SO Integrale circulaire economie rapportage van PBL


Gepubliceerd: 18 februari 2021

> Download pdf

Op 18 februari staat een schriftelijk overleg gepland over de Integrale Circulaire Economie Rapportage
(ICER) van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Ook bij de waterschappen heeft circulaire economie de aandacht: met een circulaire economie willen we klimaatverandering tegengaan en de biodiversiteit bevorderen. Daarvoor geven we als decentrale overheden het goede voorbeeld aan burgers en bedrijven.

De waterschappen hebben de afgelopen jaren de basis gelegd voor de ontwikkeling naar een circulaire
economie: na ondertekening van het grondstoffenakkoord in 2016 is de Unie van Waterschappen nauw
betrokken bij de uitwerking en uitvoering daarvan. Zo zijn de waterschappen binnen het initiatief van de
Energie- en Grondstoffenfabrieken al jaren actief in de terugwinning van grondstoffen en energie uit afvalwater. De waterschappen zien afvalwater allang niet meer als afval, maar juist als bron van grondstoffen en energie. Zo winnen de waterschappen bijvoorbeeld cellulose, fosfaat, bioplastics & vetzuren, kaumera en biomassa terug uit hun afvalstromen. En de belangrijkste grondstof is nog wel gezuiverd water, zeker nu er steeds meer vraag is naar zoet water.

Met het opstellen van vijf nationale transitie-agenda’s wordt de omslag naar een circulaire economie door het Rijk versneld. Er zijn vijf sectoren aangewezen: ‘Bouw’, ‘Biomassa en voedsel’, ‘Kunststoffen’, ‘Maakindustrie’ en ‘Consumptiegoederen’. De waterschappen zijn actief deelnemer bij de uitvoering van de transitieagenda voor de Bouw. Zo gaan we op zoek naar duurzame materialen op die plekken waar een schop de grond in gaat. Voor de transitieagenda Biomassa en Voedsel doen de waterschappen mee door grondstoffen uit het rioolwater te halen.

De waterschappen gaan de komende jaren onder meer de kennis vergroten bij de waterschappen over
circulaire economie en regionale samenwerking aanmoedigen door met partners uit de regio ketens te
sluiten. Verder gaan zij concreet een monitoringssysteem ontwikkelen (uitbreiden van de Klimaatmonitor),
materialenonderzoek doen (met deelnemende waterschappen en STOWA, het kenniscentrum voor de waterschappen) en belemmeringen in regelgeving wegnemen.

De waterschappen sluiten aan bij het advies uit de rapportage dat intensivering van beleid noodzakelijk is.We merken dat wet- en regelgeving circulaire toepassingen belemmeren, bijvoorbeeld in de ontwikkeling naar een meer duurzame slibeindverwerking. Daarom vragen we van het demissionaire kabinet actie op de uitkomsten van de Taskforce Herijking Afvalstoffen. Er moet werk gemaakt worden van de daarin genoemde aanbevelingen.

Daarnaast vinden we net als het PBL dat een heldere rolverdeling noodzakelijk is in de ontwikkeling naar
een circulaire economie. Waterschappen leveren nu al een actieve bijdrage in de regionale samenwerking.
Niet alleen als leverancier van secundaire grondstoffen uit afvalwater (bijvoorbeeld energie, water, fosfaat
en cellulose) en watersysteem (biomassa), maar ook als initiatiefnemer van circulaire initiatieven en innovaties en als belangrijke opdrachtgever in de Duurzaam Grond-, Weg- en Waterbouw(GWW)-sector.
Met een inkoopvolume van ca. € 3 miljard per jaar spelen waterschappen een steeds belangrijkere rol als
opdrachtgever en launching customer (klant/afnemer die helpt bij de marktintroductie van innovaties en
daarmee helpt bij de groei en ontwikkeling van het bedrijf) in de circulaire economie.