit de financiën bekostigd moet worden. Sommige deelnemers vonden dat opleidingen en trainingen binnen het waterschap moeten gebeuren. Andere wilden het zelf organiseren of een opleiding via hun partij aangeboden krijgen.

3 financieringsstromen

Er zijn 3 financieringsstromen:

  1. Persoonlijke bijdragen (wettelijk geregeld)
  2. Fractievergoedingen (verschillen per waterschap)
    Hieruit mag een aantal zaken gefinancierd worden zoals trainingen en het betrekken van de achterban. Campagnes zijn expliciet uitgesloten.
  3. Subsidie (zoals geregeld voor landelijke politieke partijen in de Wfpp)
    Dit geld wordt gebruikt voor de selectie van kandidaten en de campagnes. Een aantal aanwezigen is daar voorstander van. De Algemene Waterschapspartij (AWP) heeft hier behoefte aan, zodat de partij gelijk aan andere partijen kan meedoen aan de verkiezingen. Anderen zijn daar uitgesproken tegen.

Er bestaat veel verschil in fractiebudgetten die worden toegekend door waterschappen. Sommige aanwezigen gaven aan dat je snel aan de opleidings- en trainingsbehoefte kan voldoen als je deze budgetten aanpast. Waterschappen kunnen hierin ook een rol vervullen door het aanbieden van opleidingen en trainingen.

Conclusie

Iedereen is het eens over het uitgangspunt ‘gelijke monniken, gelijke kappen’. Landelijke en lokale partijen moeten dus hetzelfde behandeld worden. Wel wordt er wisselend gedacht over wie eventuele subsidie gaat betalen, en over de vraag of campagnes gefinancierd mogen worden.