Vennootschapsbelasting

De waterschappen betalen vennootschapsbelasting als zij ondernemingsactiviteiten verrichten waarbij zij winst maken. Maar deze belasting belemmert de waterschappen bij het nakomen van hun afspraken op het gebied van duurzaamheid en innovatie.

De plicht om vennootschapsbelasting te betalen (vpb-plicht) geldt sinds 1 januari 2016 ook voor overheidsondernemingen. Dat betekent dat waterschappen ook vennootschapsbelasting moeten betalen over de winst van bepaalde activiteiten. Bijvoorbeeld bij de productie en verkoop van biogas, elektriciteit en grondstoffen of bij detacheringen en aannemerswerk.

Gelijk speelveld

Het doel van de verruiming van de belastingplicht was om een gelijk speelveld te creëren voor private- en overheidsondernemingen. Voor typische marktactiviteiten valt hier veel voor te zeggen. De verruiming van de belastingplicht kan echter ook een belemmering vormen om de eigen waterschapstaken zo doelmatig, efficiënt en duurzaam mogelijk uit te voeren.

Belemmeringen wegnemen

De waterschappen hebben met het Rijk afspraken gemaakt op het gebied van duurzaamheid, innovatie en vergroening, bijvoorbeeld in het Klimaatakkoord. De vennootschapsbelasting zorgt ervoor dat het behalen van deze doelstellingen wordt belemmerd. De vennootschapsbelasting verandert namelijk de businesscase (terugverdientijd), waardoor sommige ontwikkelingen niet doorgaan. Ook levert de vennootschapsbelasting extra administratieve lasten en risico’s op.

De Unie van Waterschappen wil deze belemmeringen zoveel mogelijk voorkomen. Ook zet de Unie zich in om de administratieve lasten van de vpb-plicht te beperken.


Medewerkers bij dit thema

> Wijnand Dekking

Beleidsadviseur financiën

> Egbert Monsma

Beleidsadviseur fiscale zaken