Technische briefing mestbeleid


Gepubliceerd: 19 mei 2021

> Download pdf

Op 19 mei verzorgt het ministerie van LNV een technische briefing over het mestbeleid aan uw commissie. De waterschappen vragen aandacht voor onderstaande punten en lichten graag toe waarom.

Toelichting Nitraatrichtlijn, Kaderrichtlijn en Waterwet

De Nitraatrichtlijn gaat niet alleen over de bescherming van het grondwater maar ook over doelstellingen
voor het oppervlaktewater. In de Nitraatrichtlijn staat dat de in het water aanwezige organismen en de waterkwaliteit moeten worden beschermd tegen verontreiniging door nitraten uit de landbouw en dat eutrofiëring (nutriëntenrijker worden van oppervlaktewater, bijvoorbeeld door overbemesting) moet worden tegengegaan. Daarnaast schrijft de Nitraatrichtlijn voor dat het direct en indirect lozen van stikstofverbindingen uit de landbouw in het aquatisch milieu (het water met de daarin levende planten en dieren) moet verminderen en dat verdere verontreiniging moet worden voorkomen.

De Kaderrichtlijn Water (KRW) is net als de Nitraatrichtlijn een Europese richtlijn. De doelstelling van de
Kaderrichtlijn Water (KRW) is dat uiterlijk in 2027 de waterkwaliteit van alle wateren zowel chemisch
(schoon) als ecologisch (gezond) op orde moet zijn. Ook moeten de verontreiniging van het oppervlaktewater worden tegengegaan.

Tenslotte bepaalt de Waterwet dat om de chemische en ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater te
beschermen er waterkwaliteitsnormen moeten gelden en dat lozingen en emissies van milieuschadelijke
stoffen zijn verboden.

Waterkwaliteitsnormen oppervlaktewater en grondwater

Voor stikstof geldt dat de waterkwaliteitsnormen voor oppervlaktewater variëren van 1 tot 3 mg stikstof per liter. Dit betekent dat de normen voor oppervlaktewater een factor 3 tot 4 lager (en dus strenger) dan
de norm die in de Nitraatrichtlijn is opgenomen voor grondwater. Als de grondwaternorm van 50 mg nitraat per liter (= 11,3 mg stikstof per liter) in het grondwater wordt toegepast als norm voor het oppervlaktewater worden de normen van de KRW en de Waterwet met een factor 3 tot 4 overschreden.

Kwaliteit oppervlaktewater

Elke 4 jaar brengen de ministers van LNV en IenW verslag uit aan de Europese Commissie over de effecten van de maatregelen uit de Nitraatactieprogramma’s om de waterkwaliteit te verbeteren. Het rapport Landbouwpraktijk en waterkwaliteit in Nederland; toestand (2016-2019) en trend (1992-2019) laat zien dat de verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater stagneert en kan verslechteren door recente droge zomers.

Het Meetnet Nutriënten Landbouw Specifiek Oppervlaktewater (MNSLO) met meetpunten die alleen
door de landbouw worden beïnvloed, toont aan dat in alle land- en tuinbouwgebieden op zowel
zand-, klei- als veengebieden het oppervlaktewater niet voldoet aan de normen voor stikstof en fosfor. Daarbij worden op de helft van de meetlocaties de waterkwaliteitsnormen overschreden.
Het vorig jaar door het Planbureau voor de Leefomgeving uitgebrachte rapport Nationale analyse waterkwaliteit geeft hetzelfde beeld over de toestand wat betreft de waterkwaliteit in Nederland.

Verplichtende maatregelen nodig

Om de doelen van de KRW IN 2027 en die van de Nitraatrichtlijn in alle land- en tuinbouwgebieden te halen, is het noodzakelijk dat het 7e Nitraatactieprogramma (7e NAP, looptijd 2022 t/m 2025) aanvullende maatregelen bevat. Daarmee wachten tot het 8e NAP (looptijd 2026 t/m 2029) is te laat, in 2027 moeten de KRW-doelen zijn gehaald.

De waterschappen vinden dat niet alleen vrijwillige maar ook niet-vrijwillige maatregelen in het 7e NAP
moeten worden opgenomen. De huidige aanpak van het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) is gericht op bewustwording, kennisdeling en stimuleren van agrariërs om vrijwillig maatregelen te nemen. De waterschappen vinden die aanpak onvoldoende en pleiten voor versterking van de DAW-aanpak in het 7e NAP. Daarnaast moet het 7e NAP extra maatregelen bevatten die agrarische ondernemers verplicht moeten toepassen: maatregelen die d.m.v. regionale maatregelenpakketten in de landelijke mestwetgeving of waterwetgeving kunnen worden opgenomen. Een regionale aanpak is nodig omdat waterkwaliteitsproblemen door verschillende bodem- en watersysteem en andere typen landbouw van regio tot regio kunnen verschillen.

Stok achter deur

Opname van maatregelen in wetgeving zorgt voor een stok achter de deur voor de vrijwillige aanpak. Ook zorgt wetgeving ervoor dat alle agrarische ondernemers de maatregelen nemen die nodig zijn. Dus niet alleen de voorlopers, maar ook de achterblijvers en de zogenoemde freeriders.

Extra maatregelen

Wat betreft de maatregelen die kunnen worden opgenomen in de wetgeving gaat het om maatregelen
die nu al worden toegepast in het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer en daar effectief zijn. De extra maatregelen die de waterschappen voorstellen zijn:
• extra gebruiksvoorschriften. Bijvoorbeeld precisietoepassingen en gebruik van precisiemeststoffen;
• bodemmaatregelen. Bijvoorbeeld maatregelen gericht op het tegengaan van de verdichting van de bodem en het verhogen van het organische stofgehalte van de bodem;
• maatregelen die de uit- en afspoeling van landbouwpercelen tegengaan. Bijvoorbeeld bufferzones
langs het water, infiltratiegreppels en dergelijke.

Allemaal maatregelen die ervoor zorgen dat meststoffen beschikbaar blijven voor het gewas (goed voor de agrariër) en niet uit- en afspoelen (goed voor grond- en oppervlaktewater). Win-win-maatregelen dus.