Handreiking: kostenvergoeding bij meervoudige aanvraag omgevingsvergunning

15 juni 2022

De Omgevingswet gaat uit van de eenloketgedachte; initiatiefnemers kunnen een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor verschillende soorten activiteiten gelijktijdig indienen. Bij zo’n meervoudige aanvraag is er één bevoegd gezag, maar achter de schermen kunnen er meerdere overheden betrokken zijn. Er is nu een handreiking beschikbaar met werkafspraken voor bestuursorganen die een kostenvergoeding in willen dienen bij het bevoegd gezag in kwestie.



Bij een meervoudige aanvraag kan het zo zijn dat er instemming nodig is van een ander bestuursorgaan dan het bevoegd gezag. Het bestuursorgaan dat instemming moet verlenen, kan voor de instemming kosten in rekening brengen bij het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag kan deze kosten op zijn beurt via de leges doorberekenen aan de aanvrager van de vergunning. De handreiking bevat werkafspraken over deze kostendoorberekening.

Geen officiële status

De handreiking is tot stand gekomen in samenwerking tussen het Rijk, de Vereniging Nederlandse Gemeentes (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen. Het heeft als doel overheden te ondersteunen bij het structureren van het werkproces. De handreiking heeft geen officiële status en bindt partijen dus niet. In de praktijk kunnen bestuursorganen die bij een meervoudige aanvraag zijn betrokken andere afspraken maken.

Uitgangspunt

De handreiking is gebaseerd op de voorgenomen toevoeging van artikel 13.2a aan de Omgevingswet. In dit artikel staat dat voor het besluit over instemming en het daaraan voorafgaande advies, kosten in rekening kunnen worden gebracht. De hoogte van de in rekening te brengen kosten is gelijk aan de leges die het instemming verlenende bestuursorgaan zelf zou heffen. Afgesproken is om bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet al volgens dit artikel te werken.

Oefenen

De handreiking is bedoeld om bestuursorganen te helpen om hun eigen verantwoordelijkheid vorm te geven en er bij het oefenen gebruik van te maken. Maar bij het in rekening brengen en vergoeden van kosten komt nog meer kijken. Partijen hebben bijvoorbeeld ook werk aan het op een juiste manier administreren van de kostenvergoedingen. Daarom is het handig om meteen met het oefenen te beginnen.

Bekijk de handreiking

Unie, IPO en VNG: digitaal vergaderen moet blijven

3 mei 2022

De afgelopen 2 jaar was de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming van kracht. Dankzij die wet konden Provinciale Staten, gemeenteraden en algemene besturen van waterschappen in coronatijd digitaal vergaderen en besluiten nemen. De 3 koepels van de decentrale overheden willen dat deze tijdelijke wet permanent wordt.



Met ingang van 1 juli worden alle coronabeperkingen opgeheven. Daarmee vervalt ook de Tijdelijke wet. Gemeentes, provincies en waterschappen vinden het jammer als de mogelijkheid wegvalt om digitaal besluiten te kunnen nemen. Zij zien dat als een stap terug in het democratisch proces. Digitaal vergaderen is de afgelopen 2 jaar een volwaardig alternatief gebleken voor fysiek vergaderen. Het is inmiddels behoorlijk ingeburgerd.

Juridische grondslag vervalt

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft de minister van BZK half maart gevraagd om de Tijdelijke wet niet meer te verlengen. Vanwege het opheffen van de coronamaatregelen komt de juridische grondslag van de wet immers te vervallen. De Eerste Kamer zegt dat de wetgever een nieuwe afweging moet maken voor een eventuele permanente regeling. Het gevolg hiervan is dat decentrale besturen geen digitale besluiten mogen nemen vanaf 1 juli tot het moment dat er een permanente regeling is.

Corona is niet weg

Gemeentes, provincies en waterschappen pleiten ervoor dat er een mogelijkheid blijft om digitaal te kunnen besluiten. Corona is immers nog niet weg. In de praktijk blijkt dat er nog steeds volksvertegenwoordigers in quarantaine moeten vanwege een coronabesmetting en dus niet bij fysieke vergaderingen aanwezig kunnen zijn. Ook kan in er de nabije toekomst een opleving van het coronavirus komen. Dat heeft gevolgen voor het democratisch proces.

Brief aan Eerste Kamer

In een brief aan de Eerste Kamer pleiten de Unie van Waterschappen, IPO en VNG er dan ook voor dat de mogelijkheid om digitaal te vergaderen blijft bestaan.

Lees de brief

(Beeld: Pixabay)

Wat betekent de Wet open overheid voor de waterschappen?

2 mei 2022

Op 1 mei is de Wet open overheid (Woo) officieel ingegaan. De Woo is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en regelt het recht van burgers op informatie van de overheid, waaronder de waterschappen. Zo krijgt iedereen meer inzicht in het handelen van de overheid.



Een belangrijk verschil met de Wob is dat de Woo naast informatieverstrekking op verzoek (passief) overheidsorganisaties ook verplicht zelf informatie gefaseerd openbaar te maken (actief). Die actieve openbaarmaking wordt gefaseerd verplicht gesteld. Dat betekent dat de verplichting tot actieve openbaarmaking nu nog niet in werking treedt, maar de komende jaren stapsgewijs wordt ingevoerd. Dit geeft overheden de gelegenheid om hun processen hierop aan te passen. De precieze fasering van de verplichting is nog niet vastgesteld.

Van Wob naar Woo

Naast deze actieve informatieverstrekking, veranderen er ook zaken rond informatieverzoeken.

  • Wob-verzoeken heten voortaan Woo-verzoeken.
  • De termijn voor afhandeling van een Woo-verzoek blijft 4 weken. Bij een omvangrijk of complex verzoek kan de termijn met maximaal 2 weken worden verlengd. Onder de Wob was dat 4 weken.
  • Er kan bij meer publieke organisaties een Woo-verzoek worden ingediend. Voortaan kan dat bijvoorbeeld ook bij e Eerste en Tweede Kamer, de Raad voor de Rechtspraak, de Raad van State en de Nationale ombudsman.
  • Alle overheidsorganisaties stellen een Woo-contactpersoon aan. Hij of zij helpt bij de beantwoording van vragen van burgers en journalisten over de beschikbaarheid van publieke informatie.

Platform

In de Woo zijn verschillende informatiecategorieën opgenomen die verplicht actief openbaar gemaakt moeten worden. Bijvoorbeeld wetten, convenanten en onderzoeksrapporten. De actieve openbaarmaking van al deze categorieën informatie is een omvangrijke operatie. Er is daarom gekozen voor een gefaseerde aanpak. Daarbij zal er steeds meer informatie van de overheden te vinden zijn op open.overheid.nl.

Adviescollege openbaarheid en informatiehuishouding

Met de Woo wordt er ook een nieuwe, onafhankelijke organisatie ingesteld: het Adviescollege openbaarheid en informatiehuishouding. Dit adviescollege adviseert gevraagd en ongevraagd over de uitvoering van de regels over openbaarmaking van publieke informatie. Daarnaast kunnen journalisten, wetenschappers en andere professionals er een klacht indienen als ze niet tevreden zijn over de manier waarop een bestuursorgaan publieke informatie openbaar maakt. Het college bemiddelt dan om tot een oplossing te komen. Overheidsorganisaties moeten daaraan meewerken. De verwachting is dat het klachtenloket op 1 september open gaat.

Wat betekent de Woo voor de waterschappen?

  • De waterschappen worden verplicht om overheidsinformatie openbaar te maken, zowel uit eigen beweging (actieve openbaarmaking) als op verzoek (passieve openbaarmaking).
  • Elk waterschap benoemt een of meer contactpersonen om vragen van burgers te beantwoorden over de beschikbaarheid van publieke informatie.
  • Ieder waterschap moet maatregelen nemen om de duurzame toegankelijkheid van digitale documenten te borgen.
  • Ieder waterschap moet in de begroting en jaarverslag in een openbaarheidsparagraaf
  • aandacht besteden aan de manier waarop de Woo wordt uitgevoerd.

Meer informatie over de Woo

Wijzigingen voor waterschapsbestuurders door Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur

22 april 2022

Op 19 april heeft de Tweede Kamer ingestemd met de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur. Het doel van het wetsvoorstel is om de integriteit van het decentraal bestuur, waaronder de waterschappen, te versterken.



De wijzigingen voor waterschapsbestuurders als gevolg van het wetsvoorstel zijn:

  • Een verplichte Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) voor nieuwe Dagelijks Bestuursleden;
  • Verduidelijking van bepalingen die betrekking hebben op belangenverstrengeling;
  • Algemeen Bestuursleden, Dagelijks Bestuursleden en voorzitters moeten hun nevenfuncties direct (elektronisch) openbaar maken;
  • Verbetering van bepalingen die betrekking hebben op het opleggen en opheffen van geheimhouding op informatie.

Hoe verder?

Nu de Tweede Kamer heeft ingestemd met de wet, neemt de Eerste Kamer het wetsvoorstel in behandeling.

Bekijk het wetsvoorstel

Motie aangenomen: inwerkingtreding Omgevingswet op 1 januari 2023

13 april 2022

Op 12 april is gestemd over de moties die zijn ingediend bij het tweeminutendebat Omgevingswet. De Tweede Kamer heeft een motie van de VVD aangenomen om de inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet definitief te bepalen op 1 januari 2023. Een motie van de SP om de mogelijkheid voor uitstel niet uit te sluiten heeft het niet gehaald.



De Omgevingswet bundelt de meeste wetten over de fysieke leefomgeving, waaronder over water. De waterschappen zijn voorstander van deze nieuwe wet en willen de implementatie zo goed mogelijk laten verlopen. Daarvoor is het belangrijk dat er zo snel mogelijk definitief duidelijkheid komt over de datum waarop de Omgevingswet in werking treedt. Door de aangenomen motie van de VVD zijn de waterschappen en andere overheden weer een stap dichter bij duidelijkheid over de inwerkingtredingsdatum.

Parlementair proces

Na het starten van een zogenoemde ‘voorhangprocedure’ bepalen de Kamers zelf of en hoe zij het voorgehangen besluit willen behandelen. In dit geval gaat het om het Koninklijk Besluit met daarin de inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet.

Inmiddels heeft de Tweede Kamer via het stemmen over de moties ingestemd met het Koninklijk Besluit met daarin de inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2023. Naast de moties van VVD en SP werden er nog In de Tweede Kamer werd de motie van SP over het niet uitsluiten van uitstel afgewezen. Eén van de moties die werd aangenomen was het instemmen met de inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2023. Naast de moties van VVD en SP werden er nog 2 moties ingediend. VVD en JA21 diende een motie in over het bevorderen van kennis en kunde bij Omgevingsdiensten. CDA en D66 dienden een motie in over het uitbreiden van het aantal pilots voor mkb-bedrijven met het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), wat de uitvoering van de Omgevingswet ondersteunt. Beide moties zijn aangenomen.

De Eerste Kamer heeft afgelopen week de inbreng geleverd voor het stellen van vragen via een schriftelijk overleg. Na de beantwoording hiervan bepaalt de Eerste Kamer opnieuw welk proces zij verder wil volgen. Als ook de Eerste Kamer akkoord is met het Koninklijk Besluit, treedt de Omgevingswet definitief in werking op 1 januari 2023.

Belangrijk startmoment

De inwerkingtreding van de Omgevingswet is een belangrijk startmoment. Vanaf dan wordt de wet in de praktijk toegepast. Ook na de inwerkingtreding van de wet op 1 januari 2023 is er nog veel werk aan de winkel. Het nieuwe stelsel voor het omgevingsrecht en het DSO worden ook na inwerkingtreding verder ontwikkeld en gemonitord om de doelen van de wet te halen en de beoogde veranderingen door te voeren.

Waterschappen willen toegang tot alle KNMI-data

30 maart 2022

Op 7 april gaat het commissiedebat Leefomgeving in de Tweede Kamer onder andere over het evaluatierapport van de Wet Taken Meteorologie en Seismologie (WTMS). De waterschappen hebben de commissieleden laten weten dat de toegang tot KNMI-data voor hen erg belangrijk is.



Waterschappen hebben informatie over het weer nodig om op tijd te kunnen waarschuwen voor gevaarlijk weer. Maar zij kunnen nu niet over alle data beschikken.

Verschil rijk-regio

Rijkswaterstaat kan zonder barrières KNMI-data afnemen. Regionale overheden zoals waterschappen en veiligheidsregio’s kunnen dat alleen vanaf ‘grip fase 2’. Dat is de opschaling waarbij de gevolgen van een incident niet beperkt blijven tot de plaats waar het is gebeurd. Deze ongelijkheid maakt de voorbereiding op een crisis of calamiteit lastig voor de waterschappen.

Gelijktrekken in de wet

Daarom pleiten de waterschappen voor het gelijktrekken in de wet, zodat ook regionale overheden altijd KNMI-data kunnen afnemen. In 2021 is in Limburg en Noord-Holland duidelijk geworden hoe belangrijk meteodata zijn voor een adequate voorbereiding op hoogwater en piekbuien.

Lees de hele inbreng

Nieuwe datum Omgevingwet: 1 januari 2023

24 februari 2022

Minister Hugo de Jonge voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft het ontwerp-Koninklijk Besluit (KB) met een nieuwe inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet: 1 januari 2023, aangeboden aan de Eerste en Tweede Kamer.



Rogier van der Sande, voorzitter Unie van Waterschappen: “Deze datum geeft de waterschappen de duidelijkheid die nodig is om goed voorbereid van start te kunnen met de Omgevingswet. Daar zijn we blij mee.”

Verantwoorde invoering

Minister De Jonge, de gemeentes (VNG), provincies (IPO) en de Unie van Waterschappen spraken op 24 februari over de stand van zaken van de Omgevingswet en hebben de inwerkingtredingsdatum bepaald op 1 januari 2023. Alle betrokken partijen staan achter de wet en zetten zich in voor een verantwoorde invoering. Tijdens het bestuurlijk overleg op 27 januari kwam naar voren dat er meer tijd nodig is om verder te werken aan de stabiliteit van de landelijke voorziening van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). En om de werkprocessen in te regelen en hiermee te oefenen. Dat gebeurt aan de hand van een aangescherpte planning.

Tijd om te oefenen

Toine Poppelaars, bestuurslid Unie van Waterschappen: “Het is belangrijk dat we als decentrale overheden genoeg tijd hebben om te kunnen oefenen met een stabiel DSO. Daarom blijft het belangrijk dat er hard wordt doorgewerkt aan de stabiliteit van de landelijke voorziening van het DSO. Dat is de eerste prioriteit.”

Belangrijk startmoment

De inwerkingtreding van de Omgevingswet is een belangrijk startmoment. Vanaf dan wordt de wet in de praktijk toegepast. Ook na de inwerkingtreding van de wet op 1 januari 2023 is er nog veel werk aan de winkel en kunnen onvolkomenheden niet worden uitgesloten. Het nieuwe stelsel voor het omgevingsrecht en het DSO wordt ook na inwerkingtreding verder ontwikkeld en gemonitord om de doelen van de wet te halen en de beoogde veranderingen door te voeren.

Proces Koninklijk besluit

Als het parlement akkoord gaat, wordt het KB aangeboden aan de Koning. Na ondertekening gaat de Omgevingswet definitief in op 1 januari 2023. De waterschappen roepen de Tweede en de Eerste Kamer op het KB snel in behandeling te nemen.

> Kamerbrief Voorhang ontwerp Koninklijk Besluit inwerkingtreding Omgevingswet

Kamer bespreekt amendement financiering lokale partijen

14 februari 2022

Op 15 februari behandelt de Tweede Kamer de Wet financiering politieke partijen (Wfpp). De Unie van Waterschappen vindt dat lokale partijen net als landelijke partijen overheidssubsidie moeten krijgen. De SP heeft hierover een amendement ingediend.



Partijen moeten mee kunnen doen aan verkiezingen zonder dat ze afhankelijk zijn van bedrijven of particulieren die met giften politieke invloed en macht kopen, zo vindt de SP. De Unie van Waterschappen vindt dat subsidie zorgt voor versterking van lokale partijen. Bij de meest recente waterschapsverkiezingen behaalden lokale partijen 41 procent van de stemmen. Ze spelen dus een belangrijke rol.

Gelijker speelveld

Als dit amendement wordt aangenomen, betekent dat ook partijen die meedoen aan verkiezingen voor provinciale staten, de gemeenteraad en de waterschappen onder de Wfpp vallen. Dat maakt subsidie voor lokale partijen mogelijk en dat geeft weer een gelijker speelveld. De Unie is daar voorstander van.

> Lees het amendement van de SP

Eerste Kamer stemt in met wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen

14 december 2021

Op 14 december heeft de Eerste Kamer ingestemd met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Ook stemde de Kamer in met enkele andere wetten die te maken hebben met het versterken van de democratische legitimatie.



Een gemeenschappelijke regeling is een samenwerkingsverband tussen overheden. Denk bijvoorbeeld aan de Veiligheidsregio’s, Het Waterschapshuis of de Regionale Belastingsamenwerkingen. In de Wgr is geregeld hoe een gemeenschappelijk regeling moet worden ingericht.

Democratische legitimatie

Het nieuwe wetsvoorstel voor de Wgr heeft als doel om de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen te versterken. Dit is nodig omdat de legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen gebaseerd is op het beginsel van ‘verlengd lokaal bestuur’. Dat betekent dat het bestuur van het samenwerkingsverband geen eigen democratische legitimiteit heeft, maar dat de politieke controle op het bestuur gevoerd door het samenwerkingsverband uiteindelijk berust bij de betrokken deelnemers.

Meer ruimte

Dit wetsvoorstel probeert hieraan tegemoet te komen door meer ruimte te geven voor keuzes over de werking van een gemeenschappelijke regeling. Bijvoorbeeld door te kiezen voor een gemeenschappelijke adviescommissie of het gebruik van zienswijzen door gemeenteraden.

Wgr voor waterschappen

De belangrijkste opgave vanuit de wijziging van de Wgr voor de waterschappen is om de gemeenschappelijke regelingen waar ze aan deelnemen aan te passen aan de nieuwe bepalingen. Inclusief een proces met het eigen bestuur en de besturen van de andere deelnemers. In het wetsvoorstel (artikel V) is geregeld dat overheden hier tot 2 jaar na inwerkingtreding de tijd voor hebben. Naar verwachting gaat de Wet op 1 juli 2022 in.

Overige maatregelen

Naast dit wetsvoorstel wordt ook op andere manieren ingezet op versterking van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen. Denk aan aanpassingen van de Gemeentewet en de Provinciewet die nodig zijn om de doelstellingen van deze wetswijziging te realiseren. Zoals de introductie van een gemeenschappelijk enquêterecht en het instellen van een rekenkameronderzoek bij een gemeenschappelijke regeling om de controlemogelijkheden te vergroten.

Regie in de Regio

Passend bij het werken in samenwerkingsverbanden is ‘Regie in de Regio, de gids voor regionale samenwerking’. Deze gids is geschreven door (juridisch) adviesbureau KokxDeVoogd en Dirkzwager legal & tax. De gids helpt bestuurders en ambtenaren van gemeentes, provincies, waterschappen en samenwerkingsverbanden om organisaties en samenwerkingsverbanden, al dan niet op grond van de Wgr, beter te laten functioneren.

Regie in de Regio, de gids voor regionale samenwerking

Wetsvoorstel Wet adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers door Eerste Kamer

16 november 2021

De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel Wet adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers op 16 november als hamerstuk afgedaan. Het wetsvoorstel stelt een permanent college in dat adviseert over de rechtspositie van politieke ambtsdragers.



Wel vroegen PVV, PvdD, SP en Fractie Otten om een zogenaamde aantekening. Dit betekent dat als er gestemd zou zijn, zij tegen zouden hebben gestemd.

Snelle afhandeling

De Unie van Waterschappen en het Interprovinciaal Overleg zijn blij met de snelle afhandeling van het wetsvoorstel. Zij hadden bij de Eerste Kamercommissie aangedrongen op een snelle plenaire afhandeling, zodat het adviescollege aan de slag kan.

Vergoeding

Het vraagstuk van de hoogte van de vergoeding voor Statenleden en algemeen bestuursleden van de waterschappen is het eerste adviesonderwerp van het Adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers.

Waterschapsverkiezingen

De minister wil voor medio 2022 duidelijkheid bieden over deze vergoedingen. Met het oog op de werving van nieuwe kandidaten voor de komende Provinciale Staten- en waterschapsverkiezingen in maart 2023 zijn provincies en waterschappen blij met deze timing van de minister.

Wet adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers