Waterschappen onderzoeken alternatieven voor aardgaslevering Gazprom

1 maart 2022

Naar aanleiding van de Russische inval in Oekraïne verkennen waterschappen alternatieven voor aardgaslevering door Gazprom. Ongeveer de helft van de waterschappen heeft een contract bij de Russische leverancier.



Waterschappen inventariseren welke contracten er precies afgesloten zijn met Gazprom. Ook informeren ze zich over mogelijke alternatieven. De Unie van Waterschappen overlegt met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat over hoe de contracten met Gazprom zich verhouden tot de politieke en economische sancties tegen Rusland, het rijksbeleid rond mogelijke alternatieven en wat voor consequenties dat heeft. Ook bij andere leveranciers kom je vaak uit bij aardgas uit Rusland.

Lopende contracten

Verder winnen waterschappen juridisch advies in over de mogelijkheden om lopende contracten die via aanbestedingen tot stand zijn gekomen voortijdig te beëindigen. En hoe voorkomen kan worden dat dit leidt tot schadevergoedingen die juist financieel voordelig zijn voor Gazprom. Vaak kopen samenwerkende waterschappen energie collectief in. De gunning van deze contracten komt tot stand op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding.

Beperkte afhankelijkheid

De waterschappen zijn zelf één van de grootste producenten van biogas in Nederland. Dat maken ze door vergisting van zuiveringsslib op de rioolwaterzuiveringen. Ze zijn daardoor slechts beperkt afhankelijk van de levering van aardgas. De hoeveelheid aardgas van Gazprom is maar ongeveer 2 procent van de totale hoeveelheid energie die de waterschappen gebruiken. Dit aardgas wordt vooral ingezet voor de verwarming van gebouwen.

Groen gas

Steeds meer waterschappen overwegen om het biogas uit de zuiveringen om te zetten naar groen gas (biogas van aardgaskwaliteit) voor levering aan de gebouwde omgeving of voor mobiliteit. Ook met de ontwikkeling van aquathermie (warmte/koude uit water) werken de waterschappen mee aan een alternatief voor aardgas. Dit sluit aan bij het kabinetsbeleid om minder afhankelijk te worden van aardgas. De waterschappen dringen aan bij het kabinet om die energietransitie met grotere urgentie te versnellen.

Nieuwe handreikingen duurzame energie voor waterschappen

4 februari 2022

Om de waterschappen te ondersteunen bij de uitvoering van het Klimaatakkoord, heeft de Unie van Waterschappen 3 online handreikingen laten maken. Deze handreikingen helpen waterschappen bij de ingewikkelde afwegingen in het omgaan met andere partijen. Ook helpen ze met initiatieven voor duurzame energie, bijvoorbeeld in de regionale energiestrategieën.



De nieuwe handreikingen zijn: Aanbesteden en schaarse rechten, Samenwerken met energiecoöperaties en Zon op water. De handreikingen zijn opgesteld vanuit het WARES-programma. Dat is het kennisprogramma dat de Unie samen met STOWA uitvoert. WARES wordt vanuit het Klimaatakkoord gefinancierd door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).

Handreiking aanbesteden en schaarse rechten

Waterschappen worden geregeld voor de keuze gesteld welke rol ze willen innemen in de energietransitie. De rol die een waterschap kiest, heeft invloed op de juridische keuzevrijheid van het waterschap bij het bepalen van de partij waarmee het een samenwerking wil aangaan. Mogelijk is er sprake van een aanbestedingsplicht.

Daarnaast hebben de waterschappen te maken met het vergunnen van zogenaamde schaarse rechten. Denk aan locaties voor aquathermie, zon-op-water of het opwekken van energie op gronden van de waterschappen. De handreiking aanbesteden en schaarse rechten biedt een stappenschema voor het maken van verantwoorde keuzes. Ook gaat de handleiding in op relevante jurisprudentie.

> Handreiking aanbesteden en schaarse rechten

Handreiking samenwerken met energiecoöperaties

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat het ‘streven naar 50 procent lokaal eigendom’ niet op waterschappen van toepassing is. Wel is vastgelegd dat de waterschapssector nadere afspraken maakt met onder andere energiecoöperaties over duurzame energieprojecten.

Deze handreiking geeft kaders om te beoordelen of een waterschap met een energiecoöperatie voor duurzame energieprojecten kan samenwerken. Vervolgens gaat de handreiking in op hoe het waterschap dat kan doen en welke instrumenten men daarbij kan hanteren. Onderdeel van de handreiking zijn modelovereenkomsten. Daarin is de theorie in praktische overeenkomsten gegoten.

> Handreiking samenwerken met energiecoöperaties

Handreiking zon op water

Waterschappen krijgen steeds meer aanvragen voor het plaatsen van drijvende zonnepanelen. Zij hebben behoefte aan een handreiking over hun (juridische) positie. Maar ook over aspecten zoals beleid, vergunningen, monitoring, handhaving en calamiteiten. De handreiking is een praktisch document dat toepasbaar is voor concrete praktijkcasussen. En er is beleidsruimte voor nadere invulling door het waterschap, rekening houdend met lokale omstandigheden.

De handreiking bevat modelvergunningvoorschriften die waterschappen als basis kunnen gebruiken bij vergunningverlening. Daarbij wordt uitgegaan van het nieuwe stelsel onder de Omgevingswet. De beoogde ingangsdatum van die wet is oktober 2022 of januari 2023. De handreiking is een vervolg op de handreiking voor vergunningverlening drijvende zonneparken op water (STOWA, 2019).

> Handreiking zon op water

Programma WARES

De Unie van Waterschappen heeft in 2019 via het Klimaatakkoord van het ministerie van BZK een subsidie van 1,2 miljoen euro gekregen voor onderzoek naar de bijdrage van de waterschappen aan de energietransitie. Zo ontstond het programma WARES (Waterbeheer in de Regionale Energiestrategieën). Dit onderzoeksprogramma is samen met STOWA uitgevoerd in nauwe afstemming met expertgroepen van het Energieprogramma van de Unie van Waterschappen. Het programma is inmiddels afgerond.

Vervolgonderzoek

Het klimaat stelt de waterschappen voor grote uitdagingen en er is voortdurend behoefte aan kennis bij de waterschappen. De Unie zet dan ook in op een vervolg van het onderzoeksprogramma. De insteek van het vervolgonderzoek is onder andere:

  • verbreding naar CO2-reductie en vastlegging,
  • onderzoek naar monitoring en reductie van lachgasemissies,
  • methaanemissie uit oppervlaktewater,
  • het monitoren van de gevolgen van koudelozingen,
  • de productie van groen gas,
  • verder onderzoek naar grondstoffenterugwinning.

Op weg naar klimaatneutraliteit

Dit alles past bij de ambitie die de waterschappen hebben om bij te dragen aan de klimaatopgave. Deze ambitie wordt in nauwe samenwerking met de waterschappen opnieuw geformuleerd in de strategische visie ‘Op weg naar klimaatneutraliteit’. Deze visie wordt dit jaar ter consultatie aan de leden voorgelegd. De ledenvergadering stelt de visie uiteindelijk vast.

Minister Jetten start ingebruikname Smart Energy Hub Zwolle

3 februari 2022

Tijdens zijn eerste werkbezoek heeft minister Rob Jetten (Klimaat en Energie) op 31 januari de rioolwaterzuiveringsinstallatie Hessenpoort in Zwolle bezocht. Daar verrichtte hij de symbolische openingshandeling van de Smart Energy Hub.



Een Smart Energy Hub is een slim lokaal energiesysteem waarmee het lokale energienet wordt ontlast en een heel bedrijventerrein energieneutraal kan worden. Flexibiliteit en slim kunnen schakelen tussen duurzame elektriciteit, gas (waaronder waterstof) en warmte staan hierbij centraal.

Klimaatafspraken

Om de Smart Energy Hub symbolisch te starten, draaide minister Jetten een kraan dicht. Investeringen in het landelijke stroomnetwerk kosten volgens hem veel tijd. “Goed dus dat allerlei partijen kijken wat ze zelf al kunnen bereiken. We hebben alle initiatieven nodig die bijdragen aan de energietransitie om de klimaatafspraken van Parijs na te komen.”

Kansrijk

De Unie van Waterschappen heeft onderzoek laten doen waaruit blijkt dat rioolwaterzuiveringen zeer kansrijk zijn voor productie van groene waterstof. Unie gaat in gesprek met het Rijk over opschalingsmogelijkheden en juridische experimenteerruimte.

Duurzame energie

Ook volgens Marion Wichard, dagelijks bestuurslid Waterschap Drents Overijsselse Delta, heeft de Smart Energy Hub potentie. “We verwachten dat we met het gebruik van pure zuurstof 50 procent energiebesparing op de rioolwaterzuivering kunnen halen. Landelijk wordt er al met ons meegekeken. Een mooie oplossing ook voor de drukte op het elektriciteitsnet, omdat hiermee duurzame energie nuttig ingezet kan worden.”

Waterinnovatieprijs

De Smart Energy Hub was genomineerd voor de Waterinnovatieprijs 2021 in de categorie ‘Klimaatneutraliteit’. Bekijk de video:

Op de foto v.l.n.r. onder meer: Marion Wichard, dagelijks bestuurslid waterschap Drents Overijsselse Delta (tweede van links), Rob Jetten, minister voor Klimaat en Energie (derde van links), en Dirk-Siert Schoonman, dijkgraaf waterschap Drents Overijsselse Delta (derde van rechts).

Onderzoek duurzame energie van waterschappen in de regio

25 november 2021

Hoe kunnen de waterschappen direct of indirect een bijdrage leveren aan de regionale energiestrategieën? Onder de vlag van het programma Waterbeheer en Regionale Energiestrategieën (WARES) is daar onderzoek naar gedaan. Op 25 november overhandigden Dirk-Siert Schoonman, bestuurslid van de Unie van Waterschappen, en Joost Buntsma, directeur van STOWA, de uitkomsten van dat onderzoek aan Ed Nijpels, voorzitter van het voortgangsoverleg van het Klimaatakkoord.

Slotpresentatie Waterbeheer en energietransitie (WARES)

De Unie van Waterschappen heeft in het kader van het Klimaatakkoord een subsidie van 1,2 miljoen euro gekregen van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor een driejarig onderzoeksprogramma. Met STOWA zijn de handen ineen geslagen om voor de waterschappen beleid en onderzoek te ontwikkelen en uit te voeren.

Thema’s

Het WARES-onderzoek gaat over 3 thema’s: aquathermie, opwek en opslag van duurzame elektriciteit, en juridische aspecten. STOWA en de Unie hebben zelf ook fors geïnvesteerd in diverse onderzoeken naar onder meer duurzame energie en broeikasgassen, vooral gericht op de rioolwaterzuivering. Denk aan energiebesparing, biogas, waterstof, en methaan- en lachgasreductie.

Aquathermie

Aquathermie, warmte en koeling uit water, is een duurzaam alternatief voor aardgasverwarming. In potentie kan aquathermie in totaal zo’n 50 procent van de gebouwde omgeving verwarmen (en koelen). Er zijn al tientallen aquathermieprojecten in Nederland. Om te stimuleren dat aquathermie waar dat passend is ook toegepast wordt, zijn er vanuit het onderzoeksprogramma diverse hulpmiddelen ontwikkeld. Bijvoorbeeld een viewer die de lokale potentie van aquathermie inzichtelijk maakt.

Wind en zon

Windenergie maakt een belangrijk onderdeel uit van de regionale energiestrategieën. Grote windmolens zijn echter vaak niet in te passen voor waterbeheerders vanwege de landschappelijke en milieuhinder. Vandaar dat de haalbaarheid van kleinere windmolens is onderzocht. Het blijkt dat veel kleinere windmolens in windrijke gebieden rendabel kunnen zijn, mits bijna 100 procent van de opgewekte energie ook ter plaatse door de waterbeheerder gebruikt kan worden. Voor zon op waterprojecten is een praktische handreiking opgesteld om waterschappen te helpen bij het bepalen van hun rol en positie bij initiatieven en bij de advisering over zon-op-water projecten en vergunningsaanvragen.

Opslag van energie

Een grote uitdaging bij de energietransitie is de afstemming van vraag en aanbod van energie. Er is onderzocht of de opslag van energie voor waterschappen technisch, financieel en juridisch haalbaar is. De waterschappen hebben ruim 300 rioolwaterzuiveringen verspreid over het land in beheer. Die zijn goed voor ruim 8 PJ (PetaJoule) energieverbruik met een ruime aansluiting op het elektriciteitsnet. Daarnaast zijn de zuiveringen één van de grootste producenten van biogas en groen gas: ruim 135 miljoen kuub per jaar. Ook zijn er veel mogelijkheden voor plaatsing van zonnepanelen en windmolens voor eigen gebruik of voor lokale energiecoöperaties

De rwzi als smart energy hub

Er is ook onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van de rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) als energiehub. Dat laat zien dat vraag en aanbod van energie met de lokale omgeving van de rioolwaterzuivering kan worden afgestemd en uitgewisseld. Hierdoor is lokaal een aanzienlijke ontlasting van het elektriciteitsnet mogelijk. De meest verrassende uitkomst van het onderzoek is dat de rwzi een zeer kansrijke locatie is voor het opwekken van groene waterstof.

Juridisch

Waterbeheerders die pionieren met nieuwe energiebronnen komen vaak juridische knelpunten tegen. De Unie van Waterschappen heeft in aanvulling op de bestaande Juridische Handreiking een inventarisatie van juridische vraagstukken gedaan. De resultaten zijn gebundeld en intern gedeeld, zodat waterschappen van elkaar kunnen leren. Ook leverde de analyse vraagstukken op voor vervolgonderzoek. Zo is er een Handreiking Aanbesteden en schaarse rechten ontwikkeld en een Handreiking Samenwerking met Energiecoöperaties. Tot slot zijn er binnen het WARES-programma diverse handreikingen ontwikkeld.

Een terugblik op de dag met o.a. de livestream en presentaties

Lees meer over de resultaten van het WARES-onderzoek

Tweede Kamer neemt motie aan over verduurzamen industrie

7 juni 2022

Op 7 juni heeft de Tweede Kamer een motie van Pieter Grinwis (ChristenUnie) aangenomen over de plannen voor het verduurzamen van de industrie. Grinwis vraagt de regering om te gaan praten met de middelgrote industriële bedrijven en het industrieel MKB.

Een windmolen op het terrein van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard

Zij kunnen dan samen verkennen welke extra CO2-reductie en energiebesparing mogelijk is in aanvulling op de energiebesparingsplicht. Ook kunnen ze bekijken of en hoe de Meerjarenafspraken een vervolg kunnen krijgen.

Wet Energiebesparingsplicht

Eind 2020 liepen de Meerjarenafspraken energie-efficiencyverbetering (MJA3) af. Het kabinet heeft gekozen voor een andere inrichting. Namelijk om energiebesparing en CO2-emissiereductie te sturen met CO2-reductie via de ‘Wet Energiebesparingsplicht’. Die wet treedt op 1 januari 2023 in werking.

Nauwelijks instrumenten beschikbaar

Een grote groep middelgrote industriële bedrijven en het industriële MKB vinden dat er meer potentieel is te ontsluiten dan wat er behaald kan worden met de Wet energiebesparing met CO2-reductie. Ze vinden dat de aanpak en de ‘formule’ van de Meerjarenafspraken een vervolg verdient. De realisatie van energiebesparingsdoelstellingen was immers een groot succes. En ook het draagvlak en het engagement was juist bij deze groep bedrijven groot.

Energie-efficiencybeleid waterschappen

Via de MJA3-convenanten gaven ook de waterschappen sinds 2008 invulling aan de energiebesparingsplicht. Door de concernaanpak uit de MJA3 konden deelnemers met meerdere locaties 1 Energie-Efficiencyplan opstellen en over de locaties samen rapporteren. Hierdoor werd aandacht gegeven aan grotere projecten, in plaats van per aansluiting kleinere energiebesparingsopties te bekijken. Deze aanpak heeft het energie-efficiencybeleid van de waterschappen goed op de kaart gezet. Het bood een gestructureerde en efficiënte aanpak voor de invulling van wettelijke verplichtingen voor energie.

Afspraken voor CO2-reductie

De waterschappen sluiten zich aan bij de oproep van Grinwis. Ze vragen aandacht voor de kansen die gemist dreigen te worden als MJA3 niet door een vergelijkbare opzet wordt opgevolgd. Ze pleiten al langer samen met andere sectoren voor het maken van integrale bovenwettelijke afspraken voor CO2-reductie. Ze denken dat hiermee de potentie het grootst is om invulling te geven aan de wettelijke doelstellingen rond energiebesparing en broeikasgasreductie. Daarbij worden ook kansen gerealiseerd op energie- en CO2-besparing in de keten, gekoppeld aan circulaire economie.

Noodzaak

Vanwege de oorlog in Oekraïne en de geopolitieke ontwikkelingen die daaruit voortvloeien, is de noodzaak alleen maar groter om op korte termijn nog grootschaliger energie te besparen en sneller te verduurzamen om van het Russisch gas af te komen.

Doel Regionale Energiestrategieën lijkt haalbaar in 2030

9 december 2021

Het doel van de Regionale Energiestrategieën (RES) om in 2030 35 TWh hernieuwbare energie te realiseren lijkt haalbaar. Voorwaarde is wel dat er in de uitvoering voldoende kennis, middelen en mensen zijn.



Afgelopen jaar werkten 30 regio’s in Nederland hard aan hun ambities om duurzame energie op te wekken en te zoeken naar duurzame warmtebronnen als alternatief voor aardgas waarmee huizen en gebouwen verwarmd worden.

35 TWH in 2030 lijkt mogelijk

De ambities van de 30 RES’en 1.0 tellen op tot 55,1 terawattuur (TWh): 18.9 TWh bestaande projecten, 12,6 TWh pijplijn, en 23,6 TWh aanvullende ambitie. Het Planbureau voor de Leefomgeving schat in dat uiteindelijk tussen 35,4 TWh en 46,4 TWh wordt gerealiseerd, met een middenwaarde van 40,8 TWh. Er is sinds de concept-RES meer zonne-energie gepland. De hoeveelheid windenergie is nagenoeg gelijk gebleven. Het halen van het 35 TWh-doel lijkt mogelijk, maar we zijn er nog niet.

Aquathermie

De waterschappen dragen bij aan de Regionale Energiestrategieën in hun regio. Zij doen dat onder meer door het opwekken van duurzame energie in het waterbeheer. Bijvoorbeeld bij de rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s) en op hun andere terreinen. Ook stimuleren ze aquathermie, een bron van energie die in Nederland nog relatief onbekend is. In oppervlaktewater en afvalwater gaat een enorm potentieel aan thermische energie schuil. De waterschappen helpen deze te ontsluiten voor de gebouwde omgeving.

Producent van biogas

Waterschappen zijn daarnaast een van de grootste producenten van biogas. Ze overwegen om het biogas maatschappelijk in te zetten als groen gas. Ook zijn er veel mogelijkheden voor het plaatsen van zonnepanelen en windmolens voor eigen gebruik of voor lokale energiecoöperaties.

Rioolwaterzuivering als energiehub

De rwzi’s hebben de potentie om te functioneren als energiehub. Daarbij kunnen vraag en aanbod van energie met de lokale omgeving van de rioolwaterzuivering worden afgestemd en uitgewisseld. Hierdoor is lokaal een aanzienlijke ontlasting van het elektriciteitsnet mogelijk.

Schaarse netcapaciteit

De regio’s gaan een volgende fase in. Er is aandacht voor een blijvende dialoog met de samenleving over de impact van de klimaat- en energietransitie en de afwegingen die te maken zijn. Daarnaast dwingt de schaarse netcapaciteit tot het stellen van prioriteiten. En er is afstemming nodig met andere opgaven in de leefomgeving. De uitdaging is nu al te denken en te doen met het energiesysteem van de toekomst in gedachten. En om vernieuwende initiatieven die passen in die toekomst te stimuleren en te versterken.

Energietransitie: alleen samen

De regio’s gaan aan de slag met de uitwerking van de ambities van de RES 1.0. Op 1 juli 2023 laten zij in de RES 2.0 de voortgang zien. Ook in deze fase ligt het voortouw bij de regio’s: gemeentes, provincies, waterschappen en netbeheerders. En ook nu is betrokkenheid en steun van het rijk, van bedrijven, energiecoöperaties, inwoners en maatschappelijke partners nodig. Alleen samen is het mogelijk de energietransitie verder te brengen.

Voldoende middelen en mensen

Een belangrijke voorwaarde om de ambities te realiseren is dat er voldoende middelen zijn: investeringsruimte, subsidies en procesmiddelen. Dit vraagt om een heldere koers en keuzes van het nieuwe kabinet: hoeveel mag de energietransitie kosten en wie gaat het betalen? Ook zijn er voldoende mensen in de uitvoering nodig.

Wat zijn Regionale Energiestrategieën?

De decentrale overheden hebben 30 regio’s gevormd die een Regionale Energiestrategie (RES) maken. Gemeentes, provincies en waterschappen werken in de regio’s samen met inwoners, maatschappelijke partijen, energiecoöperaties, netbeheerders en het Rijk. Het werken aan de RES vloeit voort uit het Klimaatakkoord. De gehele opgave reikt tot 2030 en uiteindelijk tot 2050.

Lees ook het bericht op de website van het Nationaal Programma RES

Klimaatdag: waterschappen willen ‘dweilen met de kraan dicht’

28 oktober 2021

Uit de Klimaatnota 2021 blijkt dat het klimaatbeleid leidt tot meer CO2-reductie, maar extra stappen nodig blijven. Waterschappen onderstrepen die noodzaak, omdat zij de gevolgen van klimaatverandering merken in het dagelijks werk. “Wij dweilen graag met de kraan dicht en nemen onze verantwoordelijkheid met hoge ambities op het gebied van duurzaamheid,” zegt Dirk-Siert Schoonman, bestuurslid van de Unie van Waterschappen.



”Niet alleen de recente wateroverlast in Limburg laat zien dat extreem weer ons nu al op de proef stelt,” aldus Schoonman. “We kampen ook al jaren met droogte. En worden geconfronteerd met zeespiegelstijging, verzilting en bodemdaling. Klimaatverandering moet meer en meer leiden tot bewust ruimtegebruik. Als we Nederland op termijn veilig en bewoonbaar willen houden, moeten water en bodem leidend zijn in ruimtelijke keuzes. Niet alles kan overal. De bestemming moet het klimaat volgen. Daarom zijn wij als waterschappen uiterst ambitieus om verdere klimaatverandering te beperken. We lopen voorop om energieneutraal te worden, door energiebesparing, vermindering van broeikasgassen, duurzaam inkopen en opwek van duurzame energie.”

Energieneutraal

De waterschappen dragen volop bij aan het nationale Klimaatakkoord. Zo zetten ze zich in voor energieneutraliteit in 2025. Door de opwek van duurzame energie bij de rioolwaterzuiveringen, het inzetten van terreinen voor wind- en zonne-energie en door aquathermie: thermische energie uit oppervlaktewater en afvalwater. Waterschappen zijn één van de grootste producenten van biogas en overwegen om het biogas maatschappelijk in te zetten als groen gas. Op dit moment zijn de waterschappen al voor meer dan 40% zelfvoorzienend door eigen duurzame energieproductie.

Circulaire economie

Ook hebben waterschappen de doelstelling van een 100% circulaire economie in 2050. Waterschappen vergroten het aanbod aan hernieuwbare alternatieven door waardevolle grondstoffen terug te winnen, zoals nutriënten, cellulose, bioplastic en schoon water uit rioolwater. Tegelijk werken ze aan een strategie richting klimaatneutrale en circulaire waterschappen. Met circulaire inkoop en aanbesteding van grote projecten kan de uitstoot van C02 fors worden teruggebracht, bijvoorbeeld bij dijkversterkingen. Dat geldt ook voor verduurzaming van het rijdend materieel van de waterschappen.

Klimaatbestendig

De klimaatverandering beperken is één kant. De andere kant zijn de gevolgen die de waterschappen nu al opvangen met de toenemende weersextremen als droogte en hoosbuien. Ze investeren de komende jaren 1,8 miljard euro per jaar in onder meer het klimaatbestendiger maken van Nederland door bijvoorbeeld dijken te versterken, waterbergingen aan te leggen en voorzieningen om zoetwater vast te houden, zoals regenwaterbuffers.

Lees hier meer over de duurzame activiteiten van de waterschappen.

Groen gas uit rioolwater

13 oktober 2021

Op 12 oktober heeft waterschap Amstel, Gooi en Vecht een groengasinstallatie geopend op het terrein van de rioolwaterzuivering in het westelijk havengebied van Amsterdam. Hiermee levert het waterschap een belangrijke bijdrage aan de transitie om van fossiele brandstoffen af te komen en aan de circulaire economie.



Na het schoonmaken van rioolwater blijft zuiveringsslib over. Dit slib wordt vergist, waarbij biogas vrij komt. Biogas bestaat uit methaangas en CO2. De groengasinstallatie haalt het CO2 uit het methaangas en voegt stikstof toe aan het methaangas. Hierdoor blijft er uiteindelijk groen gas over dat dezelfde kwaliteit heeft als aardgas. Het is geschikt om aan het aardgasnet te leveren en kan gebruikt worden als brandstof voor (vracht)auto’s.

Vanuit kerntaak een bijdrage leveren

Sander Mager, bestuurder van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht: “De groengasinstallatie is een mooi voorbeeld hoe waterschappen rioolwater gebruiken als bron voor grondstoffen en energie. Door de productie van groen gas leveren we, vanuit één van onze kerntaken, een belangrijke bijdrage aan de energietransitie en de circulaire economie. Onze groengasinstallatie levert 5% van het Nederlandse groen gas. Deze installatie laat opnieuw zien dat water een toonaangevende rol speelt in de transitie naar een circulaire samenleving.”

Groen gas is essentieel voor de energievoorziening van de toekomst. In het Klimaatakkoord zijn ambitieuze afspraken gemaakt met groen gas partijen over de opschaling van de groengasproductie naar 2 miljard kuub. Waterschappen zijn één van de grootste producenten van biogas en overwegen om het biogas maatschappelijk in te zetten als groen gas. Een bijmengverplichting voor gasleveranciers aan de gebouwde omgeving zou deze ontwikkeling kunnen versnellen.

Energie- & Grondstoffenfabriek

Het winnen van energie en grondstoffen uit afvalwater is een belangrijk doel voor de waterschappen. De Energie- & Grondstoffenfabriek (EFGF) is een broedplaats van innovatie, samenwerking en kennisdeling Vanuit alle waterschappen zijn experts betrokken. Zo is laatst ook een challenge gestart voor het klimaatpositief zuiveren van rioolwater.

Meer informatie over de groengasinstallatie

Tweede Kamerleden bezoeken rioolwaterzuivering

8 oktober 2021

Op 8 oktober hebben Tweede Kamerleden met de portefeuille energie en klimaat een bezoek gebracht aan de rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) West in Amsterdam.



De kamerleden Henri Bontenbal (CDA), Joris Thijssen (PvdA) en Farid Azarkan (DENK) kregen een rondleiding op de rioolwaterzuivering van waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Daar wordt ook biogas en groengas geproduceerd. Het bezoek was onderdeel van een breder werkbezoek over de stand van zaken van de Regionale Energiestrategieën (RES).

Duurzame energiebronnen

In de RES-en wordt in 30 regio’s intensief samengewerkt aan een aanpak voor het opwekken van duurzame energie in 2030. Ook waterschappen doen mee. Bestuursleden Dirk-Siert Schoonman en Sander Mager van de Unie van Waterschappen praatten de Kamerleden bij over duurzame energiebronnen van de waterschappen zoals biogas, groengas en aquathermie.

De rwzi als smart energy hub

Tijdens het werkbezoek werd het rapport ‘De rwzi als smart energy hub’ aan de Kamerleden overhandigd. Bij een ‘smart energy hub’ vormen de waterschappen een lokale energiegemeenschap met de bedrijven in hun omgeving. Zo zijn ze samen minder afhankelijk van het elektriciteitsnet. De Unie van Waterschappen heeft bureau Pondera de mogelijkheden laten onderzoeken. Het onderzoek werd uitgevoerd in samenwerking met de waterschappen Drents Overijsselse Delta en Vallei en Veluwe op locaties in Kampen en Harderwijk.

Waterstof

De meest verrassende uitkomst van het onderzoek is dat de rwzi een bijzonder kansrijke locatie is voor het opwekken van groene waterstof. Waterstof kan worden ingezet als duurzame brandstof voor zware werktuigen en slibtransport. De warmte kan worden benut bij de productie van biogas en groengas. Bovendien kan de pure zuurstof worden gebruikt voor beluchting in het zuiveringsproces. De helft van het energieverbruik bij de zuiveringen is nodig voor beluchting. Dit kan dus enorm veel energie besparen. Daarnaast is de verwachting dat emissie van lachgas kan worden gereduceerd.

Decentrale overheden informeren Kamerleden over Regionale Energiestrategie

2 juli 2021

30 regio’s in Nederland werken intensief samen aan een aanpak voor het opwekken van duurzame energie in 2030: de Regionale Energiestrategie (RES). Tijdens een briefing in de Tweede Kamer op 1 juli hebben de decentrale overheden Kamerleden bijgepraat over de stand van zaken.



De plannen van de regio’s zoals die er nu liggen, tellen gezamenlijk op tot zo’n 55 Terawattuur (TWh). Dat is een goed uitgangspunt voor het werken aan het doel van 35 TWh hernieuwbaar opgewerkte energie in 2030.

Aquathermie en groen gas

Namens de Unie van Waterschappen onderstreepte bestuurslid Dirk-Siert Schoonman ook voor het waterbeheer het belang van de bestrijding van de klimaatcrisis. Hij benadrukte de mogelijkheden van warmtebronnen als aquathermie en groen gas. Groot voordeel van deze warmtebronnen is dat ze geen beslag leggen op de kostbare ruimte zoals windmolens. Bovendien is het potentieel groot.

Duidelijker keuzes

In het buitenland worden deze warmtebronnen al lang en breed toegepast. Het is dan wel nodig dat het rijk duidelijker keuzes maakt voor de aanleg van warmtenetwerken en voor stimulering van deze warmtebronnen. Bijvoorbeeld door een bijmengverplichting voor groen gas voor woonwijken.

Bescherming natuur

De decentrale overheden zijn trots op wat zij tot nu toe hebben bereikt. Er zijn nog wel knelpunten. Denk aan zorgen rond de netwerkcapaciteit en bescherming van natuur en landschap. De aanwezige Tweede Kamerleden bekritiseerden vooral het gebrek aan betrokkenheid van inwoners dat op veel plaatsen wordt gevoeld.

Zorgvuldigheid

Schoonman vindt zorgvuldigheid in de uitvoering en betrokkenheid van inwoners belangrijk. Hij zei dat de structuur van de RES het beste instrument is dat we hiervoor hebben, al zal zo’n proces nooit zonder weerstand verlopen.

Financiering

Tot slot maakte Schoonman een punt over de continuïteit van de RES’en. Om de klimaatdoelen te realiseren zijn de RES’en hard nodig. Financiering tot 2022 moet daarom gegarandeerd worden.

Wat is een Regionale Energiestrategie?

De decentrale overheden hebben 30 regio’s gevormd die een Regionale Energiestrategie (RES) maken. Gemeentes, provincies en waterschappen werken in de RES’en samen met inwoners, maatschappelijke partijen, energiecoöperaties, netbeheerders en het rijk. Doel is het realiseren van hernieuwbare energie op land (35 TWh in 2030) en het zoeken naar duurzame warmtebronnen als alternatief voor het aardgas waarmee huizen en gebouwen verwarmd worden. Het werken aan de RES is één van de maatregelen die voortvloeien uit het Klimaatakkoord. De gehele opgave reikt tot 2030 en uiteindelijk tot volledige klimaatneutraliteit in 2050.

Zie ook: Website Regionale Energiestrategie

Op de foto: Het lossen van een tankwagen met reststoffen bij een biogasinstallatie op het terrein van de rioolwaterzuivering (RWZI) in Apeldoorn.