Derogatie verdwijnt, wel tijdelijke transitievergoeding

7 september 2022

Vanaf 2026 mogen Nederlandse boeren niet meer dan 170 kg stikstof dierlijke mest per hectare uitrijden. Dat staat in de conceptderogatiebeschikking die de Europese Commissie heeft gedeeld met de lidstaten. Tot nu toe geldt de zogenoemde derogatie en mogen agrariërs meer stikstof uit dierlijke mest gebruiken dan volgens de Nitraatrichtlijn is toegestaan.

De Europese regel is dat een agrariër op landbouwgrond volgens de Nitraatrichtlijn 170 kilogram stikstof uit dierlijke mest per hectare per jaar mag gebruiken. Met een derogatievergunning is dat, afhankelijk van het gebied, 230 of 250 kilogram per hectare. 2022 is het laatste jaar dat Nederlandse boeren nog derogatie kunnen aanvragen. De jaren daarna volgt een stapsgewijs afbouwpad tot en met 2025.

130 miljoen euro

Het kabinet stelt 130 miljoen euro beschikbaar voor melkveehouders die gebruik willen blijven maken van derogatie. Deze regeling is bedoeld om de sector tegemoet te komen in de hogere kosten voor mestafvoer en mestverwerking. Melkveehouders kunnen vanaf januari 2023 een financiële tegemoetkoming aanvragen.

Milieutoestand

Derogatieverlening voor Nederlandse agrariërs is volgens de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) nooit vanzelfsprekend geweest. Zo was de Europese Commissie (EC) bij de verlening van derogatie voor de jaren 2020 en 2021 al terughoudend. Bij het verlenen van de uitzondering houdt de EC rekening met eisen aan de milieutoestand. In het bijzonder met de kwaliteit van grondwater en oppervlaktewater. Nederland voldoet niet aan alle eisen. De EC kijkt hierbij ook naar de mogelijke oorzaken van de milieudruk.

Ook andere maatregelen

Naast het afbouwpad voor de omvang van derogatie volgen er ook nog andere maatregelen uit de conceptbeschikking. Ook die hebben gevolgen voor de agrarische sector. Zo moet Nederland de komende tijd zogenoemde ‘verontreinigde gebieden’ aanwijzen, waar de derogatie sneller zal worden afgebouwd. Ook worden de mestproductieplafonds bijgesteld en komt er voor de melkveehouderij een verplicht minimaal percentage permanent grasland per bedrijf. Het ministerie van LNV werkt de aanvullende voorwaarden de komende periode verder uit, zo mogelijk met de sector.

Tijdelijke transitievergoeding

De minister wil met een tijdelijke transitievergoeding bedrijven stimuleren een derogatievergunning te blijven aanvragen om de omzetting van grasland naar bouwland te voorkomen. Aan de derogatie is namelijk de voorwaarde verbonden dat 80 procent van de oppervlakte van het bedrijf uit grasland moet bestaan.

Behoud van grasland

Het behoud van het grasland is belangrijk. Als grasland wordt omgezet naar bouwland voor de teelt van bijvoorbeeld akkerbouwgewassen, vollegrondsgroenten en bloembollen zorgt dit voor een verslechtering van de waterkwaliteit. Deze teelten zijn intensiever, gaan minder efficiënt met meststoffen om en gebruiken meer gewasbeschermingsmiddelen. Resultaat: er komen meer meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater terecht. Ook hebben deze teelten meer water nodig dan grasland. Dat leidt weer tot een toename van de watervraag.

Geen waterkwaliteitsverbetering

Ook is het afbouwen en verdwijnen van derogatiemogelijkheden geen garantie voor waterkwaliteitsverbetering. De lagere hoeveelheid aan dierlijke mest die mag worden toegepast op landbouwgrond mag tot nu toe namelijk worden gecompenseerd door het gebruik van kunstmest.

> Lees meer op de website van de Rijksoverheid