Unie van Waterschappen ziet RO-brief als goed vertrekpunt

25 mei 2022

In de ruimtelijke ordeningsbrief die op 17 mei door de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening, Hugo de Jonge, naar de Tweede Kamer is gestuurd, worden de contouren geschetst van een nieuw nationaal ruimtelijk beleid. De Unie van Waterschappen ziet de brief als een goede start voor de verdere uitwerking van de grote ruimtelijke opgaven en is blij dat water en bodem hierin goed zijn verankerd.

Uit de brief van 45 pagina’s wordt duidelijk gemaakt dat Nederland aan de vooravond staat van een grote verbouwing. Die grote verbouwing wordt in de brief uitgewerkt aan de hand van 3 ‘perspectieven’: landbouw en natuur, energie en circulaire economie en leefbare steden en regio’s. In deze perspectieven worden water en bodem als leidend principe gehanteerd. De Unie van Waterschappen is blij dat dit principe doorklinkt in de aanpak van het ministerie.

Water en bodem leidend

Hugo de Jonge, minister voor VRO: “In de herwaardering van het nationaal ruimtelijk beleid zullen water en bodem weer meer sturend zijn voor alle ruimtelijke plannen. Dat is in lange tijd niet zo geweest. Vanuit een eeuwenoud geloof in de maakbaarheid van het land, en geholpen door de voordelen van technologie, zijn het landschap en de ondergrond volledig naar de hand gezet. Dit heeft veel gebracht maar de kwalijke gevolgen hiervan zijn niet langer te ontkennen: wateroverlast, bodemdaling, verdroging, bodem- en waterverontreiniging, hittestress en biodiversiteitsverlies, die nog eens versterkt worden door de klimaatverandering.”

De grenzen van het watersysteem zijn op veel plekken bereikt. Daarvoor is het belangrijk dat water een sturende factor is in de ruimtelijke inrichting van Nederland. Niet alles kan meer overal. De Unie van Waterschappen vindt het belangrijk dat het Rijk op nationaal niveau keuzes maakt en stevige handvatten aanbiedt voor lokale keuzes. Die handvatten voor ‘water en bodem sturend’ moeten concreet worden gemaakt, zodat ze bij de uitwerking van de woningbouwlocaties en in de vervolgstappen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) kunnen worden gebruikt.

Check op klimaatbestendigheid

In de brief wordt een versnelling aangekondigd voor de woningbouw. In 2030 moeten er 900.000 nieuwe woningen zijn gerealiseerd. Voor deze projecten wordt in oktober van dit jaar een ‘realitycheck’ gepresenteerd, waarin getoetst wordt of de nieuwbouwprojecten aan de eisen van volume, tempo, kwaliteit én klimaatbestendigheid voldoen.

NPLG en NOVEX

Voor het landelijk gebied wordt een pakket van doelen en maatregelen per provincie opgesteld. Dit wordt verder uitgewerkt in het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). De plannen voor het landelijk gebied worden ook in oktober verwacht. In 16 gebieden stapelen de opgaven zich dusdanig op, dat er sprake is van een ingrijpende herinrichting. Deze gebieden worden als NOVEX-gebieden aangeduid en het Rijk wil daar actief meewerken aan het realiseren van de doelen.

> Lees de brief van Hugo de Jonge hier