Omgevingswet Eerste Kamer 2 maart 2021


Gepubliceerd: 2 maart 2021

> Download pdf

Op 2 maart leveren de commissies IWO en EZK/LNV inbreng op diverse stukken van de Omgevingswet. De waterschappen vragen aandacht voor inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2022 en pleiten voor het vasthouden aan de oorspronkelijke ambitie.

Inwerkingtreding per 1-1-2022

De Omgevingswet voorziet in duidelijke en eenvoudige regels voor inwoners en bedrijven, kortere procedures voor vergunningverlening, meer lokale afwegingsruimte en meer samenhang in het beleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is cruciaal en noodzakelijk voor de opgaven waar we op dit moment voor staan, waaronder de grote woningbouwopgave, de energietransitie en klimaatadaptatie. Waterschappen ondersteunen de komst van de Omgevingswet omdat deze nieuwe wet voorziet in een meer samenhangend stelsel dat inzet op de essentie van ruimtelijke ordening: het transparant en in samenhang wegen van belangen en functies. Waterschappen pleiten ervoor om, in lijn met het advies van het Bureau ICT Toetsing (BIT), vast te houden aan en volledig in te zetten op de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2022. Alle 21 waterschappen zijn ondertussen druk bezig met het aansluiten op het landelijke digitale stelsel, het oefenen met het nieuwe instrumentarium en het ‘anders werken’ onder de Omgevingswet.

Digitaal Stelsel Omgevingswet

De invoering van de Omgevingswet gaat gepaard met een forse digitaliseringsopgave: het Digitale Stelsel
Omgevingswet (DSO). Daarvoor worden grote investeringen gevraagd. Investeringen die er o.a. toe moeten leiden dat burgers en bedrijven makkelijker een vergunning kunnen aanvragen en hierover sneller uitsluitsel krijgen. Waterschappen zijn overtuigd van de maatschappelijke winst die het DSO kan opleveren. Dat het niet eenvoudig zou zijn, wisten we met elkaar op voorhand. We onderkennen ook dat het nog enige jaren zal duren voordat het stelsel tot volledige wasdom zal zijn gekomen en werkt zoals uiteindelijk beoogd. We houden vast aan de oorspronkelijk vastgestelde eindambitie. Er is nog het nodige werk aan de winkel. Ook voor dit laatste jaar. Voor het DSO geldt dat er een duidelijke planning is gemaakt voor de oplevering van de laatste elementen van het “basisniveau voor inwerkingtreding”. Waterschappen hebben er vertrouwen in dat een werkend basisniveau van het DSO, als solide fundament en startpunt voor het vervolg, tijdig voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal worden opgeleverd.

Ambitie vasthouden

Waterschappen houden vast aan de oorspronkelijk afgesproken interbestuurlijke ambitie die erop is gericht om de dienstverlening van het DSO aan burgers en bedrijven de komende jaren, in realistische, maar duidelijke en mede op gebruikerservaringen gebaseerde vervolgstappen, verder te verbeteren. Alleen door gezamenlijke inspanningen van Rijk, waterschappen, provincies, gemeenten en leveranciers kunnen de verwachte maatschappelijke baten ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. Het is van belang dat hiervoor voldoende middelen gereserveerd blijven.

In 2016 hebben Rijk en koepels heldere afspraken gemaakt over de verdeling van de kosten voor invoering van de Omgevingswet: de investeringen in het DSO, het Informatiepunt Omgevingswet en de Invoeringsondersteuning komen voor rekening van het Rijk als stelselverantwoordelijke en de individuele overheden dragen hun eigen implementatiekosten. Ook is afgesproken dat decentrale overheden de structurele kosten van de Omgevingswet dragen en de baten die de wet genereert mogen houden om hun kosten te dekken en investeringen ‘terug te verdienen’. Er zijn afspraken gemaakt over het monitoren van de investeringen, kosten en baten. Op dit moment wordt een nieuw inzicht in de financiële gevolgen van de Omgevingswet voor de decentrale overheden opgemaakt en op 21 april a.s. gaan wij hierover met de minister van BZK in overleg. Hoewel het hier niet om een afgesproken formeel evaluatiemoment gaat, kijken wij naar het cijferbeeld met als uitgangspunt dat waterschappen er niet financieel op achteruit mogen gaan.