Waterschappen unaniem voor aanpassing belastingstelsel

11 december 2020

De waterschappen hebben op 11 december een definitief voorstel voor de aanpassing van hun belastingstelsel vastgesteld. Het voorstel lost een aantal urgente knelpunten op en is aangeboden aan minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat. De waterschappen vragen haar om een voortvarend wetgevingstraject en om vervolgstappen om de bekostiging van het waterbeheer nog toekomstbestendiger te maken.

De waterschappen zorgen voor veilige dijken, niet te veel en niet te weinig water, schoon oppervlaktewater en het zuiveren van rioolwater. Om deze taken te bekostigen, heffen zij belasting. Het huidige belastingstelsel bevat enkele urgente knelpunten. Begin 2020 zijn de waterschappen een gezamenlijk traject gestart om deze op te lossen. Een stuurgroep onder leiding van voormalig staatssecretaris Menno Snel, bestaande uit bestuurders van alle 21 waterschappen, heeft het voortouw genomen. Er is veel aandacht besteed aan het betrekken van de waterschapsbesturen en stakeholders. Het voorstel van de stuurgroep kon op 11 december in de Ledenvergadering van de Unie van Waterschappen op unanieme steun rekenen.

Garantie voor goed waterbeheer

Rogier van der Sande, voorzitter van de Unie van Waterschappen: “Dat waterschappen eigen belasting heffen om hun taken uit te kunnen voeren is de beste garantie voor waterveiligheid en voldoende en schoon zoet oppervlaktewater in ons land. Een belastingstelsel waarmee alle waterschappen uit de voeten kunnen is dan ook essentieel. Het voorstel van de waterschappen lost een aantal urgente knelpunten op. Wij vragen minister Cora van Nieuwenhuizen om het wetgevingsproces dat nodig is om het voorstel te kunnen implementeren voortvarend ter hand te nemen. Dat zorgt ervoor dat de waterschappen zo snel mogelijk weer beschikken over een belastingstelsel met draagvlak voor de heffingswijze en goed uitlegbare tarieven.”

Voorstellen watersysteemheffing

De watersysteemheffing zorgt voor de middelen voor waterveiligheid, voldoende en schoon oppervlaktewater. Volgens de huidige systematiek moeten de waterschappen de kosten voor een belangrijk deel verdelen op basis van de waarde van gebouwen, grond en natuurterreinen. Het belangrijkste knelpunt van deze heffing is de onredelijke invloed die de hoge waarde van wegen en spoorwegen op de tarieven van de eigenaren van onbebouwde grond heeft. Hierdoor stijgen de kosten voor deze groep zonder dat er extra voorzieningen tegenover staan.

Het voorstel van de waterschappen gaat uit van een model waarin de kosten op basis van gebiedskenmerken worden verdeeld. Het model geeft de algemeen besturen daarbij meer mogelijkheden dan nu om bij het verdelen van de kosten rekening te houden met specifieke omstandigheden in het gebied en met de taakuitoefening. Toepassing leidt tot een gelijkmatiger ontwikkeling van de tarieven voor alle betalende categorieën.

Tariefdifferentiatie gebouwd

De waterschappen introduceren met deze voorstellen de mogelijkheid om te differentiëren in de tarieven voor de watersysteemheffing gebouwd. Die kent op dit moment één tarief voor eigenaren van woningen en eigenaren van niet-woningen. De WOZ-waarden van woningen is echter de afgelopen jaren veel harder gestegen dan de WOZ-waarden van niet-woningen. Met de mogelijkheid van tariefdifferentiatie kunnen de waterschappen binnen de categorie gebouwd tot een gelijkmatige lastenontwikkeling komen. Het is daarbij nadrukkelijk de bedoeling dat deze tariefdifferentiatie enkel voor deze toepassing wordt gebruikt.

Voorstel zuiverings- en verontreinigingsheffing

De zuiveringsheffing dekt de kosten van het zuiveren van rioolwater. De verontreinigingsheffing wordt in rekening gebracht als afvalwater rechtstreeks in oppervlaktewater wordt geloosd. Op basis van de huidige wetgeving moeten waterschappen mens- en milieubelastende stoffen gebruiken bij de laboratoriumanalyses voor het vaststellen van de vervuilingswaarde van het afvalwater van bedrijven. Dat willen de waterschappen niet meer. Daarom komen zij met een alternatief voor deze methode dat geen gebruik maakt van mens- en milieubelastende stoffen.

Vervolg

In de brief aan de minister komt ook naar voren dat de waterschappen en de stakeholders die betrokken zijn geweest bij de ontwikkeling van de voorstellen nog meer wensen hebben.

Rogier van der Sande: “Met het voorstel dat de waterschappen nu doen wordt een eerste, noodzakelijke stap gezet. Maar er is meer nodig. De snelle veranderingen die zich in het takenpakket en de omgeving van de waterschappen voordoen vragen om een flexibeler belastingstelsel. In het licht van de opgaven waarvoor het waterbeheer momenteel staat is het daarnaast nodig om breder te kijken dan alleen het belastingstelsel van de waterschappen. Wij vragen de minister om samen met ons een traject vorm te geven waarin we gezamenlijk de volgende stappen kunnen zetten in het nog toekomstbestendiger maken van de bekostiging van het Nederlandse waterbeheer.”

Bekijk hier de brief aan de minister en de toelichting op het voorstel.