Oproep om concrete plannen na debat stikstof

28 juni 2022

Op 23 juni debatteerde de Tweede Kamer over de plannen van het kabinet om de stikstofuitstoot te verminderen. De plannen van minister Van der Wal voor Natuur en Stikstof riepen veel vragen op. Tijdens dit debat zijn tientallen moties ingediend waar op 28 juni over werd gestemd.

Polder landschap met weide, water en natuurlijk over

Veel Kamerleden vroegen om meer concrete plannen. Op basis van deze wens is er een motie ingediend met de oproep aan de ministers van Natuur en Stikstof en van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid (LNV) om ruim voor Prinsjesdag met een toekomstperspectief voor boeren te komen. Deze motie is aangenomen.

Kringlooplandbouw

Er zijn ook andere moties ingediend. Mogelijke oplossingen voor de water-, natuur- en klimaatproblemen liggen volgens minister Staghouwer van LNV gedeeltelijk in de kringlooplandbouw. D66 kwam in lijn met deze denkwijze met meerdere moties. Daarin stond dat de transitie naar kringlooplandbouw moet worden verduidelijkt, ondersteund en gestimuleerd. Deze moties werden aangenomen.

Rol provincies

Er was ook een motie om provincies de regie te geven in de vormgeving van het stikstofbeleid zolang dit maar leidt tot 50 procent stikstofreductie in 2030 en de opgaven op het gebied van water en klimaat Worden gehaald. Deze motie werd aangenomen.

Stikstof en waterkwaliteit

Meerdere partijen noemden de link tussen stikstofuitstoot en waterkwaliteit. Woordvoerders van het hele politiek spectrum noemden water, natuur en klimaat vaak in een adem. Kamerlid Pieter Omtzigt riep dan ook op tot integraal beleid om al deze problemen gezamenlijk te kunnen aanpakken.

Waterschappen reageren op stikstofplannen kabinet

13 juni 2022

Op 10 juni maakte het kabinet de plannen bekend om tot 50 procent stikstofreductie te komen. De Unie van Waterschappen ziet het belang van heldere doelen, maar ziet ook aandachtspunten.



De waterschappen pleiten voor meer aandacht voor water- en bodemkwaliteit en voor perspectief voor de landbouwsector. Zo kan deze sector de transitie naar de kringlooplandbouw maken en als belangrijke partner opgesteld staan voor de opgaves in het landelijke gebied.

Richtinggevende stikstofdoelen

Minister Van der Wal (Natuur en Stikstof) en minister Staghouwer (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) hebben de Tweede Kamer laten weten per gebied richtinggevende stikstofdoelen en reductiepercentages te hebben vastgesteld. Die lopen op van 12 procent tot rond de 70 procent – evenredig op te brengen door alle sectoren – in gebieden dichtbij natuurgebieden en gebieden waar de water- en bodemkwaliteit sterk moet verbeteren.

Landelijk doel

In oktober volgen nadere richtinggevende doelen voor klimaat en natuur. Uiterlijk in juli 2023 is in elk gebied duidelijk wat het doel is en hoe dat gehaald wordt. Daar waar dat eerder duidelijk is, volgt een versnelde aanpak. Het ‘wat’ (de doelen) ligt bij het Rijk, het ‘hoe’ (invulling van de gebiedsplannen) bij de provincies en de betrokken regionale partijen. De waterschappen benadrukken in deze trajecten het belang van verbetering van de water- en bodemkwaliteit. Bij elkaar tellen deze regionale doelen op tot het landelijke doel: driekwart van de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden op een gezond niveau in 2030. Het kabinet heeft voor de gehele aanpak 24,3 miljard euro beschikbaar gesteld bovenop bestaande middelen (7 miljard euro).

Water- en bodemkwaliteit

De Unie van Waterschappen vindt het goed dat de doelen nu helder op papier staan. Voor de waterschappen is het belangrijk dat door de aanpak snel werk gemaakt kan worden van het weer op gang brengen van de vergunningverlening. Het is immers belangrijk dat de projecten van de waterschappen door kunnen gaan. Daarnaast vragen de waterschappen voor de gestelde natuurdoelen ook aandacht voor water- en bodemkwaliteit.

Integrale aanpak

Dirk-Siert Schoonman, bestuurslid Unie van Waterschappen: “We signaleren dat de gestelde natuurdoelen vooral gaan over stikstof, terwijl voor natuurherstel, maar ook voor een klimaatbestendige landbouw, de kwaliteit van het water en de bodem essentieel zijn. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat de waterkwaliteitsdoelen uit de Kaderrichtlijn Water ook spelen buiten de directe omgeving van Natura 2000-gebieden. Er is daarom wel een brede blik en een integrale aanpak nodig.”

Perspectief voor landbouwsector

Voor de reductie van stikstofuitstoot speelt de agrarische sector een cruciale rol. De ministers pleiten er in hun een plannen voor dat agrarische ondernemers versneld de transitie doormaken naar kringlooplandbouw in 2030. Schoonman: “Het is voor de waterschappen van groot belang dat de landbouwsector, als belangrijke partner in het gebied, dusdanig perspectief krijgen dat ze bij kunnen dragen aan dit systeem. Wat de waterschappen betreft moet de focus van de gebiedsgerichte aanpak dan ook liggen op het gezamenlijk tot stand brengen van de benodigde maatregelen om de natuur te verbeteren, de waterbeschikbaarheid te vergroten en te zorgen dat de waterkwaliteitsdoelen gehaald worden.”

Landelijke maatlat voor klimaatadaptief bouwen in ontwikkeling

3 juni 2022

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) ontwikkelt een landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving. Deze maatlat moet eind dit jaar klaar zijn.



De ontwikkeling van de maatlat is een belangrijke stap op weg naar een klimaatadaptief Nederland. De maatlat definieert wat klimaatadaptief bouwen is en schept duidelijkheid voor medeoverheden en voor bouwende en ontwikkelende partijen. De ontwikkeling van de maatlat sluit aan op het advies van de Deltacommissaris om landelijk tot overeenstemming te komen over klimaatadaptief bouwen.

Klimaatthema’s

De maatlat schept het kader voor klimaatadaptief bouwen en richt zich op locatie-inrichting en manier van bouwen. Het gaat daarbij om de klimaatthema’s hitte, wateroverlast, droogte en gevolgbeperking van overstromingen. Daarnaast worden ook de thema’s bodemdaling en biodiversiteit betrokken.

Water en bodem sturend

Tegelijkertijd worden er in het programma ‘Water en Bodem Sturend’ randvoorwaarden uitgewerkt voor de locatiekeuze voor nieuwe ontwikkelingen. De maatlat moet een impuls geven om groene klimaatbestendige gebieden en gebouwen te ontwikkelen die ook bijdragen aan biodiversiteit en gezondheid.

Voor heel Nederland

De maatlat is toepasbaar in heel Nederland. Hij houdt rekening met de verschillen in het bodem- en watersysteem. De hogere zandgronden in Oost-Nederland vragen immers om andere oplossingen dan de polders in West-Nederland.

Focus op nieuwbouw

De bestaande regionale samenwerkingen en afspraken voor klimaatadaptief bouwen zijn een belangrijk startpunt voor de maatlat. Ze worden aangevuld met inzichten, ervaringen en behoeften uit heel Nederland. De focus van de maatlat ligt op nieuwbouw, maar kijkt ook naar toepassing in de bestaande gebouwde omgeving.

Betrokkenen

Het ministerie van BZK ontwikkelt de maatlat samen met de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit samen met de (bouw)sector. Ingenieursbureaus TAUW en Arcadis begeleiden het. Ook de landelijke koepels van de publieke en private sector en decentrale overheden, bedrijven en experts zijn betrokken via interviews en een klankbordgroep.

Staat van Ons Water 2021: Weerbaar blijven tegen overstromingen en zeespiegelstijging

20 mei 2022

In 2021 kwamen de gevolgen van klimaatverandering heel duidelijk naar voren. Na 3 jaren met extreem hete zomers en langdurige droogte waren de temperaturen vrij normaal, maar kregen we te maken met extreme neerslag. Dat leidde in juni en juli 2021 tot grote wateroverlast in Friesland en Noord-Holland, en tot overstromingen in Limburg, Duitsland, België en Luxemburg. Dat staat in de Staat van Ons Water 2021.



De Staat van Ons Water is de rapportage waarmee de minister van Infrastructuur en Waterstaat elk jaar in mei de Tweede Kamer informeert over de ontwikkelingen in het waterbeleid. Het rapport over 2021 is deze week gepubliceerd.

Water en klimaat

In 2021 hebben de waterschappen en de Deltacommissaris zich hard gemaakt voor het klimaatbestendig inrichten van Nederland. Ze adviseerden het nieuwe kabinet onder meer water en bodem leidend te laten zijn voor ruimtelijke plannen. Het kabinet nam dit advies over in het coalitieakkoord. De noodzaak hiervoor werd in de zomermaanden van 2021 met overstromingen en hoogwater door extreme regenval goed zichtbaar.

Impulsregeling Klimaatadaptatie

Om ons aan te passen aan het steeds vaker voorkomende extreme weer is de impulsregeling Klimaatadaptatie ook in 2021 van kracht geworden. Het Rijk financierde 49 miljoen euro mee aan projecten die Nederland weerbaarder moeten maken tegen de klimaatverandering. Daarnaast doet het kennisprogramma Zeespiegelstijging onderzoek naar wat de gevolgen van zeespiegelstijging voor Nederland zijn.

Wat doen de waterschappen?

De waterschappen vinden dat er genoeg geld moet zijn om Nederland tegen zeespiegelstijging te beschermen, zodat ze Nederland daar weerbaarder tegen kunnen maken. De waterschappen willen voldoende middelen voor waterveiligheid via het Hoogwaterbeschermingsprogramma en het Deltafonds. Daarbij moet de financiële bijdrage vanuit het Rijk minimaal constant blijven. Mogelijk moet er in de toekomst meer geld in het Deltafonds worden gestort om ons te wapenen tegen de effecten van zeespiegelstijging en hogere rivierafvoeren.

Klik op het beeld voor een vergroting

Waterdebat

Op 7 juni vindt het Commissiedebat Water in de Tweede Kamer plaats. De Kamer praat dan onder meer over waterkwaliteit en wateroverlast. De Unie van Waterschappen pleit in aanloop naar het Commissiedebat voor landelijke normen voor klimaatbestendigheid. Daarmee is er een stok achter de deur om Nederland weerbaarder te maken in de strijd tegen klimaatverandering.

De Staat van Ons Water 2021

De Staat van Ons Water is een gezamenlijke rapportage van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de Unie van Waterschappen, de Vereniging van Waterbedrijven in Nederland, het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

> Lees de Staat van ons Water 2021

Waterschappen inventariseren mogelijkheden voor bos in beekdalen

4 mei 2022

De waterschappen gaan inventariseren op welke plekken waterbeheer samen kan gaan met extra bosaanleg in beekdalen. Daarvoor is een hulpmiddel ontwikkeld dat werd gepresenteerd tijdens de aftrap van het project ‘Bos in Beekdalen’ op 21 april.



Dit project komt voort uit het Klimaatakkoord. Eén van de afspraken in dat akkoord is de vastlegging van extra CO₂ in bos, natuur en landschap. Deze afspraak is uitgewerkt in de bossenstrategie. In die strategie staat dat er mogelijkheden zijn om in beekdalen extra bos aan te leggen, in combinatie met waterbeheer en biodiversiteit.

Mogelijkheden inventariseren

In het kader van het Klimaatakkoord is in de commissie Watersystemen (CWS) van de Unie van Waterschappen afgesproken dat de waterschappen voor het einde van dit jaar laten weten hoeveel mogelijkheden ze zien voor de aanleg van bos in beekdalen. Royal HaskoningDHV maakte hiervoor een hulpmiddel.

De Unie faciliteert

De Unie van Waterschappen faciliteert het inventarisatietraject, onder meer door het organiseren van een leerbijeenkomst begin juli.

> Hulpmiddel voor uitbreiding bos
> Kansenkaart Nieuw bos in beekdalen

Meer informatie is op te vragen bij Anke van Houten

Waterschappen reageren positief op stikstofaanpak minister

6 april 2022

Op vrijdag 1 april heeft het kabinet in een Hoofdlijnenbrief de stikstofaanpak toegelicht. Minister Van der Wal (Natuur en Stikstof) kondigt in de brief een versnelling en vergroting van de aanpak aan. Een boodschap die de Unie van Waterschappen toejuicht.



De waterschappen bepleiten daarbij wel dat de stikstofaanpak ook moet bijdragen aan de verbetering van de waterkwaliteit. Ze missen ook toekomstgerichtheid. De gevolgen van klimaatverandering en de ruimte die water in de toekomst gaat vragen zijn nog te onderbelicht.

Onontkoombaarheid stikstofaanpak

De onontkoombaarheid van de stikstofaanpak staat centraal in de brief: door een teveel aan stikstof verdwijnen steeds meer dieren en planten waardoor de natuur verschraalt. Dat brengt schoon drinkwater, schone lucht en een gezonde bodem in gevaar, aldus de minister in de brief. “Een nieuwe balans tussen wat de natuur kan dragen en wat we als samenleving van de natuur kunnen vragen is nodig. (…) Een versnelling en vergroting van de aanpak is nodig om onherstelbare natuurschade voor te zijn en andere kabinetsopgaven (woningbouw, energietransitie, bereikbaarheid, verduurzaming landbouw) te doen slagen.”

Werk aan de winkel

Minister Van der Wal (Natuur en Stikstof) wil een schoon, leefbaar land met ruimte voor ondernemers en ziet daarbij een sturende rol voor water en bodem. “Daarvoor is werk aan de winkel. Om de stikstofproblematiek het hoofd te bieden gaan we de stikstofuitstoot versneld fors verminderen – vrijwillig waar het kan, verplicht waar dat niet lukt. Zodat de natuur herstelt en perspectief voor ondernemers ontstaat.”

Waterschappen positief

De Unie van Waterschappen is positief over deze boodschap. Zij hamert al langer op het omarmen van het principe dat terugdringen van de uitstoot dé manier is om te kunnen bouwen, en voor de waterschappen om het werk aan waterveiligheid, schoon en voldoende water uit te kunnen (blijven) voeren. Ook bevestigt de Unie van Waterschappen tegelijk het belang van het herstellen van de natuur, als belangrijke stap in de verbetering van de waterkwaliteit. De Unie van Waterschappen pleit daarnaast wel voor een meer toekomstgerichte aanpak, waarbij concreter wordt gemaakt wat water en bodem als sturende factor precies inhoudt en hoe er rekening kan worden gehouden met de ruimte die klimaatadaptatie vraagt bij toenemende weersextremen.

Regionaal maatwerk

Dirk-Siert Schoonman, bestuurslid Unie van Waterschappen: “Het is nog wel belangrijk om te onderstrepen dat het terugdringen van de stikstofuitstoot om regionaal maatwerk vraagt. De gebiedsaanpak moet ook oog hebben voor agrarische partners die een groot deel van onze werkgebieden beheren. De waterschappen hebben verder veel kennis over specifieke gebieden en zijn daarmee essentiële partners in de gebiedsgerichte aanpakken die regionaal worden uitgerold om de stikstofuitstoot te verminderen.”

Integrale aanpak

Daarbij zien de waterschappen net als het kabinet kansen om maatregelen die bijdragen aan natuurherstel en het verminderen van stikstofuitstoot slim te combineren met maatregelen die in het kader van het verbeteren van de waterkwaliteit, de energietransitie, het aanpassen aan weersextremen en verhogen van de ruimtelijke kwaliteit worden genomen. De Unie van Waterschappen is dan ook blij er in de Hoofdlijnenbrief voor een integrale aanpak wordt gepleit en dat het transitiefonds breed gaat worden ingezet. Schoonman: “Die samenhang is belangrijk. We moeten oog houden voor de mogelijkheden hoe beleid meerdere doelen kan dienen en de waterschappen moeten hierbij de ruimte hebben om slimme combinaties te maken.”

> Lees de hele inbreng

IPCC-rapport: versnelling nodig om klimaatdoelen te behalen

5 april 2022

Het Intergouvernementeel Panel inzake klimaatverandering (IPCC) heeft op 4 april het derde deel van zijn beoordelingsrapporten gepubliceerd. De conclusie is dat veel sneller en zwaarder moet worden ingezet op de reductie van broeikasgassen om de afgesproken klimaatdoelen van Parijs te halen.

Huizen met zonnepanelen op het dak en windmolen op de achtergrond

Ook wordt er ingegaan op de kansen voor duurzame energie en innovatie. Thema’s waar ook de waterschappen hard aan werken.

Beperking van klimaatverandering

Het rapport ‘AR6 Climate Change 2022: Mitigation of Climate Change’ richt zich op de beperking van klimaatverandering (mitigatie), benodigde maatregelen voor het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen en het verwijderen van broeikasgassen uit de atmosfeer.

Voortvarendheid

Dirk-Siert Schoonman, bestuurder van de Unie van Waterschappen: “Voor waterschappen is inzetten op het voorkomen van klimaatverandering een belangrijk thema, omdat wij met ons werk Nederland bewoonbaar en veilig houden. We ervaren steeds meer de directe gevolgen van de klimaatverandering, zoals toenemende wateroverlast, droogte en zeespiegelstijging. Onze opgave kunnen we alleen behapbaar houden als we verantwoordelijkheid nemen om de klimaatverandering te keren. Nederland moet een leidende rol nemen, want juist wij wonen in een delta met een grote uitdaging rond de zeespiegelstijging. We roepen daarom het kabinet op om het voorgenomen klimaat- en energiebeleid met voortvarendheid uit te voeren en in Europees verband een leidende rol te nemen.”

Opwek duurzame energie

De waterschappen hebben zelf al jaren een ambitieus klimaat- en energiebeleid en doen actief mee aan de uitvoering van het Klimaatakkoord. Zo behoren ze tot de grootste producenten van biogas en maken ze steeds vaker groen gas voor levering aan de omgeving. Daarnaast plaatsen ze windturbines en zonnepanelen op hun terreinen. En stellen energie beschikbaar aan derden, bijvoorbeeld warmte uit rioolwaterzuiveringen en uit oppervlaktewater (aquathermie). Het percentage zelf opgewekte duurzame energie bedroeg in 2020 al 43 procent. In 2025 kan de sector 100 procent energieneutraal zijn.

Broeikasgassen

Waterschappen dragen verder bij aan het verwijderen van broeikasgassen uit de atmosfeer door bij productie van groengas kort-cyclische CO2 uit de atmosfeer te halen. Daarnaast kunnen ze door het planten van bomen, bijvoorbeeld in beekdalen, extra CO2 vasthouden. De processen van de waterschappen worden zodanig ingericht dat zij zo min mogelijk broeikasgassen uitstoten.

Innovatie

Het rapport van het IPCC bevat een nieuw hoofdstuk over innovatie, technologieontwikkeling en kennisoverdracht. De waterschappen zijn voortdurend bezig met innoveren, ook op het gebied van klimaatneutraliteit. Op dat thema kende de laatste editie van het Waterinnovatiefestival maar liefst 18 inzendingen, waaronder de productie van groene waterstof en nieuwe vergassingstechnieken voor zuiveringsslib. Regelmatig houden de waterschappen elkaar scherp via challenges op het gebied van innovatie, via hun eigen platform Winnovatie.

Strategische visie

De Unie van Waterschappen werkt aan een integraal langetermijnplan van de waterschapssector om versneld klimaatneutraal te worden richting 2035. De waterschappen willen een maatschappelijke bijdrage leveren met de inzet van hun beschikbare terreinen, bedrijfsprocessen en hun technische kennis en ervaring. De sector richt zich daarbij op reductie van broeikasgassen in brede zin, productie van duurzame energie, duurzaam opdrachtgeverschap en afvang en vastlegging van CO2. Dit sluit aan bij de versnelling van het klimaatbeleid van het kabinet en de EU.

Waterschappen zetten een prijs op CO2

1 april 2022

De waterschappen starten met het intern beprijzen van CO2. Bij interne CO2–beprijzing reken je een prijs voor de klimaatkosten (uitstoot van broeikasgassen) van een activiteit. Het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen krijgt hiermee een financiële waarde.



Bij de waterschappen gaat dit in beginsel om 100 tot 140 euro per ton CO2-equivalent. Wanneer een hogere prijs gepast is, zetten waterschappen die in.

Tegengaan klimaatverandering

Waterschappen zetten zich in voor het tegengaan van klimaatverandering. Ze kunnen impact maken in hun rol als opdrachtgever voor inkoop en aanbesteding. Uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen zorgt voor schade. Door die schade te vertalen naar een CO2-prijs kunnen waterschappen de impact op het klimaat meewegen in investeringsbeslissingen. Dan kan een duurzame oplossing bij aanbestedingen of kosten-batenanalyses zomaar wél interessant worden.

Milieu-impact voor eigen rekening

Sander Mager, bestuurslid van de Unie van Waterschappen: “Interne CO2-beprijzing is een eerste opstap naar het daadwerkelijk meenemen van ecologische en sociaal-maatschappelijke waarden bij de keuzes die waterschappen maken bij budgettering, investeringsprojecten en aanbestedingen. Niet alleen om te vergelijken welke alternatieven het minst schadelijk zijn voor mens en milieu. Maar ook om de daadwerkelijke milieu-impact die waterschappen veroorzaken door hun werkzaamheden voor eigen rekening te nemen. En ze niet door te schuiven naar de omgeving en de toekomstige generatie.”

Stimulans voor klimaatvriendelijke oplossingen

Bij interne CO2-prijzen wordt de CO2-uitstoot vertaald naar de kosten die nodig zijn om de effecten van de betreffende uitstoot van broeikasgassen op te vangen. Zo wordt de impact van de CO2-uitstoot in geld uitgedrukt. Dit geeft meer inzicht en leidt in veel gevallen tot een CO2-bewuste keuze. En het stimuleert de markt om met klimaatvriendelijke oplossingen te komen.

49 procent CO2-reductie

De prijs is gekoppeld aan de doelen die de waterschappen hanteren op het gebied van CO2-reductie. Hierbij is uitgegaan van de ambitie om 49 procent CO2-reductie te halen in 2030. Hogere doelstellingen leiden tot een hogere CO2-prijs. De passende aanbevolen prijsrange van 100-140 euro per ton CO2 voor de periode 2020-2030 is gecombineerd met een jaarlijkse indexatie. Waterschappen met relatief meer ambitie kunnen aan de bovenkant van deze prijsrange gaan zitten, dus op 140 euro per ton CO2. In sommige gevallen kunnen zelfs nog hogere prijzen passend zijn.

> Handreiking Werken met interne CO2-beprijzing

Nationaal Waterprogramma gepresenteerd

23 maart 2022

Water is voor Nederland van levensbelang. Water heeft invloed op waar en hoe we wonen, onze natuur, drinkwater, scheepvaart, landbouw en industrie. Om ons land ook voor de komende generaties veilig, aantrekkelijk en leefbaar te houden, is het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) vastgesteld.



Het NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen voor de komende 6 jaar. Hierin staat welke maatregelen genomen moeten worden om Nederland veilig, aantrekkelijk en leefbaar te houden en om de kansen die water biedt, te benutten. Dit is nodig om de urgente en complexe opgaven van klimaatverandering, bodemdaling, milieuverontreiniging, biodiversiteitsverlies en ruimtedruk het hoofd te bieden.

Nationale doelen

Het NWP bevat de nationale doelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwatervoorziening, waterkwaliteit, ecologie en scheepvaart. Het is belangrijk dat bij alle afwegingen in de leefomgeving waterdoelen meewegen. Daarmee kan het landgebruik en de ruimtelijke inrichting beter worden afgestemd op het bodem- en watersysteem. Dat staat in het coalitieakkoord, en is ook een belangrijk uitgangspunt in het NWP.

Voor de waterschappen is het afstemmen op het bodem- en watersysteem van groot belang. Rogier van de Sande, voorzitter van de Unie van Waterschappen: “Om te zorgen dat water en bodem werkelijk sturend zijn bij de ruimtelijke inrichting, is een nadere uitwerking en borging nodig van dit principe. Bij woningbouw moeten bijvoorbeeld ongunstige locaties voor waterhuishouding of bodemdaling worden vermeden. In het coalitieakkoord staat dat waterschappen eerder betrokken worden bij ruimtelijke planvorming en de watertoets een dwingender karakter krijgt. Dit moet nog wel handen en voeten krijgen.”

Samenhang

Het Nationaal Waterprogramma en de waterbeheerplannen van de waterschappen moeten goed op elkaar aansluiten. Daarom zijn de waterschappen nauw betrokken geweest bij het opstellen van het NWP. Regionale waterdoelen moeten meewegen in het nationale waterbeleid. Belangrijke onderdelen van het NWP zijn de stroomgebiedbeheerplannen, het overstromingsrisicobeheerplan en het Programma Noordzee.

De waterschappen vinden het daarnaast goed dat er in het coalitieakkoord extra geld is vrijgemaakt de beheer- en onderhoudsopgave van Rijkswaterstaat. Daar ligt een grote opgave om verouderde infrastructuur zoals bruggen en sluizen in stand te houden en waar nodig te vervangen of te renoveren. De waterschappen werken graag samen met Rijkswaterstaat en andere partijen aan die opgaven. Van der Sande: “Het is mooi dat het Rijk daarbij een integrale aanpak wil hanteren met de energietransitie, de woningbouw en de transitie van het landelijk gebied.”

Waterkwaliteit

De waterschappen ondersteunen de versterkte inzet op waterkwaliteit en het behalen van de KRW-doelen. Daarvoor is continue aandacht nodig. Er ligt een grote opgave op het gebied van waterkwaliteit, maar het onderwerp dreigt onder te sneeuwen bij andere maatschappelijke problemen. Van der Sande: “Het belang van schoon en gezond grond -en oppervlaktewater is van onschatbare maatschappelijke en economische waarde. Om te voorkomen dat we straks tegen een tweede stikstofcrisis rond waterkwaliteit aankijken, moeten we nu de juiste keuzes maken. We moeten er daarbij voor zorgen dat het verbeteren van de waterkwaliteit slim wordt gecombineerd met andere lopende opgaven, zoals natuurherstel en de transitie van het landelijk gebied.

Meer informatie over het volledige Nationaal Water Programma 2022-2027

Waterschappen steunen pleidooi Rli voor meer natuurherstel

Op 23 maart heeft de minister voor Natuur en Stikstof het adviesrapport van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (Rli) ‘Natuurinclusief Nederland: natuur overal en voor iedereen’ in ontvangst genomen. In het rapport signaleert de Rli dat het huidige natuurbeleid tekort schiet en adviseert dat natuurherstel meer prioriteit zou moeten krijgen. De waterschappen sluiten zich bij dit advies aan, omdat zij voor een goede waterkwaliteit en een klimaatrobuust watersysteem gebaat zijn bij een sterke natuur.



Het is volgens de Rli slecht gesteld met de natuur in Nederland en beleidsdoelen op het gebied van natuur- en biodiversiteitsherstel worden niet gehaald. De natuur kampt onder andere met effecten van verdroging, verzuring, vermesting en ook versnippering. Het huidige beleid is onvoldoende effectief. De Rli pleit in het advies voor een natuurinclusief Nederland, met basiskwaliteit natuur overal en voor iedereen.

Verbindingszones voor natuurgebieden

De Unie van Waterschappen ondersteunt dit pleidooi. Waterschappen werken op hun eigen terreinen aan versterking van de biodiversiteit, maar kijken ook verder. Met een ‘blauw-groen’ netwerk van 17.500 kilometer aan waterkringen en 225.000 kilometer watergangen hebben ze veel mogelijkheden om bij te dragen aan een robuuste natuur. De waterschappen willen met hun blauw-groene netwerk verbindingszones tussen natuurgebieden realiseren en roepen andere partijen op zich aan te sluiten bij dit initiatief.

Hogere prioriteit voor natuur

Natuurherstel zou volgens de Rli veel meer gekoppeld moeten worden aan de woningbouwopgave en energietransitie. Het Rijk zou hierover afspraken moeten maken met decentrale overheden, bijvoorbeeld via de gebiedsgerichte aanpak die gericht is op stikstofreductie en natuurverbetering. De waterschappen zijn ook nauw betrokken bij die gebiedsgerichte aanpak en willen graag hun gebiedskennis inzetten voor het Nationaal Programma Landelijk Gebied, waarin de stikstofreductie en de landbouwtransitie moet gaan worden gerealiseerd.

Landelijke normen

De Rli roept overheden daarnaast op om aan bedrijven in de landbouwsector duidelijk te maken welke normen voortvloeien uit de ecologische opgaven in een gebied. Waterschappen willen hun rol daarin pakken. Zij zijn voorstander van landbouw die in evenwicht is met de omgeving. Aan dit evenwicht wordt gewerkt via het Deltaplan Agrarische Waterbeheer. Ook zijn verplichte maatregelen nodig, die in de landelijke mestwetgeving of waterwetgeving moeten worden opgenomen.

Verder vindt de Rli dat natuurwaarden volwaardig bij economische en politieke besluitvorming moeten meewegen. Dat sluit aan bij de wens van de Unie van Waterschappen om water en bodem sturend te laten zijn in de ruimtelijke inrichting. Als de inrichting van de omgeving gebaseerd is op de draagkracht van het water-bodemsysteem is dit ook goed voor de natuur.

Invasieve exoten

Ook geeft de Rli aan dat één van de belangrijkste oorzaken van het natuur- en biodiversiteitsverlies in Nederland de verdringing van plant- en diersoorten door invasieve soorten is, zoals de rivierkreeft of de muskusrat. De waterschappen werken al jaren aan de bestrijding van de muskusrat en zoeken ook oplossingen met het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voor het terugdringen van de Amerikaanse rivierkreeft.

Lees het rapport op de website van de Rli