Dit vindt de Unie van het beleidsprogramma Infrastructuur en Waterstaat

27 mei 2022

Op 17 mei heeft minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat het beleidsprogramma van zijn ministerie naar de Tweede Kamer gestuurd. De Unie van Waterschappen is positief over hoe de thema’s rond water en ruimtelijke ordening zijn geborgd in het programma. Wel mist de Unie een ambitieus beleid rond waterkwaliteit.

De eerste prioriteit van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) ligt bij de instandhouding van de infrastructuur en de vergunningverlening en handhaving. Ook de waterschappen zien dit als een belangrijk aandachtspunt. De Unie van Waterschappen maakt zich zorgen dat de versterking in dit huidige tempo te langzaam gaat en er daardoor incidenten blijven optreden.

Deltafonds wordt aangevuld

De minister geeft verder aan dat het Deltafonds vanaf 2026 structureel met 250 miljoen euro wordt aangevuld om achterstanden weg te werken en het Deltaprogramma te versnellen. Vergunningverlening, toezicht en handhaving worden versterkt door aanpassingen in opleidingen, kennis, data en monitoring. Hiervoor wordt 18 miljoen euro gereserveerd.

Water en bodem leidend

In het onderdeel over Water en Bodem staat hoe er invulling wordt gegeven aan de ambitie van het kabinet om water en bodem meer leidend te laten zijn voor de ruimte. Dit wordt voor oktober uitgewerkt voor de zandgronden, veenweidegebieden, diepe polders, ruimte voor het watersysteem en stedelijk gebied. Dit gebeurt tegelijk met de aanpak van grote opgaven zoals woningbouw en het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Het is belangrijk dat er concrete handvatten komen voor hoe water en bodem leidend kunnen zijn ruimtelijke plannen. Er moet volgens de Unie nog een slag worden geslagen in die concretisering.

Klimaatadaptatie ontbreekt

De Unie van Waterschappen mist klimaatadaptatie. Er wordt wel aangegeven dat er voor het hoofdwatersysteem meer ruimte wordt gereserveerd voor water. Maar aandacht voor de regionale watersystemen en benodigde maatregelen om wateroverlast te beperken ontbreekt. Ook vindt de Unie het opvallend dat er niets over een dwingender karakter van de watertoets terugkomt in het beleidsprogramma.

Zorg over aanpak waterkwaliteit

Ook bestaande ambities en hoe die moeten worden waargemaakt hebben een plek gekregen in het beleidsprogramma. In 2027 moeten de Europese waterkwaliteitsdoelstellingen (Kaderrichtlijn Water) worden gerealiseerd. Het beleidsprogramma beschrijft de al in gang gezette aanpak. Hiervoor wordt naast bestaande beleidssporen ingezet op de regionale aanpak van het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Dat zijn gebiedsplannen die onder regie van de provincies in juni 2023 klaar moeten zijn. De Unie van Waterschappen vindt het zorgelijk dat de waterkwaliteitsaanpak in dit programma beperkt blijft tot de beekdalen, terwijl het vraagstuk breder is. In 2024 wordt de voortgang van de waterkwaliteitsaanpak breed geëvalueerd. Veel zal afhangen van de resultaten die dit oplevert.

Kader voor herbruikbare stoffen

Het beleidsprogramma IenW gaat terecht in op circulariteit. Hergebruik van grondstoffen, zoals effluent en fosfaat, worden steeds belangrijker. Maar dat is alleen haalbaar als er een duidelijke strategie geformuleerd wordt. Er zijn keuzes nodig op het gebied van stoffenbeleid. In de huidige praktijk is hergebruik lastig. Dat komt doordat er geen werkbaar afwegingskader is voor de kwaliteit van herwinbare stoffen en het voorkómen van verontreinigingen in de gebruiksfase. De Unie van Waterschappen ziet graag dat daar een goed kader voor komt.

> Beleidsprogramma Infrastructuur en Waterstaat