Dijken

Een groot deel van ons land ligt onder de zeespiegel. Dijken en andere waterkeringen beschermen Nederland tegen overstromingen. Waterschappen zorgen voor de bouw en het onderhoud van een groot deel van de dijken.
Standpunt:

Waterveiligheid moet prioriteit hebben.

Om dijken aan de wettelijke norm te laten voldoen, zijn voldoende middelen in het Deltafonds noodzakelijk.

Omdat het waterveiligheid betreft, mogen de versterkingsprojecten niet vertragen door de stikstofproblematiek.

Ook is het noodzakelijk om bij locatiekeuzes en inrichting van gebieden water als ordenend principe te houden, om op die manier nu en in de toekomst het land te kunnen beschermen tegen overstromingen.

25% van Nederland ligt onder zeeniveau. Meer dan de helft van ons land zou regelmatig overstromen als er geen dijken zouden zijn. Door klimaatverandering, bodemdaling en de zeespiegelstijging neemt de kans op overstromingen toe.

17.000 km waterkeringen

Er zijn verschillende soorten dijken, zoals zeedijken en dijken bij rivieren. Dijken worden ook wel waterkeringen genoemd. Ook duinen, dammen, kades, sluizen en de Deltawerken zijn waterkeringen. In totaal ligt er zo’n 17.000 km aan primaire, regionale en overige waterkeringen in Nederland.

Wat zijn primaire en regionale waterkeringen?

De primaire waterkeringen bieden bescherming tegen overstromingen bij hoogwater vanuit de Noordzee, de Waddenzee, de grote rivieren Rijn, Maas en Westerschelde, de Oosterschelde, het IJsselmeer, het Volkerak-Zoommeer, het Grevelingenmeer, het getijdedeel van de Hollandsche IJssel en de Veluwerandmeren. Regionale waterkeringen zijn de waterkeringen langs de kleinere wateren. Bijvoorbeeld een dijk langs een regionale rivier of een kade langs een kanaal of gracht.

Wie beheert wat?

De waterschappen beheren en onderhouden bijna alle primaire waterkeringen in Nederland, zo’n 3.600 km. Rijkswaterstaat verzorgt ongeveer 3%. De waterschappen beheren daarnaast ook zo’n 14.000 km regionale keringen.

Dijken aanleggen, versterken en verhogen

Al die primaire en regionale waterkeringen moeten veilig zijn en veilig blijven. Daarom moeten ze aan bepaalde normen voldoen. De normen voor primaire keringen zijn wettelijk vastgelegd in bijlage II van de Waterwet.

De waterschappen controleren iedere 12 jaar of hun waterkeringen aan de veiligheidseisen voldoen. Ze moeten daarover ook verslag uitbrengen aan de minister. Een soort APK-keuring voor de dijk. Er wordt bepaald wat de toestand van de kering is en wat er moet gebeuren om te voldoen aan de normen. Soms moeten we nieuwe dijken aanleggen of zorgen voor versterking, verzwaring of verhoging van bestaande dijken. Zo voorkomen we dat de dijken breken en Nederland overstroomt.

Ook anticiperen we met behulp van de klimaatscenario’s van het KNMI op de verwachte zeespiegelstijging en andere klimaatveranderingen. Zodat we goed voorbereid zijn op de toekomst.

Zorgplicht

De zorg voor het onderhoud en controle van de dijken is ook wettelijk vastgelegd. De waterschappen hebben namelijk zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat de beheerder volgens de wet de taak heeft om de primaire keringen aan de veiligheidseisen te laten voldoen. Ook zorgt de beheerder voor het noodzakelijke preventieve beheer en onderhoud.

Watersnoodramp 1953

De zorg voor de dijken was niet altijd zo goed georganiseerd. De professionalisering van het Nederlandse waterbeheer heeft alles te maken met de watersnoodramp van 1953. In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 veroorzaakte een zware stormvloed in combinatie met springtij een watersnoodramp, die 1.836 levens kostte. Door de overstromingen kwamen grote delen van Zuid-Holland, Zeeland en Noord-Brabant onder water te staan.

Sinds die watersnoodramp kwam de verbetering van het Nederlands waterbeheer in een stroomversnelling. De Deltawerken en het daaropvolgende Deltaprogramma zijn daar voorbeelden van. Ook de organisatie van de waterschappen veranderde sterk na de ramp. In 1953 waren er landelijk 2.650 waterschappen. Tegenwoordig zijn dat er 21. Ook zijn er strengere normen voor dijken ingesteld, waarbij ook gekeken wordt naar klimaatverandering en zeespiegelstijging. Hierdoor zijn er geen primaire waterkeringen doorgebroken sindsdien.

Hoogwaterbeschermingsprogramma

In het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) werken de waterschappen en Rijkswaterstaat samen aan de grootste dijkversterkingsoperatie sinds de Deltawerken. Minimaal 1.300 km dijken en 500 sluizen en gemalen worden van 2014 tot 2050 versterkt.

Groene dijk

Behalve het bouwen en onderhouden van de dijken, doen waterschappen tegenwoordig nog meer met de dijken in Nederland. Door meer groen en bloemen op de dijken te laten groeien. Want dijken kunnen ook ruimte bieden voor biodiversiteit. Bovendien: hoe meer plantensoorten er op een dijk groeien, des te steviger is de dijk. Een bloemrijke dijk is dus ook een veilige dijk.

Wat doet de Unie van Waterschappen?

De Unie vertegenwoordigt de waterschappen in overleggen met het Rijk over uitvoerbaar beleid. Bijvoorbeeld over de kaders van de wettelijke beoordelingen van primaire keringen. De Unie faciliteert afspraken tussen waterschappen zoals het Kader Zorgplicht en de omgang met regionale keringen. Ook vertegenwoordigt de Unie de waterschappen voor het HWBP.


Medewerkers bij dit thema

> Sanne van den Heuvel

Beleidsadviseur WBI / HWBP

> Aart Los

Beleidsadviseur Waterveiligheid en Crisisbeheersing