Wetsvoorstel geborgde zetels volgende fase in

22 februari 2022

Het initiatiefwetvoorstel van GroenLinks en D66 over de geborgde zetels van de waterschappen is een volgende fase ingegaan. De Kamerleden Laura Bromet en Tjeerd de Groot hebben met de nota naar aanleiding van het verslag antwoord gegeven op de vele vragen van de Tweede Kamer over het wetsvoorstel.

In 36 pagina’s gaan de Kamerleden in op vragen over o.a. de gevolgen van de wet voor de kwaliteit van het waterschapsbestuur en waterbeheer en de achtergrond en motivatie van dit voorstel.

Waarom het aantal niet verminderen?

Het CDA wil bijvoorbeeld weten waarom de initiatiefnemers het advies van de Adviescommissie Water uit 2015 om de geborgde zetels te verminderen tot zes zetels niet hebben overgenomen. Ook de SGP vraagt waarom de initiatiefnemers niet overwogen hebben om het aantal geborgde zetels te beperken in plaats van af te schaffen. De initiatiefnemers geven aan dat zij het advies van de Commissie Boelhouwer hebben gevolgd, die adviseert om de geborgde zetels helemaal af te schaffen. Uit de quick scan van de commissie Boelhouwer en het Centrum voor Onderzoek van de Economie van Lagere Overheden blijkt dat op dit moment sprake is van een oververtegenwoordiging van bepaalde belangen.

Afweging van belangen

Ook wil het CDA weten hoe de afweging van belangen wordt als deze niet meer in de waterschapsbesturen vertegenwoordigd mogen zijn. De initiatiefnemers antwoorden hierop dat het afschaffen van de geborgde zetels niet betekent dat de belangen die deze zetels vertegenwoordigden niet meer in de waterschapsbesturen vertegenwoordigd ‘mogen’ zijn: de vertegenwoordigers van deze belangen staat het immers vrij om via partijen aan de waterschapsverkiezingen mee te doen.

Verlies van expertise

De VVD maakt zich zorgen om het verlies van expertise als de geborgden verdwijnen. De initiatiefnemers hebben geen bewijs gezien dat gekozen volksvertegenwoordigers niet de benodigde kennis zouden hebben om eenzelfde kwaliteit te leveren als de vertegenwoordigers van de geborgde zetels. Daarnaast is de ambtelijke organisatie van de waterschappen verregaand geprofessionaliseerd.

Onnodige bureaucratie

De Partij voor de Dieren-fractie stelt in het verslag dat geborgde zetels leiden tot een onnodig grote overheid en onnodige bureaucratie. Zo worden nu, voordat besluitvorming plaatsvindt in het waterschap, de belangen van bijvoorbeeld agrariërs en andere bedrijfsbelangen al ruimhartig en veelvuldig gehoord stelt de partij. Bromet en De Groot vinden het voor een belangenorganisatie hun goed recht om de belangen zo vaak als zij wensen in een besluitvormingsprocedure in te brengen. Dit moet alleen niet betekenen dat deze specifieke belangengroepen ook nog aangewezen zetels moeten krijgen.

Snel en efficiënt

De BoerBurgerBeweging stelt dat geborgde zetels garanderen dat technische kennis juist snel en efficiënt ingebracht wordt in het waterschapsbestuur. De initiatiefnemers benadrukken dat het afschaffen van de geborgde zetels niet betekent dat er geen samenwerking meer zal zijn tussen het waterschapsbestuur en bedrijven of universiteiten.

Zelfstandig voortbestaan

De waterschappen functioneren over het algemeen goed, vindt de ChristenUnie. Waarom zou je dan een eeuwenoude bestuurslaag aanpassen? De initiatiefnemers geven aan dat andere bestuursorganen ook geen geborgde zetels hebben en dat het wetsvoorstel niet bedoeld is om het zelfstandige voortbestaan aan te tasten.

Provincies

Op de vraag van de SP waarom er niet gekozen is om de waterschappen te laten besturen door provincies, geven Bromet en De Groot aan dat het geografisch niet praktisch is en de provincies al druk genoeg zijn. Ook ligt er momenteel een grote verantwoordelijkheid bij de waterschappen, zeker in verband met de klimaatcrisis. Dit kunnen de provincies er niet makkelijk naast doen. Ook kan het samenvoegen van het waterschap met de provincie ertoe leiden dat het waterbelang moet gaan concurreren met andere belangen. Dit kan weer leiden tot bezuinigingen of minder investeringen in wateropgaven van de langere termijn. Nu zijn de investeringen en opgaven gewaarborgd bij een specifieke bestuurslaag die deze belangen al lange tijd goed waarborgt. Juist omdat voldoende water en bescherming tegen het water een steeds grotere opgave wordt, is het goed om deze opgaven bij het waterschap te houden.

Klimaatverandering

De PvdA geeft in het verslag aan dat zij vinden dat belangengroepen niet thuishoren in een orgaan dat maatschappelijke keuzes maakt die iedereen aangaan. Vooral wanneer deze maatschappelijke keuzes ook steeds belangrijker worden in het licht van maatschappelijke uitdagingen als klimaatverandering.

Belang van heel Nederland

De BoerBurgerBeweging wijst erop dat het boerenbelang ook het belang is van heel Nederland. Met mislukte oogsten komt de voedselvoorziening immers in gevaar. De initiatiefnemers zien voedselzekerheid als algemeen belang dat gewogen kan worden door gekozen volksvertegenwoordigers.

Bij wet vastleggen

De fracties van D66 en GroenLinks vragen de initiatiefnemers waarom zij ervoor hebben gekozen de omvang van het bestuur van de waterschappen niet bij wet vast te leggen, zoals geadviseerd wordt door de commissie-Boelhouwer. De uitkomst kan dan elke vier jaar anders zijn op basis van de politieke kleur van het college. Bromet en De Groot geven aan dat zij er bewust voor gekozen hebben het voorliggende wetsvoorstel louter te richten op het democratiseren van de samenstelling van het algemeen bestuur.

Vervolg

Het wetsvoorstel is aangemeld om plenair te worden behandeld. Op voorstel van het CDA kunnen betrokken partijen voor 10 maart een schriftelijke reactie geven op de nota van wijziging en de nota naar aanleiding van het verslag. Het CDA werd daarin ondersteund door de VVD. Partijen zoals de PvdA, D66, PvdD en GroenLinks vonden dat dit voorstel onnodig zou vertragen. De Unie van Waterschappen reageert voor 10 maart nogmaals schriftelijk.