Wetgevingsoverleg Water 22 november 2021


Gepubliceerd: 22 november 2021

> Download pdf

Op 22 november staat het wetgevingsoverleg Water gepland. De waterschappen geven u graag een aantal aandachtspunten mee over klimaatadaptatie, waterkwaliteit, waterveiligheid en overige onderwerpen.

Klimaatadaptie

De Deltacommissaris bepleit dat voor een bestendige uitvoering van de wettelijke taken van het Deltaprogramma in de komende kabinetsperiode jaarlijks €200 miljoen extra nodig is.
Dat is €800 miljoen van 2022 t/m 2025. Daarna is structureel €100 miljoen per jaar nodig vanaf 2026.

De waterschappen vinden het in het licht van de steeds duidelijker wordende klimaatopgaven onverantwoord om de uitvoering van de maatregelen uit het Deltaprogramma te vertragen. Er ligt een grote opgave om onze woonomgeving en infrastructuur klimaatadaptief te maken, zodat de gevolgen van extreem weer zoals de regenval in Limburg, beter kunnen worden opgevangen en we schade en overlast kunnen beperken. De waterschappen onderstrepen het belang van extra rijksmiddelen voor klimaatadaptatie.

Het kabinet lijkt vooral oog te hebben voor klimaatmitigatie, getuige de 7 miljard van Prinsjesdag voor terugdringing van de CO2-uitstoot en de stikstofaanpak. De Unie van Waterschappen benadrukt dat het niet voldoende is om alleen in te zetten op het beperken van de klimaatverandering, we merken de gevolgen van klimaatverandering immers al dagelijks.

De verwachting is dat klimaatverandering en toenemende weersextremen de komende jaren ingrijpende
maatregelen vergen in:
-waterbeheer (herstel waterbalans en robuuste watersystemen)
-ruimtelijke inrichting (water leidend voor ruimtegebruik en ontwikkelingen)
-watergebruik (waterbesparing en hergebruik)
-waterbewustzijn (omgaan met risico’s en schade)


De exacte schade is moeilijk te berekenen, maar volgens de klimaatschadeschatter kan de schade door
wateroverlast, hitte en droogte in bebouwd gebied in Nederland in 2050 oplopen tot 174 miljard euro.
– Vindt de minister ook dat er extra middelen nodig zijn voor het Deltafonds?
– Kan de minister garanderen dat er geen geld overgeboekt wordt ten koste van het Deltafonds? M.a.w. dat bijvoorbeeld tekorten door wegonderhoud leiden tot een tekort bij het Deltafonds?

Limburg
De overstromingen in Limburg afgelopen zomer maakt een nieuwe blik op wateroverlast en waterveiligheid noodzakelijk. Dat zal gebeuren in de Beleidstafel wateroverlast die onlangs is ingesteld. Er wordt o.a. gekeken naar de samenloop van het regionale systeem en het hoofdwatersysteem en hoe we de samenwerking met onze buurlanden kunnen intensiveren. Het is van vitaal belang dat we als overheden gezamenlijk verder werken om Nederland beter bestendig te maken tegen extreme weerssituaties.

KNMI Klimaatsignaal’21
Het Klimaatsignaal’21 van het KNMI laat de waterschappen zien dat weersextremen het nieuwe normaal
zijn en dat situaties zoals deze zomer in Limburg geen incidenten zijn. Willen we grote schade en overlast
beperken, dan is nu een versnelling en meer structurele financiering nodig in het klimaatbestendig maken
van Nederland. De Unie van Waterschappen roept het nieuwe kabinet dan ook op met plannen te komen
voor het aanpassen aan weersextremen.
Hoe beoordeelt de huidige minister het Klimaatsignaal’21 en welke acties verbindt zij hier aan?


Waterkwaliteit

Landbouw en waterkwaliteit
In landbouwgebieden is de kwaliteit van het oppervlaktewater nog onvoldoende om in 2027 de doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water te halen. Ook voldoet Nederland niet aan de voorschriften van de Europese Nitraatrichtlijn om het direct en indirect lozen van stikstofverbindingen uit de landbouw in het aquatisch milieu (het water met de daarin levende planten- en diersoorten) te verminderen om verdere verontreiniging te voorkomen.
De waterschappen zijn daar bezorgd over. De resultaten van Milieueffectrapportage en de Ex Ante Analyse Waterkwaliteit laten zien dat met het in het 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn voorgestelde maatregelenpakket de doelen uit Kaderrichtlijn Water en de Nitraatrichtlijn voor de kwaliteit van het oppervlaktewater niet worden gehaald.

Om in 2027 de doelen van de Kaderrichtlijn Water en de Nitraatrichtlijn te halen en te voorkomen dat het
waterkwaliteitsdossier een ‘tweede stikstofdossier’ wordt, is een aanvullend maatregelenpakket met verplichtende en vrijwillige maatregelen nodig. Het is daarbij van groot belang dat de rijksoverheid haar verantwoordelijkheid in blijft vullen voor het mestbeleid en de mest- en waterwetgeving. Daarnaast is het nodig om het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) verder te versterken en de resultaten te gaan monitoren. De door agrarische ondernemers genomen maatregelen vormen een belangrijke indicator om de DAW-inzet door de landbouwsector in beeld te brengen.
Wat doet de minister om in landbouwgebieden de doelen van de Kaderrichtlijn Water te halen?
– Wat doet de minister concreet om het direct en indirect lozen van stikstofverbindingen uit de landbouw in het aquatisch milieu te verminderen?

Medicijnresten en waterkwaliteit
De watersector zet voor medicijnresten zoveel mogelijk in op bronaanpak: van stoffen en stofgroepen die
een (potentieel) probleem vormen voor de waterkwaliteit wordt bekeken of de productie en/of verwerking ervan gestopt of verminderd kan worden. Dit houdt niet alleen de kosten van afvalwaterzuivering beheersbaar, maar zorgt ook dat grondstoffen uit afvalwater teruggewonnen kunnen worden.

Zo zijn röntgencontrastmiddelen slecht afbreekbaar, erg mobiel (de rioolwaterzuivering heeft er weinig
grip op) en erg schadelijk voor het milieu. Een oplossing is het gebruik van plaszakken voor patiënten in de 24 uur nadat zij een röntgenscan hebben ondergaan. Helaas is er discussie over de kosten van de plaszakken: de ministeries van VWS en IenW willen de kosten niet betalen en de ziekenhuizen ook niet.
Hoe lost de minister van IenW als systeemverantwoordelijke dit probleem op?

PFAS en waterkwaliteit
Voor indirecte lozingen op de rioolwaterzuiveringen zijn gemeenten het bevoegd gezag. Deze taak hebben ze gemandateerd aan de Omgevingsdiensten. Al sinds de herziening van de Waterwet in 2009 zien de waterschappen dat deze taak onvoldoende door de Omgevingsdiensten wordt ingevuld. Dit komt o.a. door te weinig middelen die door gemeenten beschikbaar worden gesteld.
Recent onderzoek naar PFAS op de rioolwaterzuiveringen laat zien dat er via indirecte lozingen PFAS op de zuiveringen komt. Het is niet duidelijk uit welke bronnen allemaal. Wel is helder dat er grote verschillen zijn en dat het overgrote deel niet bij normale huishoudens vandaan komt.

Om inzicht te krijgen in de grotere bronnen van PFAS en te voorkomen dat PFAS via lozingen op de zuiveringen terecht komt, is inzet nodig van de Omgevingsdiensten. Zij moeten dus voldoende middelen krijgen om hun taak goed uit te kunnen voeren. De waterschappen maken zich ernstige zorgen dat er geen zicht is op financiële middelen voor het uitvoeren van reguliere watergerelateerde taken van de Omgevingsdiensten.

Deelt de minister de zorgen van de waterschappen over onvoldoende middelen voor de reguliere
watertaken van de Omgevingsdiensten? En zo ja, wat wil zij daar aan doen?


Natte doekjes in het riool
Veel mensen gooien natte doekjes in het toilet waar deze heel veel verstoppingen veroorzaken aan pompen en roosters van rioolwaterzuiveringen.

Op 1 juli 2021 is het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik in werking getreden. Dit is de implementatie van de Single Use Plastics Richtlijn (SUP-richtlijn).

Hierin wordt de procedure voor de vaststelling van een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
voor een aantal wegwerpplastics in 2022 voltooid zodat deze in januari 2023 in werking kan treden. De
Unie van Waterschappen zou graag zien dat ook de natte doekjes in de riolering onder de werkingssfeer
van dit besluit vallen. Dan kunnen de kosten voor het opruimen en ontstoppen van pompen op de producenten verhaald worden. Natte doekjes worden veelal gemaakt van plastic vezels.
– Is de staatssecretaris bereid om natte doekjes in de riolering op te nemen als zijnde zwerfafval in
de Single Use Plastics-richtlijn?

Waterveiligheid

Waterveiligheid en ruimtelijke kwaliteit
De IenW begroting geeft aan dat er stappen zijn gezet om de waterveiligheidsopgave beter te verbinden
met de ruimtelijke kwaliteitsopgaven. Zo is er binnen het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP)
een aanpak opgesteld om waterschappen te ondersteunen bij het oppakken van deze onderwerpen bij
hun dijkversterkingen.


Voor het toekennen van subsidie wordt onderscheid gemaakt tussen ruimtelijke inpassing (wel subsidiabel) en meekoppelen van andere functies (niet subsidiabel).
– Is de minister bereid om voor ruimtelijke opgaven die niet-subsidiabel zijn financiële middelen beschikbaar te stellen of collegaministers om middelen te vragen? Bijvoorbeeld uit natuurontwikkeling (LNV) of klimaatopgaven (EZK)?

Overige onderwerpen

Aanpassing belastingstelsel waterschappen
Met een eigen belastingstelsel dekken de waterschappen nagenoeg alle kosten van hun taken: veilige dijken, niet te veel en niet te weinig water, schoon oppervlaktewater en het zuiveren van rioolwater. Medio december 2020 hebben de waterschappen voorstellen voor de aanpassing van hun belastingstelsel aan de minister van IenW aangeboden. Met deze voorstellen worden de urgente knelpunten in het stelsel opgelost en tegelijk een aantal andere verbeteringen doorgevoerd. De voorstellen zorgen er onder andere voor dat er voor alle belastingbetalers weer een gelijkmatige tariefontwikkeling ontstaat. Voor de voorstellen is breed draagvlak binnen en buiten de waterschappen.

Op één onderdeel van de voorstellen heeft één stakeholder, VNO-NCW, kritiek. Hierdoor loopt de gehele
set aan voorstellen vertraging op. De kritiek van VNO-NCW heeft betrekking op een voorstel voor de watersysteemheffing gebouwd. Deze belasting kent op dit moment één tarief voor eigenaren van woningen en eigenaren van niet-woningen. Het tarief is een percentage van de WOZ-waarde. Zoals onder andere Vereniging Eigen Huis aangeeft, zijn de WOZ-waarden van woningen de afgelopen jaren veel harder gestegen dan de WOZ-waarden van niet-woningen. Gevolg hiervan is dat de huishoudens een steeds groter deel van de rekening zijn gaan opbrengen. De waterschappen hebben daarom voorgesteld dat hun besturen de mogelijkheid krijgen om desgewenst voor woningen een ander tarief te hanteren dan voor nietwoningen, zodat het mogelijk wordt dat huishoudens en bedrijven zo snel mogelijk evenredig gaan en vervolgens blijven betalen aan het voorzieningenniveau van het waterschap.

De voorbereiding van een wetsvoorstel waarin alle voorstellen van de waterschappen zijn opgenomen
stagneert helaas omdat VNO-NCW zich heeft uitgesproken tegen het voorstel voor de aparte tarieven voor woningen en niet-woningen. VNO-NCW kan zich wel in de overige voorstellen van de waterschappen vinden.

Na verschillende overleggen hebben de waterschappen en VNO-NCW geconstateerd dat zij het over dit
ene punt niet eens kunnen worden. Beiden zijn wel van mening dat snelle voortgang van de belastingwijziging noodzakelijk is. Het is nu aan de minister om keuzes te maken ten aanzien van het vervolgtraject.