Energietransitie

De energietransitie gaat over de omschakeling van fossiele brandstoffen, zoals olie, aardgas en steenkolen, naar duurzame brandstoffen, zoals zonne-energie, windenergie en energie uit water. Dat is nodig omdat bij het verbranden van fossiele brandstoffen broeikasgassen vrij komen, die voor klimaatverandering zorgen. Daarnaast raken de fossiele brandstoffen uiteindelijk op.
Standpunt:

De waterschappen willen in 2025 100 procent energieneutraal zijn.

De waterschappen werken ook aan een ambitie voor klimaatneutraliteit.

Vooral door het produceren van biogas en groen gas en het opwekken van zon- en windenergie is energieneutraliteit haalbaar. Voorwaarde daarvoor is een blijvende Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE) voor energieprojecten en voldoende netcapaciteit.

De waterschappen zetten vol in op de energietransitie. Ze wekken zelf duurzame energie op en stellen hun terreinen steeds vaker ter beschikking om ook anderen te laten profiteren van deze energiekansen. De duurzame energiebronnen hebben geen broeikasgassen-uitstoot, in tegenstelling tot fossiele brandstoffen. En ze leveren geen bijdrage aan de klimaatverandering. De waterschappen waren in 2020 al voor 43,2 procent zelfvoorzienend door eigen duurzame energieproductie.

Klimaatakkoord

In het klimaatakkoord staan afspraken om de uitstoot van schadelijke broeikasgassen voor 2050 met 95 tot 100 procent te verminderen ten opzichte van 1990. Als tussenstap moeten de broeikasgassen in 2030 verminderd zijn met 49 procent. In de kabinetscoalitie is voorgesteld om dat doel aan te scherpen naar 55 procent. In het Klimaatakkoord is afgesproken om ernaar te streven dat in 2030 het aandeel hernieuwbare elektriciteit in de totale elektriciteitsproductie 70 procent is.

Groene energie

Doelstelling van de energietransitie is om in 2050 in Nederland een bijna duurzame energievoorziening te hebben die voor vrijwel 100 procent bestaat uit groene energie.

Regionale Energiestrategie

In het Klimaatakkoord staat de nationale afspraak om in 2030 tot 35TWh duurzaam opgewekte energie te komen. Deze afspraak wordt in Regionale Energie Strategieën (RES) in de praktijk gebracht. De RES is een document waarin de regio’s voor 2030 en 2050 opgaven uitwerken voor duurzame elektriciteitsopwekking, energiebesparing en warmte. In een RES werken gemeentes, provincies en waterschappen samen met stakeholders zoals de netbeheerders en de omgeving aan de energietransitie. De waterschappen zetten in de RES in op windmolens en zonnevelden, maar ook op het opwekken van biogas en aquathermie.

Wat doet de Unie?

De Unie haalt collectieve belemmeringen (juridisch, technisch, financieel en sociaal) op en agendeert die bij partijen die ze kunnen oplossen. Zo kunnen waterschappen zonder belemmeringen inzetten op duurzaamheid. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het maken van handreikingen. Daarnaast laten we zien dat waterschappen een duurzame en innovatieve overheid zijn. Ook faciliteren we dat waterschappen elkaar vinden.


Medewerkers bij dit thema

> Rafaël Lazaroms

Beleidsadviseur klimaat en duurzaamheid

> Ina Elema

Beleidsadviseur energie

> Anke van Houten

Beleidsadviseur water, energie en ruimte