Eerste stap richting nieuwe meetmethode microplastics uit kleding

16 september 2021

Bij het maken, dragen, wassen en drogen van synthetische kleding komen microplastics vrij, alleen hoeveel en hoe is nog onduidelijk. De ontwikkeling van een nieuwe meetmethode is een grote stap op weg naar minder milieuvervuiling en mogelijke gezondheidseffecten door microplastics uit kleding. Op 14 september presenteerde TNO een adviesrapport.

Het adviesrapport gaat over de ontwikkeling van een nieuwe methode om te meten waar en wanneer microplastics uit kleding vrijkomen. TNO schreef dit advies in de vorm van een voorstel voor een vervolgonderzoeksprogramma. Dit deden ze in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het stakeholdernetwerk ‘Iedereen draagt bij’, waar de Unie van Waterschappen deel van uitmaakt. Dit netwerk werkt samen aan het verminderen van het vrijkomen van microplastics uit kleding.

Watermonsters vergelijken

Het TNO rapport is een eerste stap in de ontwikkeling van de nieuwe meetmethode. Het voorstel is om de meetmethode te testen in verschillende situaties (het maken en wassen van kleding en het zuiveren van rioolwater) door watermonsters te vergelijken. Hiermee kan in de toekomst onderzocht worden hoeveel plastic er wanneer vrijkomt in water. Door deze methode wordt in beeld gebracht welke maatregelen de grootste impact hebben op het verminderen van microplastics uit kleding.

Minder microplastics voor beter water

De waterschappen worden zowel in hun rol als waterkwaliteitsbeheerder en als zuiveringsbeheerder geconfronteerd met plastic zwerfvuil en microplastics in oppervlaktewater en rioolwater. Voor een groot deel worden microplastics door rioolwaterzuiveringen eruit gehaald, maar niet alles. Het verminderen van microplastics uit synthetische kleding zorgt ervoor dat nog minder microplastics op de rioolwaterzuivering of in het milieu terechtkomen.

Microplastics vind je niet alleen in kleding. Waar kun je microplastics nog meer vinden? Bekijk de infographic

Deel dit via:
FacebookTwitterLinkedIn