Toelichting aanpassing belastingstelsel waterschappen naar Eerste Kamercommissie

21 mei 2024

Op dinsdag 11 juni heeft de Eerste Kamercommissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) de mogelijkheid om schriftelijke inbreng te geven op het wetsvoorstel ‘Wijziging van de Waterschapswet, de Waterwet en de Algemene wet bestuursrecht (AWB)’. Ter voorbereiding hierop stuurde de Unie van Waterschappen de commissie een toelichting op het wetsvoorstel.

belastingstelsel-waterschapsbelasting_aanslagbiljet

Aanleiding wetsvoorstel

Het huidige belastingstelsel kent een aantal knelpunten. Om deze op te lossen, stelde de Unie van Waterschappen in december 2020 een aanpassingsvoorstel aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat voor. De minister is daarop een wetgevend traject gestart. Hierin zijn de voorstellen van de waterschappen benut om de knelpunten op te lossen. Het geeft de waterschappen tegelijk ruimte om bij te dragen aan de opgaven op het gebied van klimaatadaptatie, energietransitie en circulaire economie.

Gelijkmatige lasten voor belastingbetalers

Het wetsvoorstel wijzigt drie belastingen van de waterschappen: de watersysteemheffing, de zuiveringsheffing en de verontreinigingsheffing. Verder bevat het voorstel een bepaling die zorgt dat woningeigenaren een ander tarief betalen dan eigenaren van bedrijfspanden. De voorstellen zorgen voor een beter uitlegbare aanslag en een gelijkmatiger lastenontwikkeling voor alle belastingbetalers. Bovendien hoeven waterschappen en bedrijven door de voorstellen minder milieu- en mensbelastende stoffen te gebruiken in hun werk.

Bekijk in deze video een uitleg van het wetsvoorstel:

Voortvarende behandeling

De waterschappen zijn erg blij met het wetsvoorstel. Het lost de huidige knelpunten op én zet belangrijke stappen in de bijdragen van de waterschappen en de opgaven voor Nederland. De waterschappen hopen dat de Eerste Kamer dit wetsvoorstel voortvarend kan behandelen, zodat inwerkingtreding op 1 januari 2026 mogelijk is. Dat lijkt nog ver weg, maar om de wijzigingen zorgvuldig te implementeren, hebben de waterschappen uiterlijk deze zomer duidelijkheid nodig.

> Lees de volledige inbreng van de Unie van Waterschappen

> Lees meer over de aanpassing van het belastingstelsel

Tweede Kamer neemt wetsvoorstel aanpassing belastingstelsel aan

23 april 2024

De waterschappen zijn blij dat de Tweede Kamer het wetsvoorstel voor aanpassing van het belastingstelsel van de waterschappen heeft aangenomen. Vincent Lokin, bestuurslid van de Unie van Waterschappen: “Dit is een hele mooie stap. Het zal leiden tot meer draagvlak voor de waterschapsbelastingen en tot goed uitlegbare tarieven.” Tijdens de stemming op dinsdag 23 april is een aantal moties en amendementen aangenomen. Het wetsvoorstel gaat daardoor iets gewijzigd naar de Eerste Kamer.

tweede-kamer-nieuw-lege-plenaire-zaal-bron-Tweede-Kamer-der-Staten-Generaal

Vincent Lokin: “Dit wetsvoorstel is een eerste, belangrijke verbetering van het belastingstelsel van de waterschappen. Het lost de urgente knelpunten op en helpt de waterschappen bij het realiseren van de opgaven waar Nederland voor staat. Bovendien zorgt het ervoor dat waterschappen in hun werk minder mens- en milieubelastende stoffen hoeven te gebruiken. Bijna al onze wensen zijn gerealiseerd. Het is fijn dat meerdere Kamerleden waardering uitspreken voor het werk van de waterschappen. Ook is er brede steun voor het uitgangspunt van het wetsvoorstel: hoe meer profijt je van het werk van het waterschap hebt, hoe meer je betaalt.”

Wensen van de waterschappen

Op twee punten wilden de waterschappen graag aanpassing van het wetsvoorstel. Zij pleitten ervoor dat de voorgestelde tariefdifferentiatie tussen woningen en bedrijfspanden geen verplichting maar een keuzemogelijkheid wordt. De Kamerleden Grinwis (ChristenUnie), Pierik (BBB) en Vedder (CDA) dienden hierover een amendement in. Bij het Kamerdebat op 18 april bleek dat een meerderheid van de Kamer vreest dat bestuurlijke keuzevrijheid leidt tot meer onzekerheid voor belastingbetalers. Het amendement werd verworpen.

Ruimte bij de verdeling

De tweede wens van de waterschappen was voldoende ruimte om de kosten over de betalende categorieën ongebouwd en natuur te verdelen, bij voorkeur met een bandbreedte van 30 procent. Het wetsvoorstel stelt de bandbreedte de eerste twee jaar op 30 procent, en daarna op 25 procent. Door het Kamerlid Sneller (D66) werd een amendement ingediend om deze bandbreedte te beperken tot 10 procent, maar dat kreeg geen meerderheid.

Verdere uitkomsten van het debat

Er zijn 4 moties aangenomen:

– Motie Grinwis (ChristenUnie) c.s. (nr. 19) over het jaarlijks informeren over de belastingopbrengst per waterschap.
– Motie Heutink (PVV) (nr. 20) over scherp toezicht houden op hoe de waterschappen het begrip “gebiedskenmerken” invullen.
– Motie Pierik (BBB) c.s. (nr. 21) over of dienstverlening ten behoeve van het watersysteem door agrariërs verdisconteerd kan worden in de kostentoedeling van de waterschapslasten.
– Motie van Dijk (NSC) en Pierik (BBB) (nr. 23) over het onderzoeken hoe de zuiverings- en verontreinigingsheffing meer op basis van de omvang van huishoudens geheven kan worden.

Er zijn twee amendementen aangenomen over een evaluatie en over de algemene maatregel van bestuur.

Vervolgproces

Het aangepaste wetsvoorstel wordt nu naar de Eerste Kamer gestuurd. Na het meireces wordt het in behandeling genomen. De waterschappen hopen dat zij het nieuwe stelsel met ingang van 1 januari 2026 kunnen toepassen.

> Lees meer over de aanpassing van het belastingstelsel

Debat over aanpassing belastingstelsel waterschappen in de Tweede Kamer

18 april 2024

Op donderdag 18 april behandelde de Tweede Kamer het wetsvoorstel tot aanpassing van het belastingstelsel van de waterschappen. Veilige dijken en voldoende en schoon oppervlaktewater zijn zo belangrijk dat hiervoor altijd voldoende geld beschikbaar moet zijn. Waterschappen heffen daarom eigen belastingen. Momenteel heeft het belastingstelsel een aantal urgente knelpunten. Het wetsvoorstel lost deze knelpunten op en verbetert het stelsel.

belastingstelsel-waterschapsbelasting_aanslagbiljet

Onderwerpen van debat

Tijdens het debat spraken meerdere Kamerleden waardering uit voor het werk van de waterschappen en voor het profijtbeginsel als uitgangspunt voor het wetsvoorstel. Er werd onder meer gedebatteerd over de vraag of het principe van ‘de vervuiler betaalt’ genoeg tot uiting komt. Ook de wenselijkheid van het extra opwekken van duurzame energie door waterschappen kwam ter sprake. Daarnaast verschilden de meningen over een wel of niet verplichte tariefdifferentiatie, en over de beste aanpak voor de scheefgroei tussen de kosten voor woningeigenaren en voor bedrijven. Er zijn zeven amendementen en vijf moties ingediend.

Stemmingen en vervolg

Op dinsdag 23 april stemt de Tweede Kamer over de ingediende amendementen en moties en het wetsvoorstel. Nadat de Tweede Kamer het wetsvoorstel heeft aangenomen, moet de Eerste Kamer nog over het wetsvoorstel beslissen en het moment waarop de wijzigingen ingaan. De waterschappen hopen dat zij het nieuwe stelsel met ingang van 1 januari 2026 kunnen toepassen. Dit zal leiden tot beter uitlegbare tarieven en een groter draagvlak voor de waterschapsbelastingen.

> Bekijk deze video voor een uitleg over de aanpassing van het belastingstelsel


Lees hieronder een verslag van het debat van donderdag 18 april

Inbreng Kamerleden

Geert Gabriëls (GroenLinks-PvdA) ziet het wetsvoorstel als een eerste stap in de richting van het opvolgen van de aanbevelingen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) uit 2014. Daarnaast vraagt hij de minister waarom de tariefdifferentiatie niet als kan-bepaling is opgenomen in het wetsvoorstel.

De vervuiler betaalt

Pieter Grinwis (ChristenUnie) vraagt om in het vervolgtraject meer recht te doen aan het principe ‘de vervuiler betaalt’. Mede namens het CDA vraagt hij om aandacht voor concrete kwantitatieve indicatoren voor het gebruiken van extra bestuurlijke ruimte. Grinwis is blij dat waterschappen de mogelijkheid krijgen om extra energie op te wekken, maar vraagt de minister om de voorgestelde begrenzing al eerder te evalueren als blijkt dat waterschappen hier tegenaan dreigen te lopen.

Peiljaar

Joost Sneller (D66) vindt het belangrijk dat waterschappen inzicht blijven geven in de verschillen tussen wat verschillende groepen belastingbetalers betalen. Hij vraagt aandacht voor de scheefgroei tussen wat woningeigenaren en bedrijven betalen. Sneller vraagt de minister waarom hij gekozen heeft voor een peiljaar twee jaar vóór inwerkingtreding van het wetsvoorstel en niet eerder. Sneller vraagt ook of milieudelicten niet strenger moeten worden aangepakt en wat gedaan moet worden aan bronbeleid om te zorgen dat de kosten niet verder stijgen.

Gebiedskenmerken

Hidde Heutink (PVV) complimenteert de regering voor het voorstel tot betere toepassing van het profijtbeginsel. Hij pleit ervoor om de gebiedskenmerken waarop de minister doelt in zijn wetsvoorstel concreet te maken en snel vast te leggen in een AMvB. Heutink is verder kritisch op de waterschappen als instituut, op de ambities om klimaatneutraal te worden en op de werkzaamheden die zij in het buitenland verrichten.

Plusvoorziening 

Chris Stoffer (SGP) is grotendeels positief over het wetsvoorstel. Hij vraagt zich wel af hoe waterschappen bij de tariefdifferentiatie plusvoorziening rekening kunnen houden met het algemeen belang van de gezonde landbouw als het gaat om voedselzekerheid. Stoffer is kritisch op het voorstel om de beslistermijn voor bezwaren te verlengen. 

Vervuilingseenheden

Cor Pierik (BBB) vraagt de minister hoe in het wetsvoorstel rekening wordt gehouden met wat agrariërs doen voor de waterschappen en hoe dit kan worden doorvertaald in de tarieven. Hij vraagt aandacht voor efficiënte en doelmatige besteding van het belastinggeld. Daarnaast vraagt Pierik iets te doen aan het forfait van 1 en 3 vervuilingseenheden voor de zuiveringsheffing. 

Integrale benadering

Olger van Dijk (NSC) heeft waardering voor het wetsvoorstel en de integrale benadering. Hij vraagt zich af of het wetsvoorstel handvatten biedt om de oplopende kosten van de waterschappen te beperken. Hij is van mening dat de eisen die gesteld worden aan de plusvoorzieningen te hoog zijn, met het risico dat de waterschappen dit niet gaan toepassen. Ook hij vraagt om onderzoek naar een meer op huishoudengrootte gebaseerde zuiveringsheffing.

Tariefdifferentiatie

Peter de Groot (VVD) vraagt de minister in hoeverre het bedrijfsleven is meegenomen in de tariefdifferentiatie binnen de categorie gebouwd. Hij vraagt welke instrumenten waterschappen krijgen om met gemeenten aan goed waterbeheer in de wijk te doen. Ten slotte vraagt De Groot of de minister vindt dat waardevol afvalwater voldoende is geborgd. 

Reactie minister

In zijn reactie op de inbreng van de Kamerleden geeft demissionair minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat aan dat het waterbeheer in Nederland de komende tijd meer geld gaat kosten en dat de waterschappen deze kosten met een eigen belastingstelsel dekken. De huidige methode van de kostenverdeling is toe aan een update. Het is lastig gebleken om draagvlak te krijgen voor een groter pakket aan voorstellen. Dit wetsvoorstel is een eerste stap in het naleven van de OESO-aanbevelingen, maar er is behoefte aan meer, zoals financiële prikkels voor vervuilers.

Verschuiving in lasten
De minister meldt dat er bezorgdheid is over rechtsonzekerheid voor waterschappen in de eerste twee jaar van het nieuwe beleid vanwege de bestuurlijke bandbreedtes. Tariefdifferentiatie kan leiden tot aanzienlijke verschuivingen in lasten, vooral voor bedrijven. De regering wil de tariefdifferentiatie verplicht stellen om lastenverschuivingen tussen woningen en bedrijven aan te pakken. Doelmatigheid wordt bewaakt door waterschapsbesturen, die van elkaar leren via benchmarking. De minister staat open voor een evaluatie van draagvlakmetingen na vijf jaar.

Amendementen 

Op het wetsvoorstel zijn zeven amendementen ingediend: 

  1. Olger van Dijk (NSC) stelt voor om vijf jaar na de inwerkingtreding van het wetsvoorstel een evaluatie uit te voeren van de draagvlakmeting bij de tariefdifferentiatie voor wateraanvoervoorzieningen (nr. 11). Dit amendement levert voor de waterschappen geen bezwaar op. 
  2. Joost Sneller (D66) stelt een beperktere bandbreedte voor om te kunnen afwijken van de in de wet opgenomen formule voor het toedelen van kosten aan de categorieën ongebouwd en natuur (nr. 12). Dit is niet in lijn met het standpunt van de waterschappen. 
  3. Hidde Heutink (PVV) stelt voor om niet wettelijk vast te leggen dat waterschappen belastinggeld mogen uitgeven voor investeringen om in de toekomst klimaatneutraal te zijn (nr. 14). Dit is niet in lijn met het standpunt van de waterschappen. 
  4. Olger van Dijk (NSC) en Pieter Grinwis (ChristenUnie) stellen voor om een lichte voorhangprocedure te volgen voor de amvb als bedoeld in artikel 120, zevende lid, onder b (nr. 15) Dit amendement levert voor de waterschappen geen bezwaar op. 
  5. Cor Pierik (BBB) stelt voor om een structurele bandbreedte van 30% per kostenaandeel te hanteren (nr. 16). Dit amendement is in lijn met het standpunt van de waterschappen. 
  6. Pieter Grinwis (ChristenUnie), Cor Pierik (BBB) en Eline Vedder (CDA) stellen voor om de tariefdifferentiatie voor de watersysteemheffing tussen woningen en niet-woningen binnen de categorie gebouwd facultatief te maken (nr. 17). Dit is in lijn met het standpunt van de waterschappen. 
  7. Joost Sneller (D66) en Geert Gabriëls (GroenLinks-PvdA) stellen voor bij de tariefbepaling gebruik te maken van een vervroegd peiljaar om de ongelijke onderlinge kostenverdeling tussen woningen en niet-woningen in de categorie gebouwd eerlijker te maken (nr. 18). Dit is niet in lijn met het standpunt van de waterschappen.  

De minister laat de amendementen 1 en 4 aan het oordeel van de Kamer en heeft de amendementen 2, 3, 5, 6 en 7 ontraden.  

Moties 

Naar aanleiding van het wetsvoorstel zijn vijf moties ingediend: 

  1. Motie van het lid Grinwis (ChristenUnie) c.s. (nr. 19
  2. Motie van het lid Heutink (PVV) (nr. 20
  3. Motie van het lid Pierik (BBB) c.s. (nr. 21
  4. Motie van de leden Pierik (BBB) en Vedder (CDA) (nr. 22
  5. Motie van de leden Olger van Dijk (NSC) en Pierik (BBB) (nr. 23

De minister laat alle moties aan het oordeel van de Kamer. 

18 april aanpassing belastingstelsel waterschappen plenair in Tweede Kamer

15 april 2024

Op donderdag 18 april behandelt de Tweede Kamer het wetsvoorstel tot aanpassing van het belastingstelsel van de waterschappen. Veilige dijken en voldoende en schoon oppervlaktewater zijn zo belangrijk dat hiervoor altijd voldoende geld beschikbaar moet zijn. Waterschappen heffen daarom eigen belastingen. Momenteel heeft het belastingstelsel een aantal urgente knelpunten. Het wetsvoorstel lost deze knelpunten op en verbetert het stelsel.

Plenaire-zaal-tweede-kamer-nieuw-©Tweede Kamer der Staten-Generaal

Wetsvoorstel

In december 2020 hebben de waterschappen de minister van Infrastructuur en Waterstaat gevraagd om het belastingstelsel van de waterschappen aan te passen. Dat leidde tot een wetsvoorstel, dat in september 2023 bij de Tweede Kamer is ingediend. Leden van de verschillende fracties in de Tweede Kamer hebben hier in oktober 2023 vragen over gesteld, gebundeld in een verslag. Demissionair minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat heeft deze beantwoord in de Nota naar aanleiding van het verslag. De minister heeft tegelijk ook een Nota van wijziging gepubliceerd.

> Volg het debat in de Tweede Kamer live op 18 april vanaf 10.50 uur

Wensen van waterschappen

Uit de antwoorden van de minister blijkt dat hij de wensen van de waterschappen op bijna alle punten heeft gehonoreerd, op twee na. Die zijn te lezen in deze inbreng. De waterschappen pleiten ervoor dat de voorgestelde tariefdifferentiatie tussen woningen en bedrijfspanden geen verplichting maar een ‘kan-bepaling’ wordt. Elk waterschap kan dan zelf de afweging maken over het al of niet toepassen ervan.

Ook zien de waterschappen graag geen beperking van de ruimte voor de waterschapsbesturen om, binnen een bepaalde bandbreedte, de kosten over de betalende categorieën te verdelen. Zo kunnen de besturen de verdeling beter afstemmen op de specifieke kenmerken van het gebied en de taakuitoefening.

Snelle invoering

De Tweede en Eerste Kamer beslissen over de precieze wijziging van het belastingstelsel en het moment waarop de wijzigingen ingaan. De waterschappen hopen dat zij het nieuwe stelsel met ingang van 1 januari 2026 kunnen toepassen. Dit zal leiden tot beter uitlegbare tarieven en een groter draagvlak voor de waterschapsbelastingen.

Kijk de video hieronder voor een uitleg over de aanpassing van het belastingstelsel.

> Lees hier meer over aanpassing van het belastingstelsel

Aanpassing belastingstelsel in nieuwe jaar plenair in Tweede Kamer

20 december 2023

Woensdag 20 december heeft de Tweede Kamer besloten om het wetsvoorstel voor aanpassing van het waterschapsbelastingstelsel aan te melden voor plenaire behandeling. Binnenkort is duidelijk wanneer de plenaire behandeling is.

De stoelen en banken in de Tweede Kamer

Vragen van fracties

In oktober stelden leden van de verschillende fracties vragen over het wetsvoorstel. Deze vragen heeft demissionair minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat eind november beantwoord. De vragen werden gebundeld in een verslag. De zogeheten Nota naar aanleiding van het verslag bevat de antwoorden van de minister op die vragen. De minister heeft ook een Nota van wijziging gepubliceerd.

Behandeling in Tweede Kamer

Uit de antwoorden van de minister blijkt dat hij het wetsvoorstel niet heeft aangepast naar aanleiding van twee wensen van de waterschappen met betrekking tot het wetsvoorstel. Naar verwachting zal de plenaire behandeling in de Tweede Kamer in de eerste maanden van 2024 zijn.

Bekijk de toelichting op de aanpassing van het belastingstelsel:

> Lees meer over de aanpassing van het belastingstelsel

Aanpassing belastingstelsel waterschappen volgende fase in

1 december 2023

Demissionair minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat heeft vragen van de Tweede Kamer beantwoord over het wetsvoorstel tot aanpassing van het waterschapsbelastingstelsel.

Grafische tekeningen wan het watersysteem in Nederland met sloten, gemalen, dijken, RWZI, boeren, recreatie en de stad

In oktober stelden leden van de verschillende fracties vragen over het wetsvoorstel. De vragen werden gebundeld in een verslag. De zogeheten Nota naar aanleiding van het verslag bevat de antwoorden van de minister op die vragen. De minister heeft ook een Nota van wijziging gepubliceerd. Uit de antwoorden van de minister blijkt dat hij het wetsvoorstel niet heeft aangepast naar aanleiding van twee wensen van de waterschappen met betrekking tot het wetsvoorstel.

Inwerkingtreding

De minister gaat verder onder meer in op vragen van de PvdA- en GroenLinks-fracties over het gewenste tijdpad voor de inwerkingtreding. Daarop geeft de minister aan dat de regering, om een zorgvuldige voorbereiding mogelijk te maken, uitgaat van inwerkingtreding op 1 januari 2026.

Vervolg

Op 20 december buigt de nieuwe Tweede Kamer zich over hoe en wanneer de behandeling wordt voortgezet. De volgende stap zal hoogstwaarschijnlijk de plenaire behandeling zijn in de eerste maanden van 2024. De waterschappen gaan ervan uit dat de Tweede Kamer de behandeling voortvarend vervolgt, zodat zij voldoende tijd hebben voor een zorgvuldige invoering.

Bekijk de toelichting op de aanpassing van het belastingstelsel:

> Lees meer over de vragen van de Kamerleden

> Lees meer over het wetsvoorstel

Kamerleden stellen vragen over wetsvoorstel aanpassing belastingstelsel waterschappen

13 oktober 2023

Leden van de commissie Infrastructuur en Waterstaat van de Tweede Kamer zijn begonnen met de behandeling van het wetsvoorstel aanpassing belastingstelsel waterschappen. De commissieleden hebben hun vragen over het wetsvoorstel ingediend. De punten die de Unie van Waterschappen had ingebracht bij de Kamerleden, komen terug in de vragen: de bestuurlijke ruimte binnen de kostenverdeling en de ‘kan’-bepaling bij de tariefdifferentiatie.

Bootje gevouwen van een 100 euro biljet

De commissieleden dienden hun vragen in op 10 oktober. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) gaat de vragen nu beantwoorden. Nadat het ministerie de vragen van de commissieleden heeft behandeld, is de volgende stap de plenaire behandeling. Dit zal door de nieuwe Tweede Kamer gebeuren, omdat het verkiezingsreces begint op 27 oktober.

> Bekijk het verslag van commissie I&W met daarin alle vragen

Bestuurlijke ruimte kostenverdeling en de ‘kan’-bepaling

De 2 belangrijke aandachtspunten bij het huidige wetsvoorstel voor de waterschappen zijn de tariefdifferentiatie gebouwd en de bestuurlijke ruimte binnen de kostenverdeling. In de inbreng die de waterschappen eind september naar de commissieleden stuurde, staat uitgelegd waarom dit aandachtspunten zijn.

> Lees de inbreng van de waterschappen met toelichting op deze aandachtspunten

Bekijk de toelichting op de aanpassing van het belastingstelsel in 3,5 minuten.

Inbreng wetsvoorstel aanpassing belastingstelsel

25 september 2023

Op 10 oktober kunnen Tweede Kamerleden hun vragen over het wetsvoorstel voor aanpassing van het belastingstelsel van de waterschappen indienen. De Unie heeft namens de waterschappen inbreng geleverd aan de leden van de commissie Infrastructuur en Waterstaat van de Tweede Kamer.

Illustratie van man die een krant leest op een stappel euro munten.

De inbreng schetst de aanleiding voor het wetsvoorstel en benadrukt het belang van een snelle behandeling ervan. Daarnaast zijn er nog 2 aandachtspunten: tariefdifferentiatie gebouwd en bestuurlijke ruimte kostenverdeling.

Tariefdifferentiatie gebouwd

Evenredigere verdeling

Het wetsvoorstel bevat een bepaling op grond waarvan waterschappen voor woningen een ander tarief kunnen hanteren dan voor bedrijfspanden. De zogenoemde tariefdifferentiatie gebouwd. Nu moeten waterschappen voor woningeigenaren en eigenaren van bedrijfspanden hetzelfde tarief gebruiken. Omdat de WOZ-waarden van woningen de afgelopen jaren echter veel harder gestegen zijn dan de WOZ-waarden van bedrijfspanden, zijn woningeigenaren een steeds groter deel van de lasten gaan dragen. Zonder dat daar meer voorzieningen van het waterschap tegenover stonden. De tariefdifferentiatie gebouwd zorgt voor een evenredigere verdeling van de lasten binnen de betalende categorie ‘eigenaren gebouwd’.

Kan-bepaling

In het wetsvoorstel is de tariefdifferentiatie vormgegeven als een verplichting, terwijl de waterschappen op dit punt een ‘kan-bepaling’ voor ogen hebben. Dan kan elk waterschap zelf de afweging maken over het al of niet toepassen van de tariefdifferentiatie. De waterschappen hechten sterk aan deze ‘kan-bepaling’, omdat elk waterschap dan de bestuurlijke keuzes kan maken die bij het eigen gebied passen.

Gemeenten hebben voor een vergelijkbare tariefdifferentiatie binnen de onroerendezaakbelasting een ‘kan-bepaling’. Daarom zien waterschappen niet in waarom gemeenten wel beleidsvrijheid hebben en zij niet. De waterschappen zien het wetsvoorstel op dit punt dan ook graag aangepast in een ‘kan-bepaling’.

Bestuurlijke ruimte kostenverdeling

Nieuwe methode

In het wetsvoorstel is een nieuwe methode opgenomen waarmee de waterschappen de kosten van hun water-systeemtaak verdelen over 4 betalende categorieën (gebruikers, gebouwd eigenaren, ongebouwd eigenaren en ongebouwd natuur eigenaren).

Op basis van gebiedskenmerken

Deze nieuwe methode gaat er vanuit dat de kosten op basis van gebiedskenmerken worden verdeeld. De methode geeft de waterschapsbesturen meer mogelijkheden om de kostenaandelen van de 4 betalende categorieën te verfijnen en af te stemmen op de specifieke kenmerken van het gebied en de taakuitoefening. Zo kan de heffing op de maat van het individuele waterschap en zijn gebied toegesneden worden. De omvang van de bestuurlijke ruimte is nodig om te voorkomen dat de invoering van de nieuwe methode tot gedwongen, ongewenste lastenverschuivingen leidt.

Ongewenste lastenverschuiving voorkomen

Om ongewenste lastenverschuivingen te voorkomen moet de omvang van de bandbreedtes van de kosten-aandelen van twee betalende categorieën (eigenaren van ongebouwde grond en van natuurterreinen) + en -/- 30% bedragen. Het wetsvoorstel beperkt deze ruimte na 2 jaar tot + en -/- 25%.

Bandbreedtes

Voor enkele waterschappen betekent dit dat zij kort na de invoering van het nieuwe stelsel ongewenste lastenverschuivingen moeten doorvoeren. Dit is een gevoelig punt, omdat de waterschappen bij het formuleren van hun voorstellen namelijk als uitgangspunt hadden dat het oplossen van het probleem bij het ene waterschap niet tot een nieuw probleem bij een ander waterschap mag leiden. De bandbreedtes van 30% vloeien voort uit dit uitgangspunt, de bandbreedtes van 25% niet.

Structureel 30%

Ook het feit dat waterschappen bij een bestuurlijke ruimte van 25% minder ruimte krijgen om in te spelen op de specifieke kenmerken van het gebied en de taakuitoefening ligt erg gevoelig. De waterschappen zien dan ook graag dat er in het wetsvoorstel structureel een bestuurlijke ruimte van + en -/- 30% wordt opgenomen.

Vervolg behandeling wetsvoorstel

Op 10 oktober leveren Kamerleden hun vragen over het wetsvoorstel in. De Unie zal deze vragen vervolgens samenvatten. De minister van Infrastructuur en Waterstaat beantwoordt de vragen waarna de Tweede Kamer kan besluiten het wetsvoorstel plenair te behandelen.

> Bekijk de volledige inbreng

Bekijk de toelichting op de aanpassing van het belastingstelsel in 3,5 minuut.

Aanpassing belastingstelsel: wetsvoorstel naar Tweede Kamer

7 september 2023

Op 7 september is het wetsvoorstel voor de aanpassing van het belastingstelsel van de waterschappen naar de Tweede Kamer gestuurd. Daartoe besloot de ministerraad op 1 september. Het is nog wel de vraag wanneer de behandeling van het wetsvoorstel van start gaat. Omdat het kabinet demissionair is, worden alle voorstellen die in de Kamer liggen op een weegschaal gelegd: gaat de behandeling door of wordt er gewacht tot er een nieuw kabinet gevormd is? Dit is de procedure controversieel verklaren. De waterschappen vinden het belangrijk dat de behandeling geen vertraging oploopt.

waterschapsbelasting: illustratie van huizen met bewoners en geldzakjes

Belangrijke beslismomenten

De commissie Infrastructuur en Waterstaat van de Tweede Kamer beslist op woensdag 13 september of het wetsvoorstel aanpassing belastingstelsel aangehouden wordt (controversieel) of dat de behandeling doorgaat (niet controversieel).

Aanpassing belastingstelsel moet doorgaan

De Unie van Waterschappen vindt dat het wetsvoorstel aanpassing belastingstelsel niet controversieel verklaard moet worden. En dat behandeling door de Kamer dus door moet gaan. De Unie heeft daarvoor namens de waterschappen de volgende argumenten onder de aandacht gebracht van Kamerleden:

  • de urgente knelpunten in het belastingstelsel van de waterschappen moeten op zo kort mogelijke termijn worden opgelost. Dit voorkomt dat het draagvlak voor de waterschapsbelastingen vermindert. En dat er nog langer tarieven worden vastgesteld die soms niet goed uitlegbaar zijn;
  • het wetsvoorstel heeft geen noemenswaardige lastenverschuivingen tot gevolg; en
  • het wetsvoorstel geeft ruimte aan ontwikkelingen op het gebied van klimaatadaptatie, energietransitie en circulaire economie.

> Filmpje: uitleg wetsvoorstel aanpassing belastingstelsel

Raad van State adviseert over wetsvoorstel aanpassing belastingstelsel waterschappen

3 juli 2023

Op 3 juli is het advies van de Raad van State op het wetsvoorstel tot aanpassing van het belastingstelsel van de waterschappen verschenen. De Raad van State adviseert de minister om het wetsvoorstel en de toelichting op een aantal onderdelen aan te passen of aan te vullen.

Euro en rekenmachine

Het wetsvoorstel wijzigt de watersysteemheffing, de zuiveringsheffing en de verontreinigingsheffing. Het voorstel biedt oplossingen voor de meest urgente knelpunten. Ook geeft het mogelijkheden om het profijtbeginsel in de watersysteemheffing beter toe te passen. Hoe meer profijt een belanghebbende van het waterschap heeft, hoe meer hij betaalt. De aanpassing wordt daarnaast benut om ruimte te geven aan een aantal ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid, de circulaire economie en de energietransitie.

Advies

De Raad van State adviseert de minister om het wetsvoorstel op 3 onderdelen aan te passen of aan te vullen. Het gaat om de toelichting bij de voorstellen voor de tariefdifferentiatie gebouwd, de draagvlakmeting voor wateraanvoervoorziening en aspecten van mededinging bij de levering van duurzaam opgewekte energie aan derden.

Proces

De minister van Infrastructuur en Waterstaat gaat met de opmerkingen van de Raad van State aan de slag om het wetsvoorstel en de toelichting aan te passen. Het wetsvoorstel wordt, in verband met het zomerreces, naar verwachting in september bij de Tweede Kamer ingediend. Daarna bepaalt de Tweede Kamer de procedure voor de behandeling van het wetsvoorstel. De waterschappen vinden het belangrijk dat het wetsvoorstel zo snel mogelijk wordt goedgekeurd. Zodat de wet in werking kan treden per 1 januari 2025.