Landelijke aanpak voor duurzaam beverbeheer

8 juli 2025

Het Rijk, provincies, Rijkswaterstaat, waterschappen en ProRail hebben een landelijke beveraanpak ontwikkeld voor het beheer van de snelgroeiende populatie in Nederland. Dit moet schade door graverij aan dijken beperken zonder de beschermde status van de bever aan te tasten.  De afspraken worden de komende tijd verder uitgewerkt.

Bever aan de waterkant, deels in het water, met natte roodbruine vacht en boomstammen op de achtergrond.

Sinds de herintroductie van de bever in 1988 is de populatie explosief gegroeid tot ruim 7.000 exemplaren. De terugkeer van deze beschermde diersoort draagt bij aan ecologisch herstel en een grotere biodiversiteit. Tegelijkertijd veroorzaakt de bever steeds vaker schade door graverij aan dijken, oevers en andere infrastructuur. De waterschappen investeerden al miljoenen in het herstellen van schade om overstromingen te voorkomen en in preventieve maatregelen om graverij door bevers tegen te gaan.

Vraag om landelijke beveraanpak

“De waterschappen hebben lang om deze nationale beveraanpak gevraagd, omdat er bijvoorbeeld veel verschillen waren tussen de provincies”, aldus bestuurder Annette van Velde van de Unie van Waterschappen. “Met deze nationale aanpak is er een bredere kijk waarin waterveiligheid en veiligheid van infrastructuur (zoals wegen of spoorwegen) worden meegenomen. Met de landelijke beveraanpak wordt een nationaal beverprotocol, waar wenselijk juridisch verankerd in faunabeheerplannen, beverbeheerplannen of andere juridische instrumenten. De landelijke aanpak zorgt ervoor dat we met respect voor de bever én met oog voor waterveiligheid kunnen handelen.”

Meer veiligheidsrisico’s en kosten als populatie bevers blijft toenemen

De waterschappen zijn tevreden met de nieuwe afspraken, maar hebben ook hun zorgen geuit bij alle partners. In Nederland leven we samen met de bever. Het gaat goed met deze beschermde soort: zowel het aantal dieren als hun verspreiding neemt toe. Toch blijft het vinden van evenwicht tussen bescherming en beheer een lastige opgave in het laaggelegen Nederland waar ruimte schaars is. Bevers vervullen een nuttige rol in het ecosysteem, maar veroorzaken ook ecologische, hydrologische en economische problemen. Hun gravende activiteiten ondermijnen waterkeringen en wegen. Dat leidt tot veiligheidsrisico’s en hoge kosten voor extra inspecties en herstelwerkzaamheden. Als de beverpopulatie blijft groeien, verwachten de waterschappen dat deze problemen in de toekomst verder toenemen.

Samenwerken: Kenniscentrum Bever

De Unie van Waterschappen, STOWA, Rijkswaterstaat, ProRail, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Zoogdiervereniging werken ook samen in het Kenniscentrum Bever. Omdat de beverpopulatie in Nederland verder groeit, neemt ook de behoefte aan informatie toe. Kenniscentrum Bever heeft als doel het delen van kennis, het bundelen van krachten en het op een duurzame wijze samen te leven met de bever. STOWA heeft daarnaast het initiatief genomen om Europese organisaties die bezig zijn met bevermanagement en – meer specifiek met graverij door bevers – samen te brengen.

Meer informatie

> Voorstel landelijke beveraanpak
> Standpunt Unie van Waterschappen over bever
> Kenniscentrum Bever

Ook het Rijk investeert extra in dijkversterkingen 

23 april 2025

De 21 waterschappen en het Rijk gaan samen extra investeren in dijkversterkingen binnen het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). Het gaat om projecten die in de periode 2030-2036 worden uitgevoerd. Dit onderstreept dat alle partijen de hoogste prioriteit blijven geven aan het op koers houden van dijkversterkingen. Dit om inwoners, vastgoed, infrastructuur en de economie te beschermen tegen overstromingen. 

Werkzaamheden aan dijkherstel met zware bouwmachines, waaronder een Volvo wiellader en een graafmachine, op een deels afgegraven dijk. Twee bouwvakkers werken aan de versteviging van de dijkhelling met steengruis. Op de voorgrond gras en een houten meetpaaltje, onder een bewolkte lucht.

Bevestiging van extra investering door het Rijk 

De waterschappen en het Rijk financieren elk de helft van de kosten voor de dijkversterkingen. De uitvoering ligt bij de waterschappen. Voor de uitvoering van dijkversterkingsprojecten in de periode 2030-2036 is een aanvullende investering van 2,5 miljard euro nodig. Vincent Lokin, lid van het programmabestuur van het HWBP namens de Unie van Waterschappen, licht toe: “Op 13 december 2024 hebben de waterschappen besloten om 1,25 miljard euro extra te investeren in het HWBP. Deze bijdrage vanuit de waterschappen komt bovenop de bijna 1,6 miljard euro die op basis van de huidige afspraken al beschikbaar is voor de periode 2030-2036. Voorwaarde voor deze extra investering was wel dat het Rijk zich ook committeert aan de aanvullende opgaven en dat de gezamenlijke prestaties van het programma moeten worden verbeterd. De Tweede Kamer nam op 26 november 2024 unaniem een motie aan waarin de regering werd verzocht prioriteit te geven aan de rijksbijdrage. De waterschappen zijn dan ook tevreden met de bevestiging in de aangepaste begroting van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het Rijk heeft 1 miljard euro extra beschikbaar gesteld voor het HWBP en aangekondigd dat het resterende deel van 250 miljoen euro op een later moment wordt ingevuld.” 

Alliantie van het Rijk en de waterschappen 

Binnen het HWBP werken de waterschappen en het Rijk al ruim tien jaar samen aan de versterking van dijken, sluizen en andere primaire waterkeringen. Volgens wettelijke afspraken dragen beide partijen tot 2050 elk de helft van de kosten. Deze samenwerking verkleint de kans op overstromingsschade en beschermt niet alleen inwoners, maar ook grote economische waarde. De omstandigheden zijn de afgelopen jaren veranderd: piekbuien komen vaker voor, hoogwater is heviger, en droogteperiodes duren langer. Daarnaast zijn de normen voor waterveiligheid aangescherpt en de prijzen gestegen. Ondanks deze uitdagingen is dankzij de samenwerking de veiligheid nu beter gewaarborgd dan ooit. 

Meer zekerheid over het budget 

Om ervoor te zorgen dat de uitvoering ook in de periode 2030-2036 op tempo blijft, is het – gezien de lange voorbereidingstijd van projecten – noodzakelijk om nu al zekerheid te bieden over de benodigde extra investeringen in het HWBP. Met het extra geld ontstaat er geen gat in de programmering van de waterschappen en het HWBP. Zo kunnen de algemene besturen van de waterschappen in 2025 tijdig besluiten nemen over de voorbereiding van deze dijkversterkingsprojecten. 

Over het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) 

De waterschappen en Rijkswaterstaat beschermen Nederland tegen overstromingen. Zonder goed beheer van dijken, duinen en andere waterkeringen zou zo’n 60 procent van ons land regelmatig overstromen. In het kader van het HWBP versterken de waterschappen samen met Rijkswaterstaat de komende 25 jaar circa 1400 kilometer grote waterkeringen. Kijk voor meer informatie op hwbp.nl