Waterschappen: uitvoeringstempo extra natuur kan omhoog

4 februari 2022

Op 10 februari heeft de Commissie Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) een Commissiedebat Natuur gepland. De waterschappen hebben de commissie een aantal aandachtspunten gestuurd, onder meer over stikstofreductie en over het gevaar van natuurversnippering.

Polder landschap met weide, water en natuurlijk over

De waterschappen vinden dat middelen voor natuur zo besteed moeten worden dat er maximale synergie ontstaat met maatregelen voor het waterbeheer. Op die manier kunnen projecten beter, goedkoper en met meer draagvlak gerealiseerd worden. Bij het opstellen van hun natuurplannen moeten Rijk en provincies rekening houden met de doelen uit de Kaderrichtlijn Water en het Deltaprogramma.

Stikstofreductie

Daarnaast moeten maatregelen voor stikstofreductie bijdragen aan de waterkwaliteit, vinden de waterschappen. Ze zijn dan ook benieuwd hoe de minister, Christianne van der Wal van Natuur en Stikstof, ervoor zorgt dat die maatregelen voor stikstofreductie de waterkwaliteit bevorderen.

Uitvoeringstempo

In de 7e Voortgangsrapportage Natuur staat dat er stappen zijn gezet bij het realiseren van meer en betere natuur in Nederland. Toch blijft het uitvoeringstempo van de inrichting van extra natuur een punt van zorg. Dat geldt ook voor de verbetering van de kwaliteit van de natuur en het biodiversiteitsherstel.

Samenwerking

Het uitvoeringstempo kan omhoog als er samenwerking wordt gezocht met het nationale veenweideprogramma. In dit programma wordt een deel van de landbouwgrond omgezet naar natte natuur. Als het natuurprogramma en de het veenweideprogramma de financiële middelen bij elkaar leggen, leidt dat tot versnelling. De waterschappen willen graag weten of de minister voor die samenwerking openstaat.

Versnippering

Een ander probleem in het natuurbeheer is versnippering. Een voorbeeld daarvan is een polder waar percelen natuur en percelen landbouw door elkaar lopen en ieder een verschillend waterpeil nodig hebben. Dat maakt het peilbeheer complex, kostbaar en kwetsbaar.

Ontsnipperen

Daarom bevelen de waterschappen aan om prioriteit te geven aan het ‘ontsnipperen’ van functies. Bijvoorbeeld bij landbouwpercelen in een natuurnetwerk die zijn ontstaan omdat een agrariër niet wil meewerken aan het omzetten van landbouw naar natuur.

> Lees de hele inbreng

Unie maakt kennis met nieuwe minister en met waterwoordvoerder

19 januari 2022

Nu het nieuwe kabinet is beëdigd, wil de Unie van Waterschappen graag kennismaken met nieuwe ministers en staatssecretarissen die een deel van het brede werkterrein van de waterschappen in hun portefeuille hebben. Maar liefst 10 bewindspersonen hebben raakvlakken met het werk van de waterschappen.



Christianne van der Wal (minister voor Natuur en Stikstof)

Rogier van der Sande en Dirk-Siert Schoonman maakten op 17 januari kennis met minister Van der Wal (Natuur en Stikstof). Zij bespraken de rol van de waterschappen in de integrale aanpak van het stikstofdossier. De waterschappen juichen toe dat het nieuwe kabinet de stikstofopgave wil koppelen aan het verbeteren van de waterkwaliteit. Zo vinden ze dat elke euro voor stikstofreductie er ook één van waterkwaliteit moet zijn.

Fahid Minhas (nieuwe waterwoordvoerder VVD)

Enkele Kamerleden werden minister of staatssecretaris en dat betekent dat er nieuwe Kamerleden in de Kamer komen. Soms wisselen de portefeuilles binnen de Kamerfractie dan ook. Bij de VVD was zo’n wissel: Fahid Minhas (foto) nam de waterportefeuille over van Rudmer Heerema. Rogier van der Sande maakte op 18 januari kennis met Minhas. De nieuwe waterwoordvoerder toonde zich geïnteresseerd in water in relatie tot ruimtelijke ordening. Er wordt binnenkort een werkbezoek voor hem georganiseerd.

Waterkwaliteit van de kleine wateren in Nederland blijft zorgelijk: gezamenlijke aanpak nodig

18 november 2021

Het gaat nog steeds niet goed met de kwaliteit van kleine oppervlaktewateren in Nederland. Minder dan 1 op de 5 (17%) van de onderzochte wateren is van goede kwaliteit. Meer dan 80% heeft een matige tot slechte kwaliteit. Dat blijkt uit het landelijk burgeronderzoek ‘Vang de Watermonsters’.



De resultaten zijn vergelijkbaar met vorig jaar. In het onderzoek zijn ook 10 wateren geselecteerd waar het wel goed gaat met de waterkwaliteit en die positief worden beleefd door omwonenden. Deze 10 waterparels kunnen als voorbeeld dienen om meer waterparels in Nederland te realiseren.

Blinde vlekken op de kaart zetten

Het burgeronderzoek ‘Vang de Watermonsters’ is een initiatief van onder meer Natuur & Milieu, de ASN Bank en 10 waterschappen dat dit jaar voor de derde keer is uitgevoerd. Mensen in heel Nederland brachten deze zomer de waterkwaliteit in kaart van bijna 1100 kleine wateren zoals sloten, vennen, vijvers, grachten en kleine plassen. “Zo speelt ‘Vang de watermonsters’ een cruciale rol in het op de kaart zetten van deze blinde vlekken voor waterkwaliteitsbeheer”, zegt Lisette Senerpont Domis, hoofd van het Aquatisch Kenniscentrum Wageningen, een kennisteam binnen het Nederlands Instituut voor Ecologie.

Meer waterparels

Deelnemende waterschappen hebben op basis van het burgeronderzoek 10 waterparels gekozen die het beste scoorden. Het gaat om wateren met een goede waterkwaliteit en een positieve waterbeleving. Deze waterparels liggen verspreid over Nederland in zowel natuur-, bebouwde als agrarische gebieden. De gevonden waterparels laten zien dat het op veel meer plekken mogelijk is om waterparels met een rijke biodiversiteit en een goede waterkwaliteit te realiseren.

Sander Mager, vicevoorzitter Unie van Waterschappen: “Een goede waterkwaliteit is van levensbelang voor alles dat in of bij het water leeft. De waterschappen hebben de afgelopen jaren al veel geïnvesteerd in het verbeteren van de waterkwaliteit. Dit heeft nog niet overal effect. Tegelijkertijd laat dit onderzoek zien dat er ook wateren zijn waar het wel goed gaat met de biodiversiteit. Het is hard nodig om veel meer van deze zogenaamde ‘waterparels’ te realiseren. Daarom zoeken de waterschappen actief de samenwerking met andere betrokken partners en benadrukken we de noodzaak van een stevige aanpak aan de bron om vervuiling in sloten en plassen tegen te gaan. Dat is ook nodig om de Europese doelstellingen te halen. Eenmaal in het water, zijn deze stoffen er eigenlijk niet uit te halen.” Extra inspanningen zijn dus nodig, zoals maatregelen in het mestbeleid, wetgeving voor gewasbeschermingsmiddelen en strenger toelatingsbeleid voor stoffen.

Mix van maatregelen

De uitkomsten van het onderzoek bevestigen dat er voor het realiseren van meer waterparels een aantal maatregelen nodig is. Allereerst het maken van een goede analyse van het watersysteem. Niet elk water is immers hetzelfde en elk gebied vraagt om een specifieke oplossing. Andere maatregelen die positief bijdragen zijn ecologische inrichting van wateren en ecologisch beheer van oevers en watergangen. En uiteraard goede samenwerking met alle betrokkenen zoals gemeenten, provincies en waterschappen, maar zeker ook omwonenden, boeren, natuurbeherende organisaties en particuliere eigenaren.

Waterkwaliteit onder druk

De waterkwaliteit van de Nederlandse oppervlaktewateren staat onder druk. De belangrijkste bronnen van vervuiling die moeten worden aangepakt zijn mest, bestrijdingsmiddelen uit de landbouw en stoffen die via het rioolwater in het milieu komen zoals medicijnresten en PFAS. Het merendeel van de vervuiling komt uit eigen land. Mest en riooloverstorten hebben direct effect op de concentratie nitraat en fosfaat, het doorzicht en de diversiteit aan waterleven. Vergelijk je de gemeten waterkwaliteit uit dit en andere onderzoeken met andere Europese landen, dan bungelt Nederland onderaan de Europese lijsten.

Europese eisen voor waterkwaliteit

In 2027 moeten alle wateren in Nederland voldoen aan de Europese eisen voor waterkwaliteit (KRW). Uiterlijk in dat jaar moet al het water in Europa voldoende schoon en gezond zijn. Kleine wateren vormen samen een derde van het Nederlandse oppervlaktewater en vormen de haarvaten van het watersysteem. Ze vallen buiten de huidige verplichte metingen van waterkwaliteit. De resultaten van dit burgeronderzoek laten zien dat op basis van de gemeten parameters de waterkwaliteit in slechts 17% van de gemeten wateren goed is. Met nog 5 jaar te gaan is het een enorme opgave om de KRW-doelen te halen.

Burgeronderzoek

‘Vang de Watermonsters’ is een landelijk burgeronderzoek om de waterkwaliteit van de kleine wateren van Nederland in kaart te brengen. Deelnemers meten met een online meetkit of een uitgebreidere superkit de waterkwaliteit in een klein water in hun omgeving.

Editie 2021 is een project van Natuur & Milieu, 10 waterschappen, ASN Bank, NWB Bank, Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW), Stichting Vivace, Unie van Waterschappen, FLORON / RAVON, IVN Natuureducatie, Vlinderstichting en Waterdiertjes.nl.

De tien waterschappen zijn: hoogheemraadschap van Delfland, hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, hoogheemraadschap van Rijnland, hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, waterschap Amstel, Gooi en Vecht, waterschap Brabantse Delta, waterschap De Dommel, waterschap Hollandse Delta en waterschap Vechtstromen.

Waterschappen roepen op om mee te doen aan Blauwgroen Netwerk

27 september 2021

Signalen dat het slecht gaat met de biodiversiteit komen bijna dagelijks in het nieuws. Waterschappen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan een goed natuurbeleid. Bijvoorbeeld met de versterking van het Blauwgroene Netwerk



Waterschappen zetten zich in voor het versterken van biodiversiteit. Daarvoor hebben ze unieke mogelijkheden, met het beheer van een uitgebreid netwerk van watergangen en dijken dat heel Nederland doorkruist. Dit Blauwgroene Netwerk beslaat bij elkaar maar liefst 250.000 km.

Nieuw leefgebied

De waterschappen zetten de watergangen en de dijken die ze beheren vaak in als nieuw leefgebied en verbindingsroutes voor planten en dieren. Dat doen ze door bijvoorbeeld natuurvriendelijke oevers langs watergangen te maken en bloemrijke vegetaties op dijken aan te leggen.

Versterken

De waterschappen willen dit Blauwgroene netwerk versterken. Dat staat in het position paper Biodiversiteit uit 2020. Ze hebben daarom het manifest Blauwgroen Netwerk gepubliceerd. Daarin roepen ze ook andere partijen op om met hun watergangen, dijken, wegbermen en terreinen aan te sluiten op dit Blauwgroene Netwerk.

Eigen tempo

Partijen die mee kunnen doen zijn bijvoorbeeld Rijkswaterstaat, boeren en terreinbeheerders. Ieder in zijn eigen tempo. Zo draagt iedereen bij aan herstel van de biodiversiteit.

Een blauwgroen netwerk voor versterking van de biodiversiteit

Nationaal wateronderzoek naar waterkwaliteit slootjes en plassen van start

10 juni 2021

Vanaf 10 juni kan iedereen weer meedoen met het nationale wateronderzoek ‘Vang de Watermonsters’, naar de waterkwaliteit van slootjes, vennen, beekjes en kleine plassen. Het onderzoek is een initiatief van Natuur & Milieu, ASN Bank en 10 waterschappen en vindt dit jaar voor de derde keer plaats.



De eerste twee edities van het onderzoek wezen uit dat het op een groot aantal plekken nog niet goed gaat met de kwaliteit van kleine oppervlaktewateren in Nederland.

Online meetkit

Dit jaar kunnen nog meer mensen meedoen dan in 2019 en 2020. Dat kan via een online meetkit waarmee ze in hun direct omgeving aan de slag kunnen. Voor amateurwetenschappers is een aparte, uitgebreidere meetkit ontwikkeld. Hierdoor krijgen de organisatoren van het citizen science-onderzoek een nog beter beeld van de waterkwaliteit in Nederland.

Oproep om mee te doen

De Unie van Waterschappen roept jong en oud op om de meetkit te bestellen en wateronderzoek te doen bij een watertje in de buurt. Dat is hard nodig. In Nederland monitort de overheid vooral de waterkwaliteit van grote wateren. Over de waterkwaliteit van vennetjes, slootjes en plasjes in de buurt, de haarvaten van het watersysteem in Nederland, is minder bekend, omdat dit niet wordt onderzocht. Vang de Watermonsters brengt hier verandering in.

Resultaten in het najaar

Net als in de voorgaande jaren publiceert Natuur & Milieu de resultaten in het najaar. Per gebiedstype, natuur, agrarisch of bebouwd gebied, analyseren ze de resultaten. Met het onderzoek willen de organisatoren dit jaar ook een aantal plekken identificeren waar de waterkwaliteit beter is. Vervolgens wordt gekeken waarom de waterkwaliteit hier beter is en wat we hier van kunnen leren voor de andere plekken.

Gezond water van levensbelang voor de biodiversiteit

Dit jaar kunnen de burgeronderzoekers ook kijken naar al het leven in en rond de sloot of plas. Waterdiertjes, insecten en bepaalde planten geven veel informatie over de waterkwaliteit. Roel Nozeman, expert biodiversiteit bij ASN Bank: “Goede waterkwaliteit is ontzettend belangrijk voor de biodiversiteit. In en rond schoon water groeien veel soorten waterplanten en vinden watervogels, kikkers en insecten hun voedsel. Vissen kunnen er schuilen of paaien. Dit onderzoek is een volgende stap om de waterkwaliteit te verbeteren en dat is noodzakelijk voor behoud en verbetering van de biodiversiteit.”

Enorme opgave

De waterkwaliteit van de Nederlandse oppervlaktewateren staat onder druk. De belangrijkste bronnen van vervuiling die moeten worden aangepakt zijn: mest en bestrijdingsmiddelen uit de landbouw en stoffen die via het rioolwater in het milieu komen zoals medicijnresten, frituurvet en verfresten. Mest en riooloverstorten hebben direct effect op de nitraatconcentratie, het doorzicht (de hoeveelheid zwevende deeltjes in het water) en de diversiteit aan waterleven.

Sander Mager, bestuurslid bij de Unie van Waterschappen: “De resultaten van het onderzoek vorig jaar lieten al zien dat we nog een enorme opgave voor de boeg hebben. De waterschappen hebben de afgelopen jaren al veel geïnvesteerd in het verbeteren van de waterkwaliteit. Dit heeft nog niet overal effect. Heel actief zoeken we de samenwerking met alle partners die nodig zijn om samen de waterkwaliteit verder te verbeteren. Met een stevige aanpak aan de bron om vervuiling te voorkomen, want wat er aan vervuiling niet in gaat, hoeven wij er ook niet uit te halen.”

Doe mee aan het onderzoek

Waterschappen reageren op stikstofplan ondernemers en natuurbeheerders

26 mei 2021

Op 25 mei hebben boeren, ondernemers en natuurbeheerders een stikstofplan gepresenteerd in het Financieel Dagblad. De Unie van Waterschappen geeft in een reactie aan dat ze het belang van gezamenlijke afspraken onderschrijven en deze graag snel oppakken, in combinatie met de aanpassingen aan het veranderende klimaat en natuurherstel.



LTO Nederland, Bouwend Nederland, Natuurmonumenten, VNO-NCW, MKB Nederland en Natuur & Milieu vragen het Rijk om tot 2030 jaarlijks 1,7 miljard euro vrij te maken om de uitstoot van stikstof tegen te gaan. Dat geld moet ten goede komen aan het uitkopen of verplaatsen van bedrijven die veel stikstof uitstoten (op vrijwillige basis, zeggen de organisaties). Maar ook aan andere vormen van landbouw die minder belastend zijn voor het milieu, en aan herstel en versterking van de natuur en maatregelen die economische ontwikkelingen stimuleren. “Hiermee kunnen we in 2030 een stikstofreductie van 40 procent realiseren, aanzienlijk meer dan de 26 procent die vereist wordt onder de huidige wet”, aldus de gezamenlijke partijen.

Slim combineren

De Unie van Waterschappen ziet het als noodzakelijk dat deze partijen samen optrekken en onderschrijft het belang van samenhangende maatregelen. Daarbij is het voor de waterschappen belangrijk dat verschillende vraagstukken niet zomaar achter elkaar worden opgepakt, maar dat er slim wordt gecombineerd. Zo zien de waterschappen kansen om maatregelen die bijdragen aan natuurherstel en het verminderen van stikstofuitstoot, slim te combineren met maatregelen die in het kader van de energietransitie, het aanpassen aan weersextremen en het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit worden genomen.

Snelheid is nodig

Dirk-Siert Schoonman, bestuurslid Unie van Waterschappen: “De waterschappen pleiten voor een robuuste, bestendige oplossing voor het probleem: de uitstoot naar beneden en de natuur verbeteren. Wij zijn in de dagelijkse praktijk bezig ons watersysteem aan te passen aan de nieuwe weersextremen en werken hiermee al aan het robuust maken van land, water en bodem. Om de natuur te versterken en tegelijkertijd te zorgen voor beperkte schade door wateroverlast en droogte, is er nog veel werk aan de winkel. Wij dringen er bij het Rijk en de provincies op aan dat er snel keuzes moeten worden genomen en maatregelen moeten worden uitgerold die bijdragen aan de grote opgaven. De waterschappen willen niet te lang ‘polderen’, want de gevolgen van de klimaatsverandering ervaren wij vandaag al.”

Oprichting Kenniscentrum Bever: bundeling van kennis en krachten

16 maart 2021

De beverpopulatie groeit in Nederland. Daarom hebben een aantal organisaties het Kenniscentrum Bevers opgericht. Om duurzaam met de bever samen te leven is het delen van kennis en het bundelen van krachten namelijk essentieel.



Het Kenniscentrum Bever is een initiatief van STOWA, Rijkswaterstaat, ProRail, de Unie van Waterschappen, Interprovinciaal Overleg en de Zoogdiervereniging. De komende maanden wordt bestaande informatie verzameld op het gebied van ecologie, verspreiding, monitoring, knelpunten, oplossingen en wetgeving. Begin november wordt de website van het kenniscentrum gelanceerd, waarop alle beverinformatie is te vinden. Ook worden evenementen voorbereid om kennis over bevers met belangstellenden te delen.

Herintroductie bever

De bever is in 1826 uitgestorven in Nederland. In 1988 is de herintroductie van de bever gestart. Aanvankelijk groeide de populatie langzaam, maar sinds 2011 is deze flink toegenomen. Inmiddels leven in bijna alle provincies bevers. De verwachting is dat zowel de verspreiding als de aantallen voorlopig blijven toenemen. Dit zorgt op de meeste plekken voor een positieve impact op de biodiversiteit. Tegelijkertijd ontstaan op enkele plaatsen conflicten. Daar kunnen we dankzij het kenniscentrum samen snel op inspelen.

Duurzaam samenleven

Met hun graaf-, bouw- en knaagactiviteiten verhogen bevers vaak de biodiversiteit, maar ze kunnen ook schade veroorzaken. Variërend van een omgeknaagde boom op de weg of het spoor, tot een beverhol in een (spoor)dijk of wateroverlast door een beverdam. Bevers zijn via de Europese Habitatrichtlijn en de Wet Natuurbescherming beschermd. Conflicten worden zoveel mogelijk opgelost door de juiste maatregelen te nemen.

Preventieve maatregelen

Denk hierbij aan het plaatsen van rasters of het aanbrengen van een beaver deceiver in een dam (buis waarmee de waterstand wordt verlaagd). Het is belangrijk om preventieve maatregelen te ontwikkelen en te snappen waarom een bever op een bepaalde plek zit en gedrag vertoont waar de omgeving last van heeft. Kennis en ervaring opdoen met (preventieve) maatregelen is cruciaal om op een duurzame manier met de bever samen te blijven leven.

Eerste Kamer neemt Stikstofwet aan

9 maart 2021

Tot grote tevredenheid van de waterschappen stemde de Eerste Kamer op 9 maart in met het wetsvoorstel Stikstofreductie en natuurverbetering. Dit wetsvoorstel verankert de structurele aanpak van de stikstofproblematiek van het kabinet.



Tijdens het debat over het wetsvoorstel vorige week bleken er zorgen over de juridische houdbaarheid van het wetsvoorstel. Ook benadrukte een aantal fracties dat stikstofreductie een opgave is voor alle sectoren, niet alleen de landbouw. Verder vonden enkele fracties de wet niet nodig omdat stikstof geen probleem is. GroenLinks, PvdA en PvdD waren tegen het wetsvoorstel omdat het voorstel niet ver genoeg gaat om de natuur te beschermen.

Gezonde leefomgeving

De waterschappen onderschrijven de noodzaak van het terugdringen van de stikstofdepositie omwille van het belang van een gezonde leefomgeving. Daarnaast hebben de waterschappen een taak als waterbeheerders die dagelijks werken aan deze leefomgeving. Dit werk wordt door de stikstofproblematiek voor een belangrijk deel belemmerd.

Waterveiligheidsprojecten

Denk hierbij aan grote waterveiligheidsprojecten, maar ook aan bijvoorbeeld de ombouw van een rioolwaterzuivering om energie- en grondstoffen terug te winnen uit afvalwater of werk voor klimaatadaptatie. De waterschappen realiseren zich dat deze ontwikkelingen alleen door kunnen gaan als de stikstofuitstoot daalt en de natuur zich kan herstellen volgens de instandhoudingsdoelen voor de Natura2000 gebieden.

Waterschappen blij met komst natuurbank

19 februari 2020

Het kabinet stelt 125 miljoen euro beschikbaar voor de aanleg van natuurbanken ter compensatie van de stikstofuitstoot van grote projecten. Daarover heeft minister Schouten op 19 februari de Tweede Kamer geïnformeerd in het kader van het stikstofdebat. De compensatie geldt onder meer voor waterveiligheidsprojecten van de waterschappen.



In de Kamerbrief schetst Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) de eerste contouren van een natuurbank. Het kabinet gaat 125 miljoen euro investeren in de aanleg van grote natuurgebieden ter compensatie van de stikstofuitstoot van projecten van het Rijk en de waterschappen die een groot openbaar (veiligheids)belang vertegenwoordigen. Het gaat hierbij voornamelijk om projecten in het kader van de Rijksinfrastructuur, waterveiligheid en defensie.

Compensatie voor waterveiligheidsprojecten

De natuurbank heeft als doel om op een gecoördineerde manier natuurcompensatie- en verbeteringsmaatregelen te nemen en vast te leggen. Waterschappen kunnen hier gebruik van maken voor projecten waarbij de compensatie van stikstofuitstoot nodig is voor de vergunning.

De Unie van Waterschappen is blij dat het kabinet doorpakt met maatregelen om waterveiligheidsprojecten doorgang te kunnen laten vinden. Ook is de Unie blij dat het kabinet daarbij geen onderscheid maakt tussen projecten uit het Hoogwaterbeschermingsprogramma en overige projecten in het kader van de waterveiligheid.

Nog veel onduidelijk

Aan de andere kant is er nog veel onduidelijk, onder meer over de termijn waarop de waterschapsprojecten hiervan kunnen profiteren. En hoe er in de tussentijd wordt omgegaan met projecten waarvan de vergunning op de natuurcompensatie dreigt stuk te lopen. Het ministerie van LNV gaat op zeer korte termijn met de Unie om tafel om de knelpunten helder te krijgen en deze regeling nader uit te werken.

> Lees de Kamerbrief