Week van de circulaire economie: systeemverandering gaat pijn doen

7 februari 2022

Op 7 februari start de Week van de circulaire economie met een nationale conferentie. Sander Mager, bestuurslid van de Unie van Waterschappen, doet een oproep: “Durf te kijken naar wat echt nodig is voor een systeemverandering, ook als dat pijn gaat doen. Kijk daar bij niet alleen naar je eigen sector, maar zoek de verbinding. En toon hierbij bestuurlijk lef.”

Sander Mager: “De omschakeling naar een circulaire economie behoort tot de grote transities van de komende jaren. We zijn aan het optimaliseren maar gaan de echte systeemverandering nog uit de weg. Hebben we die systeemverandering wel scherp voor ogen? En hoe komen we tot die systeemverandering? De benodigde systeemverandering, het centrale thema van de nationale conferentie circulaire economie, gaat pijn doen. We zouden bestuurlijke lef moeten tonen om deze pijngrens op te zoeken.”

Vermindering van klimaatverandering

In een circulaire economie worden grondstoffen efficiënt ingezet en opnieuw toegepast, zonder schadelijke effecten voor mens en milieu, nu en in de toekomst. Circulaire economie draagt bij aan het verminderen van de klimaatverandering, van vervuilende stoffen in de leefomgeving en het verwaarden van reststromen. Maar een transitie naar een circulaire economie heeft ook effect op het tegengaan van verlies aan biodiversiteit, de vervuiling van lucht, water en bodem en op leveringsrisico’s (schaarste) van grondstoffen.

Elkaar opzoeken

Sander Mager: “Wij als decentrale overheden, gemeenten, provincies en waterschappen, merken steeds meer de gevolgen van de klimaatverandering in het dagelijks werk. Het is duidelijk dat we niet eindeloos kunnen blijven dweilen met de kraan open. Daarom vinden we, het net als het nieuwe kabinet, belangrijk dat de Nederlandse economie in 2050 volledig circulair is. We dragen daar graag aan bij. Tegelijk zien we dat -ook bij ons- circulaire initiatieven nog in de hoek ‘leuk’ zitten maar nog niet doorstromen naar het reguliere werk. Bovendien zijn de meeste partijen nog erg op zichzelf gericht. Elke grondstof heeft zijn eigen cyclus en die zijn dus niet, zoals energie, ‘makkelijk’ uitwisselbaar. Publieke en private partijen vinden elkaar nu nog onvoldoende en zijn nog veel met zichzelf bezig. Ik denk dat we naar buiten moeten om elkaar op te zoeken.”

Klimaatneutraal en circulair

In het coalitieakkoord staat dat er een ambitieus klimaatdoel komt voor de circulaire economie en een uitvoeringsprogramma. De overheid wil hierin een voorbeeldrol nemen en zorgen voor een betere aansluiting tussen klimaatbeleid en circulariteit. In het Grondstoffenakkoord staat de doelstelling van een 100 procent circulaire economie in 2050. Er is een tussendoel van 50 procent reductie van primaire abiotische grondstoffen in 2030. Dat zijn mineralen (bijvoorbeeld grind, zout en fosfaat), metalen (zoals ijzererts en bauxiet) en fossiele grondstoffen (zoals aardgas en olie) die in de natuur voorkomen. In het Klimaatakkoord staat de afspraak om als overheden in 2030 bij projecten in de Grond-, Weg- en Waterbouw zoveel mogelijk klimaatneutraal en circulair te werken.

Ambities

Sander Mager: “Als overheden hebben we een hoog inkoopvolume. Als dit circulair gericht zou worden, maken we echt verschil. Decentrale overheden zouden gestimuleerd moeten worden om de afspraak uit de Transitieagenda Circulaire Bouweconomie over te nemen zodat overheden in 2023 100 procent circulair uitvragen en in 2030 100 procent circulair aanbesteden.”

> Week van de Circulaire Economie