Waterschappen blij met ambities Tweede Kamer op weg naar een circulaire economie

8 juni 2022

Op 7 juni is gestemd over verschillende moties die op 11 mei door Tweede Kamerleden zijn ingediend tijdens het Commissiedebat over de circulaire economie. Bijna alle moties zijn aangenomen. De Unie van Waterschappen ziet dit als een belangrijke steun in de rug voor de ambities van de waterschappen op het gebied van de circulaire economie.



De moties gingen onder meer over grote verpakkingen bij bestellingen via internet, uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en voedselveiligheid. En over de beleidsopties, routes, afwegingen en maatschappelijke kosten om te komen tot de circulaire economiedoelen. Uit dit alles blijkt een grote betrokkenheid bij de Kamerleden om de ambities voor een circulaire economie te realiseren.

Belemmerende regelgeving

De waterschappen zien in de steun voor de moties ook de bevestiging van de noodzaak om grondstoffen uit het rioolwater te halen en op de markt te brengen. Wettelijke belemmeringen daarvoor moeten worden weggenomen. De Unie van Waterschappen dringt al jaren aan op het aanpassen van belemmerende regelgeving. Zo is opdracht gegeven voor de Taskforce herijking afvalstoffen die in september 2019 zijn advies ‘Grondstof of afval’ heeft uitgebracht. Op het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat wordt nu gewerkt aan vervolgtrajecten, maar dat gaat niet snel genoeg voor de tijdige omslag naar een circulaire economie.

Werkbezoek

Opvallend is dan ook de aangenomen motie van het Tweede Kamerlid Erik Haverkort (VVD) om de belemmeringen in de regelgeving op het gebied van voedselveiligheid zoveel mogelijk weg te nemen. Innovatief hergebruik van grondstoffen wordt hiermee gestimuleerd. Op 23 mei bracht Erik Haverkort met zijn fractiegenoot Fahid Minhas een werkbezoek aan het Hoogheemraadschap van Delfland op de rioolwaterzuivering Harnaschpolder. Daar konden zij zelf zien welke secundaire grondstoffen op rioolwaterzuiveringen gewonnen kunnen worden.

Tweede Kamerleden Haverkort en Minhas bezoeken waterschap

23 mei 2022

Op uitnodiging van de Unie van Waterschappen brachten VVD Tweede Kamerleden Erik Haverkort en Fahid Minhas op 23 mei een werkbezoek aan de afvalwaterzuivering Harnaschpolder van het hoogheemraadschap van Delfland.



Het werkbezoek stond in het teken van circulaire economie, een van de onderwerpen waar de Tweede Kamer zich mee bezighoudt.

Rioolwater als bron van grondstoffen

De Kamerleden lieten zich bijpraten over de mogelijkheden van het terugwinnen van grondstoffen uit rioolwater. Waterschappen zijn al jaren actief in de terugwinning van grondstoffen en energie uit het rioolwater. Ze zien rioolwater allang niet meer als afval, maar als bron van grondstoffen en energie. Zo winnen de waterschappen 18 verschillende grondstoffen uit dit water terug, zoals struviet, cellulose, fosfaat, bioplastics, Kaumera en biomassa.

Kansen en struikelblokken

Tijdens de rondleiding door de afvalwaterzuivering werd duidelijk hoe Groen gas en struviet wordt teruggewonnen. Aan de hand van verschillende presentaties en gesprekken werden de kansen, mogelijkheden en struikelblokken van het terugwinnen van grondstoffen besproken. AquaMinerals, dat voor de waterschappen de product- en marktontwikkeling voor deze stoffen verzorgt, ging in op de uitdagingen bij het vermarkten.

Tweede Kamer

Ook werd besproken wat de Tweede Kamer kan doen om het terugwinnen en op de markt brengen van kostbare grondstoffen soepeler te laten verlopen. De waterschappen willen af van het stempel ‘afval’ voor de reststromen van de rioolwaterzuiveringen.

Werkbezoeken voor Kamerleden

De Unie van Waterschappen organiseert regelmatig werkbezoeken voor Kamerleden. Die zijn bedoeld om inzicht te geven in actuele politieke onderwerpen.

Staatssecretaris Heijnen bezoekt Noord-Nederland rond thema circulaire economie

16 mei 2022

Op uitnodiging van de decentrale overheden bracht staatssecretaris Vivianne Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat op 16 mei een bezoek aan Groningen en Heerenveen. Gemeenten, provincies en waterschappen lieten haar zien hoe zij in de regio samenwerken aan de transitie naar een circulaire economie.



Op het programma stond een bezoek aan Groningen, waar wordt gewerkt aan een circulaire textielketen. Daarnaast bezocht Heijnen het Nationaal Testcentrum Circulaire Plastics in Heerenveen. De aanwezigen voerden het gesprek met de staatssecretaris over de vraag: hoe kunnen we gezamenlijk als één overheid regionale circulaire activiteiten stimuleren en ondersteunen? Wat is er nodig om te versnellen en het doel te halen om in 2030 50 procent minder primaire grondstoffen te gebruiken?

Duurzaam opdrachtgeverschap

Namens de Unie van Waterschappen gaf bestuurslid Vincent Lokin van waterschap de Dommel een presentatie over Circulair en Duurzaam Opdrachtgeverschap bij de waterschappen. Vanuit waterschap Noorderzijlvest was Dagelijks Bestuurslid Eisse Luitjens aanwezig. Hij vertelde over de mogelijkheden en belemmeringen bij de inzet op circulair werken. Ook deelde hij de ervaringen van Noorderzijlvest met 2 lopende projecten: Nieuwe waterwerken Zoutkamp en Dijkversterking Lauwersmeerdijk-Vierhuizergat.

Plasticvervanger

Dijkgraaf Luzette Kroon vertegenwoordigde Wetterskip Fryslân. Zij ging onder meer in op de Vereniging Circulair Friesland waaraan ook het Wetterskip is verbonden. En er zijn nog meer voorbeeldprojecten rond circulaire economie, zoals een plasticvervanger uit natuurlijke reststoffen. De waterschappen willen af van het stempel ‘afval’ voor de reststromen van de rioolwaterzuiveringen.

Schaarse grondstoffen

In een circulaire economie worden grondstoffen efficiënt ingezet en opnieuw toegepast, zonder schadelijke effecten voor mens en milieu. Een circulaire economie draagt bij aan het verwaarden van reststromen, en aan het verminderen van de klimaatverandering en van vervuilende stoffen. Bovendien heeft het ook effect op het tegengaan van verlies aan biodiversiteit, de vervuiling van lucht, water en bodem en op schaarste van grondstoffen.

Circulaire doelen

De decentrale overheden vinden het samen met het Rijk belangrijk dat de Nederlandse economie in 2050 volledig circulair is. Daarom zijn er afspraken gemaakt in het Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2023-2026, gebaseerd op het Grondstoffenakkoord van 2017. In het najaar van 2022 verschijnt er een hernieuwd programma met nieuwe doelen. De waterschappen dragen bij aan de circulaire economie via hun inkoopbeleid, de aanbestedingen in de grond-, weg- en waterbouw, de watersystemen en de rioolwaterzuiveringen.

Waterschappen: ‘einde afvalstatus’ nodig voor grondstof uit rioolwater

4 mei 2022

De waterschappen willen af van het stempel ‘afval’ voor de reststromen van de rioolwaterzuiveringen, en graag in een hoog tempo. Dat hebben ze laten weten aan de deelnemers aan het Commissiedebat Circulaire Economie op 11 mei in de Tweede Kamer.



Waterschappen winnen al jaren zo’n 18 verschillende grondstoffen (en ook energie) uit het rioolwater. Denk aan cellulose, fosfaat, bioplastics, Kaumera en biomassa. Maar om afvalstoffen te kunnen gebruiken, zit wet- en regelgeving vaak in de weg. Die wetten en regels bestempelen de reststromen van de rioolwaterzuiveringen als ‘afval’. De waterschappen willen van dat stempel af.

Tempo ‘einde afvalstatus’ omhoog

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt eraan dat struviet en cellulose niet meer worden aangemerkt als afval, maar deze procedure duurt al bijna 6 jaar. Er zijn nog 16 andere grondstoffen die deze ‘einde afvalstatus’ nodig hebben. Een hoger tempo is dus noodzakelijk om de doelen van het programma ‘Nederland circulair in 2050’ te halen.

Balans tussen ambities

De waterschappen begrijpen dat het aan de ene kant belangrijk is dat mens en milieu worden beschermd tegen vervuiling door afval. Maar aan de andere kant zijn er de doelen om als Nederland meer circulair te worden. Tussen die verschillende ambities is balans nodig. Daarom willen de waterschappen meer regie vanuit het Rijk op de transitie naar een circulaire economie.

Lees de hele inbreng

Waterschappen zetten een prijs op CO2

1 april 2022

De waterschappen starten met het intern beprijzen van CO2. Bij interne CO2–beprijzing reken je een prijs voor de klimaatkosten (uitstoot van broeikasgassen) van een activiteit. Het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen krijgt hiermee een financiële waarde.



Bij de waterschappen gaat dit in beginsel om 100 tot 140 euro per ton CO2-equivalent. Wanneer een hogere prijs gepast is, zetten waterschappen die in.

Tegengaan klimaatverandering

Waterschappen zetten zich in voor het tegengaan van klimaatverandering. Ze kunnen impact maken in hun rol als opdrachtgever voor inkoop en aanbesteding. Uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen zorgt voor schade. Door die schade te vertalen naar een CO2-prijs kunnen waterschappen de impact op het klimaat meewegen in investeringsbeslissingen. Dan kan een duurzame oplossing bij aanbestedingen of kosten-batenanalyses zomaar wél interessant worden.

Milieu-impact voor eigen rekening

Sander Mager, bestuurslid van de Unie van Waterschappen: “Interne CO2-beprijzing is een eerste opstap naar het daadwerkelijk meenemen van ecologische en sociaal-maatschappelijke waarden bij de keuzes die waterschappen maken bij budgettering, investeringsprojecten en aanbestedingen. Niet alleen om te vergelijken welke alternatieven het minst schadelijk zijn voor mens en milieu. Maar ook om de daadwerkelijke milieu-impact die waterschappen veroorzaken door hun werkzaamheden voor eigen rekening te nemen. En ze niet door te schuiven naar de omgeving en de toekomstige generatie.”

Stimulans voor klimaatvriendelijke oplossingen

Bij interne CO2-prijzen wordt de CO2-uitstoot vertaald naar de kosten die nodig zijn om de effecten van de betreffende uitstoot van broeikasgassen op te vangen. Zo wordt de impact van de CO2-uitstoot in geld uitgedrukt. Dit geeft meer inzicht en leidt in veel gevallen tot een CO2-bewuste keuze. En het stimuleert de markt om met klimaatvriendelijke oplossingen te komen.

49 procent CO2-reductie

De prijs is gekoppeld aan de doelen die de waterschappen hanteren op het gebied van CO2-reductie. Hierbij is uitgegaan van de ambitie om 49 procent CO2-reductie te halen in 2030. Hogere doelstellingen leiden tot een hogere CO2-prijs. De passende aanbevolen prijsrange van 100-140 euro per ton CO2 voor de periode 2020-2030 is gecombineerd met een jaarlijkse indexatie. Waterschappen met relatief meer ambitie kunnen aan de bovenkant van deze prijsrange gaan zitten, dus op 140 euro per ton CO2. In sommige gevallen kunnen zelfs nog hogere prijzen passend zijn.

> Handreiking Werken met interne CO2-beprijzing

D66 stelt vragen over ‘einde-afvalstatus’ van grondstoffen

18 februari 2022

Tweede Kamerlid Kiki Hagen van D66 heeft een aantal schriftelijke vragen gesteld aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat. Die vragen gaan over de transitie naar een circulaire economie en over de definitie van afval in de afvalwet en -regelgeving.



Hagen vraagt onder meer aan de staatssecretaris om een nieuwe definitie van afval. Dat is immers een voorwaarde om tot een volledig circulaire economie in 2050 te komen.

Taskforce Herijking Afvalstoffen

Daarnaast wil Hagen weten welke oplossingsrichtingen uit het rapport van de Taskforce Herijking Afvalstoffen zijn geïmplementeerd. Deze oplossingen lossen immers de verschillende belemmeringen van overheden en bedrijven om circulair te opereren op.

Einde-afvalstatus

Hagen vraagt ook of het klopt dat de staatssecretaris al is begonnen met het voorbereiden van ministeriële regelingen die ervoor zorgen dan struviet en cellulose niet meer worden aangemerkt als afval, de zogenaamde ‘einde-afvalstatus’. En zou deze einde-afvalstatus ook niet moeten gelden voor 16 andere grondstoffen?

Integrale aanpak

Het Kamerlid vraagt ook om een gestructureerde integrale aanpak om de wet- en regelgeving aan te passen aan de ambitieuze circulaire economie doelstelling. Zij vindt de aanpak nu nog teveel gericht op individuele gevallen.

Stempel ‘afval’

De Unie van Waterschappen is blij dat deze vragen aan de staatssecretaris zijn gesteld. De waterschappen willen immers af van het stempel ‘afval’ voor de reststromen van de rioolwaterzuiveringen. Dat helpt de waterschappen om een bijdrage te leveren aan een circulaire economie. De staatssecretaris moet binnen 3 weken antwoorden geven op de vragen.

Lees alle vragen van Kiki Hagen

Aandacht voor circulaire economie én voor water in debat Kamer

17 februari 2022

Tijdens het hoofdlijnendebat Infrastructuur en Waterstaat (IenW)  op 16 februari in de Tweede Kamer vroeg een aantal Kamerleden aandacht voor de circulaire economie én voor water.



Zo stelde Suzanne Kröger van GroenLinks dat zij concrete doelen mist om tot een circulaire economie te komen. Wat gaan we nu doen om in 2030 50 procent minder grondstoffen te gebruiken? Vivianne Heijnen, staatssecretaris van IenW antwoordde dat in de volgende stap concrete doelen worden bepaald.

Hergebruik afval

Kiki Hagen van D66 wilde weten welke nieuwe definitie van afval de staatssecretaris hanteert. Dit met het oog op hergebruik van afval. Nu is dat nog vaak niet mogelijk omdat afval wettelijk gezien niet mag worden hergebruikt. Heijnen zei daarop dat de definitie van afval zijn oorsprong heeft in een Europese richtlijn. Als we de definitie willen aanpassen, moet dat dus in Europa.

Voor de waterschappen is het belangrijk dat afval, zoals slib van de waterzuiveringen, kan worden hergebruikt. Zonder ‘einde-afvalstatus’ van stoffen is hergebruik niet mogelijk.

Waterveiligheid

Ook het onderwerp water kwam aan de orde tijdens het debat. Barry Madlener van de PVV verwacht een forsere inzet van de minister voor waterveiligheid. Nederland moet een veilige delta blijven. Minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat zei dat waterveiligheid inderdaad erg belangrijk is, maar dat er meer wensen zijn dan budget.

Plastictax

Tot slot vroeg Lammert van Raan van de Partij voor de Dieren aan staatssecretaris Heijnen welke maatregelen zij gaat nemen tegen plastics in water. Hij suggereerde een belasting op polymeren. De staatssecretaris zegde toe zo’n plastictax te gaan onderzoeken.

De waterschappen zetten zich actief in voor het terugdringen van plastic zwerfvuil in het oppervlaktewater. Een plastictax zou een bijdrage kunnen leveren aan minder plastic in het water.

Week van de circulaire economie: systeemverandering gaat pijn doen

7 februari 2022

Op 7 februari start de Week van de circulaire economie met een nationale conferentie. Sander Mager, bestuurslid van de Unie van Waterschappen, doet een oproep: “Durf te kijken naar wat echt nodig is voor een systeemverandering, ook als dat pijn gaat doen. Kijk daar bij niet alleen naar je eigen sector, maar zoek de verbinding. En toon hierbij bestuurlijk lef.”



Sander Mager: “De omschakeling naar een circulaire economie behoort tot de grote transities van de komende jaren. We zijn aan het optimaliseren maar gaan de echte systeemverandering nog uit de weg. Hebben we die systeemverandering wel scherp voor ogen? En hoe komen we tot die systeemverandering? De benodigde systeemverandering, het centrale thema van de nationale conferentie circulaire economie, gaat pijn doen. We zouden bestuurlijke lef moeten tonen om deze pijngrens op te zoeken.”

Vermindering van klimaatverandering

In een circulaire economie worden grondstoffen efficiënt ingezet en opnieuw toegepast, zonder schadelijke effecten voor mens en milieu, nu en in de toekomst. Circulaire economie draagt bij aan het verminderen van de klimaatverandering, van vervuilende stoffen in de leefomgeving en het verwaarden van reststromen. Maar een transitie naar een circulaire economie heeft ook effect op het tegengaan van verlies aan biodiversiteit, de vervuiling van lucht, water en bodem en op leveringsrisico’s (schaarste) van grondstoffen.

Elkaar opzoeken

Sander Mager: “Wij als decentrale overheden, gemeenten, provincies en waterschappen, merken steeds meer de gevolgen van de klimaatverandering in het dagelijks werk. Het is duidelijk dat we niet eindeloos kunnen blijven dweilen met de kraan open. Daarom vinden we, het net als het nieuwe kabinet, belangrijk dat de Nederlandse economie in 2050 volledig circulair is. We dragen daar graag aan bij. Tegelijk zien we dat -ook bij ons- circulaire initiatieven nog in de hoek ‘leuk’ zitten maar nog niet doorstromen naar het reguliere werk. Bovendien zijn de meeste partijen nog erg op zichzelf gericht. Elke grondstof heeft zijn eigen cyclus en die zijn dus niet, zoals energie, ‘makkelijk’ uitwisselbaar. Publieke en private partijen vinden elkaar nu nog onvoldoende en zijn nog veel met zichzelf bezig. Ik denk dat we naar buiten moeten om elkaar op te zoeken.”

Klimaatneutraal en circulair

In het coalitieakkoord staat dat er een ambitieus klimaatdoel komt voor de circulaire economie en een uitvoeringsprogramma. De overheid wil hierin een voorbeeldrol nemen en zorgen voor een betere aansluiting tussen klimaatbeleid en circulariteit. In het Grondstoffenakkoord staat de doelstelling van een 100 procent circulaire economie in 2050. Er is een tussendoel van 50 procent reductie van primaire abiotische grondstoffen in 2030. Dat zijn mineralen (bijvoorbeeld grind, zout en fosfaat), metalen (zoals ijzererts en bauxiet) en fossiele grondstoffen (zoals aardgas en olie) die in de natuur voorkomen. In het Klimaatakkoord staat de afspraak om als overheden in 2030 bij projecten in de Grond-, Weg- en Waterbouw zoveel mogelijk klimaatneutraal en circulair te werken.

Ambities

Sander Mager: “Als overheden hebben we een hoog inkoopvolume. Als dit circulair gericht zou worden, maken we echt verschil. Decentrale overheden zouden gestimuleerd moeten worden om de afspraak uit de Transitieagenda Circulaire Bouweconomie over te nemen zodat overheden in 2023 100 procent circulair uitvragen en in 2030 100 procent circulair aanbesteden.”

> Week van de Circulaire Economie

Circulaire economie: decentrale overheden maken het verschil

11 januari 2022

Van 7 tot en met 12 februari vindt de Week van de Circulaire Economie plaats. Omschakelen naar een circulaire economie is niet alleen iets voor bedrijven. Ook decentrale overheden kunnen een sterke rol spelen in deze omschakeling. Maar hoe?



Om daar antwoorden op te vinden, is Circularities samen met de Unie, alle gemeentes (VNG) en alle provincies (IPO) gestart met de campagne ‘De Verschilmakers’. Speciaal voor iedereen met het goede voornemen om in het nieuwe jaar het verschil te maken.

Voorbeelden waterschappen

Onderdeel van de campagne is het magazine ‘De Verschilmakers’. Daarin staat onder meer een verhaal hoe waterschap Vallei en Veluwe zich inzet om de waardevolle grondstoffen uit rioolslib opnieuw in te zetten. In een ander artikel komt waterschap Aa en Maas aan het woord. Dit waterschap voert de restauratie van bijvoorbeeld dijken met circulaire materialen uit. Maar ook gemeentes en provincies komen met interessante voorbeelden.

Podcast

Daarnaast is er een 6-delige podcastserie gelanceerd. Daarin veel aandacht voor de circulaire toekomst van Nederland op het gebied van bouw, landbouw, infrastructuur, bedrijven, consumenten en afval.

Zelf aan de slag

Ambtenaren of bestuurders die zelf concreet aan de slag willen met de circulaire economie kunnen zich op de website van De Verschilmakers aanmelden. Circularities en de koepels ondersteunen hen dit jaar dan 5 keer met praktische tips en kennis om circulaire economie in het eigen vakgebied in de praktijk te brengen.

Website De Verschilmakers

Week van de Circulaire Economie

Veel mogelijkheden in rioolwater voor circulaire economie

11 november 2021

Op 18 november staat een commissiedebat Circulaire Economie gepland in de Tweede Kamer. De waterschappen hebben een aantal aandachtspunten geleverd voor dit debat.



Zo roepen de waterschappen het kabinet op om meer tempo te maken om de doelen van Nederland circulair in 2050 te halen. De waterschappen winnen 18 verschillende grondstoffen terug uit het rioolwater. Maar daarbij lopen ze tegen afvalwet- en regelgeving aan die stamt uit de jaren 70.

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is gestart met de voorbereidingen voor specifieke ministeriële regelingen om ervoor te zorgen dat struviet en cellulose niet meer worden aangemerkt als afval. Daarmee kunnen de waterschappen verder geholpen worden, maar dit mag niet zolang gaan duren als de procedure voor het rechtsoordeel, die bijna 6 jaar duurt. De circulaire ambities van de waterschappen worden gedempt door gebrek aan ambitie bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Daarnaast vinden de waterschappen dat er meer aandacht moet komen voor biogrondstoffen en biogebaseerde kunststoffen die uit het rioolwater worden gehaald.

Lees de volledige inbreng