Verantwoorde invoering Omgevingswet vraagt meer tijd

14 oktober 2022

Minister Hugo de Jonge (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening), IPO, VNG en de Unie van Waterschappen hebben de afgelopen weken intensief gesproken over de beoogde invoeringsdatum van de Omgevingswet per 1 januari 2023. De waterschappen zijn klaar voor invoering op 1 januari 2023, maar geven aan dat deze stap alleen slaagt als alle overheden deze stap zetten.



Zes maanden

In gezamenlijkheid hebben de bestuurlijke partners de voor- en nadelen van de diverse scenario’s besproken. Dit heeft geleid tot de conclusie dat er meer tijd nodig is. De voorgestelde zes maanden worden gebruikt om verder te testen en te oefenen met de Omgevingswet. Hiervoor komt extra ondersteuning en financiering voor de bevoegde gezagen. Met zijn voortgangsbrief van 14 oktober informeert minister Hugo de Jonge de Eerste en Tweede kamer.

Voortgangsbrief aan de Kamer

Bij de voortgangsbrief aan de Eerste Kamer over de implementatie van de Omgevingswet d.d. 14 oktober 2022 zijn diverse onderzoeken en bijlagen gevoegd, waaronder het rapport van de AcICT en de enquête die in opdracht van de minister is uitgevoerd door Twijnstra/Gudde.

Nieuwe datum Omgevingwet: 1 januari 2023

24 februari 2022

Minister Hugo de Jonge voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft het ontwerp-Koninklijk Besluit (KB) met een nieuwe inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet: 1 januari 2023, aangeboden aan de Eerste en Tweede Kamer.



Rogier van der Sande, voorzitter Unie van Waterschappen: “Deze datum geeft de waterschappen de duidelijkheid die nodig is om goed voorbereid van start te kunnen met de Omgevingswet. Daar zijn we blij mee.”

Verantwoorde invoering

Minister De Jonge, de gemeentes (VNG), provincies (IPO) en de Unie van Waterschappen spraken op 24 februari over de stand van zaken van de Omgevingswet en hebben de inwerkingtredingsdatum bepaald op 1 januari 2023. Alle betrokken partijen staan achter de wet en zetten zich in voor een verantwoorde invoering. Tijdens het bestuurlijk overleg op 27 januari kwam naar voren dat er meer tijd nodig is om verder te werken aan de stabiliteit van de landelijke voorziening van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). En om de werkprocessen in te regelen en hiermee te oefenen. Dat gebeurt aan de hand van een aangescherpte planning.

Tijd om te oefenen

Toine Poppelaars, bestuurslid Unie van Waterschappen: “Het is belangrijk dat we als decentrale overheden genoeg tijd hebben om te kunnen oefenen met een stabiel DSO. Daarom blijft het belangrijk dat er hard wordt doorgewerkt aan de stabiliteit van de landelijke voorziening van het DSO. Dat is de eerste prioriteit.”

Belangrijk startmoment

De inwerkingtreding van de Omgevingswet is een belangrijk startmoment. Vanaf dan wordt de wet in de praktijk toegepast. Ook na de inwerkingtreding van de wet op 1 januari 2023 is er nog veel werk aan de winkel en kunnen onvolkomenheden niet worden uitgesloten. Het nieuwe stelsel voor het omgevingsrecht en het DSO wordt ook na inwerkingtreding verder ontwikkeld en gemonitord om de doelen van de wet te halen en de beoogde veranderingen door te voeren.

Proces Koninklijk besluit

Als het parlement akkoord gaat, wordt het KB aangeboden aan de Koning. Na ondertekening gaat de Omgevingswet definitief in op 1 januari 2023. De waterschappen roepen de Tweede en de Eerste Kamer op het KB snel in behandeling te nemen.

> Kamerbrief Voorhang ontwerp Koninklijk Besluit inwerkingtreding Omgevingswet

Handreiking: kostenvergoeding bij meervoudige aanvraag omgevingsvergunning

15 juni 2022

De Omgevingswet gaat uit van de eenloketgedachte; initiatiefnemers kunnen een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor verschillende soorten activiteiten gelijktijdig indienen. Bij zo’n meervoudige aanvraag is er één bevoegd gezag, maar achter de schermen kunnen er meerdere overheden betrokken zijn. Er is nu een handreiking beschikbaar met werkafspraken voor bestuursorganen die een kostenvergoeding in willen dienen bij het bevoegd gezag in kwestie.



Bij een meervoudige aanvraag kan het zo zijn dat er instemming nodig is van een ander bestuursorgaan dan het bevoegd gezag. Het bestuursorgaan dat instemming moet verlenen, kan voor de instemming kosten in rekening brengen bij het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag kan deze kosten op zijn beurt via de leges doorberekenen aan de aanvrager van de vergunning. De handreiking bevat werkafspraken over deze kostendoorberekening.

Geen officiële status

De handreiking is tot stand gekomen in samenwerking tussen het Rijk, de Vereniging Nederlandse Gemeentes (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen. Het heeft als doel overheden te ondersteunen bij het structureren van het werkproces. De handreiking heeft geen officiële status en bindt partijen dus niet. In de praktijk kunnen bestuursorganen die bij een meervoudige aanvraag zijn betrokken andere afspraken maken.

Uitgangspunt

De handreiking is gebaseerd op de voorgenomen toevoeging van artikel 13.2a aan de Omgevingswet. In dit artikel staat dat voor het besluit over instemming en het daaraan voorafgaande advies, kosten in rekening kunnen worden gebracht. De hoogte van de in rekening te brengen kosten is gelijk aan de leges die het instemming verlenende bestuursorgaan zelf zou heffen. Afgesproken is om bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet al volgens dit artikel te werken.

Oefenen

De handreiking is bedoeld om bestuursorganen te helpen om hun eigen verantwoordelijkheid vorm te geven en er bij het oefenen gebruik van te maken. Maar bij het in rekening brengen en vergoeden van kosten komt nog meer kijken. Partijen hebben bijvoorbeeld ook werk aan het op een juiste manier administreren van de kostenvergoedingen. Daarom is het handig om meteen met het oefenen te beginnen.

Bekijk de handreiking

Kamerbrief Omgevingswet oktober 2021 verzonden

2 november 2021

Kajsa Ollongren, demissionair minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, heeft een brief over de Omgevingswet naar beide Kamers gestuurd. Hierin gaat zij in op de stappen richting de beoogde inwerkingtreding op 1 juli 2022, de stand van zaken van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en het aansluiten, inregelen en oefenen door overheden.



Koersen op 1 juli 2022

Tijdens een Bestuurlijk Overleg op 28 oktober bevestigden de Unie van Waterschappen, VNG, het IPO en het Rijk opnieuw dat zij graag zien dat de Omgevingswet op 1 juli 2022 ingaat. Zij hebben de samenhangende aanpak en het instrumentarium van de wet nodig om grote maatschappelijke opgaven in de leefomgeving effectiever aan te pakken en met elkaar te verbinden. Voorbeelden hiervan zijn de woningbouwopgave, de energietransitie en klimaatadaptatie.

Digitaal Stelsel Omgevingswet

De afgelopen tijd is veel werk verzet om het DSO-LV, de landelijke voorziening van het Digitaal Stelsel Omgevingswet, klaar te maken voor landelijk oefenen. Zo is de ‘oefenrelease’ van het DSO-LV sinds oktober beschikbaar op de oefenomgeving. Ook is de bruidsschat geladen op de oefenomgeving. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet verhuist een aantal regels van het Rijk naar de waterschappen. Dit wordt ook wel de bruidsschat genoemd.

Hoewel er vooruitgang is geboekt, zijn er ook punten die de komende tijd moeten worden opgelost. Er wordt bijvoorbeeld hard doorgewerkt aan de stabiliteit van het DSO-LV en het sneller oplossen van storingen en meldingen, zodat overheden goed kunnen oefenen. Betrokken partijen werken bovendien aan oplossingen voor het niet kunnen uploaden van veel en grote geo-bestanden in het DSO.

Een werkende keten

Steeds meer overheden zijn aangesloten op het DSO en oefenen met het stelsel. Hiermee zetten ze stappen richting een werkende keten en bereiden ze zich voor op de inwerkingtreding van de wet. Door het oefenen wordt ook duidelijk hoe het DSO verder kan worden verbeterd. De koepels stimuleren het aansluiten en oefenen. Zo nemen ze contact op met de organisaties die nog niet zijn aangesloten op het DSO en helpen ze hen hierbij op weg. Voor overheden die onverhoopt geen gebruik kunnen maken van het DSO, bijvoorbeeld omdat bepaalde software nog ontbreekt, zijn tijdelijke alternatieve maatregelen beschikbaar.

Implementatiemonitor

Uit de halfjaarrapportage Monitor Invoering Omgevingswet blijkt dat overheden flinke stappen hebben gezet voor de implementatie van de wet, maar ook dat zij nog het nodige moeten doen. Sommige overheden hebben behoefte aan definitieve duidelijkheid over de inwerkingtreding van de wet. Dan kunnen ze de schaarse capaciteit gerichter inzetten.

Onafhankelijke evaluatiecommissie

De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) zal de Omgevingswet evalueren. Ook adviseert de Rli over de opzet en inrichting van het monitoringsprogramma en reflecteert zij jaarlijks op de tussentijdse monitoringsresultaten.

Wet- en regelgeving

Het wetgevingsproces is inhoudelijk met de Tweede en Eerste Kamer afgerond. Ondertussen wordt gezorgd dat het stelsel actueel blijft. Zo is het ontwerp van het Verzamelbesluit Omgevingswet 2022 voor advies aan de Raad van State voorgelegd.

Vervolg

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zal het parlement blijven voorzien van voortgangsinformatie over de Omgevingswet. Het ontwerp van het Koninklijk Besluit (KB) met de inwerkingtredingsdatum van de wet zal aan beide Kamers worden voorgelegd.

Meer informatie

Motie aangenomen: inwerkingtreding Omgevingswet op 1 januari 2023

13 april 2022

Op 12 april is gestemd over de moties die zijn ingediend bij het tweeminutendebat Omgevingswet. De Tweede Kamer heeft een motie van de VVD aangenomen om de inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet definitief te bepalen op 1 januari 2023. Een motie van de SP om de mogelijkheid voor uitstel niet uit te sluiten heeft het niet gehaald.

De Omgevingswet bundelt de meeste wetten over de fysieke leefomgeving, waaronder over water. De waterschappen zijn voorstander van deze nieuwe wet en willen de implementatie zo goed mogelijk laten verlopen. Daarvoor is het belangrijk dat er zo snel mogelijk definitief duidelijkheid komt over de datum waarop de Omgevingswet in werking treedt. Door de aangenomen motie van de VVD zijn de waterschappen en andere overheden weer een stap dichter bij duidelijkheid over de inwerkingtredingsdatum.

Parlementair proces

Na het starten van een zogenoemde ‘voorhangprocedure’ bepalen de Kamers zelf of en hoe zij het voorgehangen besluit willen behandelen. In dit geval gaat het om het Koninklijk Besluit met daarin de inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet.

Inmiddels heeft de Tweede Kamer via het stemmen over de moties ingestemd met het Koninklijk Besluit met daarin de inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2023. Naast de moties van VVD en SP werden er nog In de Tweede Kamer werd de motie van SP over het niet uitsluiten van uitstel afgewezen. Eén van de moties die werd aangenomen was het instemmen met de inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2023. Naast de moties van VVD en SP werden er nog 2 moties ingediend. VVD en JA21 diende een motie in over het bevorderen van kennis en kunde bij Omgevingsdiensten. CDA en D66 dienden een motie in over het uitbreiden van het aantal pilots voor mkb-bedrijven met het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), wat de uitvoering van de Omgevingswet ondersteunt. Beide moties zijn aangenomen.

De Eerste Kamer heeft afgelopen week de inbreng geleverd voor het stellen van vragen via een schriftelijk overleg. Na de beantwoording hiervan bepaalt de Eerste Kamer opnieuw welk proces zij verder wil volgen. Als ook de Eerste Kamer akkoord is met het Koninklijk Besluit, treedt de Omgevingswet definitief in werking op 1 januari 2023.

Belangrijk startmoment

De inwerkingtreding van de Omgevingswet is een belangrijk startmoment. Vanaf dan wordt de wet in de praktijk toegepast. Ook na de inwerkingtreding van de wet op 1 januari 2023 is er nog veel werk aan de winkel. Het nieuwe stelsel voor het omgevingsrecht en het DSO worden ook na inwerkingtreding verder ontwikkeld en gemonitord om de doelen van de wet te halen en de beoogde veranderingen door te voeren.

Bestuurlijk Overleg Omgevingswet: voorbereiden op inwerkingtreding

30 september 2021

De Unie van Waterschappen, VNG, IPO en demissionair minister Ollongren voerden op 29 september een Bestuurlijk Overleg over de implementatie van de Omgevingswet. De waterschappen werken toe naar inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 juli 2022, maar benadrukken opnieuw het belang van een stabiel Digitaal Stelsel Omgevingswet en voldoende oefentijd.



Tijdens het Bestuurlijk Overleg (BO) gaven alle partijen aan dat er hard wordt gewerkt. Iedereen ziet ook dat er grote stappen zijn gemaakt. Er is en wordt hard gewerkt aan de ontwikkeling van de landelijke voorziening van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), het DSO-LV. Wel moeten er nog verbeterslagen gemaakt worden als het gaat om de performance van het DSO-LV, bijvoorbeeld wat betreft de stabiliteit en als het gaat om grote geo-bestanden.

Oefenen, oefenen, oefenen

Steeds meer bevoegd gezagen sluiten aan op het DSO, dat is goed nieuws. Het is voor waterschappen van groot belang dat er, naast tijd voor het aansluiten op het DSO, genoeg oefentijd overblijft vóór inwerkingtreding. Het is naast het inregelen en intern oefenen ook belangrijk dat er interbestuurlijk geoefend kan worden om op basis daarvan de nodige aanpassingen te kunnen doen. Dit is ook voor provincies en gemeenten van groot belang.

Wet- en regelgeving

Er is ook gesproken over enkele laatste -maar wel noodzakelijke- punten op het gebied van wet- en regelgeving die nog geregeld moeten worden. Zo is de voor de waterschappen noodzakelijke grondslag voor de verrekening van leges tussen overheden nog niet rond. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft aangegeven hiermee aan de slag te gaan.

Vervolg

Het voorbereiden op inwerkingtreding van de Omgevingswet gaat bij alle partijen onverminderd door. Ook is afgesproken om de komende maanden intensief met elkaar in gesprek te blijven over de voortgang van het oefenen en de benodigde verbeteringen. Er stonden al Bestuurlijke Overleggen gepland in oktober en december. Er is nu afgesproken om een extra BO te houden in november. Dat komt de voortgang van dit gezamenlijke traject ten goede.

Nieuwe handreiking stedelijk waterbeheer onder de Omgevingswet

4 juni 2021

De Omgevingswet beïnvloedt de manier waarop partijen samenwerken aan stedelijk waterbeheer. Wat verandert er, en wat blijft hetzelfde? De antwoorden hierop staan in de Handreiking stedelijk waterbeheer onder de Omgevingswet. In de handreiking staat ook hoe het nieuwe stelsel kansen biedt voor klimaatadaptatie en waterkwaliteit.



Daarnaast wordt in de handreiking aandacht besteed aan de samenhang tussen de waterketen (indirecte lozingen) en het watersysteem (directe lozingen). De afstemming tussen waterschappen met hun waterschapsverordening en gemeentes met hun omgevingsplan is daarbij belangrijk.

Begeleidingscommissie

De handreiking is gemaakt in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, als voorbereiding op de nieuwe Omgevingswet en als uitvloeisel van de aanvullende afspraken uit het Bestuursakkoord Water. Een brede begeleidingscommissie dacht mee met de adviseurs die de handreiking opstelden. De commissie bestond uit vertegenwoordigers van gemeenten, provincies, waterschappen, rijk, stichting RIONED, omgevingsdiensten en drinkwaterbedrijven.

Stedelijk waterbeheer

Het stedelijk waterbeheer richt zich op de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, maar ook op het omgaan met hemelwater en grondwater. Bij de uitvoering van deze taken zijn decentrale overheden, drinkwaterbedrijven en particulieren betrokken. Zij hebben verschillende rollen en belangen.

Eén handreiking voor alle partijen

De Omgevingswet vergroot de beleidsvrijheid van gemeentes, provincies en waterschappen. In de wet staat ook dat bestuursorganen hun taken en bevoegdheden op elkaar moeten afstemmen als deze elkaar raken. Dat is bij stedelijk waterbeheer het geval. Eén handreiking voor alle partijen in de waterketensamenwerking helpt daarbij. De circa 46 regio’s in de waterketensamenwerking kunnen met deze handreiking tot een regionale afstemming komen.

Gemeentelijk rioleringsprogramma

Acties en maatregelen kunnen worden vastgelegd in een gemeentelijk rioleringsprogramma. Zo’n plan is niet verplicht, in tegenstelling tot het huidige gemeentelijk rioleringsplan (GRP). De opstellers van de handreiking raden overheden aan om ook een gemeentelijk rioleringsprogramma op te stellen.

Nieuwe datum Omgevingswet: 1 juli 2022

27 mei 2021

De beoogde inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet wordt met een half jaar verschoven naar 1 juli 2022. Dat meldt demissionair minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een brief aan de Eerste en Tweede Kamer.



Dit geeft volgens de minister tijd om de landelijke voorziening van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) werkend en stabiel te krijgen. Ook krijgen het Rijk, gemeenten, provincies, waterschappen meer ruimte om de implementatie van de wet op een zorgvuldige en verantwoorde wijze af te ronden.

Rogier van der Sande, voorzitter Unie van Waterschappen: “De waterschappen zijn voorstander van de komst van de Omgevingswet en hebben al veel werk verzet in de voorbereiding. We hebben deze wet nodig om grote opgaven in de leefomgeving, zoals klimaatadaptatie, effectief aan te gaan. De waterschappen zijn er klaar voor, maar we begrijpen dat het van essentieel belang is dat alle overheden genoeg tijd hebben om zich voor te bereiden op de inwerkingtreding. Daar voorziet het verschuiven van de inwerkingtredingsdatum in.”

Verantwoorde inwerkingtreding

Om de wet verantwoord in werking te kunnen laten treden, moet de continuïteit van primaire processen – de planvorming en de vergunningverlening – en de dienstverlening aan inwoners en ondernemers zijn gegarandeerd. Zodat belangrijke gebiedsontwikkelingen, waaronder woningbouw, niet worden gehinderd.

Het werkend krijgen van het stelsel van de Omgevingswet is een gezamenlijke verantwoordelijkheid, omdat partijen van elkaar én van derden afhankelijk zijn bij het werken in ketens. Dat betekent in de eerste plaats dat er een stabiele landelijke voorziening van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO-LV) moet zijn, waarop de bevoegde gezagen moeten aansluiten. Voor softwareleveranciers en bevoegde gezagen is het lokaal werkend krijgen van het DSO een complexe operatie. Daarom moeten bevoegde gezagen genoeg tijd hebben om het stelsel in te regelen en ermee te oefenen. En willen de bestuurlijke partners minimaal 6 maanden effectieve oefentijd voor bevoegde gezagen.

Rogier van der Sande: “De landelijke voorziening van het DSO moet geschikt zijn om het stelsel goed werkend te krijgen binnen de waterschappen en andere overheden. Dat is echt een randvoorwaarde voor verantwoorde inwerkingtreding. 6 maanden effectieve oefentijd draagt bij aan een soepele overgang op 1 juli 2022.”

Financiële evaluatie

Een latere inwerkingtreding van de Omgevingswet brengt extra kosten met zich mee voor bevoegd gezagen en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Rogier van der Sande: “Uitstel is niet gratis. De Unie van Waterschappen heeft meermaals aandacht gevraagd voor dit punt. Hoewel we de grote meerwaarde van de Omgevingswet zien, moeten de waterschappen er niet financieel op achteruit gaan door een onvoorziene langere implementatieperiode en overige onvoorziene kosten. We zijn daarom blij dat er in 2022 een financiële evaluatie volgt.”

Tijdens deze financiële evaluatie wordt gekeken welke extra kosten de nieuwe inwerkingtredingsdatum met zich heeft meegebracht voor overheden. Het uitgangspunt is dat de Omgevingswet budgetneutraal kan worden ingevoerd in een periode van 10 jaar. Het Rijk en de medeoverheden hebben afgesproken dat zij in interbestuurlijk verband zullen zoeken naar oplossingen voor financiële knelpunten.

Vervolg

De samenwerkende partijen werken de komende tijd hard door aan een verantwoorde inwerkingtreding op 1 juli 2022. De waterschappen ontvangen binnenkort een ledenbrief waarin staat wat de nieuwe inwerkingtredingsdatum voor hen betekent.

Kamerbrief uitkomsten bestuurlijk overleg Omgevingswet 26 mei 2021

Meer tijd nodig voor besluitvorming startdatum Omgevingswet

28 april 2021

Er is extra tijd nodig om tot een gedegen besluitvorming over de inwerkingtreding van de Omgevingswet te komen. Dat concludeert demissionair minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in haar voortgangsbrief van 23 april over de wet aan de Eerste en Tweede Kamer.



In de voortgangsbrief verwijst Ollongren naar het Bestuurlijk Overleg (BO) van 21 april. Hierin hebben de minister, VNG, IPO en de Unie van Waterschappen besloten om in het BO van mei te bepalen op welke datum de Omgevingswet verantwoord in werking kan treden. Een zorgvuldig besluit is belangrijk, zodat de wet goed van start kan.

Verantwoorde startdatum

De Unie van Waterschappen is voor inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2022. Alle inspanningen van de waterschappen zijn op deze datum gericht. Maar de Unie van Waterschappen realiseert zich ook dat de startdatum voor alle overheden verantwoord moet zijn.

Op tijd duidelijkheid

Ook vinden de waterschappen het belangrijk dat het tijdig duidelijk is op welke datum de Omgevingswet in werking treedt. Het is immers nog maar 8 maanden tot de beoogde startdatum. Bij voortdurende onduidelijkheid komt de inzet van capaciteit en middelen voor implementatie van de wet bij de overheden in gevaar.

Alternatieven

De komende weken worden gebruikt om te bekijken of met tijdelijke alternatieve maatregelen inwerkingtreding op 1 januari 2022 mogelijk is. Ook wordt gekeken naar alternatieve planningsopties die inwerkingtreding op 1 april 2022 of 1 juli 2022 mogelijk maken. Dit gebeurt in nauw overleg met alle belanghebbenden.

Financiële effecten

In de voortgangsbrief en in het BO ging het ook over de financiële effecten van de Omgevingswet. Onder andere over de verwachte kosten en baten voor burgers, bedrijven en voor rijkspartijen, waterschappen, provincies en gemeenten, zowel qua beleid als uitvoering.

Daarnaast hebben het Rijk, IPO, VNG en de Unie van Waterschappen afgesproken dat zij in interbestuurlijk verband gaan zoeken naar oplossingen voor financiële knelpunten. Ook is financiële compensatie van een deel van de transitiekosten een optie, als blijkt dat de Omgevingswet niet budgetneutraal kan worden ingevoerd. Daarbij wordt het redelijk geacht dat overheden de transitiekosten in een periode van 10 jaar moeten kunnen terugverdienen.

Voortgangsbrief Omgevingswet april 2021

Ledenbrief Unie van Waterschappen over de Omgevingswet

Zorgvuldige afweging inwerkingtreding Omgevingswet nodig

22 april 2021

Minister Kajsa Ollongren, de VNG, het IPO en de Unie van Waterschappen voerden op 21 april een Bestuurlijk Overleg (BO) over de stand van zaken van de Omgevingswet. Tijdens dit overleg bespraken ze of de wet verantwoord in werking kan treden op 1 januari 2022. Het is belangrijk om hier samen een zorgvuldig besluit over te nemen om een goede start te maken. Daarom is besloten om hier een tweede BO in mei aan te wijden.



De bestuurlijke partners staan pal achter de bedoeling van het nieuwe stelsel. Ze zijn het erover eens dat de Omgevingswet nodig is om de grote opgaven in de leefomgeving effectief aan te gaan. De woningbouwopgave, de energietransitie, klimaatadaptatie en de bescherming van onze natuur vragen nu en in de komende decennia om een samenhangende aanpak en het instrumentarium van de Omgevingswet helpt daarbij.

Werkend stelsel bij alle overheden nodig

De samenwerkende partijen willen allemaal een goede start van de Omgevingswet, waarbij de dienstverlening aan inwoners en ondernemers overal in Nederland door kan gaan. Daarvoor moeten zowel de vergunningenketen als de planvormingsketen voor gebiedsontwikkeling bij overheden werken. De uitvoeringspraktijk moet ermee uit de voeten kunnen.

Kortom, er moet een werkend stelsel zijn bij alle overheden. Een werkend digitaal en juridisch stelsel voor alle gemeenten, provincies, waterschappen en uitvoeringsorganisaties. Hiervoor moeten de landelijke voorzieningen gereed en stabiel zijn, moeten alle overheden in Nederland – in samenwerking met softwareleveranciers – zich hierop voorbereiden, aansluiten en moeten zij voldoende oefentijd hebben gehad om met het stelsel te leren werken.

Tijdelijke alternatieve maatregelen

Tijdens het overleg is onder meer gesproken over de inzet van tijdelijke alternatieve maatregelen om een verantwoorde inwerkingtreding voor de uitvoeringspraktijk mogelijk te maken. Er is gebleken dat het nu nog te vroeg is om hier een gedegen beslissing over te nemen. De komende weken worden gebruikt om meer zekerheid te krijgen over de impact en effecten van deze tijdelijke maatregelen. Dit gebeurt in nauw overleg met overheden en de bestuurlijke partners.

Kamerbrief april

Minister Ollongren (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) verstuurt eind april een voortgangsbrief over de Omgevingswet aan beide Kamers. Deze brief gaat nader in op de stand van zaken van de implementatie van de wet, waaronder de bestuurlijke waardering van het integraal financieel beeld van de Omgevingswet.