De ministerraad is op 31 maart akkoord gegaan met het wetsvoorstel dat de belangrijkste knelpunten in het belastingstelsel van de waterschappen oplost. Minister van Infrastructuur en Waterstaat Mark Harbers heeft het wetsvoorstel vandaag richting de Raad van State gestuurd. Vincent Lokin, bestuurslid van de Unie van Waterschappen: “We zijn blij dat de meest urgente knelpunten in het stelsel voortvarend worden opgepakt. Dit is een belangrijke stap om te zorgen dat de waterschapstaken ook in de toekomst op een goede en rechtvaardige manier bekostigd worden.”
Vincent Lokin: “Veilige dijken en de zorg voor voldoende en schoon oppervlaktewater zijn zo belangrijk dat altijd voldoende geld beschikbaar moet zijn voor het waterbeheer. Daarom heffen waterschappen eigen belastingen voor de kosten van ons werk. Maar op dit moment bevat het belastingstelsel een aantal urgente knelpunten. Om die op te lossen en nog enkele andere verbeteringen door te voeren, hebben we in december 2020 een voorstel ingediend bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat om het belastingstelsel aan te passen. Het wetsvoorstel van minister Harbers is op deze voorstellen gebaseerd.”
Urgente knelpunten
In het wetsvoorstel worden de watersysteemheffing, de zuiveringsheffing en de verontreinigingsheffing gewijzigd. Het voorstel biedt oplossingen voor de meest urgente knelpunten. Voor de watersysteemheffing bevat het wetsvoorstel mogelijkheden om het profijtbeginsel beter toe te passen. Dat betekent dat hoe meer profijt een belanghebbende van het waterschap heeft, hoe meer hij betaalt. Het voorstel zorgt ook voor een gelijkmatiger lastenontwikkeling.
De voorstellen om de zuiverings- en verontreinigingsheffing aan te passen hebben als doel om minder milieu- en mensbelastende stoffen te hoeven gebruiken bij het meten van de vervuiling in rioolwater. De aanpassing wordt daarnaast benut om ruimte te geven aan een aantal ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid, de circulaire economie en de energietransitie.
Vervolg
Vincent Lokin: “In de consultatieversie van het wetsvoorstel herkenden we veel terug van onze voorstellen. Zodra het ontwerp aan de Raad van State is voorgelegd, wordt de actuele versie van het wetsvoorstel openbaar. Met de waterschappen zullen wij vervolgens nauwkeurig kijken hoe onze reacties op de consultatieversie zijn verwerkt.”
Naar verwachting wordt het wetsvoorstel rond de zomer van 2023 naar de Tweede Kamer gestuurd ter behandeling.
De 21 waterschappen in Nederland investeren in de periode 2023-2026 gemiddeld 2,25 miljard euro per jaar. Dit is ruim 200 miljoen euro per jaar meer dan in de periode 2022-2025. De waterschappen investeren fors als antwoord op de klimaatverandering. Dit blijkt uit de rapportage ‘Waterschapsbelastingen 2023 - Het hoe en waarom’, die op 21 maart gepubliceerd is.
Extreme omstandigheden
Vincent Lokin, bestuurslid van de Unie van Waterschappen: “De waterschappen werken er hard aan om de extreme omstandigheden aan te kunnen. Waterschappen moeten investeren om in te spelen op ontwikkelingen zoals extremer weer, zeespiegelstijging, bodemdaling, verstedelijking en verzilting. Dijken moeten verhoogd en verstevigd worden en er worden meer gebieden ingericht om water op te slaan.“
Uitdagingen
Volgens Lokin zijn er ook andere uitdagingen: “Denk aan steeds strengere milieunormen vanuit Europa en de stikstofproblematiek. En bij de ruimtelijke ordening speelt het vraagstuk waar je verstandig kunt bouwen, gezien de klimaatverandering.”
Steeds aanpassen
Om bij te dragen aan een duurzamere wereld zijn de waterschappen bezig om zelf circulair, energieneutraal en in 2035 volledig klimaatneutraal te worden. Lokin: “De waterschappen moeten zich steeds aanpassen om hun taken goed en zo duurzaam mogelijk uit te voeren. Daar is geld voor nodig. De investeringen hebben invloed op de hoogte van de waterschapsbelasting.”
3,5 miljard euro opbrengst belastingen
Waterschappen brengen in 2023 in totaal ongeveer 3,5 miljard euro aan belastingen in rekening. Een gezin van 4 personen met een eigen woning van 280.000 euro betaalt dit jaar gemiddeld 380 euro aan waterschapsbelasting. Dit is 27 euro meer dan in 2022 en daarmee een grotere verhoging dan in de vorige jaren. Een gezin van 4 personen in een woning van 400.000 euro betaalt dit jaar gemiddeld 413 euro. Naast de opgaven en investeringen waar de waterschappen voor staan, zijn de sterk gestegen prijzen een belangrijke oorzaak van de verhoging.
Niet in 1 keer
De waterschappen berekenen de investeringskosten niet in 1 keer door aan de belastingbetaler. Ze doen dat over een langere periode. Het waterschapsbestuur stelt de tarieven voor de waterschapsbelasting vast.
Inzichtelijke financiën
De Unie van Waterschappen maakt de belastingen, investeringen en kosten van de waterschappen helder via een interactief belastingendashboard. Hierin is per waterschap te zien wat er aan belasting wordt opgehaald, wat inwoners en bedrijven betalen en waar het geld aan wordt besteed.
Gezinnen met een eigen huis betalen volgend jaar gemiddeld 30 euro meer aan hun waterschap. Een alleenstaande huurder gaat gemiddeld ongeveer 12 euro per jaar meer betalen. Dit verwacht de Unie van Waterschappen na een inventarisatie onder de 21 waterschappen. De verhoging wordt vooral veroorzaakt door investeringen om de gevolgen van de klimaatverandering op te vangen en de stijgende prijzen.
Prijsstijgingen
“Waterschappen kregen in 2022 net zoals iedereen in Nederland te maken met grote prijsstijgingen. Vooral de sterk gestegen energiekosten hakken er bij veel waterschappen behoorlijk in. Bij sommige waterschappen zijn de belastingontvangsten dit jaar onvoldoende om alle kosten te dekken”, zegt Vincent Lokin, bestuurslid van de Unie van Waterschappen. “Er zijn waterschappen die 2 en soms wel bijna 3 keer zoveel gaan betalen voor de energie die ze inkopen. Het werk van de waterschappen wordt ook steeds ingewikkelder door bijvoorbeeld extremer weer, de hogere eisen aan schoon en voldoende water en de zuivering van rioolwater. Ook volgend jaar speelt dit. De definitieve tarieven moeten nog worden vastgesteld door de besturen van de waterschappen. Maar het is duidelijk dat de waterschapsbelastingen in 2023 sterker stijgen dan in de afgelopen jaren.”
Verschillen per waterschap
Het bedrag van de waterschapsbelastingen verschilt van waterschap tot waterschap. Vincent Lokin: “Dat komt vooral doordat gebieden van elkaar verschillen. Factoren zoals laag of hoog gelegen in Nederland, stedelijk of landelijk gebied, de aanwezigheid van kwetsbare natuur en veel of weinig dijken bepalen de eisen aan het waterbeheer. En daarmee ook de hoogte van de uitgaven. In 2023 hebben vooral de energiekosten een grote invloed op de verschillen in lastenstijgingen. Bij sommige waterschappen loopt een contract met lage vaste prijzen nog door. Andere waterschappen moesten onlangs een nieuw contract met veel hogere tarieven afsluiten. Door het werk slimmer en innovatiever te doen, houden de waterschappen de kosten zo laag mogelijk. Omdat de uitdagingen waarvoor de waterschappen staan steeds groter worden, ontkomen we niet aan een lastenverhoging, hoe vervelend dat voor onze inwoners en bedrijven ook is.”
Uitdagingen in het waterbeheer
Na de zomer van 2021, met vooral in Zuid-Limburg grote wateroverlast, gaat 2022 de boeken in als een uitzonderlijk droog jaar. Vincent Lokin: “De weersextremen plaatsen de waterschappen voor steeds grotere uitdagingen. De watersystemen moeten immers ingesteld zijn op zowel te veel als te weinig water. De waterschappen ontvangen in 2023 in totaal ongeveer 3,5 miljard euro aan belastingen om hun taak goed uit te kunnen voeren. Een deel hiervan wordt gebruikt voor het klimaatbestendiger maken van Nederland.”
Rekenvoorbeelden
Op basis van de huidige tariefsvoorstellen stijgt de waterschapsbelasting van een alleenstaande huurder van gemiddeld 156 euro dit jaar naar 168 euro in 2023. Een stijging van 12 euro per jaar, dat is 1 euro per maand. Een gezin met een eigen huis met een WOZ-waarde van 250.000 euro betaalde in 2022 gemiddeld 353 euro. In 2023 wordt dat gemiddeld 381 euro. Voor een woning van 325.000 euro stijgt de waterschapsbelasting gemiddeld van 376 naar 405 euro. En voor een woning van 400.000 euro stijgt het bedrag gemiddeld van 398 naar 429 euro.
Definitieve tarieven en waterschapsverkiezingen
Dit nieuwsbericht is gebaseerd op de tariefvoorstellen die eind oktober in de besturen van de 21 waterschappen werden besproken. De waterschappen nemen in de komende weken een definitief besluit over de belastingtarieven voor volgend jaar. Rond 1 maart 2023 worden de meeste belastingaanslagen verstuurd. Kort daarna, op 15 maart, zijn de waterschapsverkiezingen. Dan kan iedereen van 18 jaar en ouder het nieuwe bestuur van zijn of haar waterschap kiezen.
De Eerste Kamer heeft op 18 oktober de evaluatiewet financiering politieke partijen (Wfpp) aangenomen. Minister Bruins Slot van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) brengt met deze wet een aantal veranderingen aan in de regels voor de financiering van politieke partijen.
Lokale partijen, waaronder waterschapspartijen, vallen niet onder de Wfpp. De minister wil de subsidiëring voor deze partijen regelen in de nieuwe Wet op de politieke partijen (Wpp).
Subsidie lokale partijen
Minister Bruins Slot zei in de Eerste Kamer dat zij het als opdracht van de Tweede Kamer ziet om ervoor te zorgen dat de subsidiëring voor lokale partijen er komt. Ook voor lokale waterschapspartijen. Op dit moment heeft de minister dat geld, 10 miljoen euro, nog niet bij elkaar. Dit gebeurt uiterlijk 1 januari 2024. Het voorstel voor de Wet op de politieke partijen, waarin de subsidieregels komen te staan, gaat eind van dit jaar in consultatie. Als alles goed gaat, gaat de wet dan op 1 januari 2024 in. Het is de bedoeling dat de Wet financiering politieke partijen daarin opgaat, zei de minister.
Geld vrijmaken
Om het nodige budget te regelen diende senator Lennart van der Linden (Fractie-Nanninga) een motie in. Daarin verzoekt Van der Linden de regering in de begroting van 2023 structureel alsnog 10 miljoen euro vrij te maken voor de subsidiëring van lokale politieke partijen. Hij vraagt ook om de Kamer hierover voor de Algemene Financiële Beschouwingen in de Eerste Kamer te informeren, inclusief de budgettaire dekking. Deze motie is niet aangenomen.
Internationale giften openbaar
Het ministerie van BZK vergroot met de wijziging Wfpp de transparantie van giften aan politieke partijen. De eerdere drempel van 4500,- euro per jaar voor openbaarmaking van giften uit andere lidstaten van de EU en de Europese Economische Ruimte (EER) wordt afgeschaft. Giften uit alle landen moeten dus openbaar worden gemaakt.
In een brief hebben de waterschappen minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat gecomplimenteerd met het conceptwetsvoorstel voor wijziging van de waterschapsbelastingen. De waterschappen waarderen het dat de voorstellen die ze in december 2020 unaniem hebben vastgesteld vrijwel zonder uitzondering in het wetsvoorstel zijn verankerd.
Op 11 december 2020 hebben de waterschappen na een intensief traject unaniem ingestemd met een pakket voorstellen tot aanpassing van het belastingstelsel van de waterschappen en dat aan de toenmalige minister aangeboden. De voorstellen lossen een aantal urgente knelpunten op. Ook leveren ze een bijdrage aan een aantal belangrijke opgaven waar Nederland voor staat als het gaat om klimaat, circulaire economie en energie. Verder wordt het profijtbeginsel (wie belang heeft betaalt) beter toegepast.
Wetgevingstraject
De voorganger van minister Harbers heeft de voorstellen in februari 2021 aan de Tweede Kamer aangeboden. Daarna is het wetgevingstraject gestart. Dat heeft geresulteerd in conceptwetgeving die ter consultatie voorligt. De waterschappen hebben die conceptwetgeving ambtelijk en bestuurlijk besproken. In de brief geven de waterschappen hun reactie op de verschillende deelvoorstellen.
Definitief wetsvoorstel
Voor het overgrote deel zijn de voorstellen van de waterschappen overgenomen. Ze vragen de minister dan ook om deze voorstellen ongewijzigd in het definitieve wetsvoorstel op te nemen. Bij enkele nieuwe onderdelen van het wetsvoorstel plaatsen de waterschappen een opmerking.
Inperken ruimte watersysteemheffing
De belangrijkste gaat over het inperken van de ruimte die de waterschappen krijgen om één van hun belastingen, de watersysteemheffing, te kunnen afstemmen op de specifieke kenmerken van het gebied en de taakuitoefening. Inperking van deze ruimte (in vergelijking met het eerdere voorstel) kan ertoe leiden dat enkele waterschappen ongewenste lastenverschuivingen moeten doorvoeren. De waterschappen vragen de minister af te zien van deze inperking.
Ambities ondersteunen
In hun brief zeggen de waterschappen dat er belangrijke stappen voor het belastingstelsel worden gezet als het wetsvoorstel richting de parlementaire eindstreep niet meer ingrijpend wordt aangepast. Het lost de knelpunten op die zich nu voordoen en ondersteunt de ambities van de waterschappen en hun bijdragen aan de opgaven waar Nederland voor staat. De waterschappen rekenen er dan ook op dat het nieuwe stelsel in 2025 in werking treedt.
Op 16 september is de Regeling kwijtschelding belasting medeoverheden in de Staatscourant gepubliceerd. De Unie heeft de waterschappen op 26 september via een ledenbrief over de Regeling geïnformeerd. Ook de gemeenschappelijke belastingkantoren waarin waterschappen participeren zijn geïnformeerd.
Extra financiële middelen
In deze regeling staat dat decentrale overheden, zoals de waterschappen, voortaan kunnen bepalen dat inwoners bovenop het bedrag waarover zij altijd al mochten beschikken, over wat extra financiële middelen (bijvoorbeeld spaargeld) mogen beschikken zonder dat zij het recht op kwijtschelding verliezen. Het maximale bedrag van deze extra financiële middelen is in de regeling gesteld op € 2000,- voor echtgenoten of personen die samenwonen. Voor alleenstaande ouders bedraagt de verhoging 90% van de gekozen verhoging voor echtgenoten en voor alleenstaanden is dat 75%.
Terugwerkende kracht
De regeling is de dag na publicatie in werking getreden. Medeoverheden die dit willen, kunnen ervoor kiezen om de regeling met terugwerkende kracht tot 1 januari 2022 toe te passen. Dit betekent concreet dat medeoverheden ervoor kunnen kiezen om verzoeken om kwijtschelding die eerder dit jaar op grond van ‘teveel vermogen’ zijn afgewezen, aan de hand van de nieuwe regels opnieuw te beoordelen. De keuze of van de nieuw geboden ruimte gebruik wordt gemaakt en tot welk bedrag, is aan het algemeen bestuur van het waterschap of aan het bestuur van de gemeenschappelijke belastingorganisatie.
Op 23 februari heeft de commissie Bestuurszaken, Communicatie en Financiën (CBCF) van de Unie van Waterschappen vergaderd. Deze extra vergadering ging over de uitkering voor kwijtgescholden bedragen en gemaakte uitvoeringskosten in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag.
De waterschappen hebben begin 2021 met het Rijk afgesproken een bijdrage te leveren aan de hersteloperatie kinderopvangtoeslag. Dat doen de waterschappen door gedupeerden de verschuldigde waterschapsbelasting kwijt te schelden. Dit gebeurt onder de voorwaarden dat het Rijk de kwijtgescholden waterschapsbelasting volledig vergoedt én dat de waterschappen een compensatie krijgen voor de uitvoeringskosten die voor deze operatie worden gemaakt.
Aanvragen indienen
De eerste kwijtscheldingen hebben in 2021 plaatsgevonden. In 2022 kunnen de waterschappen voor het eerst aanvragen bij het Rijk indienen voor de uitkering van kwijtgescholden waterschapsbelasting en compensatie van uitvoeringskosten. Hiervoor moest een regeling worden getroffen.
Overeenstemming
Het Uniebureau heeft het initiatief genomen om een voorstel te ontwikkelen voor de te maken afspraken. Dit heeft de Unie gedaan in nauw overleg met de waterschappen en de belastingkantoren. Vervolgens is ambtelijk overeenstemming bereikt met het Rijk.
Afspraken
De afspraken houden in dat de kwijtgescholden waterschapsbelasting volledig wordt vergoed. De compensatie voor de uitvoeringskosten bedraag 100 euro per gedupeerde voor een zelfstandige aanslag waterschapsbelasting. In de regeling is ook opgenomen hoe de waterschappen de uitkering kunnen aanvragen en ontvangen.
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bereidt een wetswijziging voor die gaat over de belastingen van de waterschappen. Deze wijziging vindt plaats op verzoek van de waterschappen en ligt nu voor ter consultatie.
Met de wetswijziging wordt een aantal urgente knelpunten in het huidige stelsel opgelost. Verder zorgt de wijziging ervoor dat de waterschapsbelasting een aantal belangrijke opgaven waar Nederland voor staat beter kan ondersteunen. Denk aan het klimaat, de circulaire economie en de energietransitie.
Profijtbeginsel
De wijziging van de watersysteemheffing biedt waterschappen onder andere mogelijkheden om het profijtbeginsel beter toe te passen. Dat is het uitgangspunt dat inwoners en bedrijven bijdragen in de kosten van de waterschappen op basis van het profijt dat zij van de voorzieningen van de waterschappen hebben. De gevolgen van de wijziging voor specifieke groepen belastingbetalers verschillen per waterschap. Dat komt omdat gebieden en voorzieningen van waterschap tot waterschap verschillen en de besturen van de waterschappen een zekere ruimte hebben om de kosten te verdelen.
Klimaatneutraal werken
Daarnaast helpt de wetswijziging de waterschappen bij het toewerken naar het klimaatneutraal uitvoeren van al hun werkzaamheden. De wetswijziging biedt de zekerheid die waterschappen nodig hebben dat ze de investeringen die ze hiervoor moeten en willen doen via hun belastingen kunnen bekostigen.
Meten van vervuiling in afvalwater
Tot slot regelt de wetswijziging voor de zuiverings- en verontreinigingsheffing dat de waterschappen geen mens- en milieubelastende stoffen meer hoeven te gebruiken bij laboratoriumanalyses waarmee de vervuiling in het afvalwater wordt gemeten. Deze analyses zijn nodig om de hoogte van de aanslag te bepalen.
Consultatie
Het is tot en met 30 september 2022 mogelijk om te reageren op de wetswijziging. De Unie van Waterschappen reageert namens de 21 waterschappen.
Voor het wetgevingsoverleg Water van de Tweede Kamercommissie Infrastructuur en Waterstaat van 22 november vragen de waterschappen meer aandacht voor klimaatadaptatie. Ook delen ze hun zorgen over de huidige waterkwaliteitsaanpak. Daarnaast vragen de waterschappen de Kamerleden om de minister aan te sporen een besluit te nemen over het belastingstelsel van de waterschappen.
Op 22 november komt de commissie voor Infrastructuur en Waterstaat samen om de wateronderwerpen van de begroting IenW te bespreken.
Meer aandacht en geld nodig voor klimaatadaptatie
De waterschappen vragen allereerst meer aandacht voor klimaatadaptatie. Zij roepen op tot een versnelde aanpak voor klimaatadaptatie en structurele financiering voor het opvangen van de gevolgen van de klimaatverandering. Als die versnelling uitblijft, kan de potentiële schade door wateroverlast, hitte en droogte oplopen tot 174 miljoen euro in 2050.
Zorgen over waterkwaliteitsaanpak
De waterschappen vragen ook aandacht voor de waterkwaliteit. In landbouwgebieden is de kwaliteit van het oppervlaktewater nog onvoldoende om in 2027 de doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water te halen. Ook voldoet Nederland niet aan de voorschriften van de Europese Nitraatrichtlijn. De waterschappen zijn daar bezorgd over. Om in 2027 de doelen van de Kaderrichtlijn Water en de Nitraatrichtlijn te halen, is een aanvullend maatregelenpakket nodig.
Meer inzicht in PFAS-lozingen
Ook PFAS heeft invloed op de waterkwaliteit. Uit onderzoek naar PFAS op de rioolwaterzuiveringen blijkt dat er via indirecte lozingen PFAS op de zuiveringen terecht komt. De inzet van de Omgevingsdiensten is nodig om inzicht te krijgen in waar die PFAS vandaag komt. Ook moeten de diensten voorkomen dat PFAS via lozingen op de zuiveringen terecht komt. Ze moeten dus voldoende middelen krijgen om hun taak goed uit te kunnen voeren.
Keuzes nodig over belastingstelsel
Tot slot vragen de waterschappen aandacht voor de aanpassing van het belastingstelsel van de waterschappen. In december 2020 hebben de waterschappen een voorstel voor de aanpassing van dat stelsel aangeboden aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Dit voorstel zorgt er onder meer voor dat er voor alle belastingbetalers een gelijkmatige tariefontwikkeling ontstaat. Op één onderdeel van de voorstellen heeft een stakeholder, VNO-NCW, kritiek. Hierdoor loopt het hele proces vertraging op. De waterschappen vragen de minister daarom om keuzes te maken over het vervolgtraject.
Gezinnen met een eigen woning betalen in 2022 gemiddeld 9 euro meer voor het werk van de waterschappen dan dit jaar. Dit verwacht de Unie van Waterschappen na een inventarisatie onder de waterschappen. Om de gevolgen van hevige regen en droge periodes op te kunnen vangen, moeten de waterschappen steeds meer maatregelen nemen om Nederland klimaatbestendig te houden.
De besturen van de 21 waterschappen behandelen deze weken de voorstellen voor de hoogte van de waterschapsbelastingen in 2022. Op grond van deze voorstellen verwacht de Unie van Waterschappen dat gezinnen met een eigen woning gemiddeld 75 cent per maand meer aan waterschapsbelastingen gaan betalen dan in 2021. De verhoging ligt 0,7% boven de inflatie die door het Centraal Planbureau voor 2022 wordt geraamd.
Uitdagingen in het waterbeheer
“De ernstige wateroverlast in Limburg, Noord-Holland en Friesland in de afgelopen zomer laat duidelijk zien dat het klimaat verandert”, zegt Toine Poppelaars, bestuurslid van de Unie van Waterschappen. “Het KNMI heeft recent in het Klimaatsignaal aangegeven dat de klimaatverandering in Nederland sneller gaat dan eerder verwacht en grote effecten gaat hebben. In juli was er te veel water. Maar ook de droogte heeft de waterschappen de afgelopen jaren al zwaar op de proef gesteld. De waterschappen ontvangen in totaal in 2022 ruim 3,2 miljard euro aan belastingen om te kunnen investeren in onder meer het klimaatbestendiger maken van Nederland. Dat doen we bijvoorbeeld door dijken te versterken, waterbergingen aan te leggen en zoetwater vast te houden, zoals met regenwaterbuffers.”
Verschillen per waterschap
Gezinnen met een eigen woning van € 250.000 betalen volgend jaar gemiddeld € 359 euro aan hun waterschap. Het bedrag van de belastingen verschilt van waterschap tot waterschap. Toine Poppelaars: “Dit komt vooral doordat gebieden van elkaar verschillen en daarom de eisen aan het waterbeheer anders zijn. Er zijn waterschappen waar in 2022 de lastenontwikkeling onder het gemiddelde ligt, maar ook waterschappen met een hogere dan de gemiddelde stijging. Door het werk slimmer en innovatiever te doen, houden de waterschappen de kosten zo laag mogelijk. Omdat de uitdagingen waarvoor de waterschappen staan steeds groter worden, ontkomen we niet aan enige lastenverhoging.”
Definitieve tarieven
Dit bericht is gebaseerd op de tariefvoorstellen die momenteel in de besturen van de 21 waterschappen worden besproken. Zij nemen in de komende weken een besluit over de uiteindelijke belastingtarieven voor 2022. Rond 1 maart 2022 worden de meeste belastingaanslagen verstuurd.