Waterschappen blij met ambities Tweede Kamer op weg naar een circulaire economie

8 juni 2022

Op 7 juni is gestemd over verschillende moties die op 11 mei door Tweede Kamerleden zijn ingediend tijdens het Commissiedebat over de circulaire economie. Bijna alle moties zijn aangenomen. De Unie van Waterschappen ziet dit als een belangrijke steun in de rug voor de ambities van de waterschappen op het gebied van de circulaire economie.



De moties gingen onder meer over grote verpakkingen bij bestellingen via internet, uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en voedselveiligheid. En over de beleidsopties, routes, afwegingen en maatschappelijke kosten om te komen tot de circulaire economiedoelen. Uit dit alles blijkt een grote betrokkenheid bij de Kamerleden om de ambities voor een circulaire economie te realiseren.

Belemmerende regelgeving

De waterschappen zien in de steun voor de moties ook de bevestiging van de noodzaak om grondstoffen uit het rioolwater te halen en op de markt te brengen. Wettelijke belemmeringen daarvoor moeten worden weggenomen. De Unie van Waterschappen dringt al jaren aan op het aanpassen van belemmerende regelgeving. Zo is opdracht gegeven voor de Taskforce herijking afvalstoffen die in september 2019 zijn advies ‘Grondstof of afval’ heeft uitgebracht. Op het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat wordt nu gewerkt aan vervolgtrajecten, maar dat gaat niet snel genoeg voor de tijdige omslag naar een circulaire economie.

Werkbezoek

Opvallend is dan ook de aangenomen motie van het Tweede Kamerlid Erik Haverkort (VVD) om de belemmeringen in de regelgeving op het gebied van voedselveiligheid zoveel mogelijk weg te nemen. Innovatief hergebruik van grondstoffen wordt hiermee gestimuleerd. Op 23 mei bracht Erik Haverkort met zijn fractiegenoot Fahid Minhas een werkbezoek aan het Hoogheemraadschap van Delfland op de rioolwaterzuivering Harnaschpolder. Daar konden zij zelf zien welke secundaire grondstoffen op rioolwaterzuiveringen gewonnen kunnen worden.

Tweede Kamer neemt motie aan over verduurzamen industrie

7 juni 2022

Op 7 juni heeft de Tweede Kamer een motie van Pieter Grinwis (ChristenUnie) aangenomen over de plannen voor het verduurzamen van de industrie. Grinwis vraagt de regering om te gaan praten met de middelgrote industriële bedrijven en het industrieel MKB.

Een windmolen op het terrein van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard

Zij kunnen dan samen verkennen welke extra CO2-reductie en energiebesparing mogelijk is in aanvulling op de energiebesparingsplicht. Ook kunnen ze bekijken of en hoe de Meerjarenafspraken een vervolg kunnen krijgen.

Wet Energiebesparingsplicht

Eind 2020 liepen de Meerjarenafspraken energie-efficiencyverbetering (MJA3) af. Het kabinet heeft gekozen voor een andere inrichting. Namelijk om energiebesparing en CO2-emissiereductie te sturen met CO2-reductie via de ‘Wet Energiebesparingsplicht’. Die wet treedt op 1 januari 2023 in werking.

Nauwelijks instrumenten beschikbaar

Een grote groep middelgrote industriële bedrijven en het industriële MKB vinden dat er meer potentieel is te ontsluiten dan wat er behaald kan worden met de Wet energiebesparing met CO2-reductie. Ze vinden dat de aanpak en de ‘formule’ van de Meerjarenafspraken een vervolg verdient. De realisatie van energiebesparingsdoelstellingen was immers een groot succes. En ook het draagvlak en het engagement was juist bij deze groep bedrijven groot.

Energie-efficiencybeleid waterschappen

Via de MJA3-convenanten gaven ook de waterschappen sinds 2008 invulling aan de energiebesparingsplicht. Door de concernaanpak uit de MJA3 konden deelnemers met meerdere locaties 1 Energie-Efficiencyplan opstellen en over de locaties samen rapporteren. Hierdoor werd aandacht gegeven aan grotere projecten, in plaats van per aansluiting kleinere energiebesparingsopties te bekijken. Deze aanpak heeft het energie-efficiencybeleid van de waterschappen goed op de kaart gezet. Het bood een gestructureerde en efficiënte aanpak voor de invulling van wettelijke verplichtingen voor energie.

Afspraken voor CO2-reductie

De waterschappen sluiten zich aan bij de oproep van Grinwis. Ze vragen aandacht voor de kansen die gemist dreigen te worden als MJA3 niet door een vergelijkbare opzet wordt opgevolgd. Ze pleiten al langer samen met andere sectoren voor het maken van integrale bovenwettelijke afspraken voor CO2-reductie. Ze denken dat hiermee de potentie het grootst is om invulling te geven aan de wettelijke doelstellingen rond energiebesparing en broeikasgasreductie. Daarbij worden ook kansen gerealiseerd op energie- en CO2-besparing in de keten, gekoppeld aan circulaire economie.

Noodzaak

Vanwege de oorlog in Oekraïne en de geopolitieke ontwikkelingen die daaruit voortvloeien, is de noodzaak alleen maar groter om op korte termijn nog grootschaliger energie te besparen en sneller te verduurzamen om van het Russisch gas af te komen.

Materialen en milieueffecten van waterschapsobjecten in kaart gebracht

2 juni 2022

Voor het eerst is in kaart gebracht hoeveel materialen de waterschappen beheren in hun objecten, en wat de milieueffecten daarvan zijn.

Polderlandschap met klein gemaal

In totaal hebben de 21 waterschappen in Nederland naar schatting 570 megaton aan materialen in beheer, voornamelijk grond en klei in waterkeringen. Als de grond in waterkeringen niet wordt meegerekend, is de materiaalvoorraad zo’n 10 megaton, bestaande uit bouwmaterialen als beton, staal, hout en kunststoffen.

Circulair beheren

In 2030 moet Nederland voor 50 procent circulair zijn en in 2050 volledig circulair. Waterschappen beheren objecten zoals rwzi’s, persleidingen, gemalen, beschoeiing en waterkeringen, en daarmee een grote voorraad aan materialen. Deze objecten worden assets genoemd. Er ligt een grote uitdaging om deze assets circulair te beheren. Want wat is nu de omvang van deze materiaalvoorraad? Wat is het effect hiervan op de circulaire economie en het milieu? Hoe kunnen deze assets circulair beheerd worden?

Analyse bouwmaterialen

Deze vragen waren aanleiding voor het materialenonderzoek ‘Circulaire assets waterschappen’, uitgevoerd door Witteveen+Bos en Metabolic in opdracht van Stowa en de Unie van Waterschappen. In het onderzoek zijn de bouwmaterialen geanalyseerd in de assets van 6 waterschappen: waterschappen Noorderzijlvest, Vallei en Veluwe, Zuiderzeeland en Amstel, Gooi en Vecht en hoogheemraadschappen Delfland en Hollands Noorderkwartier.

Milieu-impact

Gemiddeld bedraagt de materiaalvoorraad 27 megaton per waterschap. Zonder waterkeringen is dat 0,5 megaton. Voor het winnen van deze materialen en het maken van objecten zijn energie en grondstoffen verbruikt. Hierdoor is er een milieu-impact ‘ingebed’ in deze assets. De gemiddelde ingebedde klimaatimpact van de totale materiaalvoorraad per waterschap bedraagt circa 1,2 megaton CO2-equivalent. Een meer volledige vertegenwoordiging van milieu-impact is de MilieuKostenIndicator (MKI). Deze bedraagt gemiddeld 127 miljoen euro per waterschap. De mate van circulariteit is ook bepaald op basis van de Material Circularity Index en is nog slechts 13 procent.

Taai proces

“We zijn in september 2020 gestart met het onderzoek”, vertelt Rob Dijcker van Witteveen+Bos. “En het is een taai proces gebleken om areaaldata en referentieontwerpen te verzamelen, te verifiëren en vervolgens te analyseren. Toch geeft het eindresultaat voor het eerst en in de volle breedte een overzicht van materiaalgebruik en milieu-impact van assets in beheer van waterschappen.”

Strategie circulaire waterschappen

Bas Nanninga heeft het onderzoek vanuit de Unie van Waterschappen begeleid. Hij verwacht dat het onderzoek helpt om verder richting te geven aan de strategie Circulaire waterschappen die de Unie aan het ontwikkelen is. “Een uitdaging voor de komende maanden is om voor de belangrijkste objecten concrete doelen en circulaire oplossingen uit te werken. Hierbij zoeken we zeker de samenwerking met andere infrabeheerders, zoals Rijkswaterstaat en Prorail.”

> Hoofdrapport Circulair assetmanagement waterschappen

> Achtergrondrapportage rekenmethodiek circulair assetmanagement waterschappen

Tweede Kamerleden Haverkort en Minhas bezoeken waterschap

23 mei 2022

Op uitnodiging van de Unie van Waterschappen brachten VVD Tweede Kamerleden Erik Haverkort en Fahid Minhas op 23 mei een werkbezoek aan de afvalwaterzuivering Harnaschpolder van het hoogheemraadschap van Delfland.



Het werkbezoek stond in het teken van circulaire economie, een van de onderwerpen waar de Tweede Kamer zich mee bezighoudt.

Rioolwater als bron van grondstoffen

De Kamerleden lieten zich bijpraten over de mogelijkheden van het terugwinnen van grondstoffen uit rioolwater. Waterschappen zijn al jaren actief in de terugwinning van grondstoffen en energie uit het rioolwater. Ze zien rioolwater allang niet meer als afval, maar als bron van grondstoffen en energie. Zo winnen de waterschappen 18 verschillende grondstoffen uit dit water terug, zoals struviet, cellulose, fosfaat, bioplastics, Kaumera en biomassa.

Kansen en struikelblokken

Tijdens de rondleiding door de afvalwaterzuivering werd duidelijk hoe Groen gas en struviet wordt teruggewonnen. Aan de hand van verschillende presentaties en gesprekken werden de kansen, mogelijkheden en struikelblokken van het terugwinnen van grondstoffen besproken. AquaMinerals, dat voor de waterschappen de product- en marktontwikkeling voor deze stoffen verzorgt, ging in op de uitdagingen bij het vermarkten.

Tweede Kamer

Ook werd besproken wat de Tweede Kamer kan doen om het terugwinnen en op de markt brengen van kostbare grondstoffen soepeler te laten verlopen. De waterschappen willen af van het stempel ‘afval’ voor de reststromen van de rioolwaterzuiveringen.

Werkbezoeken voor Kamerleden

De Unie van Waterschappen organiseert regelmatig werkbezoeken voor Kamerleden. Die zijn bedoeld om inzicht te geven in actuele politieke onderwerpen.

Staatssecretaris Heijnen bezoekt Noord-Nederland rond thema circulaire economie

16 mei 2022

Op uitnodiging van de decentrale overheden bracht staatssecretaris Vivianne Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat op 16 mei een bezoek aan Groningen en Heerenveen. Gemeenten, provincies en waterschappen lieten haar zien hoe zij in de regio samenwerken aan de transitie naar een circulaire economie.



Op het programma stond een bezoek aan Groningen, waar wordt gewerkt aan een circulaire textielketen. Daarnaast bezocht Heijnen het Nationaal Testcentrum Circulaire Plastics in Heerenveen. De aanwezigen voerden het gesprek met de staatssecretaris over de vraag: hoe kunnen we gezamenlijk als één overheid regionale circulaire activiteiten stimuleren en ondersteunen? Wat is er nodig om te versnellen en het doel te halen om in 2030 50 procent minder primaire grondstoffen te gebruiken?

Duurzaam opdrachtgeverschap

Namens de Unie van Waterschappen gaf bestuurslid Vincent Lokin van waterschap de Dommel een presentatie over Circulair en Duurzaam Opdrachtgeverschap bij de waterschappen. Vanuit waterschap Noorderzijlvest was Dagelijks Bestuurslid Eisse Luitjens aanwezig. Hij vertelde over de mogelijkheden en belemmeringen bij de inzet op circulair werken. Ook deelde hij de ervaringen van Noorderzijlvest met 2 lopende projecten: Nieuwe waterwerken Zoutkamp en Dijkversterking Lauwersmeerdijk-Vierhuizergat.

Plasticvervanger

Dijkgraaf Luzette Kroon vertegenwoordigde Wetterskip Fryslân. Zij ging onder meer in op de Vereniging Circulair Friesland waaraan ook het Wetterskip is verbonden. En er zijn nog meer voorbeeldprojecten rond circulaire economie, zoals een plasticvervanger uit natuurlijke reststoffen. De waterschappen willen af van het stempel ‘afval’ voor de reststromen van de rioolwaterzuiveringen.

Schaarse grondstoffen

In een circulaire economie worden grondstoffen efficiënt ingezet en opnieuw toegepast, zonder schadelijke effecten voor mens en milieu. Een circulaire economie draagt bij aan het verwaarden van reststromen, en aan het verminderen van de klimaatverandering en van vervuilende stoffen. Bovendien heeft het ook effect op het tegengaan van verlies aan biodiversiteit, de vervuiling van lucht, water en bodem en op schaarste van grondstoffen.

Circulaire doelen

De decentrale overheden vinden het samen met het Rijk belangrijk dat de Nederlandse economie in 2050 volledig circulair is. Daarom zijn er afspraken gemaakt in het Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2023-2026, gebaseerd op het Grondstoffenakkoord van 2017. In het najaar van 2022 verschijnt er een hernieuwd programma met nieuwe doelen. De waterschappen dragen bij aan de circulaire economie via hun inkoopbeleid, de aanbestedingen in de grond-, weg- en waterbouw, de watersystemen en de rioolwaterzuiveringen.

Green Deal Aquathermie afgerond, maar: ‘aquathermie stroomt door’

12 mei 2022

Met het Festival ‘Aquathermie stroomt door’ van het Netwerk Aquathermie op 12 mei is de Green Deal Aquathermie op feestelijke wijze afgerond. Tijdens de dag stonden de successen van de afgelopen 3 jaar centraal, deelden de aanwezigen hun ervaringen en bespraken ze de toekomstige uitdagingen. Het festival was zo het schakelpunt tussen het einde van de Green Deal Aquathermie en de start van een nieuwe periode.



Aquathermie is thermische energie uit oppervlakte-, afval- en drinkwater. Netwerkbureau Aquathermie (NAT) is de uitvoeringsorganisatie van de Green Deal Aquathermie. In 3 jaar tijd heeft NAT samen met andere partijen en partners veel bereikt. Bij de start van de Green Deal in 2019 was al bekend dat aquathermie grote potentie heeft om de gebouwde omgeving te verwarmen en te koelen.

60 organisaties doen mee

Zo’n 40 partijen verbonden zich toen aan het doel om de mogelijkheden van aquathermie verder in kaart te brengen en zo een versnelling te brengen in de warmtetransitie. Het netwerk is gaandeweg gegroeid tot 60 organisaties. Zij leveren ieder hun eigen inbreng in de samenwerking op het gebied van onderzoek, het verkennen van governancevormen en het delen van praktijkkennis.

Aquathermie in regeerakkoord

Door alle inzet is de bekendheid met aquathermie flink toegenomen: aquathermie is gegroeid van onbekende bron naar kansrijke optie. Deze duurzame bron voor verwarmen en koelen wordt al veel toegepast in meestal kleinschalige (nieuwbouw)projecten. Mede door de inzet van NAT is aquathermie in het huidige regeerakkoord opgenomen als een belangrijke duurzame warmtebron voor de toekomst. Een opsteker die het netwerk motiveert aquathermie grootschaliger uit te rollen.

Volgende fase

Aquathermie is toe aan een volgende fase. De ambitie is om in 2030 meer dan 200.000 woningen te verwarmen en te koelen met aquathermie. Het programmaplan hiervoor is in ontwikkeling. Om versnelling en opschaling van projecten te realiseren, staan we nog voor een aantal uitdagingen. Bijvoorbeeld het creëren van een gelijk speelveld voor deze techniek. De ontwikkeling van een marktsector zal de realisatie van projecten verder versnellen. Zo draagt aquathermie bij aan het behalen van landelijke klimaatdoelstellingen. Aquathermie stroomt door!

Netwerk Aquathermie

Aan het Netwerk Aquathermie doen onder meer mee: Ministerie EZK, Ministerie I&W, Ministerie BEZK, Unie van Waterschappen, VEWIN, NWB Bank, Deltares, KWR, STOWA, VNG, verschillende waterschappen, provincies en gemeentes, en bedrijven.

> Netwerk Aquathermie

(Op de foto v.l.n.r. Erik Kraaij, programmamanager Netwerk Aquathermie, Sandor Gaastra, directeur-generaal Klimaat en Energie van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en Meindert Smallenbroek, voorzitter Stuurgroep Aquathermie)

Tweede Kamerlid Chris Stoffer bezoekt rioolwaterzuivering

9 mei 2022

Op uitnodiging van de Unie van Waterschappen bracht Tweede Kamerlid Chris Stoffer van de SGP op 9 mei een werkbezoek aan de rioolwaterzuivering van waterschap Vallei en Veluwe in Apeldoorn.



Het werkbezoek stond in het teken van circulaire economie. De Tweede Kamer spreekt op 11 mei over dit onderwerp in een commissiedebat.

Bron van grondstoffen

Stoffer liet zich bijpraten over de mogelijkheden van het terugwinnen van grondstoffen uit rioolwater. Waterschappen zijn al jaren actief in de terugwinning van grondstoffen en energie uit het rioolwater. Ze zien rioolwater allang niet meer als afval, maar als bron van grondstoffen en energie. Zo winnen de waterschappen 18 verschillende grondstoffen uit dit water. Denk aan cellulose, fosfaat, bioplastics en vetzuren, Kaumera en biomassa.

Meststof

Tijdens de rondleiding door de struviethal in Apeldoorn werd duidelijk hoe fosfaat uit het rioolwater wordt gehaald. Van fosfaat wordt struviet gemaakt. Struviet is een meststof die de voedingsstoffen langzaam afgeeft en niet of nauwelijks uitspoelt naar grond- en oppervlaktewater.

In de markt zetten

Aan de hand van verschillende presentaties en gesprekken werden de kansen, mogelijkheden en struikelblokken van het terugwinnen van grondstoffen besproken. AquaMinerals ging in op de uitdagingen bij het in de markt zetten van grondstoffen. Dit bedrijf verzorgt voor de waterschappen de product- en marktontwikkeling voor deze stoffen.

Tweede Kamer

Ook werd besproken wat de Tweede Kamer kan doen om het terugwinnen en op de markt brengen van kostbare grondstoffen soepeler te laten verlopen. De waterschappen willen af van het stempel ‘afval’ voor de reststromen van de rioolwaterzuiveringen.

Werkbezoeken

De Unie van Waterschappen organiseert regelmatig werkbezoeken voor Kamerleden. Deze zijn bedoeld om inzicht te geven in actuele politieke onderwerpen.

Op de foto v.l.n.r.: heemraad Bert van Vreeswijk van waterschap Vallei en Veluwe, Kamerlid Chris Stoffer en 2 medewerkers van de rioolwaterzuivering Apeldoorn.

Waterschappen: ‘einde afvalstatus’ nodig voor grondstof uit rioolwater

4 mei 2022

De waterschappen willen af van het stempel ‘afval’ voor de reststromen van de rioolwaterzuiveringen, en graag in een hoog tempo. Dat hebben ze laten weten aan de deelnemers aan het Commissiedebat Circulaire Economie op 11 mei in de Tweede Kamer.



Waterschappen winnen al jaren zo’n 18 verschillende grondstoffen (en ook energie) uit het rioolwater. Denk aan cellulose, fosfaat, bioplastics, Kaumera en biomassa. Maar om afvalstoffen te kunnen gebruiken, zit wet- en regelgeving vaak in de weg. Die wetten en regels bestempelen de reststromen van de rioolwaterzuiveringen als ‘afval’. De waterschappen willen van dat stempel af.

Tempo ‘einde afvalstatus’ omhoog

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt eraan dat struviet en cellulose niet meer worden aangemerkt als afval, maar deze procedure duurt al bijna 6 jaar. Er zijn nog 16 andere grondstoffen die deze ‘einde afvalstatus’ nodig hebben. Een hoger tempo is dus noodzakelijk om de doelen van het programma ‘Nederland circulair in 2050’ te halen.

Balans tussen ambities

De waterschappen begrijpen dat het aan de ene kant belangrijk is dat mens en milieu worden beschermd tegen vervuiling door afval. Maar aan de andere kant zijn er de doelen om als Nederland meer circulair te worden. Tussen die verschillende ambities is balans nodig. Daarom willen de waterschappen meer regie vanuit het Rijk op de transitie naar een circulaire economie.

Lees de hele inbreng

Waterschappen zetten een prijs op CO2

1 april 2022

De waterschappen starten met het intern beprijzen van CO2. Bij interne CO2–beprijzing reken je een prijs voor de klimaatkosten (uitstoot van broeikasgassen) van een activiteit. Het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen krijgt hiermee een financiële waarde.



Bij de waterschappen gaat dit in beginsel om 100 tot 140 euro per ton CO2-equivalent. Wanneer een hogere prijs gepast is, zetten waterschappen die in.

Tegengaan klimaatverandering

Waterschappen zetten zich in voor het tegengaan van klimaatverandering. Ze kunnen impact maken in hun rol als opdrachtgever voor inkoop en aanbesteding. Uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen zorgt voor schade. Door die schade te vertalen naar een CO2-prijs kunnen waterschappen de impact op het klimaat meewegen in investeringsbeslissingen. Dan kan een duurzame oplossing bij aanbestedingen of kosten-batenanalyses zomaar wél interessant worden.

Milieu-impact voor eigen rekening

Sander Mager, bestuurslid van de Unie van Waterschappen: “Interne CO2-beprijzing is een eerste opstap naar het daadwerkelijk meenemen van ecologische en sociaal-maatschappelijke waarden bij de keuzes die waterschappen maken bij budgettering, investeringsprojecten en aanbestedingen. Niet alleen om te vergelijken welke alternatieven het minst schadelijk zijn voor mens en milieu. Maar ook om de daadwerkelijke milieu-impact die waterschappen veroorzaken door hun werkzaamheden voor eigen rekening te nemen. En ze niet door te schuiven naar de omgeving en de toekomstige generatie.”

Stimulans voor klimaatvriendelijke oplossingen

Bij interne CO2-prijzen wordt de CO2-uitstoot vertaald naar de kosten die nodig zijn om de effecten van de betreffende uitstoot van broeikasgassen op te vangen. Zo wordt de impact van de CO2-uitstoot in geld uitgedrukt. Dit geeft meer inzicht en leidt in veel gevallen tot een CO2-bewuste keuze. En het stimuleert de markt om met klimaatvriendelijke oplossingen te komen.

49 procent CO2-reductie

De prijs is gekoppeld aan de doelen die de waterschappen hanteren op het gebied van CO2-reductie. Hierbij is uitgegaan van de ambitie om 49 procent CO2-reductie te halen in 2030. Hogere doelstellingen leiden tot een hogere CO2-prijs. De passende aanbevolen prijsrange van 100-140 euro per ton CO2 voor de periode 2020-2030 is gecombineerd met een jaarlijkse indexatie. Waterschappen met relatief meer ambitie kunnen aan de bovenkant van deze prijsrange gaan zitten, dus op 140 euro per ton CO2. In sommige gevallen kunnen zelfs nog hogere prijzen passend zijn.

> Handreiking Werken met interne CO2-beprijzing

Proeftuinen Aardgasvrije Wijken: 6 projecten met aquathermie in derde ronde

10 maart 2022

47 gemeenten hebben een aanvraag ingediend voor toekenning van subsidie in de derde ronde proeftuinen aardgasvrije wijken. Daarvan krijgen 14 aanvragen een subsidie en worden 6 wijken aardgasvrij met aquathermie. Bij de selectie is vooral gelet op het draagvlak onder de bewoners, de uitvoeringsgereedheid van de plannen en de mogelijkheden om op te schalen.



Veel gemeenten zetten met een stapsgewijze aanpak in op isolatie en hybride warmtepompen als tussenoplossing naar aardgasvrij verwarmen. De gemeenten die met hun aanpak direct naar aardgasvrij gaan, doen dat vooral met lage temperatuur warmtenetten op basis van aquathermie. Dat bijna de helft van de geselecteerde proeftuinen voor deze oplossing kiest, past in het beeld dat steeds meer gemeenten aquathermie inzetten als alternatief voor aardgas.

De gemeenten die met deze subsidie aan de slag gaan met aquathermie zijn Almelo, De Bilt, Eindhoven, Leeuwarden, Sûdwest Fryslân (Heeg) en Vlissingen.

“Energie spat van de aanvragen af”

Meindert Smallenbroek, stuurgroepvoorzitter van het Netwerk Aquathermie (NAT) en algemeen directeur van de Unie van Waterschappen: “Wat vooral opvalt in de aanvragen met aquathermie is het enthousiasme van de verschillende partijen over de samenwerking. De energie spat al van de aanvragen af. Bewoners zetten samen met de gemeente en het waterschap de schouders eronder en grijpen de proeftuin aan om te werken aan de warmtetransitie én het versterken van het wijkgevoel. Dat is het mooie aan deze techniek, naast dat het simpelweg maakt dat je minder elektriciteit nodig hebt om je huis te verwarmen als je van het gas af gaat.”

Financiering warmtenetten

Voor het klimaatakkoord berekende CE Delft dat aquathermie kan voorzien in circa 40% van de warmtevraag. Sindsdien zijn waterschappen en Rijkswaterstaat zeer betrokken bij het ontsluiten van deze warmtebron. De techniek is zeker niet nieuw; er wordt al tientallen jaren gebruik gemaakt van aquathermie. De uitdaging ligt met name in de financiering van de benodigde infrastructuur zoals de warmtenetten.

Erik Kraaij, programmamanager Netwerk Aquathermie: “Ook op het komende NAT Festival zullen we hier aandacht voor vragen: hoe financieren we de warmtetransitie? Deze vraag is met name relevant voor de benodigde opschaling naar grote aquathermieprojecten.”

Programma Aardgasvrije Wijken

In het interbestuurlijke Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) werken het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de decentrale overheden samen om gemeenten en betrokken partijen zo goed mogelijk te ondersteunen in de aardgasvrije opgave.

Dit draagt bij aan de doelstelling uit het Klimaatakkoord om 1,5 miljoen woningen en andere gebouwen te verduurzamen in de periode tot en met 2030. Het doel van het programma is om te leren op welke manier het aardgasvrij maken van wijken kan worden ingericht en opgeschaald. Binnen het PAW worden uiteindelijk naar verwachting circa 50.000 woningen en andere gebouwen verduurzaamd.

Meer informatie over de derde ronde proeftuinen aardgasvrij