Staatssecretaris Heijnen bezoekt Noord-Nederland rond thema circulaire economie

16 mei 2022

Op uitnodiging van de decentrale overheden bracht staatssecretaris Vivianne Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat op 16 mei een bezoek aan Groningen en Heerenveen. Gemeenten, provincies en waterschappen lieten haar zien hoe zij in de regio samenwerken aan de transitie naar een circulaire economie.



Op het programma stond een bezoek aan Groningen, waar wordt gewerkt aan een circulaire textielketen. Daarnaast bezocht Heijnen het Nationaal Testcentrum Circulaire Plastics in Heerenveen. De aanwezigen voerden het gesprek met de staatssecretaris over de vraag: hoe kunnen we gezamenlijk als één overheid regionale circulaire activiteiten stimuleren en ondersteunen? Wat is er nodig om te versnellen en het doel te halen om in 2030 50 procent minder primaire grondstoffen te gebruiken?

Duurzaam opdrachtgeverschap

Namens de Unie van Waterschappen gaf bestuurslid Vincent Lokin van waterschap de Dommel een presentatie over Circulair en Duurzaam Opdrachtgeverschap bij de waterschappen. Vanuit waterschap Noorderzijlvest was Dagelijks Bestuurslid Eisse Luitjens aanwezig. Hij vertelde over de mogelijkheden en belemmeringen bij de inzet op circulair werken. Ook deelde hij de ervaringen van Noorderzijlvest met 2 lopende projecten: Nieuwe waterwerken Zoutkamp en Dijkversterking Lauwersmeerdijk-Vierhuizergat.

Plasticvervanger

Dijkgraaf Luzette Kroon vertegenwoordigde Wetterskip Fryslân. Zij ging onder meer in op de Vereniging Circulair Friesland waaraan ook het Wetterskip is verbonden. En er zijn nog meer voorbeeldprojecten rond circulaire economie, zoals een plasticvervanger uit natuurlijke reststoffen. De waterschappen willen af van het stempel ‘afval’ voor de reststromen van de rioolwaterzuiveringen.

Schaarse grondstoffen

In een circulaire economie worden grondstoffen efficiënt ingezet en opnieuw toegepast, zonder schadelijke effecten voor mens en milieu. Een circulaire economie draagt bij aan het verwaarden van reststromen, en aan het verminderen van de klimaatverandering en van vervuilende stoffen. Bovendien heeft het ook effect op het tegengaan van verlies aan biodiversiteit, de vervuiling van lucht, water en bodem en op schaarste van grondstoffen.

Circulaire doelen

De decentrale overheden vinden het samen met het Rijk belangrijk dat de Nederlandse economie in 2050 volledig circulair is. Daarom zijn er afspraken gemaakt in het Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2023-2026, gebaseerd op het Grondstoffenakkoord van 2017. In het najaar van 2022 verschijnt er een hernieuwd programma met nieuwe doelen. De waterschappen dragen bij aan de circulaire economie via hun inkoopbeleid, de aanbestedingen in de grond-, weg- en waterbouw, de watersystemen en de rioolwaterzuiveringen.

Green Deal Aquathermie afgerond, maar: ‘aquathermie stroomt door’

12 mei 2022

Met het Festival ‘Aquathermie stroomt door’ van het Netwerk Aquathermie op 12 mei is de Green Deal Aquathermie op feestelijke wijze afgerond. Tijdens de dag stonden de successen van de afgelopen 3 jaar centraal, deelden de aanwezigen hun ervaringen en bespraken ze de toekomstige uitdagingen. Het festival was zo het schakelpunt tussen het einde van de Green Deal Aquathermie en de start van een nieuwe periode.



Aquathermie is thermische energie uit oppervlakte-, afval- en drinkwater. Netwerkbureau Aquathermie (NAT) is de uitvoeringsorganisatie van de Green Deal Aquathermie. In 3 jaar tijd heeft NAT samen met andere partijen en partners veel bereikt. Bij de start van de Green Deal in 2019 was al bekend dat aquathermie grote potentie heeft om de gebouwde omgeving te verwarmen en te koelen.

60 organisaties doen mee

Zo’n 40 partijen verbonden zich toen aan het doel om de mogelijkheden van aquathermie verder in kaart te brengen en zo een versnelling te brengen in de warmtetransitie. Het netwerk is gaandeweg gegroeid tot 60 organisaties. Zij leveren ieder hun eigen inbreng in de samenwerking op het gebied van onderzoek, het verkennen van governancevormen en het delen van praktijkkennis.

Aquathermie in regeerakkoord

Door alle inzet is de bekendheid met aquathermie flink toegenomen: aquathermie is gegroeid van onbekende bron naar kansrijke optie. Deze duurzame bron voor verwarmen en koelen wordt al veel toegepast in meestal kleinschalige (nieuwbouw)projecten. Mede door de inzet van NAT is aquathermie in het huidige regeerakkoord opgenomen als een belangrijke duurzame warmtebron voor de toekomst. Een opsteker die het netwerk motiveert aquathermie grootschaliger uit te rollen.

Volgende fase

Aquathermie is toe aan een volgende fase. De ambitie is om in 2030 meer dan 200.000 woningen te verwarmen en te koelen met aquathermie. Het programmaplan hiervoor is in ontwikkeling. Om versnelling en opschaling van projecten te realiseren, staan we nog voor een aantal uitdagingen. Bijvoorbeeld het creëren van een gelijk speelveld voor deze techniek. De ontwikkeling van een marktsector zal de realisatie van projecten verder versnellen. Zo draagt aquathermie bij aan het behalen van landelijke klimaatdoelstellingen. Aquathermie stroomt door!

Netwerk Aquathermie

Aan het Netwerk Aquathermie doen onder meer mee: Ministerie EZK, Ministerie I&W, Ministerie BEZK, Unie van Waterschappen, VEWIN, NWB Bank, Deltares, KWR, STOWA, VNG, verschillende waterschappen, provincies en gemeentes, en bedrijven.

> Netwerk Aquathermie

(Op de foto v.l.n.r. Erik Kraaij, programmamanager Netwerk Aquathermie, Sandor Gaastra, directeur-generaal Klimaat en Energie van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en Meindert Smallenbroek, voorzitter Stuurgroep Aquathermie)

Tweede Kamerlid Chris Stoffer bezoekt rioolwaterzuivering

9 mei 2022

Op uitnodiging van de Unie van Waterschappen bracht Tweede Kamerlid Chris Stoffer van de SGP op 9 mei een werkbezoek aan de rioolwaterzuivering van waterschap Vallei en Veluwe in Apeldoorn.



Het werkbezoek stond in het teken van circulaire economie. De Tweede Kamer spreekt op 11 mei over dit onderwerp in een commissiedebat.

Bron van grondstoffen

Stoffer liet zich bijpraten over de mogelijkheden van het terugwinnen van grondstoffen uit rioolwater. Waterschappen zijn al jaren actief in de terugwinning van grondstoffen en energie uit het rioolwater. Ze zien rioolwater allang niet meer als afval, maar als bron van grondstoffen en energie. Zo winnen de waterschappen 18 verschillende grondstoffen uit dit water. Denk aan cellulose, fosfaat, bioplastics en vetzuren, Kaumera en biomassa.

Meststof

Tijdens de rondleiding door de struviethal in Apeldoorn werd duidelijk hoe fosfaat uit het rioolwater wordt gehaald. Van fosfaat wordt struviet gemaakt. Struviet is een meststof die de voedingsstoffen langzaam afgeeft en niet of nauwelijks uitspoelt naar grond- en oppervlaktewater.

In de markt zetten

Aan de hand van verschillende presentaties en gesprekken werden de kansen, mogelijkheden en struikelblokken van het terugwinnen van grondstoffen besproken. AquaMinerals ging in op de uitdagingen bij het in de markt zetten van grondstoffen. Dit bedrijf verzorgt voor de waterschappen de product- en marktontwikkeling voor deze stoffen.

Tweede Kamer

Ook werd besproken wat de Tweede Kamer kan doen om het terugwinnen en op de markt brengen van kostbare grondstoffen soepeler te laten verlopen. De waterschappen willen af van het stempel ‘afval’ voor de reststromen van de rioolwaterzuiveringen.

Werkbezoeken

De Unie van Waterschappen organiseert regelmatig werkbezoeken voor Kamerleden. Deze zijn bedoeld om inzicht te geven in actuele politieke onderwerpen.

Op de foto v.l.n.r.: heemraad Bert van Vreeswijk van waterschap Vallei en Veluwe, Kamerlid Chris Stoffer en 2 medewerkers van de rioolwaterzuivering Apeldoorn.

Waterschappen: ‘einde afvalstatus’ nodig voor grondstof uit rioolwater

4 mei 2022

De waterschappen willen af van het stempel ‘afval’ voor de reststromen van de rioolwaterzuiveringen, en graag in een hoog tempo. Dat hebben ze laten weten aan de deelnemers aan het Commissiedebat Circulaire Economie op 11 mei in de Tweede Kamer.



Waterschappen winnen al jaren zo’n 18 verschillende grondstoffen (en ook energie) uit het rioolwater. Denk aan cellulose, fosfaat, bioplastics, Kaumera en biomassa. Maar om afvalstoffen te kunnen gebruiken, zit wet- en regelgeving vaak in de weg. Die wetten en regels bestempelen de reststromen van de rioolwaterzuiveringen als ‘afval’. De waterschappen willen van dat stempel af.

Tempo ‘einde afvalstatus’ omhoog

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt eraan dat struviet en cellulose niet meer worden aangemerkt als afval, maar deze procedure duurt al bijna 6 jaar. Er zijn nog 16 andere grondstoffen die deze ‘einde afvalstatus’ nodig hebben. Een hoger tempo is dus noodzakelijk om de doelen van het programma ‘Nederland circulair in 2050’ te halen.

Balans tussen ambities

De waterschappen begrijpen dat het aan de ene kant belangrijk is dat mens en milieu worden beschermd tegen vervuiling door afval. Maar aan de andere kant zijn er de doelen om als Nederland meer circulair te worden. Tussen die verschillende ambities is balans nodig. Daarom willen de waterschappen meer regie vanuit het Rijk op de transitie naar een circulaire economie.

Lees de hele inbreng

Waterschappen zetten een prijs op CO2

1 april 2022

De waterschappen starten met het intern beprijzen van CO2. Bij interne CO2–beprijzing reken je een prijs voor de klimaatkosten (uitstoot van broeikasgassen) van een activiteit. Het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen krijgt hiermee een financiële waarde.



Bij de waterschappen gaat dit in beginsel om 100 tot 140 euro per ton CO2-equivalent. Wanneer een hogere prijs gepast is, zetten waterschappen die in.

Tegengaan klimaatverandering

Waterschappen zetten zich in voor het tegengaan van klimaatverandering. Ze kunnen impact maken in hun rol als opdrachtgever voor inkoop en aanbesteding. Uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen zorgt voor schade. Door die schade te vertalen naar een CO2-prijs kunnen waterschappen de impact op het klimaat meewegen in investeringsbeslissingen. Dan kan een duurzame oplossing bij aanbestedingen of kosten-batenanalyses zomaar wél interessant worden.

Milieu-impact voor eigen rekening

Sander Mager, bestuurslid van de Unie van Waterschappen: “Interne CO2-beprijzing is een eerste opstap naar het daadwerkelijk meenemen van ecologische en sociaal-maatschappelijke waarden bij de keuzes die waterschappen maken bij budgettering, investeringsprojecten en aanbestedingen. Niet alleen om te vergelijken welke alternatieven het minst schadelijk zijn voor mens en milieu. Maar ook om de daadwerkelijke milieu-impact die waterschappen veroorzaken door hun werkzaamheden voor eigen rekening te nemen. En ze niet door te schuiven naar de omgeving en de toekomstige generatie.”

Stimulans voor klimaatvriendelijke oplossingen

Bij interne CO2-prijzen wordt de CO2-uitstoot vertaald naar de kosten die nodig zijn om de effecten van de betreffende uitstoot van broeikasgassen op te vangen. Zo wordt de impact van de CO2-uitstoot in geld uitgedrukt. Dit geeft meer inzicht en leidt in veel gevallen tot een CO2-bewuste keuze. En het stimuleert de markt om met klimaatvriendelijke oplossingen te komen.

49 procent CO2-reductie

De prijs is gekoppeld aan de doelen die de waterschappen hanteren op het gebied van CO2-reductie. Hierbij is uitgegaan van de ambitie om 49 procent CO2-reductie te halen in 2030. Hogere doelstellingen leiden tot een hogere CO2-prijs. De passende aanbevolen prijsrange van 100-140 euro per ton CO2 voor de periode 2020-2030 is gecombineerd met een jaarlijkse indexatie. Waterschappen met relatief meer ambitie kunnen aan de bovenkant van deze prijsrange gaan zitten, dus op 140 euro per ton CO2. In sommige gevallen kunnen zelfs nog hogere prijzen passend zijn.

> Handreiking Werken met interne CO2-beprijzing

Proeftuinen Aardgasvrije Wijken: 6 projecten met aquathermie in derde ronde

10 maart 2022

47 gemeenten hebben een aanvraag ingediend voor toekenning van subsidie in de derde ronde proeftuinen aardgasvrije wijken. Daarvan krijgen 14 aanvragen een subsidie en worden 6 wijken aardgasvrij met aquathermie. Bij de selectie is vooral gelet op het draagvlak onder de bewoners, de uitvoeringsgereedheid van de plannen en de mogelijkheden om op te schalen.



Veel gemeenten zetten met een stapsgewijze aanpak in op isolatie en hybride warmtepompen als tussenoplossing naar aardgasvrij verwarmen. De gemeenten die met hun aanpak direct naar aardgasvrij gaan, doen dat vooral met lage temperatuur warmtenetten op basis van aquathermie. Dat bijna de helft van de geselecteerde proeftuinen voor deze oplossing kiest, past in het beeld dat steeds meer gemeenten aquathermie inzetten als alternatief voor aardgas.

De gemeenten die met deze subsidie aan de slag gaan met aquathermie zijn Almelo, De Bilt, Eindhoven, Leeuwarden, Sûdwest Fryslân (Heeg) en Vlissingen.

“Energie spat van de aanvragen af”

Meindert Smallenbroek, stuurgroepvoorzitter van het Netwerk Aquathermie (NAT) en algemeen directeur van de Unie van Waterschappen: “Wat vooral opvalt in de aanvragen met aquathermie is het enthousiasme van de verschillende partijen over de samenwerking. De energie spat al van de aanvragen af. Bewoners zetten samen met de gemeente en het waterschap de schouders eronder en grijpen de proeftuin aan om te werken aan de warmtetransitie én het versterken van het wijkgevoel. Dat is het mooie aan deze techniek, naast dat het simpelweg maakt dat je minder elektriciteit nodig hebt om je huis te verwarmen als je van het gas af gaat.”

Financiering warmtenetten

Voor het klimaatakkoord berekende CE Delft dat aquathermie kan voorzien in circa 40% van de warmtevraag. Sindsdien zijn waterschappen en Rijkswaterstaat zeer betrokken bij het ontsluiten van deze warmtebron. De techniek is zeker niet nieuw; er wordt al tientallen jaren gebruik gemaakt van aquathermie. De uitdaging ligt met name in de financiering van de benodigde infrastructuur zoals de warmtenetten.

Erik Kraaij, programmamanager Netwerk Aquathermie: “Ook op het komende NAT Festival zullen we hier aandacht voor vragen: hoe financieren we de warmtetransitie? Deze vraag is met name relevant voor de benodigde opschaling naar grote aquathermieprojecten.”

Programma Aardgasvrije Wijken

In het interbestuurlijke Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) werken het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de decentrale overheden samen om gemeenten en betrokken partijen zo goed mogelijk te ondersteunen in de aardgasvrije opgave.

Dit draagt bij aan de doelstelling uit het Klimaatakkoord om 1,5 miljoen woningen en andere gebouwen te verduurzamen in de periode tot en met 2030. Het doel van het programma is om te leren op welke manier het aardgasvrij maken van wijken kan worden ingericht en opgeschaald. Binnen het PAW worden uiteindelijk naar verwachting circa 50.000 woningen en andere gebouwen verduurzaamd.

Meer informatie over de derde ronde proeftuinen aardgasvrij

Waterschappen onderzoeken alternatieven voor aardgaslevering Gazprom

1 maart 2022

Naar aanleiding van de Russische inval in Oekraïne verkennen waterschappen alternatieven voor aardgaslevering door Gazprom. Ongeveer de helft van de waterschappen heeft een contract bij de Russische leverancier.



Waterschappen inventariseren welke contracten er precies afgesloten zijn met Gazprom. Ook informeren ze zich over mogelijke alternatieven. De Unie van Waterschappen overlegt met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat over hoe de contracten met Gazprom zich verhouden tot de politieke en economische sancties tegen Rusland, het rijksbeleid rond mogelijke alternatieven en wat voor consequenties dat heeft. Ook bij andere leveranciers kom je vaak uit bij aardgas uit Rusland.

Lopende contracten

Verder winnen waterschappen juridisch advies in over de mogelijkheden om lopende contracten die via aanbestedingen tot stand zijn gekomen voortijdig te beëindigen. En hoe voorkomen kan worden dat dit leidt tot schadevergoedingen die juist financieel voordelig zijn voor Gazprom. Vaak kopen samenwerkende waterschappen energie collectief in. De gunning van deze contracten komt tot stand op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding.

Beperkte afhankelijkheid

De waterschappen zijn zelf één van de grootste producenten van biogas in Nederland. Dat maken ze door vergisting van zuiveringsslib op de rioolwaterzuiveringen. Ze zijn daardoor slechts beperkt afhankelijk van de levering van aardgas. De hoeveelheid aardgas van Gazprom is maar ongeveer 2 procent van de totale hoeveelheid energie die de waterschappen gebruiken. Dit aardgas wordt vooral ingezet voor de verwarming van gebouwen.

Groen gas

Steeds meer waterschappen overwegen om het biogas uit de zuiveringen om te zetten naar groen gas (biogas van aardgaskwaliteit) voor levering aan de gebouwde omgeving of voor mobiliteit. Ook met de ontwikkeling van aquathermie (warmte/koude uit water) werken de waterschappen mee aan een alternatief voor aardgas. Dit sluit aan bij het kabinetsbeleid om minder afhankelijk te worden van aardgas. De waterschappen dringen aan bij het kabinet om die energietransitie met grotere urgentie te versnellen.

D66 stelt vragen over ‘einde-afvalstatus’ van grondstoffen

18 februari 2022

Tweede Kamerlid Kiki Hagen van D66 heeft een aantal schriftelijke vragen gesteld aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat. Die vragen gaan over de transitie naar een circulaire economie en over de definitie van afval in de afvalwet en -regelgeving.



Hagen vraagt onder meer aan de staatssecretaris om een nieuwe definitie van afval. Dat is immers een voorwaarde om tot een volledig circulaire economie in 2050 te komen.

Taskforce Herijking Afvalstoffen

Daarnaast wil Hagen weten welke oplossingsrichtingen uit het rapport van de Taskforce Herijking Afvalstoffen zijn geïmplementeerd. Deze oplossingen lossen immers de verschillende belemmeringen van overheden en bedrijven om circulair te opereren op.

Einde-afvalstatus

Hagen vraagt ook of het klopt dat de staatssecretaris al is begonnen met het voorbereiden van ministeriële regelingen die ervoor zorgen dan struviet en cellulose niet meer worden aangemerkt als afval, de zogenaamde ‘einde-afvalstatus’. En zou deze einde-afvalstatus ook niet moeten gelden voor 16 andere grondstoffen?

Integrale aanpak

Het Kamerlid vraagt ook om een gestructureerde integrale aanpak om de wet- en regelgeving aan te passen aan de ambitieuze circulaire economie doelstelling. Zij vindt de aanpak nu nog teveel gericht op individuele gevallen.

Stempel ‘afval’

De Unie van Waterschappen is blij dat deze vragen aan de staatssecretaris zijn gesteld. De waterschappen willen immers af van het stempel ‘afval’ voor de reststromen van de rioolwaterzuiveringen. Dat helpt de waterschappen om een bijdrage te leveren aan een circulaire economie. De staatssecretaris moet binnen 3 weken antwoorden geven op de vragen.

Lees alle vragen van Kiki Hagen

Aandacht voor circulaire economie én voor water in debat Kamer

17 februari 2022

Tijdens het hoofdlijnendebat Infrastructuur en Waterstaat (IenW)  op 16 februari in de Tweede Kamer vroeg een aantal Kamerleden aandacht voor de circulaire economie én voor water.



Zo stelde Suzanne Kröger van GroenLinks dat zij concrete doelen mist om tot een circulaire economie te komen. Wat gaan we nu doen om in 2030 50 procent minder grondstoffen te gebruiken? Vivianne Heijnen, staatssecretaris van IenW antwoordde dat in de volgende stap concrete doelen worden bepaald.

Hergebruik afval

Kiki Hagen van D66 wilde weten welke nieuwe definitie van afval de staatssecretaris hanteert. Dit met het oog op hergebruik van afval. Nu is dat nog vaak niet mogelijk omdat afval wettelijk gezien niet mag worden hergebruikt. Heijnen zei daarop dat de definitie van afval zijn oorsprong heeft in een Europese richtlijn. Als we de definitie willen aanpassen, moet dat dus in Europa.

Voor de waterschappen is het belangrijk dat afval, zoals slib van de waterzuiveringen, kan worden hergebruikt. Zonder ‘einde-afvalstatus’ van stoffen is hergebruik niet mogelijk.

Waterveiligheid

Ook het onderwerp water kwam aan de orde tijdens het debat. Barry Madlener van de PVV verwacht een forsere inzet van de minister voor waterveiligheid. Nederland moet een veilige delta blijven. Minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat zei dat waterveiligheid inderdaad erg belangrijk is, maar dat er meer wensen zijn dan budget.

Plastictax

Tot slot vroeg Lammert van Raan van de Partij voor de Dieren aan staatssecretaris Heijnen welke maatregelen zij gaat nemen tegen plastics in water. Hij suggereerde een belasting op polymeren. De staatssecretaris zegde toe zo’n plastictax te gaan onderzoeken.

De waterschappen zetten zich actief in voor het terugdringen van plastic zwerfvuil in het oppervlaktewater. Een plastictax zou een bijdrage kunnen leveren aan minder plastic in het water.

Week van de circulaire economie: systeemverandering gaat pijn doen

7 februari 2022

Op 7 februari start de Week van de circulaire economie met een nationale conferentie. Sander Mager, bestuurslid van de Unie van Waterschappen, doet een oproep: “Durf te kijken naar wat echt nodig is voor een systeemverandering, ook als dat pijn gaat doen. Kijk daar bij niet alleen naar je eigen sector, maar zoek de verbinding. En toon hierbij bestuurlijk lef.”



Sander Mager: “De omschakeling naar een circulaire economie behoort tot de grote transities van de komende jaren. We zijn aan het optimaliseren maar gaan de echte systeemverandering nog uit de weg. Hebben we die systeemverandering wel scherp voor ogen? En hoe komen we tot die systeemverandering? De benodigde systeemverandering, het centrale thema van de nationale conferentie circulaire economie, gaat pijn doen. We zouden bestuurlijke lef moeten tonen om deze pijngrens op te zoeken.”

Vermindering van klimaatverandering

In een circulaire economie worden grondstoffen efficiënt ingezet en opnieuw toegepast, zonder schadelijke effecten voor mens en milieu, nu en in de toekomst. Circulaire economie draagt bij aan het verminderen van de klimaatverandering, van vervuilende stoffen in de leefomgeving en het verwaarden van reststromen. Maar een transitie naar een circulaire economie heeft ook effect op het tegengaan van verlies aan biodiversiteit, de vervuiling van lucht, water en bodem en op leveringsrisico’s (schaarste) van grondstoffen.

Elkaar opzoeken

Sander Mager: “Wij als decentrale overheden, gemeenten, provincies en waterschappen, merken steeds meer de gevolgen van de klimaatverandering in het dagelijks werk. Het is duidelijk dat we niet eindeloos kunnen blijven dweilen met de kraan open. Daarom vinden we, het net als het nieuwe kabinet, belangrijk dat de Nederlandse economie in 2050 volledig circulair is. We dragen daar graag aan bij. Tegelijk zien we dat -ook bij ons- circulaire initiatieven nog in de hoek ‘leuk’ zitten maar nog niet doorstromen naar het reguliere werk. Bovendien zijn de meeste partijen nog erg op zichzelf gericht. Elke grondstof heeft zijn eigen cyclus en die zijn dus niet, zoals energie, ‘makkelijk’ uitwisselbaar. Publieke en private partijen vinden elkaar nu nog onvoldoende en zijn nog veel met zichzelf bezig. Ik denk dat we naar buiten moeten om elkaar op te zoeken.”

Klimaatneutraal en circulair

In het coalitieakkoord staat dat er een ambitieus klimaatdoel komt voor de circulaire economie en een uitvoeringsprogramma. De overheid wil hierin een voorbeeldrol nemen en zorgen voor een betere aansluiting tussen klimaatbeleid en circulariteit. In het Grondstoffenakkoord staat de doelstelling van een 100 procent circulaire economie in 2050. Er is een tussendoel van 50 procent reductie van primaire abiotische grondstoffen in 2030. Dat zijn mineralen (bijvoorbeeld grind, zout en fosfaat), metalen (zoals ijzererts en bauxiet) en fossiele grondstoffen (zoals aardgas en olie) die in de natuur voorkomen. In het Klimaatakkoord staat de afspraak om als overheden in 2030 bij projecten in de Grond-, Weg- en Waterbouw zoveel mogelijk klimaatneutraal en circulair te werken.

Ambities

Sander Mager: “Als overheden hebben we een hoog inkoopvolume. Als dit circulair gericht zou worden, maken we echt verschil. Decentrale overheden zouden gestimuleerd moeten worden om de afspraak uit de Transitieagenda Circulaire Bouweconomie over te nemen zodat overheden in 2023 100 procent circulair uitvragen en in 2030 100 procent circulair aanbesteden.”

> Week van de Circulaire Economie