Aanbieding voorstellen aanpassing belastingstelsel



> Download pdf

Een eigen belastingstelsel: een groot goed!
De waterschappen zijn voor de bekostiging van hun taken, anders dan gemeenten en provincies, nauwelijks afhankelijk van de rijksoverheid. Het eigen belastingstelsel zorgt voor voldoende middelen voor de waterschapstaken. Hiermee is het de beste garantie voor waterveiligheid en voldoende en schoon zoet oppervlaktewater. Met deze redenen hebben de waterschappen eind 2019 gezamenlijk herbevestigd dat het belastingstelsel een groot goed is dat we met elkaar moeten koesteren.

Regie houden en onderlinge solidariteit
Tegelijkertijd is ook benadrukt dat het van groot belang is dat de waterschapssector zelf regie heeft en houdt op de vormgeving en toekomst van het eigen belastingstelsel. In veel algemene besturen hebben we gehoord dat “we vooral zelf aan de bal moeten blijven” als het gaat over zo iets wezenlijks als ons eigen belastingstelsel. Dit betekent ook dat we als waterschappen gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen voor het goed blijven functioneren van dit belastingstelsel. Het belastingstelsel van de waterschappen moet alle waterschappen in staat stellen op een verantwoorde manier de kosten van onze taken te verhalen. Voor een goed werkend belastingstelsel, waarbij de waterschappen zelf de regie hebben, is onderlinge solidariteit en het gezamenlijk oplossen van de geconstateerde knelpunten in het belastingstelsel van cruciaal belang.

Beperkte scope: focus op urgente knelpunten
De afgelopen jaren hebben de waterschappen twee keer eerder een poging gedaan om gezamenlijk te komen tot gedragen voorstellen om het belastingstelsel aan te passen. Daarin zijn we toen om verschillende redenen niet geslaagd. Om ervoor te zorgen dat de derde poging wel het gewenste resultaat heeft, hebben we er met elkaar voor gekozen om ons in dit traject te beperken tot het oplossen van de urgente knelpunten in het stelsel. In de afgelopen jaren is gebleken dat er drie urgente knelpunten in het belastingstelsel om een spoedige oplossing vragen. Het gaat om twee urgente knelpunten in de watersysteemheffing en één in de zuiveringsheffing. Het knelpunt in de zuiveringsheffing geldt voor alle waterschappen. De knelpunten in de watersysteemheffing hebben ervoor gezorgd dat enkele waterschappen niet meer met het huidige stelsel uit de voeten kunnen. Hierbij is de verwachting uitgesproken dat binnen een afzien aantal jaren voor meer waterschappen zal gaan gelden. In december 2019 hebben de gezamenlijke waterschappen afgesproken dat zij in solidariteit op zoek zouden gaan naar oplossingen voor deze urgente knelpunten.

De opdracht
Een stuurgroep bestaande uit 21 bestuurlijk vertegenwoordigers van de waterschappen heeft de opdracht
gekregen om in de Ledenvergadering van 11 december 2020 voorstellen te komen die oplossingen bieden
voor de volgende drie urgente knelpunten:
– de weeffout in de watersysteemheffing;
– het niet meer mogelijk zijn van een gelijkmatige tariefontwikkeling voor de vier betalende categorieën
in de watersysteemheffing;
– het gebruik van mens- en milieubelastende stoffen bij de analyse van afvalwater in de zuiverings- en
verontreinigingsheffing.
Daarnaast is de stuurgroep gevraagd om een aantal nader gedefinieerde voorstellen, de ‘meekoppelkansen’, verder te brengen.

Het doorlopen proces en het resultaat
Om het proces met een stuurgroep bestaande uit 21 bestuurlijk vertegenwoordigers van de waterschappen te leiden ben ik als onafhankelijk voorzitter aangesteld. Onder mijn leiding is de stuurgroep in vijf plenaire bijeenkomsten en diverse voorbereidende deelstuurgroepvergaderingen bijeen gekomen. Met de leden van de stuurgroep is een zorgvuldig proces van collectief eigenaarschap vormgegeven dat past bij een belangrijk onderwerp als de aanpassing van het belastingstelsel. Zonder uitzondering hebben de leden van de stuurgroep de besturen in hun eigen waterschappen intensief betrokken bij dit traject. Ook is gedurende dit traject veel aandacht besteed aan stakeholderbetrokkenheid: gedurende het hele traject zijn alle stakeholders steeds geïnformeerd en geconsulteerd over de voortgang van de stuurgroep. Het zorgvuldige proces dat we met elkaar hebben doorlopen heeft geresulteerd in het pakket aan voorstellen dat nu, met nagenoeg unanieme steun van de stuurgroep, wordt voorgelegd.

Het tweede spoor, naast de opdracht van de stuurgroep
Om te zorgen dat de voorstellen dit keer de eindstreep halen, is in de Ledenvergadering van december 2019 voor het traject waarvoor de stuurgroep de opdracht heeft gekregen heel bewust besloten tot een beperkte scope. De stuurgroep is gevraagd zich enkel te buigen over het oplossen van drie urgente knelpunten en het verder brengen van een aantal benoemde meekoppelkansen. Met deze voorstellen zetten we als sector een belangrijke eerste stap in het vanuit eigen regie verbeteren van het belastingstelsel. Maar daarmee zijn we er nog niet! In het traject van het afgelopen jaar heeft de stuurgroep ook heel veel opmerkingen, zorgen en reacties ontvangen over deze scope. Want naast de benoemde urgente knelpunten en meekoppelkansen zijn er nog meer onderwerpen die het verdienen om met elkaar goed naar te gaan kijken. Dit was al voorzien in de Ledenvergadering van december 2019, want toen is niet alleen de opdracht aan de stuurgroep vastgesteld, maar ook aan het Uniebestuur gevraagd om een voorstel te doen
voor een proces dat ‘permanent onderhoud’ aan het belastingstelsel mogelijk maakt. Dit vanuit de volgende behoeften:

De wens om in de toekomst, meer dan tot nu toe het geval is, permanent aanpassingen aan het belastingstelsel te kunnen uitvoeren, zodat het belastingstelsel steeds blijft aansluiten bij een veranderende
omgeving en de wensen die daaruit voortvloeien. Dit is er dus op gericht om gemakkelijker en sneller
wijzigingen te kunnen aanbrengen in het stelsel.

De onderwerpen verder te brengen die niet tot de opdracht van de stuurgroep behoren, maar waar
wel wensen/behoeften tot aanpassing zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan onderwerpen als het woonruimteforfait (1 en 3 ve) in de zuiveringsheffing, een betere toepassing van het beginsel de vervuiler
betaalt, of de wens om meer mogelijkheden te krijgen om goed gedrag te belonen. Alle onderwerpen
die de afgelopen tijd naar voren zijn gebracht, zijn op een lijst geplaatst die input zal zijn voor het door
het Uniebestuur verder in te vullen traject.
Vanwege de meer principiële aard van dit traject hebben wij in de consultatie van onze voorstellen vanuit
de algemene besturen vaak gehoord dat wat hen betreft de naam permanent onderhoudsspoor de lading niet goed dekt. Gesuggereerd is daarom om het Uniebestuur te vragen om een meer passende naam voor dit spoor te bedenken. Deze suggestie heeft de stuurgroep al overgebracht.
Het Uniebestuur heeft al een start gemaakt met het vormgeven van dit “tweede spoor”. Het bestuur doet
dit samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Dit start met een fiscaal juridisch
onderzoek naar de mogelijkheden om op een eenvoudigere manier onderhoud te kunnen plegen aan het
belastingstelsel. Dit onderzoek wordt afgerond in het voorjaar van 2021. Daarna wordt op basis van de
resultaten van het onderzoek in overleg met de waterschappen en het ministerie van IenW bekeken welke
onderwerpen wanneer, hoe en door wie het beste kunnen worden opgepakt.

Tot slot
Met het pakket aan voorstellen dat nu voorligt rondt de Stuurgroep Aanpassing Belastingstelsel zijn opdracht af. Maar dat betekent niet het einde van het traject van de waterschappen. De voorstellen zullen worden besproken in de 21 algemene besturen van de waterschappen. In de Ledenvergadering van 11 december a.s. zal dit moeten leiden tot een voorstel dat de waterschappen in gezamenlijkheid kunnen aanbieden aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat. De minister zal vervolgens de handschoen moeten oppakken om de voorstellen om te zetten in wet- en regelgeving en deze ook door het parlement moeten geleiden. Hierover geef ik u graag nog een laatste hartenkreet mee: hoe meer eensgezindheid u als sector aan de dag legt en uitstraalt als het gaat om steun voor deze voorstellen, hoe groter de kans is dat ook de minister zal slagen in het verder brengen van deze voorstellen.