Doel Regionale Energiestrategieën lijkt haalbaar in 2030

9 december 2021

Het doel van de Regionale Energiestrategieën (RES) om in 2030 35 TWh hernieuwbare energie te realiseren lijkt haalbaar. Voorwaarde is wel dat er in de uitvoering voldoende kennis, middelen en mensen zijn.

Afgelopen jaar werkten 30 regio’s in Nederland hard aan hun ambities om duurzame energie op te wekken en te zoeken naar duurzame warmtebronnen als alternatief voor aardgas waarmee huizen en gebouwen verwarmd worden.

35 TWH in 2030 lijkt mogelijk

De ambities van de 30 RES’en 1.0 tellen op tot 55,1 terawattuur (TWh): 18.9 TWh bestaande projecten, 12,6 TWh pijplijn, en 23,6 TWh aanvullende ambitie. Het Planbureau voor de Leefomgeving schat in dat uiteindelijk tussen 35,4 TWh en 46,4 TWh wordt gerealiseerd, met een middenwaarde van 40,8 TWh. Er is sinds de concept-RES meer zonne-energie gepland. De hoeveelheid windenergie is nagenoeg gelijk gebleven. Het halen van het 35 TWh-doel lijkt mogelijk, maar we zijn er nog niet.

Aquathermie

De waterschappen dragen bij aan de Regionale Energiestrategieën in hun regio. Zij doen dat onder meer door het opwekken van duurzame energie in het waterbeheer. Bijvoorbeeld bij de rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s) en op hun andere terreinen. Ook stimuleren ze aquathermie, een bron van energie die in Nederland nog relatief onbekend is. In oppervlaktewater en afvalwater gaat een enorm potentieel aan thermische energie schuil. De waterschappen helpen deze te ontsluiten voor de gebouwde omgeving.

Producent van biogas

Waterschappen zijn daarnaast een van de grootste producenten van biogas. Ze overwegen om het biogas maatschappelijk in te zetten als groen gas. Ook zijn er veel mogelijkheden voor het plaatsen van zonnepanelen en windmolens voor eigen gebruik of voor lokale energiecoöperaties.

Rioolwaterzuivering als energiehub

De rwzi’s hebben de potentie om te functioneren als energiehub. Daarbij kunnen vraag en aanbod van energie met de lokale omgeving van de rioolwaterzuivering worden afgestemd en uitgewisseld. Hierdoor is lokaal een aanzienlijke ontlasting van het elektriciteitsnet mogelijk.

Schaarse netcapaciteit

De regio’s gaan een volgende fase in. Er is aandacht voor een blijvende dialoog met de samenleving over de impact van de klimaat- en energietransitie en de afwegingen die te maken zijn. Daarnaast dwingt de schaarse netcapaciteit tot het stellen van prioriteiten. En er is afstemming nodig met andere opgaven in de leefomgeving. De uitdaging is nu al te denken en te doen met het energiesysteem van de toekomst in gedachten. En om vernieuwende initiatieven die passen in die toekomst te stimuleren en te versterken.

Energietransitie: alleen samen

De regio’s gaan aan de slag met de uitwerking van de ambities van de RES 1.0. Op 1 juli 2023 laten zij in de RES 2.0 de voortgang zien. Ook in deze fase ligt het voortouw bij de regio’s: gemeentes, provincies, waterschappen en netbeheerders. En ook nu is betrokkenheid en steun van het rijk, van bedrijven, energiecoöperaties, inwoners en maatschappelijke partners nodig. Alleen samen is het mogelijk de energietransitie verder te brengen.

Voldoende middelen en mensen

Een belangrijke voorwaarde om de ambities te realiseren is dat er voldoende middelen zijn: investeringsruimte, subsidies en procesmiddelen. Dit vraagt om een heldere koers en keuzes van het nieuwe kabinet: hoeveel mag de energietransitie kosten en wie gaat het betalen? Ook zijn er voldoende mensen in de uitvoering nodig.

Wat zijn Regionale Energiestrategieën?

De decentrale overheden hebben 30 regio’s gevormd die een Regionale Energiestrategie (RES) maken. Gemeentes, provincies en waterschappen werken in de regio’s samen met inwoners, maatschappelijke partijen, energiecoöperaties, netbeheerders en het Rijk. Het werken aan de RES vloeit voort uit het Klimaatakkoord. De gehele opgave reikt tot 2030 en uiteindelijk tot 2050.

Lees ook het bericht op de website van het Nationaal Programma RES