Grondstoffen uit rioolwater krijgen nog te vaak stempel ‘afval’

7 november 2022

Waterschappen mogen voortaan de grondstof struviet die ze terugwinnen uit rioolwater leveren aan kunstmestfabrikanten. Dat is goed nieuws en een doorbraak, vinden de waterschappen. Maar de procedure om die bevestiging te krijgen heeft jaren geduurd. En er zijn nog veel meer grondstoffen te winnen uit rioolwater.



Waterschappen winnen fosfaat terug uit rioolwater in de vorm van struviet. Het is een kostbare en schaarse stof, die weinig voorkomt in de natuur en nodig is voor planten om te groeien. Er kunnen ook chemische producten van worden gemaakt. Toch was het tot nu toe heel lastig om het struviet op de markt te brengen. Dat komt omdat een stof die wordt teruggewonnen uit rioolwater in eerste instantie het stempel ‘afval’ heeft. Het heeft jaren geduurd om van de overheid een bevestiging te krijgen dat struviet geen afvalstof is.

Enorme potentie

Sander Mager, bestuurder bij de Unie van Waterschappen: “Dat waterschappen struviet uit rioolwater nu op de markt kunnen brengen is bijzonder goed nieuws. Voor een circulaire en duurzame toekomst is het van groot belang dat we de waardevolle grondstoffen die we uit het rioolwater halen kunnen hergebruiken. De aanvraag voor struviet duurde echter jaren, terwijl er nog vele andere grondstoffen zijn die we zouden kunnen leveren aan de markt. Er is een enorme potentie, en waterschappen winnen al 18 verschillende grondstoffen terug uit rioolwater. Zoals bioplastics, vetzuren, Kaumera en biomassa. Een hoger tempo is noodzakelijk om de doelen van het programma ‘Nederland circulair in 2050’ te halen.”

Rechtsoordeel

De waterschappen vroegen al in 2015 aan het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat om een einde-afvalregeling voor teruggewonnen stoffen uit rioolwater. Er is toen gestart met een zogeheten ‘rechtsoordeel’ (niet juridisch bindend advies) voor een concreet voorbeeld. Namelijk de levering van struviet aan kunstmestfabrikant ICL vanuit de rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) Amsterdam West van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Bij de beoordeling door Rijkswaterstaat bleek er vervolgonderzoek nodig naar pathogenen en medicijnresten. Dit onderzoek is uitgevoerd door Waternet en AquaMinerals, dat voor de waterschappen het struviet naar de markt brengt. Ook voor de rwzi’s van waterschappen Vallei en Veluwe en Aa en Maas die hebben meegedaan aan het onderzoek zijn rechtsoordelen verstrekt. Het traject heeft bijna 6 jaar geduurd.

Meer snelheid

Een Taskforce onder leiding van Winnie Sorgdrager signaleerde in 2019 al dat het vaak lang duurt voordat rechtsoordelen worden afgegeven. Sorgdrager: “Het is goed dat deze rechtsoordelen over struviet nu afgerond zijn. In de toekomst mag wel meer snelheid gemaakt worden. De aankondiging van ministeriële regelingen biedt hoop voor een bredere toepassing maar mogen niet zo lang op zich laten wachten.”

Balans tussen ambities

Sander Mager: “De waterschappen vinden het belangrijk dat mens en milieu worden beschermd tegen risico’s van afvalstoffen. Maar aan de andere kant zijn er de doelen om als Nederland meer circulair te worden. Tussen die verschillende ambities is balans nodig. We vragen als waterschappen daarom om meer regie vanuit het Rijk op de transitie naar een circulaire economie. Dat helpt de waterschappen om ook een bijdrage te leveren. Als we alle mogelijkheden alleen maar van geval tot geval en grondstof voor grondstof blijven beschouwen, dan missen we veel kansen om impact te realiseren in de transitie naar een circulaire economie.”

Waterschappen streven naar klimaatneutraliteit in 2035

14 oktober 2022

De waterschappen hebben op 14 oktober bekend gemaakt te streven naar klimaatneutraliteit in 2035. Zij leggen daarmee de lat voor duurzaamheid hoger dan de landelijke ambities en hopen andere partijen te inspireren.

Windmolen veld in waterrijk landschap

Dirk-Siert Schoonman, bestuurder van de Unie van Waterschappen: “Het is geen wonder dat de klimaatverandering ons zo aan het hart gaat, want wij merken in het waterbeheer als eersten de gevolgen in ons dagelijks werk. Wij zijn eigenlijk de ‘kanarie in de kolenmijn’. Het weer hebben wij als mens niet in de hand, maar de klimaatverandering kunnen we beïnvloeden. Dus gaan we als waterschappen aan de slag.”

Klimaatvoetafdruk beter in beeld

In de op 14 oktober vastgestelde strategische visie ‘Op weg naar klimaatneutraliteit’ zeggen alle 21 Nederlandse waterschappen hun klimaatvoetafdruk nog beter in beeld te zullen brengen en te streven naar klimaatneutraliteit in 2035. Daarbij kijken ze naar de broeikasgassen die het waterschap zelf veroorzaakt, waaronder lachgas en methaan op de rioolwaterzuiveringen. En naar de uitstoot van derden die in opdracht van het waterschap werken. Ook streven zij naar beperking van de emissies van broeikasgassen in hun omgeving, zoals uit veenweiden, oppervlaktewater en waterbodems.

Belangrijke schakel

Minister Rob Jetten voor Klimaat en Energie heeft zijn steun uitgesproken voor de visie van de waterschappen: “Ik ben onder de indruk van de ambities. Klimaatverandering tegengaan vereist een gezamenlijke inspanning van alle overheden. Waterschappen zijn niet alleen een belangrijke schakel om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Ze geven het goede voorbeeld aan de rest van Nederland door ook te helpen bij het tegengaan van klimaatverandering.”

Ruimtelijke ontwikkeling

Dirk-Siert Schoonman van de Unie van Waterschappen: “De zeespiegelstijging gaat sneller dan gedacht en dat is zorgwekkend. Meer dan de helft van Nederland ligt beneden de zeespiegel of in overstromingsgevoelig gebied, waar bovendien twee derde van ons nationaal inkomen wordt verdiend. Hoe houden we Nederland ook op de lange termijn veilig? Het is essentieel dat water en bodem sturend worden bij besluiten over de ruimtelijke ontwikkeling. Waterschappen werken niet alleen hard aan het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. We stellen ook alles in het werk om die verandering te voorkomen en bij te dragen aan de verduurzaming van de energievoorziening in Nederland.”

Duurzame energie

Een tussenstap is de energieneutraliteit die de waterschappen voor 2025 als sector al hebben afgesproken in het klimaatakkoord van 2019. Door zo min mogelijk energie te verbruiken en zoveel mogelijk duurzame energie zelf op te wekken, bijvoorbeeld uit rioolwater. En terreinen ter beschikking te stellen voor zonnepanelen en windmolens. Goede voorbeelden zijn de versnelde productie van groen gas en innovaties zoals groene waterstof op de rioolwaterzuivering.

Lokaal energiesysteem

De waterschappen beschikken over meer dan 300 rioolwaterzuiveringen en beschouwen die steeds meer als een slim lokaal energiesysteem. Ook aquathermie – het duurzaam verwarmen en koelen van woningen met water – heeft een grote potentie. Het potentieel aan duurzame bronnen waarover de waterschappen beschikken overstijgt de eigen energiebehoefte. Vanuit hun maatschappelijke verantwoordelijkheid willen waterschappen deze bronnen inzetten en zo actief bijdragen aan klimaatneutraliteit in de regio.

Circulair materialengebruik

Grondstoffenverbruik houdt een rechtstreeks verband met energieverbruik en dus met klimaatbeleid. Door in te zetten op het gebruik van duurzamere materialen, gebruiken waterschappen minder energie en fossiele brandstoffen, waardoor minder CO2-uitstoot plaatsvindt. En dit remt de uitputting van grondstoffen. Bijvoorbeeld door bij het versterken van dijken grond uit de regio opnieuw te gebruiken of onderdelen van zuiveringsinstallaties te hergebruiken. Dat is circulair en levert ook CO2-besparing op omdat er minder transport nodig is.

Financiering

Lidwin van Velden, directievoorzitter van de Nederlandse Waterschapsbank, is verheugd met de ambitie van de waterschappen: “Als dé duurzame waterbank steunen wij de ambitie van de waterschappen om in 2035 al klimaatneutraal te willen zijn volop! Wij staan klaar om de waterschappen van passende en zo goedkoop mogelijke financiering te voorzien en samen te investeren in een waterbewuste en duurzame samenleving.”

Lees meer over het ontwerp beleidsprogramma klimaat van de Rijksoverheid

Proeftuinen Aardgasvrije Wijken: 6 projecten met aquathermie in derde ronde

10 maart 2022

47 gemeenten hebben een aanvraag ingediend voor toekenning van subsidie in de derde ronde proeftuinen aardgasvrije wijken. Daarvan krijgen 14 aanvragen een subsidie en worden 6 wijken aardgasvrij met aquathermie. Bij de selectie is vooral gelet op het draagvlak onder de bewoners, de uitvoeringsgereedheid van de plannen en de mogelijkheden om op te schalen.



Veel gemeenten zetten met een stapsgewijze aanpak in op isolatie en hybride warmtepompen als tussenoplossing naar aardgasvrij verwarmen. De gemeenten die met hun aanpak direct naar aardgasvrij gaan, doen dat vooral met lage temperatuur warmtenetten op basis van aquathermie. Dat bijna de helft van de geselecteerde proeftuinen voor deze oplossing kiest, past in het beeld dat steeds meer gemeenten aquathermie inzetten als alternatief voor aardgas.

De gemeenten die met deze subsidie aan de slag gaan met aquathermie zijn Almelo, De Bilt, Eindhoven, Leeuwarden, Sûdwest Fryslân (Heeg) en Vlissingen.

“Energie spat van de aanvragen af”

Meindert Smallenbroek, stuurgroepvoorzitter van het Netwerk Aquathermie (NAT) en algemeen directeur van de Unie van Waterschappen: “Wat vooral opvalt in de aanvragen met aquathermie is het enthousiasme van de verschillende partijen over de samenwerking. De energie spat al van de aanvragen af. Bewoners zetten samen met de gemeente en het waterschap de schouders eronder en grijpen de proeftuin aan om te werken aan de warmtetransitie én het versterken van het wijkgevoel. Dat is het mooie aan deze techniek, naast dat het simpelweg maakt dat je minder elektriciteit nodig hebt om je huis te verwarmen als je van het gas af gaat.”

Financiering warmtenetten

Voor het klimaatakkoord berekende CE Delft dat aquathermie kan voorzien in circa 40% van de warmtevraag. Sindsdien zijn waterschappen en Rijkswaterstaat zeer betrokken bij het ontsluiten van deze warmtebron. De techniek is zeker niet nieuw; er wordt al tientallen jaren gebruik gemaakt van aquathermie. De uitdaging ligt met name in de financiering van de benodigde infrastructuur zoals de warmtenetten.

Erik Kraaij, programmamanager Netwerk Aquathermie: “Ook op het komende NAT Festival zullen we hier aandacht voor vragen: hoe financieren we de warmtetransitie? Deze vraag is met name relevant voor de benodigde opschaling naar grote aquathermieprojecten.”

Programma Aardgasvrije Wijken

In het interbestuurlijke Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) werken het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de decentrale overheden samen om gemeenten en betrokken partijen zo goed mogelijk te ondersteunen in de aardgasvrije opgave.

Dit draagt bij aan de doelstelling uit het Klimaatakkoord om 1,5 miljoen woningen en andere gebouwen te verduurzamen in de periode tot en met 2030. Het doel van het programma is om te leren op welke manier het aardgasvrij maken van wijken kan worden ingericht en opgeschaald. Binnen het PAW worden uiteindelijk naar verwachting circa 50.000 woningen en andere gebouwen verduurzaamd.

Meer informatie over de derde ronde proeftuinen aardgasvrij

Waterschappen onderzoeken alternatieven voor aardgaslevering Gazprom

1 maart 2022

Naar aanleiding van de Russische inval in Oekraïne verkennen waterschappen alternatieven voor aardgaslevering door Gazprom. Ongeveer de helft van de waterschappen heeft een contract bij de Russische leverancier.



Waterschappen inventariseren welke contracten er precies afgesloten zijn met Gazprom. Ook informeren ze zich over mogelijke alternatieven. De Unie van Waterschappen overlegt met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat over hoe de contracten met Gazprom zich verhouden tot de politieke en economische sancties tegen Rusland, het rijksbeleid rond mogelijke alternatieven en wat voor consequenties dat heeft. Ook bij andere leveranciers kom je vaak uit bij aardgas uit Rusland.

Lopende contracten

Verder winnen waterschappen juridisch advies in over de mogelijkheden om lopende contracten die via aanbestedingen tot stand zijn gekomen voortijdig te beëindigen. En hoe voorkomen kan worden dat dit leidt tot schadevergoedingen die juist financieel voordelig zijn voor Gazprom. Vaak kopen samenwerkende waterschappen energie collectief in. De gunning van deze contracten komt tot stand op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding.

Beperkte afhankelijkheid

De waterschappen zijn zelf één van de grootste producenten van biogas in Nederland. Dat maken ze door vergisting van zuiveringsslib op de rioolwaterzuiveringen. Ze zijn daardoor slechts beperkt afhankelijk van de levering van aardgas. De hoeveelheid aardgas van Gazprom is maar ongeveer 2 procent van de totale hoeveelheid energie die de waterschappen gebruiken. Dit aardgas wordt vooral ingezet voor de verwarming van gebouwen.

Groen gas

Steeds meer waterschappen overwegen om het biogas uit de zuiveringen om te zetten naar groen gas (biogas van aardgaskwaliteit) voor levering aan de gebouwde omgeving of voor mobiliteit. Ook met de ontwikkeling van aquathermie (warmte/koude uit water) werken de waterschappen mee aan een alternatief voor aardgas. Dit sluit aan bij het kabinetsbeleid om minder afhankelijk te worden van aardgas. De waterschappen dringen aan bij het kabinet om die energietransitie met grotere urgentie te versnellen.

Springtij Forum 2022 over ‘in balans met water’

21 september 2022

Van 21 tot en met 23 september vindt op Terschelling het duurzaamheidsfestival Springtij plaats. Deze 3 dagen gaan deelnemers uit politiek, overheid, bedrijfsleven en kennisinstituten met elkaar in gesprek over duurzaamheid. Ook de waterschappen zijn van de partij. Zij vragen aandacht voor het thema ‘In balans met water’.

Paalhoofden op het strand om de eb- en vloedstroom uit de kust te houden

De waterschappen maken onderdeel uit van de watercoalitie. Ook enkele drinkwaterbedrijven, de Nederlandse Waterschapsbank (NWB), Rijkswaterstaat, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en kennisinstituut Deltares maken er deel van uit. Deze coalitie heeft zich voor 3 jaar als partner aan het festival verbonden.

Water is leidend

Met het thema ‘In balans met water’ vraagt de watercoalitie aandacht voor het feit dat water leidend is voor een toekomstbestendig Nederland. Water zit in immers in het hart van alle ruimtelijke beslissingen. Daarom worden op Terschelling 5 zoetwatersessies en 2 zeesessies georganiseerd.

Waarde van water

Zo doet Hetty Klavers, dijkgraaf van waterschap Zuiderzeeland, mee aan een sessie over klimaatadaptieve woningbouw. Marijn Ornstein, dijkgraaf van waterschap Vallei en Veluwe neemt deel aan de sessie over de waarde van water. In die sessie ervaren deelnemers zelf de dilemma’s rondom waterverbruik.

> Lees meer over het festival

Kennisplatform Circulaire Economie voor decentrale overheden

19 september 2022

Klinkt dit je als toekomstmuziek in de oren? Waterschappen die de eerlijke prijs meewegen in al hun investeringsbeslissingen? Bij nieuwe bruggen, viaducten of tunnels gebruik maken van oude onderdelen? Gemeenten, waterschappen en provincies die gezamenlijk zorgen dat nieuwbouwwijken tenminste 50 procent minder drinkwater gaan gebruiken? Meld je dan aan voor de Verschilmakers.



De Verschilmakers

Deze en vele andere circulaire initiatieven, die al in de praktijk worden gebracht zijn te vinden op het nieuwe kennisplatform ‘de Verschilmakers’. Dit kennisplatform is een samenwerking van Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en Circularities. Voor en door decentrale overheden gemaakt. Om in eigen organisatie, met regionale bedrijven en inwoners het hoofd te bieden aan de vele uitdagingen die op de samenleving en decentrale overheden afkomen.

Vergroot je impact

Het platform biedt decentrale overheden kennis op het gebied van bouw, landbouw, infrastructuur, bedrijven, inwoners en afval. Voor ambtenaren die willen weten HOE ze hun impact kunnen vergroten en hoe andere decentrale overheden dat al doen. Je vindt bijvoorbeeld doelstellingen op het gebied van duurzaamheid, ambtenaren die vertellen hoe ze hun baanbrekende voorbeelden voor elkaar hebben gekregen en antwoorden op de meest gestelde vragen. Het helpt je met:

  • Het vormen van (nieuw) beleid
  • Het creëren van een maatschappelijke uitvoeringsagenda’s
  • Het inspireren en ondersteunen van collega’s om duurzaamheid te integreren in hun dagelijkse werkzaamheden.
  • Samenwerken met andere decentrale overheden om je eigen en gezamenlijke duurzame doelstellingen te behalen.

Laat je inspireren

Steeds vaker beseffen we ons dat zonder een stevige inzet op circulaire economie, problemen niet opgelost kunnen worden. Denk daarbij aan krimp van de (regionale) economie, verlies aan arbeidsplaatsen, klimaatverandering of biodiversiteitsverlies. Dat decentrale overheden daarin van cruciaal belang zijn, bewijst de overdonderende hoeveelheid voorbeelden op het platform. Een platform om je volop door te laten inspireren!

Meld je aan

Het platform is een vervolg op de lancering van het magazine en de podcastreeks ‘de Verschilmakers’ eerder dit jaar. Meer dan 400 professionals gaven zich al op om dit jaar ook het verschil te gaan maken en zich in te zetten op circulaire economie. Het platform geeft een overzicht van alle initiatieven van kennisinstellingen, platforms en experts op de 6 kennisgebieden. Meld je aan voor dit inspirerende platform, dat ook in de toekomst blijft groeien met nieuwe kennis en bijeenkomsten.

D66 stelt vragen over ‘einde-afvalstatus’ van grondstoffen

18 februari 2022

Tweede Kamerlid Kiki Hagen van D66 heeft een aantal schriftelijke vragen gesteld aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat. Die vragen gaan over de transitie naar een circulaire economie en over de definitie van afval in de afvalwet en -regelgeving.



Hagen vraagt onder meer aan de staatssecretaris om een nieuwe definitie van afval. Dat is immers een voorwaarde om tot een volledig circulaire economie in 2050 te komen.

Taskforce Herijking Afvalstoffen

Daarnaast wil Hagen weten welke oplossingsrichtingen uit het rapport van de Taskforce Herijking Afvalstoffen zijn geïmplementeerd. Deze oplossingen lossen immers de verschillende belemmeringen van overheden en bedrijven om circulair te opereren op.

Einde-afvalstatus

Hagen vraagt ook of het klopt dat de staatssecretaris al is begonnen met het voorbereiden van ministeriële regelingen die ervoor zorgen dan struviet en cellulose niet meer worden aangemerkt als afval, de zogenaamde ‘einde-afvalstatus’. En zou deze einde-afvalstatus ook niet moeten gelden voor 16 andere grondstoffen?

Integrale aanpak

Het Kamerlid vraagt ook om een gestructureerde integrale aanpak om de wet- en regelgeving aan te passen aan de ambitieuze circulaire economie doelstelling. Zij vindt de aanpak nu nog teveel gericht op individuele gevallen.

Stempel ‘afval’

De Unie van Waterschappen is blij dat deze vragen aan de staatssecretaris zijn gesteld. De waterschappen willen immers af van het stempel ‘afval’ voor de reststromen van de rioolwaterzuiveringen. Dat helpt de waterschappen om een bijdrage te leveren aan een circulaire economie. De staatssecretaris moet binnen 3 weken antwoorden geven op de vragen.

Lees alle vragen van Kiki Hagen

Aandacht voor circulaire economie én voor water in debat Kamer

17 februari 2022

Tijdens het hoofdlijnendebat Infrastructuur en Waterstaat (IenW)  op 16 februari in de Tweede Kamer vroeg een aantal Kamerleden aandacht voor de circulaire economie én voor water.



Zo stelde Suzanne Kröger van GroenLinks dat zij concrete doelen mist om tot een circulaire economie te komen. Wat gaan we nu doen om in 2030 50 procent minder grondstoffen te gebruiken? Vivianne Heijnen, staatssecretaris van IenW antwoordde dat in de volgende stap concrete doelen worden bepaald.

Hergebruik afval

Kiki Hagen van D66 wilde weten welke nieuwe definitie van afval de staatssecretaris hanteert. Dit met het oog op hergebruik van afval. Nu is dat nog vaak niet mogelijk omdat afval wettelijk gezien niet mag worden hergebruikt. Heijnen zei daarop dat de definitie van afval zijn oorsprong heeft in een Europese richtlijn. Als we de definitie willen aanpassen, moet dat dus in Europa.

Voor de waterschappen is het belangrijk dat afval, zoals slib van de waterzuiveringen, kan worden hergebruikt. Zonder ‘einde-afvalstatus’ van stoffen is hergebruik niet mogelijk.

Waterveiligheid

Ook het onderwerp water kwam aan de orde tijdens het debat. Barry Madlener van de PVV verwacht een forsere inzet van de minister voor waterveiligheid. Nederland moet een veilige delta blijven. Minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat zei dat waterveiligheid inderdaad erg belangrijk is, maar dat er meer wensen zijn dan budget.

Plastictax

Tot slot vroeg Lammert van Raan van de Partij voor de Dieren aan staatssecretaris Heijnen welke maatregelen zij gaat nemen tegen plastics in water. Hij suggereerde een belasting op polymeren. De staatssecretaris zegde toe zo’n plastictax te gaan onderzoeken.

De waterschappen zetten zich actief in voor het terugdringen van plastic zwerfvuil in het oppervlaktewater. Een plastictax zou een bijdrage kunnen leveren aan minder plastic in het water.

Week van de circulaire economie: systeemverandering gaat pijn doen

7 februari 2022

Op 7 februari start de Week van de circulaire economie met een nationale conferentie. Sander Mager, bestuurslid van de Unie van Waterschappen, doet een oproep: “Durf te kijken naar wat echt nodig is voor een systeemverandering, ook als dat pijn gaat doen. Kijk daar bij niet alleen naar je eigen sector, maar zoek de verbinding. En toon hierbij bestuurlijk lef.”



Sander Mager: “De omschakeling naar een circulaire economie behoort tot de grote transities van de komende jaren. We zijn aan het optimaliseren maar gaan de echte systeemverandering nog uit de weg. Hebben we die systeemverandering wel scherp voor ogen? En hoe komen we tot die systeemverandering? De benodigde systeemverandering, het centrale thema van de nationale conferentie circulaire economie, gaat pijn doen. We zouden bestuurlijke lef moeten tonen om deze pijngrens op te zoeken.”

Vermindering van klimaatverandering

In een circulaire economie worden grondstoffen efficiënt ingezet en opnieuw toegepast, zonder schadelijke effecten voor mens en milieu, nu en in de toekomst. Circulaire economie draagt bij aan het verminderen van de klimaatverandering, van vervuilende stoffen in de leefomgeving en het verwaarden van reststromen. Maar een transitie naar een circulaire economie heeft ook effect op het tegengaan van verlies aan biodiversiteit, de vervuiling van lucht, water en bodem en op leveringsrisico’s (schaarste) van grondstoffen.

Elkaar opzoeken

Sander Mager: “Wij als decentrale overheden, gemeenten, provincies en waterschappen, merken steeds meer de gevolgen van de klimaatverandering in het dagelijks werk. Het is duidelijk dat we niet eindeloos kunnen blijven dweilen met de kraan open. Daarom vinden we, het net als het nieuwe kabinet, belangrijk dat de Nederlandse economie in 2050 volledig circulair is. We dragen daar graag aan bij. Tegelijk zien we dat -ook bij ons- circulaire initiatieven nog in de hoek ‘leuk’ zitten maar nog niet doorstromen naar het reguliere werk. Bovendien zijn de meeste partijen nog erg op zichzelf gericht. Elke grondstof heeft zijn eigen cyclus en die zijn dus niet, zoals energie, ‘makkelijk’ uitwisselbaar. Publieke en private partijen vinden elkaar nu nog onvoldoende en zijn nog veel met zichzelf bezig. Ik denk dat we naar buiten moeten om elkaar op te zoeken.”

Klimaatneutraal en circulair

In het coalitieakkoord staat dat er een ambitieus klimaatdoel komt voor de circulaire economie en een uitvoeringsprogramma. De overheid wil hierin een voorbeeldrol nemen en zorgen voor een betere aansluiting tussen klimaatbeleid en circulariteit. In het Grondstoffenakkoord staat de doelstelling van een 100 procent circulaire economie in 2050. Er is een tussendoel van 50 procent reductie van primaire abiotische grondstoffen in 2030. Dat zijn mineralen (bijvoorbeeld grind, zout en fosfaat), metalen (zoals ijzererts en bauxiet) en fossiele grondstoffen (zoals aardgas en olie) die in de natuur voorkomen. In het Klimaatakkoord staat de afspraak om als overheden in 2030 bij projecten in de Grond-, Weg- en Waterbouw zoveel mogelijk klimaatneutraal en circulair te werken.

Ambities

Sander Mager: “Als overheden hebben we een hoog inkoopvolume. Als dit circulair gericht zou worden, maken we echt verschil. Decentrale overheden zouden gestimuleerd moeten worden om de afspraak uit de Transitieagenda Circulaire Bouweconomie over te nemen zodat overheden in 2023 100 procent circulair uitvragen en in 2030 100 procent circulair aanbesteden.”

> Week van de Circulaire Economie

Nieuwe handreikingen duurzame energie voor waterschappen

4 februari 2022

Om de waterschappen te ondersteunen bij de uitvoering van het Klimaatakkoord, heeft de Unie van Waterschappen 3 online handreikingen laten maken. Deze handreikingen helpen waterschappen bij de ingewikkelde afwegingen in het omgaan met andere partijen. Ook helpen ze met initiatieven voor duurzame energie, bijvoorbeeld in de regionale energiestrategieën.



De nieuwe handreikingen zijn: Aanbesteden en schaarse rechten, Samenwerken met energiecoöperaties en Zon op water. De handreikingen zijn opgesteld vanuit het WARES-programma. Dat is het kennisprogramma dat de Unie samen met STOWA uitvoert. WARES wordt vanuit het Klimaatakkoord gefinancierd door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).

Handreiking aanbesteden en schaarse rechten

Waterschappen worden geregeld voor de keuze gesteld welke rol ze willen innemen in de energietransitie. De rol die een waterschap kiest, heeft invloed op de juridische keuzevrijheid van het waterschap bij het bepalen van de partij waarmee het een samenwerking wil aangaan. Mogelijk is er sprake van een aanbestedingsplicht.

Daarnaast hebben de waterschappen te maken met het vergunnen van zogenaamde schaarse rechten. Denk aan locaties voor aquathermie, zon-op-water of het opwekken van energie op gronden van de waterschappen. De handreiking aanbesteden en schaarse rechten biedt een stappenschema voor het maken van verantwoorde keuzes. Ook gaat de handleiding in op relevante jurisprudentie.

> Handreiking aanbesteden en schaarse rechten

Handreiking samenwerken met energiecoöperaties

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat het ‘streven naar 50 procent lokaal eigendom’ niet op waterschappen van toepassing is. Wel is vastgelegd dat de waterschapssector nadere afspraken maakt met onder andere energiecoöperaties over duurzame energieprojecten.

Deze handreiking geeft kaders om te beoordelen of een waterschap met een energiecoöperatie voor duurzame energieprojecten kan samenwerken. Vervolgens gaat de handreiking in op hoe het waterschap dat kan doen en welke instrumenten men daarbij kan hanteren. Onderdeel van de handreiking zijn modelovereenkomsten. Daarin is de theorie in praktische overeenkomsten gegoten.

> Handreiking samenwerken met energiecoöperaties

Handreiking zon op water

Waterschappen krijgen steeds meer aanvragen voor het plaatsen van drijvende zonnepanelen. Zij hebben behoefte aan een handreiking over hun (juridische) positie. Maar ook over aspecten zoals beleid, vergunningen, monitoring, handhaving en calamiteiten. De handreiking is een praktisch document dat toepasbaar is voor concrete praktijkcasussen. En er is beleidsruimte voor nadere invulling door het waterschap, rekening houdend met lokale omstandigheden.

De handreiking bevat modelvergunningvoorschriften die waterschappen als basis kunnen gebruiken bij vergunningverlening. Daarbij wordt uitgegaan van het nieuwe stelsel onder de Omgevingswet. De beoogde ingangsdatum van die wet is oktober 2022 of januari 2023. De handreiking is een vervolg op de handreiking voor vergunningverlening drijvende zonneparken op water (STOWA, 2019).

> Handreiking zon op water

Programma WARES

De Unie van Waterschappen heeft in 2019 via het Klimaatakkoord van het ministerie van BZK een subsidie van 1,2 miljoen euro gekregen voor onderzoek naar de bijdrage van de waterschappen aan de energietransitie. Zo ontstond het programma WARES (Waterbeheer in de Regionale Energiestrategieën). Dit onderzoeksprogramma is samen met STOWA uitgevoerd in nauwe afstemming met expertgroepen van het Energieprogramma van de Unie van Waterschappen. Het programma is inmiddels afgerond.

Vervolgonderzoek

Het klimaat stelt de waterschappen voor grote uitdagingen en er is voortdurend behoefte aan kennis bij de waterschappen. De Unie zet dan ook in op een vervolg van het onderzoeksprogramma. De insteek van het vervolgonderzoek is onder andere:

  • verbreding naar CO2-reductie en vastlegging,
  • onderzoek naar monitoring en reductie van lachgasemissies,
  • methaanemissie uit oppervlaktewater,
  • het monitoren van de gevolgen van koudelozingen,
  • de productie van groen gas,
  • verder onderzoek naar grondstoffenterugwinning.

Op weg naar klimaatneutraliteit

Dit alles past bij de ambitie die de waterschappen hebben om bij te dragen aan de klimaatopgave. Deze ambitie wordt in nauwe samenwerking met de waterschappen opnieuw geformuleerd in de strategische visie ‘Op weg naar klimaatneutraliteit’. Deze visie wordt dit jaar ter consultatie aan de leden voorgelegd. De ledenvergadering stelt de visie uiteindelijk vast.