Minister moet aan de slag met aangenomen moties over water

28 juni 2022

Op 28 juni stemde de Tweede Kamer over de moties naar aanleiding van het Commissiedebat water van 7 juni. Op het gebied van waterkwaliteit en woningbouw werden verschillende moties aangenomen.

Waterkwaliteit

Partij voor de Dieren wil er met een motie voor zorgen dat de regering zich maximaal inspant om de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) in 2027 te halen. Fractielid Eva van Esch wil dat de minister op korte termijn actieplannen opstelt om de uitspoeling van meststoffen te verminderen, het gebruik van landbouwgif te beperken en de lozingsvergunningen van de industrie aan te scherpen.

Uniforme meetmethode

VVD en SGP pleiten voor een uniforme meetmethode binnen de Kaderrichtlijn Water. Zij stellen dat er in Europa verschillende meetcriteria gehanteerd worden bij het meten van de waterkwaliteit. Door de systematiek ontstaat er volgens de indieners een vertekend beeld over onze waterkwaliteit in verhouding tot andere Europese wateren.

De Unie vindt het belangrijk dat alle betrokken partijen zich inzetten om de KRW-doelen te halen. De meetsystematiek voor de waterkwaliteit van grondwater verschilt inderdaad: er wordt in de lidstaten op verschillende dieptes gemeten vanwege de verschillen in ondergrond tussen landen. Ook meten we in Nederland wat meer stoffen dan in sommige andere landen.

Nationaal Programma Landelijk Gebied

De gebiedsprogramma’s in het Nationaal Programma Landelijk Gebied moeten ook beoordeeld worden op waterbeschikbaarheid. Dat is de uitkomst van een aangenomen motie van D66. De programma’s moeten herzien worden als ze de achteruitgang in diverse watertypes niet voorkomen. De Unie steunt dit.

Grondwater

Laura Bromet van GroenLinks wilde met een motie bereiken dat er een prioritering wordt uitgewerkt voor het gebruik van grondwater. Ze wil daarmee voorkomen dat door onttrekkingen van grondwater voor commerciële doelen schade aan de natuur wordt aangebracht. Deze motie werd verworpen.

Woningbouw

Er werden 2 moties van de ChristenUnie over woningbouw aangenomen. De ene motie zorgt ervoor dat voor potentiële woningbouwlocaties risicoprofielen worden gemaakt waarin hevige regenval, wateroverlast en dijkdoorbraken worden meegenomen.

De andere motie gaat over het bouwrijp maken van woningbouwlocaties in zettingsgevoelige gebieden. Dat zijn gebieden met slappe gronden waarin (niet goed gefundeerde) constructies kunnen wegzakken. ChristenUnie-Kamerlid Pieter Grinwis vraagt of er beter rekening kan worden gehouden met de kosten van het bouwrijp maken van dit soort locaties.

De Unie vindt deze moties een steun voor het pleidooi dat water en bodem sturend moeten zijn in de ruimtelijke ordening.

Een motie van GroenLinks die een stop wil op woningbouwlocaties in diepe polders met slappe bodems, uiterwaarden of buitendijkse gebieden, kreeg geen Kamermeerderheid.