Meer watermaatregelen in het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

15 november 2022

Op 1 januari 2023 gaat het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van start. Met het GLB werken Nederland en de andere lidstaten van de Europese Unie aan toekomstbestendige landbouw, het versterken van de natuur en een leefbaar platteland.



Van 2023 tot 2027 biedt het GLB subsidies aan voor initiatieven die bijdragen aan deze doelen. Het nieuwe beleid richt zich op het ondersteunen van boeren die ervoor kiezen hun bedrijf verder te verduurzamen en te vernieuwen.

Nationaal Strategisch Plan

De Nederlandse invulling van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid staat in het Nationaal Strategisch Plan (NSP). Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen hebben vanaf 2019 aan de invulling van dat plan gewerkt.

Agrarische sector én natuur

Het NSP bevat maatregelen die bijdragen aan het behalen van doelen voor waterkwaliteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit, bodem en kringlooplandbouw. De waterschappen vinden het belangrijk dat investerings- en beheermaatregelen voor het watersysteem ten goede komen aan de agrarische sector, het landelijk gebied én aan een robuuste natuur. Dat sluit ook aan bij de kaders die Europa daarvoor stelt.

Eco-regelingen

Voor de hele periode tussen 2023 en 2027 is er 4,7 miljard euro beschikbaar voor agrariërs en het agrarisch gebied. Dit geld is niet alleen afkomstig van de Europese Unie, maar ook van het Rijk, de provincies en de waterschappen. Een groot deel van het bedrag wordt besteed aan het steunen van boeren die innoveren, vernieuwen en bijdragen aan doelen voor biodiversiteit, bodem en lucht, klimaat, landschap en water. Dat gebeurt onder meer via de ‘eco-regelingen’. Daarmee wordt toekomstbestendig boeren beloond.

Relevante wateronderdelen in het NSP

De Kaderrichtlijn Water (KRW) en een duurzaam watersysteem dat bijdraagt aan klimaatmitigatie en -adaptatie zijn onderdeel van de voorgestelde verduurzaming van de landbouw. In vergelijking met het huidige GLB komen de watermaatregelen in meer onderdelen van het nieuwe GLB terug. Vooral het opnemen van relevante maatregelen op het gebied van water en bodem in de eco-regelingen zal naar verwachting effect hebben. Het is de verwachting dat veel agrariërs gebruik gaan maken van deze regeling, aangezien deelname tot een significant hogere hectarepremie leidt (tussen 60 en 200 euro per hectare bovenop de basispremie).

Voorbeelden

Er zijn een aantal concrete voorbeelden van maatregelen te noemen die bijdragen aan de wateropgaven. Denk aan:

  • Bredere bufferstroken langs het water, gewasrotatie, minimale bodembedekking (breder toepassen vanggewassen).
  • Stimuleren van rustgewassen, langjarig grasland en meerjarige teelt, biologische bestrijding.
  • Verbreding van de subsidieregeling Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) voor klimaat en water, invulling bufferstroken, greppelinfiltratie, huidige pakketten waterkwaliteit/kwantiteit.
  • Herstel- en inrichtingsmaatregelen internationale doelen Nitraatrichtlijn en KRW, peilgestuurde drainage, klimaatadaptief watersysteem.
  • Investeringen voor modernisering, verduurzaming of precisielandbouw.
  • Gebiedsgerichte aanpak: integrale gebiedsontwikkeling zoals via het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer.

Ledenbrief

In oktober verscheen ook een ledenbrief over het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid per 2023.

Verantwoorde invoering Omgevingswet vraagt meer tijd

14 oktober 2022

Minister Hugo de Jonge (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening), IPO, VNG en de Unie van Waterschappen hebben de afgelopen weken intensief gesproken over de beoogde invoeringsdatum van de Omgevingswet per 1 januari 2023. De waterschappen zijn klaar voor invoering op 1 januari 2023, maar geven aan dat deze stap alleen slaagt als alle overheden deze stap zetten.



Zes maanden

In gezamenlijkheid hebben de bestuurlijke partners de voor- en nadelen van de diverse scenario’s besproken. Dit heeft geleid tot de conclusie dat er meer tijd nodig is. De voorgestelde zes maanden worden gebruikt om verder te testen en te oefenen met de Omgevingswet. Hiervoor komt extra ondersteuning en financiering voor de bevoegde gezagen. Met zijn voortgangsbrief van 14 oktober informeert minister Hugo de Jonge de Eerste en Tweede kamer.

Voortgangsbrief aan de Kamer

Bij de voortgangsbrief aan de Eerste Kamer over de implementatie van de Omgevingswet d.d. 14 oktober 2022 zijn diverse onderzoeken en bijlagen gevoegd, waaronder het rapport van de AcICT en de enquête die in opdracht van de minister is uitgevoerd door Twijnstra/Gudde.

Nieuwe datum Omgevingwet: 1 januari 2023

24 februari 2022

Minister Hugo de Jonge voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft het ontwerp-Koninklijk Besluit (KB) met een nieuwe inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet: 1 januari 2023, aangeboden aan de Eerste en Tweede Kamer.



Rogier van der Sande, voorzitter Unie van Waterschappen: “Deze datum geeft de waterschappen de duidelijkheid die nodig is om goed voorbereid van start te kunnen met de Omgevingswet. Daar zijn we blij mee.”

Verantwoorde invoering

Minister De Jonge, de gemeentes (VNG), provincies (IPO) en de Unie van Waterschappen spraken op 24 februari over de stand van zaken van de Omgevingswet en hebben de inwerkingtredingsdatum bepaald op 1 januari 2023. Alle betrokken partijen staan achter de wet en zetten zich in voor een verantwoorde invoering. Tijdens het bestuurlijk overleg op 27 januari kwam naar voren dat er meer tijd nodig is om verder te werken aan de stabiliteit van de landelijke voorziening van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). En om de werkprocessen in te regelen en hiermee te oefenen. Dat gebeurt aan de hand van een aangescherpte planning.

Tijd om te oefenen

Toine Poppelaars, bestuurslid Unie van Waterschappen: “Het is belangrijk dat we als decentrale overheden genoeg tijd hebben om te kunnen oefenen met een stabiel DSO. Daarom blijft het belangrijk dat er hard wordt doorgewerkt aan de stabiliteit van de landelijke voorziening van het DSO. Dat is de eerste prioriteit.”

Belangrijk startmoment

De inwerkingtreding van de Omgevingswet is een belangrijk startmoment. Vanaf dan wordt de wet in de praktijk toegepast. Ook na de inwerkingtreding van de wet op 1 januari 2023 is er nog veel werk aan de winkel en kunnen onvolkomenheden niet worden uitgesloten. Het nieuwe stelsel voor het omgevingsrecht en het DSO wordt ook na inwerkingtreding verder ontwikkeld en gemonitord om de doelen van de wet te halen en de beoogde veranderingen door te voeren.

Proces Koninklijk besluit

Als het parlement akkoord gaat, wordt het KB aangeboden aan de Koning. Na ondertekening gaat de Omgevingswet definitief in op 1 januari 2023. De waterschappen roepen de Tweede en de Eerste Kamer op het KB snel in behandeling te nemen.

> Kamerbrief Voorhang ontwerp Koninklijk Besluit inwerkingtreding Omgevingswet

Kamer bespreekt amendement financiering lokale partijen

14 februari 2022

Op 15 februari behandelt de Tweede Kamer de Wet financiering politieke partijen (Wfpp). De Unie van Waterschappen vindt dat lokale partijen net als landelijke partijen overheidssubsidie moeten krijgen. De SP heeft hierover een amendement ingediend.



Partijen moeten mee kunnen doen aan verkiezingen zonder dat ze afhankelijk zijn van bedrijven of particulieren die met giften politieke invloed en macht kopen, zo vindt de SP. De Unie van Waterschappen vindt dat subsidie zorgt voor versterking van lokale partijen. Bij de meest recente waterschapsverkiezingen behaalden lokale partijen 41 procent van de stemmen. Ze spelen dus een belangrijke rol.

Gelijker speelveld

Als dit amendement wordt aangenomen, betekent dat ook partijen die meedoen aan verkiezingen voor provinciale staten, de gemeenteraad en de waterschappen onder de Wfpp vallen. Dat maakt subsidie voor lokale partijen mogelijk en dat geeft weer een gelijker speelveld. De Unie is daar voorstander van.

> Lees het amendement van de SP

Waterschappen hebben vragen over versterking vergunningstelsel

5 september 2022

Op 13 september staat in de Tweede Kamer een Commissiedebat vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) gepland. De waterschappen zijn benieuwd naar de planning van het Programma versterking VTH-stelsel.

Handhaver neemt watermonster

Begin 2021 stelde de Commissie Van Aartsen vast dat het de omgevingsdiensten ontbreekt aan kennis en doorzettingsmacht. Om het VTH-stelsel te versterken heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat een programma opgezet. Het is nu bijna anderhalf jaar na de uitkomsten van de Commissie Van Aartsen. De waterschappen zijn benieuwd naar de concrete afspraken en het tijdpad van dit programma.

Rol omgevingsdiensten

De waterschappen moeten de goede werking van de rioolwaterzuivering kunnen garanderen en het oppervlaktewater beschermen. Daarom is het belangrijk dat waterschappen niet verrast worden door een lozing van een gevaarlijke stof op de rioolwaterzuivering. Hierbij spelen de omgevingsdiensten een belangrijke rol. Zij actualiseren de watervergunningen voor indirecte lozingen en houden hier toezicht op. Het is belangrijk dat de omgevingsdiensten hiervoor voldoende tijd en geld krijgen.

Achterstand van indirecte lozingsvergunningen

Op dit moment is er nog steeds sprake van een grote achterstand bij de omgevingsdiensten bij het actualiseren van deze vergunningen. De waterschappen vragen zich af wanneer begonnen wordt met het wegwerken van deze achterstand bij alle omgevingsdiensten.

Lees de hele inbreng

Handreiking: kostenvergoeding bij meervoudige aanvraag omgevingsvergunning

15 juni 2022

De Omgevingswet gaat uit van de eenloketgedachte; initiatiefnemers kunnen een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor verschillende soorten activiteiten gelijktijdig indienen. Bij zo’n meervoudige aanvraag is er één bevoegd gezag, maar achter de schermen kunnen er meerdere overheden betrokken zijn. Er is nu een handreiking beschikbaar met werkafspraken voor bestuursorganen die een kostenvergoeding in willen dienen bij het bevoegd gezag in kwestie.



Bij een meervoudige aanvraag kan het zo zijn dat er instemming nodig is van een ander bestuursorgaan dan het bevoegd gezag. Het bestuursorgaan dat instemming moet verlenen, kan voor de instemming kosten in rekening brengen bij het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag kan deze kosten op zijn beurt via de leges doorberekenen aan de aanvrager van de vergunning. De handreiking bevat werkafspraken over deze kostendoorberekening.

Geen officiële status

De handreiking is tot stand gekomen in samenwerking tussen het Rijk, de Vereniging Nederlandse Gemeentes (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen. Het heeft als doel overheden te ondersteunen bij het structureren van het werkproces. De handreiking heeft geen officiële status en bindt partijen dus niet. In de praktijk kunnen bestuursorganen die bij een meervoudige aanvraag zijn betrokken andere afspraken maken.

Uitgangspunt

De handreiking is gebaseerd op de voorgenomen toevoeging van artikel 13.2a aan de Omgevingswet. In dit artikel staat dat voor het besluit over instemming en het daaraan voorafgaande advies, kosten in rekening kunnen worden gebracht. De hoogte van de in rekening te brengen kosten is gelijk aan de leges die het instemming verlenende bestuursorgaan zelf zou heffen. Afgesproken is om bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet al volgens dit artikel te werken.

Oefenen

De handreiking is bedoeld om bestuursorganen te helpen om hun eigen verantwoordelijkheid vorm te geven en er bij het oefenen gebruik van te maken. Maar bij het in rekening brengen en vergoeden van kosten komt nog meer kijken. Partijen hebben bijvoorbeeld ook werk aan het op een juiste manier administreren van de kostenvergoedingen. Daarom is het handig om meteen met het oefenen te beginnen.

Bekijk de handreiking

Eerste Kamer stemt in met wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen

14 december 2021

Op 14 december heeft de Eerste Kamer ingestemd met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Ook stemde de Kamer in met enkele andere wetten die te maken hebben met het versterken van de democratische legitimatie.



Een gemeenschappelijke regeling is een samenwerkingsverband tussen overheden. Denk bijvoorbeeld aan de Veiligheidsregio’s, Het Waterschapshuis of de Regionale Belastingsamenwerkingen. In de Wgr is geregeld hoe een gemeenschappelijk regeling moet worden ingericht.

Democratische legitimatie

Het nieuwe wetsvoorstel voor de Wgr heeft als doel om de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen te versterken. Dit is nodig omdat de legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen gebaseerd is op het beginsel van ‘verlengd lokaal bestuur’. Dat betekent dat het bestuur van het samenwerkingsverband geen eigen democratische legitimiteit heeft, maar dat de politieke controle op het bestuur gevoerd door het samenwerkingsverband uiteindelijk berust bij de betrokken deelnemers.

Meer ruimte

Dit wetsvoorstel probeert hieraan tegemoet te komen door meer ruimte te geven voor keuzes over de werking van een gemeenschappelijke regeling. Bijvoorbeeld door te kiezen voor een gemeenschappelijke adviescommissie of het gebruik van zienswijzen door gemeenteraden.

Wgr voor waterschappen

De belangrijkste opgave vanuit de wijziging van de Wgr voor de waterschappen is om de gemeenschappelijke regelingen waar ze aan deelnemen aan te passen aan de nieuwe bepalingen. Inclusief een proces met het eigen bestuur en de besturen van de andere deelnemers. In het wetsvoorstel (artikel V) is geregeld dat overheden hier tot 2 jaar na inwerkingtreding de tijd voor hebben. Naar verwachting gaat de Wet op 1 juli 2022 in.

Overige maatregelen

Naast dit wetsvoorstel wordt ook op andere manieren ingezet op versterking van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen. Denk aan aanpassingen van de Gemeentewet en de Provinciewet die nodig zijn om de doelstellingen van deze wetswijziging te realiseren. Zoals de introductie van een gemeenschappelijk enquêterecht en het instellen van een rekenkameronderzoek bij een gemeenschappelijke regeling om de controlemogelijkheden te vergroten.

Regie in de Regio

Passend bij het werken in samenwerkingsverbanden is ‘Regie in de Regio, de gids voor regionale samenwerking’. Deze gids is geschreven door (juridisch) adviesbureau KokxDeVoogd en Dirkzwager legal & tax. De gids helpt bestuurders en ambtenaren van gemeentes, provincies, waterschappen en samenwerkingsverbanden om organisaties en samenwerkingsverbanden, al dan niet op grond van de Wgr, beter te laten functioneren.

Regie in de Regio, de gids voor regionale samenwerking

Wetsvoorstel Wet adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers door Eerste Kamer

16 november 2021

De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel Wet adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers op 16 november als hamerstuk afgedaan. Het wetsvoorstel stelt een permanent college in dat adviseert over de rechtspositie van politieke ambtsdragers.



Wel vroegen PVV, PvdD, SP en Fractie Otten om een zogenaamde aantekening. Dit betekent dat als er gestemd zou zijn, zij tegen zouden hebben gestemd.

Snelle afhandeling

De Unie van Waterschappen en het Interprovinciaal Overleg zijn blij met de snelle afhandeling van het wetsvoorstel. Zij hadden bij de Eerste Kamercommissie aangedrongen op een snelle plenaire afhandeling, zodat het adviescollege aan de slag kan.

Vergoeding

Het vraagstuk van de hoogte van de vergoeding voor Statenleden en algemeen bestuursleden van de waterschappen is het eerste adviesonderwerp van het Adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers.

Waterschapsverkiezingen

De minister wil voor medio 2022 duidelijkheid bieden over deze vergoedingen. Met het oog op de werving van nieuwe kandidaten voor de komende Provinciale Staten- en waterschapsverkiezingen in maart 2023 zijn provincies en waterschappen blij met deze timing van de minister.

Wet adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers

Kamer vraagt aandacht voor wetswijziging gewasbeschermingsmiddelen

8 november 2021

De Tweede Kamer heeft de signalen van de watersector over de wetswijziging gewasbeschermingsmiddelen goed opgepakt. Het verslag van de Tweede Kamer over het wetsvoorstel sluit aan bij het standpunt van de drinkwaterbedrijven en waterschappen.



Eerder was er al een verbod op gewasbeschermingsmiddelen buiten de land- en tuinbouw, maar door een uitspraak van het Gerechtshof in Den Haag was het sinds vorig jaar weer mogelijk buiten de land- en tuinbouw bestrijdingsmiddelen te gebruiken. De Tweede Kamer wil deze uitspraak met een wetswijziging nu terugdraaien.

Debat in de Kamer

De watersector roept op ook aanvullende beperkingen op te leggen voor particulier gebruik. In het algemeen vindt de commissie het wetsvoorstel nu voldoende voorbereid. Er kan binnenkort in een plenaire vergadering over gedebatteerd worden en later stemt de Kamer over het wetsvoorstel

Te hoge concentraties in oppervlaktewater

De drinkwaterbedrijven en waterschappen roepen de staatssecretaris op deze wetswijziging zo snel mogelijk in werking te stellen. Op de helft van de meetlocaties in oppervlaktewater worden gewasbeschermingsmiddelen in te hoge concentraties aangetroffen. Bovendien staat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw haaks op de afspraak die 10 partijen uit de land- en tuinbouw, fabrikanten van gewasbeschermingsmiddelen, watersector en natuur- en milieubescherming vorig jaar met de overheid hebben gemaakt.

Gebruik door particulieren

De wijziging in de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden biedt ook een basis voor het gebruik van dergelijke middelen door particulieren. Zij zijn vaak niet goed op de hoogte van de risico’s voor mens, dier en milieu en de voorschriften voor zorgvuldig gebruik. De waterschappen en drinkwaterbedrijven zijn daarom voorstander van een verbod voor particuliere gebruikers.

Lees de inbreng van de waterschappen en de drinkwaterbedrijven

Kamerbrief Omgevingswet oktober 2021 verzonden

2 november 2021

Kajsa Ollongren, demissionair minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, heeft een brief over de Omgevingswet naar beide Kamers gestuurd. Hierin gaat zij in op de stappen richting de beoogde inwerkingtreding op 1 juli 2022, de stand van zaken van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en het aansluiten, inregelen en oefenen door overheden.



Koersen op 1 juli 2022

Tijdens een Bestuurlijk Overleg op 28 oktober bevestigden de Unie van Waterschappen, VNG, het IPO en het Rijk opnieuw dat zij graag zien dat de Omgevingswet op 1 juli 2022 ingaat. Zij hebben de samenhangende aanpak en het instrumentarium van de wet nodig om grote maatschappelijke opgaven in de leefomgeving effectiever aan te pakken en met elkaar te verbinden. Voorbeelden hiervan zijn de woningbouwopgave, de energietransitie en klimaatadaptatie.

Digitaal Stelsel Omgevingswet

De afgelopen tijd is veel werk verzet om het DSO-LV, de landelijke voorziening van het Digitaal Stelsel Omgevingswet, klaar te maken voor landelijk oefenen. Zo is de ‘oefenrelease’ van het DSO-LV sinds oktober beschikbaar op de oefenomgeving. Ook is de bruidsschat geladen op de oefenomgeving. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet verhuist een aantal regels van het Rijk naar de waterschappen. Dit wordt ook wel de bruidsschat genoemd.

Hoewel er vooruitgang is geboekt, zijn er ook punten die de komende tijd moeten worden opgelost. Er wordt bijvoorbeeld hard doorgewerkt aan de stabiliteit van het DSO-LV en het sneller oplossen van storingen en meldingen, zodat overheden goed kunnen oefenen. Betrokken partijen werken bovendien aan oplossingen voor het niet kunnen uploaden van veel en grote geo-bestanden in het DSO.

Een werkende keten

Steeds meer overheden zijn aangesloten op het DSO en oefenen met het stelsel. Hiermee zetten ze stappen richting een werkende keten en bereiden ze zich voor op de inwerkingtreding van de wet. Door het oefenen wordt ook duidelijk hoe het DSO verder kan worden verbeterd. De koepels stimuleren het aansluiten en oefenen. Zo nemen ze contact op met de organisaties die nog niet zijn aangesloten op het DSO en helpen ze hen hierbij op weg. Voor overheden die onverhoopt geen gebruik kunnen maken van het DSO, bijvoorbeeld omdat bepaalde software nog ontbreekt, zijn tijdelijke alternatieve maatregelen beschikbaar.

Implementatiemonitor

Uit de halfjaarrapportage Monitor Invoering Omgevingswet blijkt dat overheden flinke stappen hebben gezet voor de implementatie van de wet, maar ook dat zij nog het nodige moeten doen. Sommige overheden hebben behoefte aan definitieve duidelijkheid over de inwerkingtreding van de wet. Dan kunnen ze de schaarse capaciteit gerichter inzetten.

Onafhankelijke evaluatiecommissie

De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) zal de Omgevingswet evalueren. Ook adviseert de Rli over de opzet en inrichting van het monitoringsprogramma en reflecteert zij jaarlijks op de tussentijdse monitoringsresultaten.

Wet- en regelgeving

Het wetgevingsproces is inhoudelijk met de Tweede en Eerste Kamer afgerond. Ondertussen wordt gezorgd dat het stelsel actueel blijft. Zo is het ontwerp van het Verzamelbesluit Omgevingswet 2022 voor advies aan de Raad van State voorgelegd.

Vervolg

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zal het parlement blijven voorzien van voortgangsinformatie over de Omgevingswet. Het ontwerp van het Koninklijk Besluit (KB) met de inwerkingtredingsdatum van de wet zal aan beide Kamers worden voorgelegd.

Meer informatie