Eerste landelijke beoordelingsronde primaire waterkeringen afgerond

12 januari 2023

Vanaf 2017 hebben waterschappen en Rijkswaterstaat de Nederlandse primaire waterkeringen (dijken, sluizen en gemalen) beoordeeld volgens de nieuwste veiligheidsnormen. Deze eerste Landelijke Beoordelingsronde Overstromingskans van primaire waterkeringen (LBO-1) is nu afgerond. Bijna de helft van alle trajecten voldoet al aan de strengere eisen die in 2050 gelden.

Een graafmachine aan het werk op een dijk.

Vanaf 2017 hebben waterschappen en Rijkswaterstaat de Nederlandse primaire waterkeringen (dijken, sluizen en gemalen) beoordeeld volgens de nieuwste veiligheidsnormen. Deze eerste Landelijke Beoordelingsronde Overstromingskans van primaire waterkeringen (LBO-1) is nu afgerond. Bijna de helft van alle trajecten voldoet nu aan de normen.

Keringen die nog niet voldoen aan de strengere eisen, zijn op dit moment veilig. Ze worden op termijn versterkt in het Hoogwatersbeschermingsprogramma (HWBP). Afgesproken is dat in 2050 alle keringen moeten voldoen aan de strenge eisen die voor de verwachte situatie in 2050 gelden. Er is dus nog genoeg tijd om de keringen te versterken.

Nieuwe veiligheidsnormen zijn strenger

De primaire waterkeringen beschermen Nederland tegen overstromingen van bijvoorbeeld Noordzee, Waddenzee, IJsselmeer, Markermeer en de grote rivieren en meren. Sinds 2017 werken de waterschappen en Rijkswaterstaat met nieuwe, strengere normen voor waterveiligheid. Ze gaan uit van de kans op het bezwijken van een dijk en houden rekening met:

  • de effecten van klimaatverandering;
  • de gevolgen van het overstromen van het achterliggende gebied op de inwoners;
  • de economische waarde.

Zo sterk als de zwakste schakel

Hoe groter de te beschermen waarde, hoe kleiner de kans op overstromen mag zijn. En dus hoe strenger de norm. Als een dijktraject bij de beoordeling niet voldoet aan de norm, betekent dat niet automatisch dat het héle traject versterkt moet worden. De werkwijze gaat uit van de zwakste schakel in een ketting. Op basis van het oordeel wordt onderzocht welke maatregelen nodig zijn om aan de nieuwe veiligheidsnormen te voldoen.

Waterveiligheid blijft topprioriteit

Jeroen Haan, bestuurslid van de Unie van Waterschappen met waterveiligheid in zijn portefeuille: “Met de lage ligging van ons land en het veranderende klimaat blijft waterveiligheid topprioriteit. De waterschappen en Rijkswaterstaat inspecteren en onderhouden de waterkeringen in Nederland permanent. En als er een vermoeden is van een acute onveilige situatie grijpen ze direct in.”

Landelijk veiligheidsbeeld

De beoordelingsresultaten van LBO-1 zijn ingediend bij de toezichthouder: de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT). Op basis hiervan presenteert de minister van Infrastructuur en Waterstaat eind 2023 het Landelijke Veiligheidsbeeld aan de Tweede Kamer. Hierin zijn de resultaten van alle waterschappen en Rijkswaterstaat gebundeld. Ook staat er een verwachte kosteninschatting van de mogelijke versterkingsopgave in. Vooruitlopend hierop bespreken de waterschappen en Rijkswaterstaat de resultaten met de (algemeen) besturen en achterban.

Het werk is nooit af

In de wet staat dat primaire keringen iedere 12 jaar worden beoordeeld op basis van de meest actuele kennis, zoals nieuwe klimaatscenario’s van het KNMI. Waterschappen en Rijkswaterstaat starten in 2023 met de voorbereidingen voor een nieuwe beoordelingsronde tot 2035 (LBO-2). Ze doorlopen het hele proces opnieuw. Daarbij maken ze gebruik van de resultaten en ervaringen uit de eerste beoordelingsronde.

Het Hoogwaterbeschermingprogramma

Tot en met 2050 versterken en vernieuwen de waterschappen en Rijkswaterstaat de primaire waterkeringen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Het gaat om ongeveer 1.500 kilometer aan dijken en 400 sluizen en gemalen in heel Nederland. Dit is de grootste waterveiligheidsoperatie sinds de Deltawerken. Het versterkingsprogramma is al goed op stoom. De resultaten uit de beoordelingsronde zijn belangrijke input voor de opgave en prioritering van het HWBP. Alle primaire keringen moeten uiterlijk in 2050 aan de strengere normen voldoen.

> Folder: Beoordelingen van primaire keringen

> Speciale editie van tijdschrift Het Waterschap over waterveiligheid

> Projectenboek met alle huidige projecten van het HWBP per waterschap

Minister stuurt aanbevelingen rond wateroverlast en hoogwater naar Tweede Kamer

19 december 2022

Op 19 december heeft minister Harbers (Infrastructuur en Waterstaat) het eindadvies van de beleidstafel Wateroverlast en Hoogwater naar de Tweede Kamer gestuurd. In het eindadvies staan verschillende aanbevelingen om schade en overlast door hoogwater te beperken.

hoogwater

De beleidstafel werd ingesteld naar aanleiding van de overstromingen in Limburg van juli 2021, maar het advies is gericht op heel Nederland.

Achtergrond

De watercrisis in Zuid-Limburg heeft iedereen nog wel op het netvlies. Er viel toen een hoeveelheid neerslag die maar eens in de 500 tot 1000 jaar voorkomt. Tienduizenden mensen werden geëvacueerd. De totale schade in Nederland wordt geschat op zo’n 450 miljoen euro. In de beleidstafel Wateroverlast en Hoogwater is gekeken naar hoe Nederland zich beter kan voorbereiden op dit soort extreme buien en hoogwater. En natuurlijk hoe de schade beperkt kan worden.

Bewustzijn vergroten

Dit kan allereerst door het bewustzijn rond de risico’s op wateroverlast en overstromingen in Nederland te vergroten. De beleidstafel adviseert de risico’s met gerichte communicatie persoonlijk en relevant te maken en in te zetten op laagdrempelige, simpele acties. Belangrijk omdat het veilig en klimaatbestendig houden van Nederland inzet van iedereen vraagt. Overheden kunnen schade door weersextremen niet langer voorkomen. Om de overlast te beperken, moeten individuele bewoners ook zelf een steentje bijdragen.

Waterlabel

Daarnaast moet de vrijblijvendheid van maatregelen plaatsmaken voor een meer dwingende aanpak. De beleidstafel stelt bijvoorbeeld een verplicht waterlabel voor woningen voor. Zo weet je bij de koop of verkoop van een huis meteen wat de waterrisico’s zijn.

Water en bodem sturend

Daarnaast onderstreept de beleidstafel het belang van water en bodem sturend voor ruimtelijke plannen. Extreme buien kunnen niet altijd meer worden opgevangen in het watersysteem. Dus moeten we ook in de ruimtelijke inrichting rekening houden met extreem weer en ons voorbereiden op incidenten en calamiteiten. In ruimtelijke plannen moet daarom ruimte worden vrijgehouden voor de opvang van water.

Stresstesten

De beleidstafel wijst ook op het belang van landelijke en internationale afspraken. Neerslag trekt zich immers niets aan van landsgrenzen. De ‘waterbom’ die in Limburg viel, kan overal vallen. Daarom is het belangrijk om in kaart te brengen welke gebieden extra kwetsbaar zijn voor zoveel water. De beleidstafel stelt zogenaamde bovenregionale stresstesten voor om dit inzichtelijk te maken, zodat erop geanticipeerd kan worden. In deze stresstesten werken de provincies, gemeenten en waterschappen samen om de plekken met een hoog risico op wateroverlast door extreme neerslag goed in beeld te krijgen.

Beter herstellen

Wanneer schade door extreme neerslag hersteld wordt, moet dit volgens de beleidstafel op een manier gebeuren die beter is dan hoe de situatie was. De herstelmaatregelen moeten bijdragen aan het klimaatrobuust maken van Nederland. Zo worden we beter bestand tegen extreem weer en ontstaat bij een volgende gebeurtenis minder schade. Om dit af te kunnen dwingen moet worden gekeken naar verzekeringsvoorwaarden en het Bouwbesluit. Ook zullen de risico’s op wateroverlast verankerd moeten worden in het Nationaal Programma Landelijk Gebied en de nationale maatlat klimaatadaptatief bouwen.

Eindadvies beleidstafel Wateroverlast en Hoogwater

Publieksamenvatting beleidstafel Wateroverlast en Hoog water

Lees het nieuwsbericht van het ministerie van IenW

Kenniscentrum Bever: deel ervaringen met bevermaatregelen

12 december 2022

Rasters plaatsen, buizen door dammen leggen en een alternatieve plek aanbieden; allerlei maatregelen worden getroffen op plekken waar bevers schade aanrichten. Het Kenniscentrum Bever roept op om ervaringen met deze maatregelen te delen. Zo kunnen we van elkaar leren en op een duurzame manier met de bever samenleven.



De beverpopulatie groeit sinds de herintroductie in 1988 en neemt toe in verspreiding. Met hun graaf-, bouw- en knaagactiviteiten verhogen bevers vaak de lokale biodiversiteit door water vast te houden. Ook komt er meer dood hout in gebieden waar bevers leven, waar allerlei insecten van eten en in schuilen. Aan de andere kant kunnen bevers ook schade veroorzaken. Dit varieert van een omgeknaagde boom op de weg of het spoor, tot wateroverlast door een beverdam of een beverhol in een (spoor)dijk. Zo kan de veiligheid in het geding komen. Op de locaties waar schade ontstaat, lost de terreineigenaar dit zoveel mogelijk op door maatregelen te nemen die op de desbetreffende locatie het meest geschikt zijn.

Ervaringen met bevermaatregelen

Er is al veel bekend over de bever en welke oplossingen er voor diverse situaties zijn om schade te voorkomen of op te lossen. Maar lang niet van elke maatregel die genomen wordt is bekend of deze maatregel in de praktijk goed werkt. Om antwoord te krijgen op de vraag óf een maatregel (ook op lange termijn) voldoende werkt, is het belangrijk om goed onderzoek uit te voeren. Daarom is het mogelijk gemaakt om via dit formulier ervaringen met maatregelen te delen op het Kenniscentrum Bever.

Duurzaam samenleven met de bever

Het is belangrijk om te begrijpen waarom een bever op een bepaalde plek zit en bepaald gedrag vertoont. Kennis van en ervaring opdoen met (preventieve) maatregelen is cruciaal om schade te voorkomen of adequaat op te lossen. Veel informatie staat op de website van Kenniscentrum Bever. Daarnaast organiseert Kenniscentrum Bever jaarlijks een symposium en worden komend jaar cursussen ontwikkeld om vrijwilligers en professionals op te leiden om meer te leren over de bever en welke maatregelen wanneer het beste ingezet kunnen worden.

Het Kenniscentrum Bever is een initiatief van STOWA, Rijkswaterstaat, ProRail, de Unie van Waterschappen, het Interprovinciaal Overleg en de Zoogdiervereniging. Andere organisaties zijn welkom om hun kennis over de bever binnen het kenniscentrum te delen.

Minister Harbers op bezoek bij dijkversterkingsproject

8 december 2022

Minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat bezocht op 7 december het dijkversterkingsproject Gorinchem-Waardenburg. Hier versterkt waterschap Rivierenland 23 kilometer dijk.



De minister ging daarna in gesprek met de Commissie Waterkeringen (CWK) van de 21 waterschappen over de uitdagingen van de gezamenlijke dijkversterkingsopgave: het verbeteren van 1.500 kilometer aan dijken en 400 sluizen en gemalen.

Ontzettend knap

“Als je op de dijk staat, zie je pas echt hoe ontzettend knap het is wat onze waterschappen doen”, zei Harbers. “Een lang stuk dijk wordt hier klaargemaakt voor de toekomst. Ik vind dat heel Nederland beschermd moet blijven tegen het stijgende zeewater en het stijgende rivierpeil bij extreme buien. Daarom voeren we nu samen de grootste dijkversterkingsoperatie uit sinds de Deltawerken.”

Verantwoordelijkheid pakken

Tijdens het gesprek stond ook de voortgang van het HWBP op de agenda. Jeroen Haan, als bestuurder bij Unie van Waterschappen verantwoordelijk voor waterveiligheid: “Het was een goed gesprek met de minister met veel en diverse bijdragen. Het is goed om te zien hoe de bestuurders van de waterschappen zich (mede)eigenaar voelen van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Waterschappen pakken de verantwoordelijkheid om dijkversterking in hun projecten te realiseren waardoor de waterveiligheid in Nederland toeneemt”.

1.500 kilometer dijk versterken

Met het Hoogwaterbeschermingsprogramma worden 1.500 kilometer aan dijk en 400 sluizen en gemalen versterkt. In 2050 moet deze grote klus zijn afgerond. Mark Harbers ging in ieder geval tevreden naar huis. “Vandaag heb ik de bezieling en bevlogenheid achter de saaie voortgangsrapportages gezien”, zei hij voordat hij in de auto stapte.

Lees het uitgebreide verslag op de website van het Hoogwaterbeschermingsprogramma

Klimaatgeneraal Tom Middendorp: ‘Kijk over uw dijk’

24 november 2022

Op 21 november spraken ruim 40 bestuurders van diverse waterschappen tijdens een ‘Steenwegsessie’ over de toekomst van waterveiligheid. Ze werden daarbij geïnspireerd door ‘klimaatgeneraal’ Tom Middendorp en door Jeroen Haan, bestuurder bij de Unie van Waterschappen en dijkgraaf van hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden.



Als oud-commandant der Strijdkrachten ziet Middendorp hoe overstromingen, droogte en waterschaarste kunnen leiden tot conflicten. Klimaatverandering draait voor hem om water. “De wereldbevolking verdubbelt deze eeuw en polarisatie ligt op de loer. Terwijl we nu al tekorten hebben aan grondstoffen, voedsel én water. Oogsten mislukken door droogte of overstromingen. Er gaat dus een enorme kloof tussen vraag en aanbod ontstaan. Wat weer tot allerlei andere problemen leidt. Ook in Europa en ook voor de Nederlandse waterschappen. Naast de waan van de dag is het dus belangrijk om vooruit te kijken en tijdig te anticiperen. Kijk over uw dijk”, aldus Middendorp.

Grondstofonafhankelijk worden

Er zijn volgens Middendorp veel mogelijkheden om alle uitdagingen aan te gaan. Inzetten op kennisontwikkeling, bewustwording en gedragsverandering is belangrijk en een deel van de oplossing. Maar het moet vooral van innovatie en samenwerking komen. Hoe kun je grondstofonafhankelijk worden en ons systeem circulair maken?

Andere invalshoeken

“Bijvoorbeeld door andere productievormen”, aldus Middendorp. “Ook voor water. Innovatie komt meestal van buiten de sector. Denk van buiten naar binnen en werk samen in ecosystemen. Andere invalshoeken geven vaak de briljantste oplossingen. Begin klein en gebruik de ruimte die je hebt om praktische oplossingen te bedenken. Maak het daarna groot en dan pas politiek. En durf ook fouten te accepteren.”

Mooie voorbeelden

Volgens Middendorp zijn veel actuele opgaven die we nu kennen multidimensionaal. “Het raakt veel ministeries en partijen. Dat vraagt om een andere aanpak en samenwerking, ook voor waterschappen. En dat is ontzettend moeilijk!” Gelukkig zijn er al mooie voorbeelden, ook in Nederland. Middendorp: “Bijvoorbeeld in Zwolle op bedrijventerrein Hessenpoort. Samen met overheden, onder andere waterschap Drents Overijssels Delta, werken ondernemers hier samen aan een innovatief circulair systeem waarbij ondernemers producent en afnemer van energie zijn.”

Gesprek over rol waterschappen

Na de presentatie van Middendorp gingen de aanwezigen met elkaar in gesprek onder leiding van gespreksleider Maarten Bouwhuis. Wat vraagt het perspectief van Tom Middendorp van de waterschappen? Er ontstond een interessant gesprek over de taken van de waterschappen en de rol die waterschappen in de toekomst moeten pakken.

Verbinding leggen

Zo werd er gesteld dat de waterschappen zich tot in het hart van de ruimtelijke ordening moeten begeven, maar dat het niet nodig is om ook de beslissingen over die ruimtelijke ordening te nemen. Het gaat niet om welke positie je wilt innemen, maar hoe je de verbinding kunt leggen.

Waterveiligheid is van ons allemaal

“Waterveiligheid heeft vanavond voor mij een bredere dimensie gekregen”, zei Jeroen Haan bij de afsluiting van de bijeenkomst. “Zijn we ons als waterschappers werkelijk bewust van de gevaren die op ons afkomen? Als waterschappers moeten we daar goed over nadenken. Bestuurders van waterschappen kunnen bijvoorbeeld in hun gebied kijken: wat speelt er bij de inwoners? Die zijn bezig met hun leefomgeving en vragen zich bijvoorbeeld af of ze veilig kunnen blijven. Dat is voor alle bestuurders in de nieuwe bestuursperiode een mooie opgave. Waterveiligheid is niet alleen iets van de Unie-commissie Waterkeringen. Het is iets van ons allemaal!”

Beleidstafel Wateroverlast en Hoogwater komt met eerste advies

11 maart 2022

Op 11 maart informeerde minister Mark Harbers (Infrastructuur en Waterstaat) de Kamer over het eerste advies van de Beleidstafel Wateroverlast en Hoogwater. Hierin staan aanbevelingen naar aanleiding van de watercrisis in Limburg van afgelopen zomer.

Foto van een overstroomde rivier met een brug in de verte

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft de beleidstafel opgericht om lessen te trekken uit de overstromingen in Limburg. De beleidstafel is een overleg tussen de meest betrokken overheidsorganisaties en bestaat uit: het waterschap Limburg, de provincie Limburg, de gemeente Valkenburg aan de Geul, de Unie van Waterschappen, het Interprovinciaal Overleg, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de Deltacommissaris en het Rijk.

Risico’s beperken

Deze partijen hebben voor verschillende deelonderwerpen gekeken hoe risico’s op het gebied van waterveiligheid en wateroverlast beperkt kunnen worden. Ook als de extreme neerslag ergens anders in Nederland plaatsvindt.

25 aanbevelingen

Het doel van dit eerste rapport is om te adviseren over onderwerpen die op korte termijn verbetering vragen. Zodat Nederland beter is voorbereid op zeer extreme neerslag zoals in juli 2021. De in totaal 25 aanbevelingen variëren van technische maatregelen, om bijvoorbeeld neerslagextremen en hoge rivierafvoeren beter te monitoren en voorspellen, tot oproepen om water een leidende rol te geven bij ruimtelijke plannen en beter in te spelen op hoogwatersituaties in de zomer. Ook is het advies om meer samenwerking te zoeken binnen Europa om ervoor te zorgen dat de stroomgebieden van de Rijn en de Maas goed worden voorbereid op extreem weer.

Mix aan maatregelen

Dirk-Siert Schoonman, bestuurslid Unie van Waterschappen: “Schade en overlast bij zo’n extreme neerslag als afgelopen zomer in Limburg kunnen we nooit helemaal voorkomen. Ook weten we dat maatregelen in het watersysteem alleen niet voldoende zijn. Met de juiste mix aan maatregelen in het watersysteem, de ruimtelijke inrichting en de crisisbeheersing kunnen we wel de gevolgen van extreme neerslag verminderen en maatschappelijke ontwrichting voorkomen. Voor het eindadvies verwachten we onder meer concrete verbeteringen voor de waterveiligheid en wateroverlast in Limburg. Daarnaast wordt de doorvertaling gemaakt wat de gevolgen van zulke extreme neerslag in andere delen van Nederland kunnen zijn en wat de handelingsperspectieven dan zijn.”

Beter bewust zijn van risico’s

Belangrijke aandacht in het rapport gaat uit naar de zorg dat inwoners, bedrijven en overheden zich onvoldoende bewust zijn van de risico’s op wateroverlast en overstromingen en niet goed zijn voorbereid. Daarom moet er meer worden gedaan aan het vergroten van het bewustzijn van risico’s door transparante en eenduidige informatievoorziening. De Unie van Waterschappen is als trekker betrokken bij dit onderwerp van de beleidstafel.

Niet met hagel schieten

Schoonman: “Om het risicobewustzijn bij inwoners te vergroten, moet informatie over watercrises toegankelijker worden. Daarbij moeten we niet met hagel schieten in de informatievoorziening, maar goed aansluiten bij de belevingswereld van inwoners. Op dit gebied werken we in de tweede fase van de beleidstafel een aantal concrete acties uit.”

Verdieping nodig

Voor veel van de aanbevelingen blijkt nadere verdieping nodig om tot verdere concrete verbeterpunten te komen. Vandaar dat het onderzoek op de verschillende deelonderwerpen wordt voortgezet. De Beleidstafel Wateroverlast en Hoogwater verwacht eind 2022 te komen met de definitieve adviezen en aanbevelingen.

Waterschappen hebben handen vol aan storm en regen

21 februari 2022

Binnen een paar dagen tijd raast een derde storm over Nederland. Na Dudley en Eunice volgde Franklin. Een uniek verschijnsel dat nog nooit eerder is voorgekomen in februari. De waterschappen hebben de handen vol aan de nasleep van de stormen.

Weggewaaide strandhuisjes aan de kust in Zeeland

Behalve storm is er ook veel regen gevallen. Dat betekent op veel plekken hoge waterstanden en wateroverlast.

2.50 m NAP

Bij het hoogheemraadschap van Rijnland wordt op 21 februari om 17.30 uur een waterstand verwacht van 2.50 m NAP bij Hoek van Holland. Daarom is Rijnland opgeschaald in fase 1. Dat betekent dat het waterschap extra alert is. De boezemgemalen draaien, zodat de inwoners droge voeten houden.

Water wegpompen

Ook in het gebied van waterschap Hunze en Aa’s is zondag uitzonderlijk veel regen gevallen: zo’n 40 millimeter. Dat is een hoeveelheid neerslag die gemiddeld eens in de 20 jaar voorkomt. Het waterschap heeft gemaal Rozema ingeschakeld om water weg te pompen naar zee. Door de hoge waterstand op zee gaat dat minder snel dan bij ‘normale’ waterstanden.

Waterberging

Het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard verlaagt het waterpeil door water in de Eendragtspolder te laten stromen. Deze polder is speciaal ontworpen om overtollig water kwijt te kunnen wanneer dit nodig is. Ook waterschap Vallei en Veluwe en waterschap Noorderzijlvest hebben te maken met veel regen en zetten waterbergingen in.

Woudagemaal

Toevallig zou Wetterskip Fryslân het beroemde Woudagemaal op 22, 23 en 24 februari al opstarten om medewerkers op te leiden. Het Wetterskip zet het gemaal nu een dag eerder aan. Samen met het Hooglandgemaal bemaalt het gemaal de Friese boezem van meren, kanalen en vaarten. Het Woudagemaal draait in ieder geval tot en met donderdag dag en nacht door.

Omgevallen bomen

En natuurlijk zijn er ook nog andere zaken te regelen. Zo heeft de buitendienst van waterschap Hollandse Delta de handen vol aan het opruimen van omgevallen bomen en afgebroken takken in het gebied. Ook bij waterschap Amstel, Gooi en Vecht zijn veel omgevallen en beschadigde bomen, die hier en daar een stukje dijk hebben meegenomen.

Droge voeten

Ook alle andere 13 waterschappen houden de situatie goed in de gaten, en ondernemen actie als dat nodig is. Zo zorgen ze er met elkaar voor dat Nederland als het even kan droge voeten houdt.

Waterschappen paraat voor stormen Dudley en Eunice

17 februari 2022

Het is onstuimig weer in Nederland: na de recente storm Corrie volgen nu de stormen Dudley en Eunice elkaar snel op. Bij de storm wordt ook de nodige regen verwacht: veel water, maar geen extreme hoeveelheden. De waterschappen staan paraat om problemen zoveel mogelijk te voorkomen.



Zo houdt hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier er rekening mee dat de storm gevolgen heeft voor Noord-Hollandse kust. De zee wordt opgestuwd en komt bij vloed hier en daar tot de duinvoet met duinafslag tot gevolg. Dat is een normaal fenomeen. Het afgeslagen zand blijft even liggen onder de waterlijn en zal na de storm vanzelf weer aan land worden gespoeld en de duinen inwaaien.

Droge voeten in Meppel

Waterschap Drents Overijsselse Delta heeft zijn grootste gemaal aangezet: Gemaal Zedemuden in Zwartsluis. In dit gemaal staan 3 pompen met een totale pompcapaciteit van 124 m3 per seconde. Dit houdt in dat het gemaal in 1 minuut 7.440 m3 water kan verpompen: de inhoud van drie Olympische zwembaden. Hiermee is Zedemuden het op één na grootste gemaal van Nederland. Dankzij het gemaal houdt Meppel nu droge voeten.

Water naar zee

Waterschap Hunze en Aa’s laat normaal gesproken grote hoeveelheden water de zee in stromen met sluizen. Dat heet spuien. Het kan bij eb, als het water op zee lager staat dan het zoete water in het kanaal voor de sluis. Vanwege verwachte verhoogde waterstanden op zee kan het waterschap de komende dagen minder goed spuien. Daarom voerde Hunze en Aa’s de afgelopen dagen geleidelijk extra water af naar zee. Hiermee is een buffer gecreëerd om de verwachte neerslag te kunnen opvangen in het watersysteem.

Storm en springvloed

Ook het hoogheemraadschap van Delfland staat klaar om in te grijpen als dat nodig is om de duinen en dijk langs de Nieuwe Waterweg te beschermen. Het waterschap krijgt vrijdag te maken met storm en springvloed. De verwachting is dat de zee vrijdagmiddag rond 15:40 uur op het hoogst is. Bij Hoek van Holland zal de waterstand niet boven de 2.05 meter boven NAP uitkomen. Pas bij een zeestijging van 2.80 meter boven NAP gaat Delfland extra inspecteren langs de duinen en de Delflandsedijk.

Alert

Ook alle andere 17 waterschappen houden de weersverwachting met neerslag en wind nauwkeurig in de gaten en blijven alert. Zo zorgen ze er met elkaar voor dat Nederland zo goed mogelijk door de storm heen komt.

Opnieuw daling muskusratvangsten, beverratvangsten iets toegenomen

25 januari 2022

De daling van de muskusratvangsten zet ook in 2021 door. De muskusrattenpopulatie neemt verder af en daardoor vangen de waterschappen minder muskusratten. In 2021 zijn er 44.995 muskusratten gevangen. Dat is een daling van 6 procent ten opzichte van 2020.



Het aantal beverratvangsten is met 1 procent toegenomen: in 2021 werden er 1.356 beverratten gevangen. Muskus- en beverratten vormen een risico voor dijken en de natuur. Het doel is om de muskusratten terug te dringen naar de landsgrenzen.

Dalende trend muskusratvangsten

Er zijn regionaal grote verschillen in de muskusratvangsten, maar de landelijke trend is dat de ingezette daling zich voortzet. Langs de grens met Duitsland is er sprake van instroom van muskusratten. Het doel van de strategie muskusratten is om het binnenland vrij van muskusratten te krijgen. In de grenszone wordt getracht de instroom van muskusratten direct weg te vangen.

Instroom beverratten Duitsland

Nederland heeft geen eigen populatie beverratten. Ruim 95 procent van de vangsten vindt plaats direct langs de grens met Duitsland. Door de zachte winters en een minder goed georganiseerde bestrijding is de beverratpopulatie in Duitsland sterk gegroeid. Dit heeft tot gevolg dat de instroom van beverratten naar Nederland toeneemt. Door de beverratten direct langs de grens te vangen, wordt voorkomen dat deze zich over het gehele land verspreiden.

Schade aan dijken

Muskus- en beverratten komen van nature niet voor in Nederland, ze zijn hier door menselijk handelen beland. De dieren hebben bij ons nauwelijks natuurlijke vijanden. Muskus- en beverratten zijn schadelijk omdat ze holen en gangen in oevers en dijken graven. Ook maken ze nestkommen met uitgebreide ondergrondse gangenstelsels. Zo veroorzaken ze verzakkingen in dijken en kades. In het ergste geval kan een dijk of kade doorbreken en een polder onder water lopen.

Bedreiging biodiversiteit

De muskus- en beverrat staan allebei op de Europese lijst van Invasieve soorten vanwege de bedreiging die ze vormen voor de biodiversiteit. Ook eten ze planten als riet en lisdodde weg, en verdringen ze daardoor inheemse diersoorten zoals de zwarte stern, de roerdomp en de kleine karekiet. Deze vogels leven in het riet, waar ook de muskus- en beverratten hun leefomgeving hebben.

Gespecialiseerde muskus- en beverratbestrijders

De waterschappen hebben bijna 400 gespecialiseerde muskus- en beverratbestrijders in dienst. Zij assisteren naast hun bestrijdingswerkzaamheden bij het herstellen van graverij van bevers in dijken. Ook leveren ze een bijdrage aan de inventarisatie van de verspreiding van otters en bevers in Nederland.

Zie ook muskusrattenbestrijding.nl

Een jaar na de watercrisis: een gezamenlijke aanpak maakt Limburg waterveiliger

14 juli 2022

Op 14 juli is het precies een jaar geleden dat de watercrisis in Limburg plaatsvond. Op deze dag hebben alle Limburgse overheden in het bijzijn van minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat in Valkenburg een bestuursovereenkomst getekend tussen Rijk, provincie Limburg en waterschap Limburg. Doel: Limburg waterveiliger maken voor de toekomst.



“Wat vorig jaar in Limburg, maar ook in België en Duitsland is gebeurd, hopen we niet meer mee te maken”, zei minister Harbers tijdens de bijeenkomst. “Dat is echter geen vanzelfsprekendheid, omdat er grenzen zitten aan de maakbaarheid van het watersysteem. Daarom hebben we in het coalitieakkoord 300 miljoen euro gereserveerd voor maatregelen in de beekdalen van zijrivieren van de Maas. Zo kunnen we Limburg beter beschermen tegen weersextremen.”

Gezamenlijk programma

Volgens de minister kan de aanpak van de uit de watercrisis voortvloeiende opgave alleen slagen als partijen in de regio en het Rijk de handen in elkaar slaan en tot een gezamenlijk programma komen. De bestuursovereenkomst die hij met de provincie en het waterschap heeft getekend, draagt daaraan bij.

Waterveiligheid en Ruimte

Het afgelopen jaar hebben alle overheden hard gewerkt aan het herstel van de schade als gevolg van de overstromingen. Ook hebben ze naar oplossingen en maatregelen gezocht om de inwoners van Limburg in de toekomst beter te beschermen en voor te bereiden op weersextremen. Het Programma Waterveiligheid en Ruimte Limburg (WRL) geeft uitvoering aan deze gezamenlijke ambitie.

Klimaatbewustzijn

Dit programma gaat aan de slag met het vergroten van de capaciteit van de afvoer van beken en zijrivieren, meer rekening houdend met de waterhuishouding bij de inrichting van de ruimtelijke ordening én met het verhogen van het klimaatbewustzijn van inwoners.

Lees het uitgebreide nieuwsbericht van waterschap Limburg