Waterschappen inventariseren mogelijkheden voor bos in beekdalen

4 mei 2022

De waterschappen gaan inventariseren op welke plekken waterbeheer samen kan gaan met extra bosaanleg in beekdalen. Daarvoor is een hulpmiddel ontwikkeld dat werd gepresenteerd tijdens de aftrap van het project ‘Bos in Beekdalen’ op 21 april.



Dit project komt voort uit het Klimaatakkoord. Eén van de afspraken in dat akkoord is de vastlegging van extra CO₂ in bos, natuur en landschap. Deze afspraak is uitgewerkt in de bossenstrategie. In die strategie staat dat er mogelijkheden zijn om in beekdalen extra bos aan te leggen, in combinatie met waterbeheer en biodiversiteit.

Mogelijkheden inventariseren

In het kader van het Klimaatakkoord is in de commissie Watersystemen (CWS) van de Unie van Waterschappen afgesproken dat de waterschappen voor het einde van dit jaar laten weten hoeveel mogelijkheden ze zien voor de aanleg van bos in beekdalen. Royal HaskoningDHV maakte hiervoor een hulpmiddel.

De Unie faciliteert

De Unie van Waterschappen faciliteert het inventarisatietraject, onder meer door het organiseren van een leerbijeenkomst begin juli.

> Hulpmiddel voor uitbreiding bos
> Kansenkaart Nieuw bos in beekdalen

Meer informatie is op te vragen bij Anke van Houten

Waterschappen zetten een prijs op CO2

1 april 2022

De waterschappen starten met het intern beprijzen van CO2. Bij interne CO2–beprijzing reken je een prijs voor de klimaatkosten (uitstoot van broeikasgassen) van een activiteit. Het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen krijgt hiermee een financiële waarde.



Bij de waterschappen gaat dit in beginsel om 100 tot 140 euro per ton CO2-equivalent. Wanneer een hogere prijs gepast is, zetten waterschappen die in.

Tegengaan klimaatverandering

Waterschappen zetten zich in voor het tegengaan van klimaatverandering. Ze kunnen impact maken in hun rol als opdrachtgever voor inkoop en aanbesteding. Uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen zorgt voor schade. Door die schade te vertalen naar een CO2-prijs kunnen waterschappen de impact op het klimaat meewegen in investeringsbeslissingen. Dan kan een duurzame oplossing bij aanbestedingen of kosten-batenanalyses zomaar wél interessant worden.

Milieu-impact voor eigen rekening

Sander Mager, bestuurslid van de Unie van Waterschappen: “Interne CO2-beprijzing is een eerste opstap naar het daadwerkelijk meenemen van ecologische en sociaal-maatschappelijke waarden bij de keuzes die waterschappen maken bij budgettering, investeringsprojecten en aanbestedingen. Niet alleen om te vergelijken welke alternatieven het minst schadelijk zijn voor mens en milieu. Maar ook om de daadwerkelijke milieu-impact die waterschappen veroorzaken door hun werkzaamheden voor eigen rekening te nemen. En ze niet door te schuiven naar de omgeving en de toekomstige generatie.”

Stimulans voor klimaatvriendelijke oplossingen

Bij interne CO2-prijzen wordt de CO2-uitstoot vertaald naar de kosten die nodig zijn om de effecten van de betreffende uitstoot van broeikasgassen op te vangen. Zo wordt de impact van de CO2-uitstoot in geld uitgedrukt. Dit geeft meer inzicht en leidt in veel gevallen tot een CO2-bewuste keuze. En het stimuleert de markt om met klimaatvriendelijke oplossingen te komen.

49 procent CO2-reductie

De prijs is gekoppeld aan de doelen die de waterschappen hanteren op het gebied van CO2-reductie. Hierbij is uitgegaan van de ambitie om 49 procent CO2-reductie te halen in 2030. Hogere doelstellingen leiden tot een hogere CO2-prijs. De passende aanbevolen prijsrange van 100-140 euro per ton CO2 voor de periode 2020-2030 is gecombineerd met een jaarlijkse indexatie. Waterschappen met relatief meer ambitie kunnen aan de bovenkant van deze prijsrange gaan zitten, dus op 140 euro per ton CO2. In sommige gevallen kunnen zelfs nog hogere prijzen passend zijn.

> Handreiking Werken met interne CO2-beprijzing

Onderzoek duurzame energie van waterschappen in de regio

25 november 2021

Hoe kunnen de waterschappen direct of indirect een bijdrage leveren aan de regionale energiestrategieën? Onder de vlag van het programma Waterbeheer en Regionale Energiestrategieën (WARES) is daar onderzoek naar gedaan. Op 25 november overhandigden Dirk-Siert Schoonman, bestuurslid van de Unie van Waterschappen, en Joost Buntsma, directeur van STOWA, de uitkomsten van dat onderzoek aan Ed Nijpels, voorzitter van het voortgangsoverleg van het Klimaatakkoord.

Slotpresentatie Waterbeheer en energietransitie (WARES)

De Unie van Waterschappen heeft in het kader van het Klimaatakkoord een subsidie van 1,2 miljoen euro gekregen van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor een driejarig onderzoeksprogramma. Met STOWA zijn de handen ineen geslagen om voor de waterschappen beleid en onderzoek te ontwikkelen en uit te voeren.

Thema’s

Het WARES-onderzoek gaat over 3 thema’s: aquathermie, opwek en opslag van duurzame elektriciteit, en juridische aspecten. STOWA en de Unie hebben zelf ook fors geïnvesteerd in diverse onderzoeken naar onder meer duurzame energie en broeikasgassen, vooral gericht op de rioolwaterzuivering. Denk aan energiebesparing, biogas, waterstof, en methaan- en lachgasreductie.

Aquathermie

Aquathermie, warmte en koeling uit water, is een duurzaam alternatief voor aardgasverwarming. In potentie kan aquathermie in totaal zo’n 50 procent van de gebouwde omgeving verwarmen (en koelen). Er zijn al tientallen aquathermieprojecten in Nederland. Om te stimuleren dat aquathermie waar dat passend is ook toegepast wordt, zijn er vanuit het onderzoeksprogramma diverse hulpmiddelen ontwikkeld. Bijvoorbeeld een viewer die de lokale potentie van aquathermie inzichtelijk maakt.

Wind en zon

Windenergie maakt een belangrijk onderdeel uit van de regionale energiestrategieën. Grote windmolens zijn echter vaak niet in te passen voor waterbeheerders vanwege de landschappelijke en milieuhinder. Vandaar dat de haalbaarheid van kleinere windmolens is onderzocht. Het blijkt dat veel kleinere windmolens in windrijke gebieden rendabel kunnen zijn, mits bijna 100 procent van de opgewekte energie ook ter plaatse door de waterbeheerder gebruikt kan worden. Voor zon op waterprojecten is een praktische handreiking opgesteld om waterschappen te helpen bij het bepalen van hun rol en positie bij initiatieven en bij de advisering over zon-op-water projecten en vergunningsaanvragen.

Opslag van energie

Een grote uitdaging bij de energietransitie is de afstemming van vraag en aanbod van energie. Er is onderzocht of de opslag van energie voor waterschappen technisch, financieel en juridisch haalbaar is. De waterschappen hebben ruim 300 rioolwaterzuiveringen verspreid over het land in beheer. Die zijn goed voor ruim 8 PJ (PetaJoule) energieverbruik met een ruime aansluiting op het elektriciteitsnet. Daarnaast zijn de zuiveringen één van de grootste producenten van biogas en groen gas: ruim 135 miljoen kuub per jaar. Ook zijn er veel mogelijkheden voor plaatsing van zonnepanelen en windmolens voor eigen gebruik of voor lokale energiecoöperaties

De rwzi als smart energy hub

Er is ook onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van de rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) als energiehub. Dat laat zien dat vraag en aanbod van energie met de lokale omgeving van de rioolwaterzuivering kan worden afgestemd en uitgewisseld. Hierdoor is lokaal een aanzienlijke ontlasting van het elektriciteitsnet mogelijk. De meest verrassende uitkomst van het onderzoek is dat de rwzi een zeer kansrijke locatie is voor het opwekken van groene waterstof.

Juridisch

Waterbeheerders die pionieren met nieuwe energiebronnen komen vaak juridische knelpunten tegen. De Unie van Waterschappen heeft in aanvulling op de bestaande Juridische Handreiking een inventarisatie van juridische vraagstukken gedaan. De resultaten zijn gebundeld en intern gedeeld, zodat waterschappen van elkaar kunnen leren. Ook leverde de analyse vraagstukken op voor vervolgonderzoek. Zo is er een Handreiking Aanbesteden en schaarse rechten ontwikkeld en een Handreiking Samenwerking met Energiecoöperaties. Tot slot zijn er binnen het WARES-programma diverse handreikingen ontwikkeld.

Een terugblik op de dag met o.a. de livestream en presentaties

Lees meer over de resultaten van het WARES-onderzoek

Oproep: maak samen werk van plan voor Europees Herstelfonds

29 oktober 2021

Een coalitie van organisaties, waaronder de Unie van Waterschappen, heeft op 28 oktober een oproep gedaan aan het demissionair kabinet om hen te betrekken bij het opstellen en indienen van een Nationaal Plan voor het Europese Herstelfonds.



Om de transitie te ondersteunen die nodig is om de Europese Green Deal te realiseren, is er vanuit Europa bijna 6 miljard euro aan subsidies beschikbaar voor Nederland. Nederland is het enige land van de 27 EU-lidstaten dat nog geen nationaal plan heeft ingediend om in aanmerking te komen voor de Europese middelen via het Europese Herstelfonds ‘Recovery & Resilience Facility’ (RRF).

Doel herstelfonds

Het doel is te werken aan een slimme, schone en sterke (regionale) economie. Het gaat om het investeren in innovatie, infrastructuur en de arbeidsmarkt.

Fit-for-55

Het recente Fit-for-55 klimaatpakket uit Brussel laat zien dat een aanpassing van de Nederlandse klimaatplannen nodig is om de doelen van 55 procent broeikasgasreductie in 2030 en klimaatneutraliteit in 2050 te halen. Hiervoor zijn maatregelen en investeringen in vele sectoren nodig.

Haast is geboden

Om in aanmerking te komen voor de subsidies, moet Nederland een plan maken. Dat plan moet ter goedkeuring aan Brussel worden voorgelegd. Dit proces is vertraagd omdat de formatie voortduurt. In het statement van de coalitie benadrukken de organisaties dat haast geboden is. Nederland moet het plan uiterlijk april 2022 indienen. De coalitie vraagt om actief betrokken en geïnformeerd te worden over de plannen. Ook biedt ze aan om volop samen te werken om de plannen ook werkelijkheid te laten worden.

Krachtig groen herstel

In Krachtig Groen Herstel reikten de decentrale overheden eerder het Rijk al de hand om de grote maatschappelijke opgaven van wonen, werken en leven op te pakken met een gebiedsgerichte vertaling naar regio’s, steden en dorpen. Krachtig Groen Herstel bepleit om regionale investeringen naar voren te halen, transitieopgaven te versnellen en zo het economisch herstel aan te jagen. Dit sluit aan bij de opgaven uit het RRF: klimaat, duurzaamheid en digitalisering.

Investeringen waterschappen

Waterschappen zouden met de RRF-middelen bijvoorbeeld kunnen investeren in het verbeteren en toekomstbestendig maken van rioolwaterzuiveringen, het verbeteren van de waterkwaliteit en het verduurzamen en klimaatbestendiger maken van het stedelijk (afval)watersysteem.

Lees hier de oproep

Waterschappen steunen Fit for 55-pakket Europese Unie

4 oktober 2021

Op 7 oktober spreekt de Tweede Kamercommissie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) met Europees Commissaris Frans Timmermans over het Fit for 55-pakket.



Fit for 55 verwijst naar de EU‑doelstelling om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met minstens 55 procent terug te brengen ten opzichte van 1990. De waterschappen steunen de aangescherpte ambities uit Brussel. Ze geven de Kamerleden een aantal aandachtspunten mee.

Routekaart Groen Gas

De waterschappen willen in 2025 voor 100 procent energieneutraal zijn. Nu is dat al meer dan 40 procent. Vooral met de productie van biogas uit het slib van de rioolwaterzuivering en de opwaardering daarvan naar groen gas (biogas van aardgaskwaliteit), kunnen de waterschappen een grote bijdragen leveren. Maar daarvoor is wel een betere positionering van de Routekaart Groen Gas noodzakelijk. Ook is er is een financieel stimuleringspakket nodig, waarmee waterschappen en andere gasproducenten het potentieel kunnen benutten.

Gelijke kans voor aquathermie

Bij aquathermie wordt warmte gehaald uit afval- en oppervlaktewater. De huidige Green Deal aquathermie wordt opgevolgd door een uitvoeringsprogramma Aquathermie. De waterschappen zien dat programma bij voorkeur als onderdeel van een uitvoeringsprogramma voor de warmtetransitie. Voor toepassing van aquathermie is het wel belangrijk dat aquathermie een gelijke kans krijgt tussen alle andere bronnen in de energietransitie.

Aanpassing Waterschapswet

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de Waterschapswet wordt aangepast. Daarin staat straks dat waterschappen meer energie mogen produceren dan ze zelf nodig hebben. Omdat de waterschappen daarvoor investeringen moeten doen, is het belangrijk dat het wetsvoorstel snel wordt ingediend en in 2023 in werking kan treden.

Grond- weg en waterbouw

Waterschappen ondersteunen verder de ambitie uit het Klimaatakkoord om te streven naar een klimaatneutrale en circulaire grond-, weg- en waterbouwsector in 2030. De waterschappen trekken daarin graag samen op met de andere decentrale overheden en de uitvoeringsorganisaties van het Rijk, zoals Rijkwaterstaat en ProRail. Meerjarige financiële ondersteuning van het Rijk voor onderzoek is daarbij wel een vereiste.

Regionale Energie Strategieën

Waterschappen werken samen met gemeentes en provincies in Regionale Energie Strategieën. Daarin realiseren ze samen de ambities voor windmolens en zonnepanelen op land en de inzet van warmtebronnen voor de gebouwde omgeving. Waterschappen plaatsten windmolens honderdduizenden zonnepanelen nabij rioolwaterzuiveringen.

Lees de inbreng voor de Kamercommissie van EZK

Decentrale overheden: Uitvoeringskosten RES moeten gedekt worden

7 september 2021

De waterschappen, gemeentes en provincies maken zich zorgen over de uitvoeringskosten van de Regionale Energiestrategie (RES). In een gezamenlijke brief delen zij die zorgen met de Tweede Kamer.



De Kamer bespreekt het onderwerp op 8 september met de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat.

Uitvoering RES is gestart

Gemeentes, provincies en waterschappen zijn hard aan de slag met de RES. Zij zijn al bezig met de overstap van voorbereiding naar uitvoering van de afspraken uit het klimaatakkoord. Die uitvoering, op gebied van mobiliteit, gebouwde omgeving, elektriciteit, industrie en landbouw, kost veel geld.

Kosten compenseren

De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) heeft die kosten in kaart gebracht en het Rijk geadviseerd de kosten voor de medeoverheden te compenseren. Alleen dan kunnen deze overheden de afspraken op zich nemen.

70 miljoen euro

De decentrale overheden verwachten dan ook dat het nieuwe kabinet de hiervoor benodigde middelen reserveert. Het gaat om een bedrag van tenminste 70 miljoen euro. Als dat bedrag er niet komt, worden gemeenten, provincies en waterschappen gedwongen de activiteiten voor het Klimaatakkoord af te schalen. Daardoor kunnen de klimaatdoelen niet gehaald worden. Geen financiering betekent dat de uitvoering van het Klimaatakkoord vertraging oploopt.

Werkbezoek

Op vrijdag 8 oktober organiseren de decentrale overheden een werkbezoek RES voor Kamerleden. Op het programma staan presentaties van RES’en. Ook bezoeken de Kamerleden een rioolwaterzuiveringsinstallatie waar zij een toelichting krijgen over o.a. groen gas. Bij het transformatorstation in Hoofddorp horen zij meer over de omzetting van elektriciteit naar bruikbare stroom voor huishoudens en bedrijven.

Brief: Uitvoeringskosten RES

Europese Commissie presenteert Zero Pollution Action Plan

20 mei 2021

Op 12 mei heeft de Europese Commissie het Zero Pollution Action Plan gepresenteerd. Dit actieplan is een belangrijk onderdeel van de EU Green Deal



Met het masterplan de Green Deal wil de Europese Unie in 2050 klimaatneutraal zijn. Daarbij moeten mensenlevens, dieren en planten beschermd worden door de vervuiling van lucht, water en bodem terug te dringen tot een niveau dat niet langer schadelijk is.

Het Zero Pollution Action Plan sluit aan op de EU-Strategie voor Duurzame Chemische Stoffen en de herziening van de Richtlijn Industriële Emissies. Samen moeten ze deze vormen van vervuiling tegengaan.

Aanpak bij de bron

Met het actieplan wil de Europese Commissie werk maken van bronaanpak en toewerken naar een zogenoemde zero pollution hierarchy. Centraal daarbij staan de principes van voorzorg, het aanpakken van vervuiling aan de bron en de vervuiler betaalt. Water en bodem moeten zoveel mogelijk weer teruggebracht worden in een goede status.

Ook de Unie van Waterschappen pleit voor bronaanpak: gevaarlijke stoffen daar aanpakken waar ze ontstaan. Om zo te voorkomen dat ze in het milieu terechtkomen. Het actieplan is daarin een belangrijke stap.

Doelen en acties

Het actieplan bevat een aantal doelen voor 2030 en concrete acties voor de komende jaren die hieraan moeten bedragen. Relevant voor de waterschappen zijn onder andere:

  • terugdringen van microplastics in het milieu met ongeveer een derde in 2030;
  • uitfasering van de schadelijke PFAS-stoffen voor niet-essentiële toepassingen;
  • herziening van de Richtlijn Prioritaire Stoffen;
  • stimuleren van duurzaam en efficiënt watergebruik, met een sociaal eerlijke waterrekening voor alle watergebruikers inclusief landbouw, industrie en huishoudens;
  • toewerken naar een kader voor regelmatige beoordeling van de status van bodem en bodemvervuiling aanpakken;
  • herziening van de Richtlijn Stedelijk Afvalwater en de Slibrichtlijn, met daarin hogere ambities voor het verwijderen van nutriënten en het klaarmaken van effluent en slib voor hergebruik. Daaronder vallen ook: herziening opkomende stoffen (zoals microplastics) en microverontreinigingen (zoals medicijnresten) aanpakken. En verdere stappen richting energie-efficiëntie en CO2-neutraliteit en het beter toepassen van het ‘vervuiler betaalt’-principe.

Kamermeerderheid wil proeftuinen voor natuurinclusief bouwen

21 april 2021

In de Tweede Kamer is op 20 april een motie aangenomen waarin de Kamer de regering vraagt om proeftuinen voor natuurinclusief bouwen mogelijk te maken.




De motie werd ingediend door Faissal Boulakjar (D66). Volgens hem leveren natuurinclusieve woningen een positieve bijdrage aan het terugdringen van de CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving. En dat past weer bij de doelstelling van een klimaatneutraal gebouwde omgeving in 2050. Een Kamermeerderheid was dat met hem eens.

Klimaatneutraal

De waterschappen steunen deze motie. De waterschappen merken in hun dagelijkse praktijk de gevolgen van klimaatverandering en maken zich als ondertekenaars van het Klimaatakkoord ook sterk voor het beperken van verdere klimaatverandering door CO2-uitstoot terug te dringen. Dit soort initiatieven die moeten bijdragen aan een duurzaam, klimaatneutraal Nederland juichen de waterschappen dan ook toe.

Water sturend bij bouwplannen

De Unie van Waterschappen roept daarnaast het Rijk, andere overheden, woningcorporaties en de bouw op om bij de bouw van nieuwe woningen klimaatbestendige keuzes te maken. Dat houdt in: geen woonwijken bouwen op slappe bodems of plekken waar de kans op wateroverlast groot is, rekening houden met mogelijkheden voor wateraanvoer en -afvoer en overstromingsrisico’s. Dit alles om funderingsproblemen, schade door droogte of wateroverlast zoveel mogelijk voor te zijn.

Volgens de waterschappen kan dit door een verplichte watertoets bij bouwplannen in te bouwen, waarbij het waterbelang altijd moeten worden afgewogen. De ambitie is om steeds meer samen te werken als overheden onderling. De waterschappen vinden dat hierbij over de grenzen van beleidsthema’s en dossiers moet worden gekeken en dat er een integrale blik nodig is, waarbij water als verbindende factor kan fungeren.

Samenwerkingsafspraken NOVI ondertekend

4 maart 2021

Op 3 maart ondertekenden VNG, IPO, de Unie van Waterschappen en het rijk de samenwerkingsafspraken bij de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).



De NOVI is de langetermijnvisie van het rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Hiermee moeten grote opgaven, zoals de bouw van 1 miljoen nieuwe woningen, de strijd tegen klimaatverandering en de energietransitie, opgepakt worden. Met de ondertekening van de samenwerkingsafspraken onderschrijven de overheden de ambities en principes uit de NOVI en spreken ze af deze gezamenlijk, als 1 overheid, uit te voeren. Dat is nodig, omdat de opgaven om een gebiedsgerichte en bestuurlijk grensoverschrijdende aanpak vragen.

Hoe?

Hoe de overheden dat willen doen staat in de samenwerkingsafspraken. Er wordt uitgelegd wat ze verstaan onder regie en gelijkwaardig partnerschap. En er is de afspraak gemaakt dat alle overheden vroegtijdig betrokken worden bij de ontwikkeling van instrumenten en financiële arrangementen. Ook zullen de overheden elkaar rechtstreeks aanspreken op prestaties, het nakomen van afspraken en de spelregels uit de samenwerkingsafspraken.

Bekijk de samenwerkingsafspraken

Rogier van der Sande, voorzitter Unie van Waterschappen: “De opgaven in de ruimte zijn groot en we kunnen het ons niet veroorloven om hierin verkokerd op te treden. We hebben elkaar nodig en deze samenwerkingsafspraken bieden houvast voor deze noodzakelijke integrale benadering. Waarbij de waterschappen erop wijzen dat het huidige watersysteem aan zijn grenzen raakt. Schrijnende watertekorten of verpletterende hoosbuien liggen op de loer en vragen om preventief watervriendelijke en klimaatbestendige keuzes in de ruimte.”

31 maart NOVI-conferentie

Op 31 maart gaan de Unie, IPO, VNG en het rijk in gesprek over de samenwerkingsafspraken, tijdens de eerste NOVI-conferentie. Dan worden ook de NOVI-instrumenten toegelicht aan een breed publiek.

Meer informatie en aanmelden

Kosten lokale uitvoering Klimaatakkoord in beeld

25 januari 2021

Gemeenten, provincies en waterschappen hebben de komende drie jaar 1,8 miljard euro nodig voor de lokale uitvoering van het Klimaatakkoord. Dat stelt de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) in het op 25 januari verschenen advies ‘Van Parijs naar praktijk’.



De Raad heeft op verzoek van het kabinet een advies uitgebracht over de hoogte van de uitvoeringskosten en hoe deze uitvoeringskosten moeten worden bekostigd. Ook adviseert de Raad om lokale, regionale en landelijke inspanningen onderling goed af te stemmen om zicht te houden op het uiteindelijke doel: 49 procent CO2-reductie in 2030.

Kosten

De Raad komt voor de decentrale overheden uit op een bedrag van in totaal 1,8 miljard euro voor de periode 2022-2024. Dit bedrag hebben decentrale overheden nodig om op korte termijn voldoende mensen aan te nemen en in te huren. Bijvoorbeeld om een lokaal klimaatplan op te stellen en no regret-maatregelen uit te voeren.

Waterschappen

De Raad adviseert dat de waterschappen deze uitvoeringskosten via een verhoging van hun heffingen bekostigen. De waterschappen zullen hierover binnen de vereniging van de Unie van Waterschappen het gesprek aangaan.

Lees het rapport ‘Van Parijs naar praktijk’