Hoogwater

De waterschappen spreken van hoogwater in Nederland wanneer de waterstanden in rivieren en kleinere wateren meerdere dagen achter elkaar hoger zijn dan gebruikelijk. De waterschappen werken er continu aan om overstromingen te voorkomen.

Tussen oktober en mei komen storm en hoogwaterstanden het meest voor, dit noemen we het stormseizoen. De waterschappen houden gedurende het hele jaar de dijken en kades goed in de gaten, om overstromingen te voorkomen. De waterschappen hebben sinds de overstromingen in de jaren 90 hun waterkeringen versterkt en meer ruimte gegeven aan rivieren. Ook de komende jaren wordt gewerkt om ruimte te geven aan water.

Hoogwater in Limburg 2021

In de zomer is hoogwater uitzonderlijk, maar met het veranderende klimaat komen extremen zoals in juli 2021 in Limburg waarschijnlijk steeds vaker voor. Er viel toen in een aantal dagen meer regen dan normaal gemiddeld in 2 maanden, en daarnaast was de rivierstand in de Maas historisch hoog door diezelfde regenval over de grens.

Ondanks de grote hoeveelheid water hebben alle primaire waterkeringen langs de Maas het gehouden. Dit is onder meer te danken aan de uitvoering van de Maaswerken. Ook veel van de noodmaatregelen bleken effectief. De plekken langs de dijken die tijdens het hoogwater kritiek waren, stonden al bij het waterschap op het netvlies en zijn al aangemeld voor versterking. Dit betekent een bevestiging van de activiteiten van het waterschap (Zorgplicht en beoordeling van primaire kering) en het betekent dat de keringen versterkt worden in het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP).

Maatregelen na watersnoodramp 1953

De zorg voor de dijken was niet altijd zo goed georganiseerd. De professionalisering van het Nederlandse waterbeheer heeft alles te maken met de watersnoodramp van 1953. In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 veroorzaakte een zware stormvloed in combinatie met springtij een watersnoodramp, die 1.836 levens kostte. Door de overstromingen kwamen grote delen van Zuid-Holland, Zeeland en Noord-Brabant onder water te staan.

Sinds die watersnoodramp kwam de verbetering van het Nederlands waterbeheer in een stroomversnelling. De Deltawerken en het daaropvolgende Deltaprogramma zijn daar voorbeelden van. Ook de organisatie van de waterschappen veranderde sterk na de ramp. In 1953 waren er landelijk 2.650 waterschappen. Tegenwoordig zijn dat er 21. Ook zijn er strengere normen voor dijken ingesteld, waarbij ook gekeken wordt naar klimaatverandering en zeespiegelstijging. Hierdoor komt het nauwelijks nog voor dat er primaire keringen doorbreken.

Hoogwater van 1993 en 1995

Ook in de jaren 90 waren er 2 extreme hoogwaters op de Nederlandse rivieren die grote impact hadden op het waterbeheer. In december 1993 en februari 1995 waren de waterstanden op de Maas, Rijn, Waal en de IJssel gevaarlijk hoog. Dit resulteerde in overstromingen in Limburg langs de Maas en tot grootschalige evacuaties.

Maatregelen na overstromingen jaren 90

Na de overstromingen van 1993 en 1995 namen de waterschappen en Rijkswaterstaat een aantal grote maatregelen. Zoals het programma Ruimte voor de Rivier en het programma Maaswerken. Er werden hoogwatergeulen gegraven, dijken verlegd, uiterwaarden uitgegraven en waterbergingsgebieden aangelegd. Daarnaast versterken we tot 2050 honderden kilometers aan dijken binnen het HWBP.

Hoe groot is het risico op overstroming?

Meer dan de helft van Nederland is overstroombaar, en bij extreem weer zoals in Limburg in 2021, is een overstroming een realistische dreiging. Wat kunnen inwoners doen om zich voor te bereiden op een overstroming? Alle informatie en tips over evacueren of een tijdje op zolder bivakkeren, zijn te vinden op de website Overstroomik.nl.

Wat doet de Unie van Waterschappen?

De Unie van Waterschappen neemt verschillende taken op zich op het gebied van hoogwater, zoals:

  • De landelijke coördinatie tussen waterschappen en het Watermanagementcentrum Nederland (WMCN);
  • In alliantie participeren aan het HWBP;
  • Meewerken aan beleidsontwikkelingen bij het relevante ministerie. Bijvoorbeeld door mee te praten aan de beleidstafel Wateroverlast en Hoogwater;
  • Ontwikkeling van BOI (instrumentarium voor beoordelen en beoordelen van primaire waterkeringen), waarin ook nieuwe klimaatscenario’s vertaald worden naar waterstanden voor beoordelen en ontwerpen van primaire keringen;
  • Coördineren van landelijke doelen voor beheerders, bijvoorbeeld op het gebied van de Zorgplicht voor waterveiligheid.
Deel dit via:
FacebookTwitterLinkedIn

Medewerkers bij dit thema

> Sanne van den Heuvel

Beleidsadviseur WBI / HWBP

> Judith van den Bos

Beleidsadviseur waterveiligheid

> Douwe Yska

Beleidsadviseur waterbeleid

> Aart Los

Beleidsadviseur Waterveiligheid en Crisisbeheersing