Waterschappen aan de bak vanwege hoosbuien

5 juli 2021

Waar de afgelopen 3 zomers in het teken stonden van langdurig droge en hete periodes, kenmerkt de zomer van 2021 zich tot nu toe door hoosbuien die plaatselijk voor veel schade kunnen zorgen. Dit betekent alle hens aan dek bij de waterschappen.



Ook dit weekend was het weer raak. In onder meer Groningen, Drenthe en Limburg stonden straten blank door hoosbuien. In Dalfsen pompten gemalen van waterschap Drents Overijsselse Delta de grote hoeveelheden water weg en controleerde het waterschap de kwaliteit van het water in de straten. Het waterschap adviseert inwoners contact met het water te mijden.

Gevaarlijke situaties

Op diverse plekken in Limburg zorgden modder- en waterstromen voor gevaarlijke situaties en liepen straten, en kelders onder water. Buffers van waterschap Limburg stroomden vol en beken hebben verhoogde afvoeren. Het waterschap houdt vanwege de hevige regenval de afvoeren in de beken in heel Limburg nauwlettend in de gaten en komt waar nodig in actie.

Schade door wateroverlast

Waterschap Limburg probeert nu met 17 tips om wateroverlast te voorkomen (pdf) inwoners te helpen bij het inperken van schade. Maar wat als er al schade is? De Unie van Waterschappen bracht in kaart hoe het afhandelen van schade door wateroverlast in zijn werk gaat.

Waterschappen: versneld aanpassen aan weersextremen moet hoog op agenda nieuw kabinet

4 juni 2021

Tijdens het Commissiedebat Water op 9 juni in de Tweede Kamer staat klimaatadaptatie: het omgaan met weersextremen, op de agenda. De waterschappen hebben geleerd van de afgelopen 3 droge zomers. Ze zien dat ze tegen de grenzen van het huidige watersysteem aan lopen. De waterschappen vragen een nieuw kabinet dan ook versneld maatregelen door te voeren en structureel voor voldoende geld te zorgen voor de decentrale overheden.



Door het natte voorjaar lijkt het alsof de droogte dit jaar meevalt. De waterbeheerders zijn inderdaad blij met de regen die op veel plekken achterstanden in de grondwaterpeilen heeft aangevuld. Maar ze juichen niet te vroeg. De waterschappen zien lokaal nog altijd lage grondwaterstanden, bijvoorbeeld op de Veluwe, de Peel en in sommige delen van Brabant. Daarnaast leert de ervaring van de 3 afgelopen droge zomers dat waterstanden snel kunnen wegzakken bij langere periode van droogte en hitte.

Water vasthouden

Door de regen in het voorjaar en de gunstige wateraanvoer van de rivieren is de situatie wel positiever dan afgelopen jaren. Dat komt niet alleen door het weer. De waterbeheerders hebben ook hard gewerkt aan het beter en langer vasthouden van water. Zo hebben veel waterschappen de stuwen zo hoog mogelijk gehouden om zo een grondwaterbuffer aan te leggen. Door de waterstanden hoger te houden ‘duwen’ de waterschappen het water vanuit de watergang in de bodem naar het grondwater. Ook geeft een hogere waterstand ’tegendruk’ aan het grondwater. Zo kan regenwater dat in de bodem is doorgedrongen niet zo makkelijk naar de sloot wegstromen.

Zicht op grondwateronttrekkingen

Daarnaast hebben de waterschappen en provincies naar aanleiding van de afgelopen droge zomers aanvullend onderzoek gedaan naar de grondwateronttrekkingen. Daardoor is er nu een beter beeld van waar de knelpunten zitten en waar mogelijkheden zijn voor het verbeteren van bijvoorbeeld de handhaving op deze onttrekkingen.

Versneld aanpassen aan droogte en andere weersextremen

Om sneller en op grotere schaal schade door droogte en andere weersextremen tegen te gaan, moet een nieuw kabinet voor voldoende financiële middelen voor decentrale overheden zorgen. Dit kan het Rijk doen door:

  • de huidige Impulsregeling Klimaatadaptatie te verlengen,
  • de aanleg van klimaatbuffers te stimuleren,
  • een nationaal programma voor bodemdaling op te zetten en
  • het Deltafonds te laten meegroeien met opgaven waar de waterbeheerders voor staan.

Van het nieuwe kabinet vraagt de Unie van Waterschappen aandacht voor het beter vasthouden van water, tegengaan van verspilling en stimuleren van het hergebruik van water.

Pilot early warning-systeem voor extreme regen gestart

28 oktober 2020

Op 1 oktober is het KNMI samen met het bedrijf Weather Impact een pilot gestart met een early warning-systeem dat moet waarschuwen voor extreme buien. Aan de pilot doen ook 5 waterschappen mee.



De bekende weerpresentator Gerrit Hiemstra is een van de initiatiefnemers van het early warning-systeem. Zijn bedrijf Weather Impact voert het onderzoeksproject samen met het KNMI uit. In een interview in magazine Het Waterschap vertelt hij erover. Hiemstra: “Het gaat om compacte buien met een hoge neerslagintensiteit die op een klein gebied vallen, waardoor er lokaal ernstige wateroverlast ontstaat. Het oppervlak is relatief klein, maar de gevolgen zijn verstrekkend.”

Waarom een early warning-systeem?

Eric Gloudemans van de Unie van Waterschappen legt uit waarom de waterschappen behoefte hebben aan een early warning-systeem dat onder andere waarschuwt voor zware zomerse buien: “Zomerse buien zijn moeilijk te voorspellen. Daardoor kunnen we ons er als waterbeheerders lastig op voorbereiden. We weten niet precies waar en wanneer de regen valt en hoeveel het gaat regenen. Dat leidt tot het dilemma: wel voorzorgsmaatregelen nemen, zoals het tijdelijk verlagen van het waterpeil, of niet? Als je als beheerder kiest om maatregelen te nemen en de neerslag uiteindelijk toch uitblijft of elders in het gebied valt, kun je te maken krijgen met watertekorten.”

Daarom willen de waterschappen graag preciezer weten waar en wanneer regen valt: een early warning-systeem dat ruim van tevoren een waarschuwing naar het waterschap stuurt in welke regio een extreme bui verwacht wordt.

Combinatie van technieken

Door verschillende technieken te combineren moet het early warning-systeem aangeven op welke plek en tijdstip er een extreme bui kan vallen. Het onderzoekstraject is gestart in 2019. Nu moet de pilot aantonen of het systeem bruikbaar is voor de eindgebruikers zoals de waterschappen. Er doen onder andere 5 waterschappen mee: Aa en Maas, Limburg, Noorderzijlvest, Rijnland en De Stichtse Rijnlanden.

Uniek samenwerkingsproject met de markt

KNMI en Weather Impact werken samen in dit onderzoeksproject. Hiemstra: “Het is een bijzonder project, omdat het de eerste keer is dat het KNMI op deze manier samenwerkt met een partij zoals wij. Het is uniek dat een publiek private samenwerking op het initiatief van een privaat bedrijf is gestart. Dat is nog nooit voorgekomen in de meteorologische wereld in Nederland.”

Lees het volledige interview

Twee derde Nederlanders ervaart wateroverlast

12 oktober 2020

Twee derde van de Nederlanders heeft geregeld ervaring met wateroverlast. Dat blijkt uit onderzoek van Ons Water. Steeds meer mensen nemen maatregelen om overlast tegen te gaan, maar de bekendheid met preventieve maatregelen is nog te beperkt.



Straten en tuinen die blank staan, tunnelbakken en garages die onder water staan. Het is een terugkerend beeld bij hoosbuien. Uit het onderzoek ‘Waterpeil’ dat de netwerkorganisatie Ons Water om het jaar laat uitvoeren door MarketResponse, blijkt dat inwoners van Nederland veel weten over wateroverlast en er veel ervaring mee hebben. Toch weten ze slechts in beperkte mate wat ze zelf kunnen doen om overlast te voorkomen.

Regentonnen en groene tuinen

Van de mensen die wél in actie komen om overlast tegen te gaan, wordt het vergroenen van tuinen en aanschaffen van regentonnen als meest genomen maatregelen genoemd. De waterbeheerders die samen Ons Water vormen vinden het belangrijk dat deze trend doorzet. Het tegengaan van de verstening van Nederland is namelijk een belangrijke pijler in het beperken van schade door wateroverlast, hittestress, droogte en overstromingen.

Week van Ons Water

Tijdens de Week van Ons Water van 10 t/m 26 oktober worden verschillende initiatieven gepresenteerd en activiteiten georganiseerd die het vergroenen van tuinen bevorderen. Zo krijgen inwoners van de gemeente ‘s-Hertogenbosch tegen inlevering van een kortingsbon bij de deelnemende tuincentra korting op een regenton.

Stichting Op Groene Voet sluit in de Week van Ons Water het project #1000BlauweTuinen af met een zoektocht naar de 10 mooiste blauwe tuintjes van Tilburg. De prijsuitreiking vindt op 24 oktober plaats in de nieuwe educatieve waterspeeltuin bij Ontdekstation013.

Initiatiefnemers

De Week van Ons Water is een initiatief van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Unie van Waterschappen, IPO, VNG, Vewin, het Deltaprogramma en alle waterschappen, provincies, gemeenten en waterbedrijven.

Deze organisaties willen Nederlanders bewuster maken van het bijzondere van water. Dit doen zij door te laten zien wat er aan watermanagement gebeurt in Nederland en wat mensen zelf kunnen doen om hun voeten droog te houden en het water schoon. Want hoe beter we voor ons water zorgen, hoe meer we ervan kunnen genieten.

De bijna-watersnoodramp van 1995

28 januari 2020

Het plaatje ging de hele wereld over: een windsurfer op de A2. In 1995 spande het erom in Nederland: grote Rijn- en Maasafvoeren leidden bijna tot een watersnoodramp. Herman Havekes, strategisch adviseur bij de Unie van Waterschappen en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, blikt terug op de crisisdagen. “De herinnering aan 1995 moet levend gehouden worden.”



Eerst de situatie van toen. Door heftige regenval bovenstrooms moesten de grote rivieren in Nederland heel veel water in korte tijd verwerken. Den Bosch stond bijna onder water doordat de Dommel en de Aa hun water niet kwijt konden op de Maas. Op 1 februari 1995 werd de situatie bij het dorpje Ochten in Gelderland kritiek. Havekes: “De waterschappen gaven toen aan dat ze de veiligheid in het gebied niet meer konden garanderen.” 250.000 mensen werden geëvacueerd uit de regio. “Uiteindelijk is het net goed afgelopen, maar het was een narrow escape.”

Waardoor ging het (bijna) mis?

Er waren verschillende redenen waarom er zo’n dreigende situatie ontstond. Allereerst de inrichting van het landschap. “Het water van de bovenstroomse gebieden stroomt onze kant op en komt in Nederland samen in een soort flessenhals. De ruimte voor het water was door allerlei eerdere ingrepen beperkt. Alles waarvan we nu weten dat je het niet moet doen, was in die voorgaande periode gedaan. Dan krijg je op een dag de rekening gepresenteerd”, legt Havekes uit.

“Tel daarbovenop dat de rivierdijkversterkingen in die tijd geen prioriteit had bij het Rijk. Dat was terug te zien in de financiering, of eigenlijk het gebrek daaraan. Er waren in de Deltawet wel afspraken over financiering gemaakt, maar het geld werd liever gebruikt voor een stormvloedkering aan zee of zelfs een snelweg.”

Daar kwam het omslachtige en tijdrovende proces rond vergunningen en besluiten nog eens bovenop. Havekes: “Het kon daardoor soms jaren duren voor je iets aan de dijk mocht doen.” En er was ook veel kritiek op de manier waarop Rijkswaterstaat en de waterschappen de dijken in de jaren daarvoor hadden versterkt. “In die tijd kwam het te vaak voor dat alles op de dijk werd platgewalst. Dijkhuizen, bomen, alles. Met de Landschap, Natuur en Cultuurhistorie (LNC)-waarden werd nog onvoldoende rekening gehouden. Het is dus ook wel begrijpelijk dat daar verzet tegen kwam. De criticasters waren niet tegen de dijkversterkingen an sich, maar tegen de manier waarop die plaatsvonden. Men sprak niet voor niets over Atilla op de bulldozer.”

Veranderingen

Na de bijna-ramp van 1995 -een echte wake-up call- werd het belang van de rivierdijkversterkingen weer heel duidelijk. “De evacuatie had een enorme maatschappelijke impact”, zegt Havekes. Dat leidde tot een aantal grote veranderingen, zoals de Deltawet grote rivieren. Die wet was nodig om in 2 jaar 150 km rivierdijk te kunnen versterken en 150 km Maaskaden aan te leggen. “De waterschappen stelden de plannen op en de provincies stelden ze definitief vast. De procedures werden gecombineerd en versneld en er kwam geld beschikbaar. Opvallend was dat er, met al die haast, nu wel aandacht voor de LNC-waarden was.”

Hoe is de situatie nu?

Kan zo’n ernstige overstroming nog eens gebeuren? “Dat weet je in Nederland nooit zeker, vooral niet als je denkt aan de gevolgen van klimaatverandering en de zeespiegelstijging. Maar er zijn wel heel veel maatregelen genomen sinds 1995, zowel technisch als institutioneel”, zegt Havekes. Daarbij gaat het niet alleen om dijkversterkingen, maar ook om een andere manier van omgaan met het water. “Al die ideeën over anders omgaan met water in het rivierengebied bestonden in de jaren 80 eigenlijk ook al. Daar kwam bijvoorbeeld ook het verzet tegen de versterkingsoperatie uit voort. Nederland was er toen kennelijk nog niet aan toe. Maar nu zie je die ideeën allemaal terugkomen in programma’s als Ruimte voor de Rivier en een divers gebruik van de dijken. Tegenwoordig speelt de Deltacommissaris ook een belangrijke en stevige rol waar het om onze waterveiligheid gaat. Zo nodig kan hij bij de regering en het parlement aan de bel trekken.”

#hohohoogwater

De overstromingen van 1995 hebben Nederland wakker geschud en gewezen op het belang van waterbeheer. Havekes: “Waterbeheer is nooit af. Daarom moeten we de herinnering aan 1995 levend houden.” Dit jaar besteden de 7 waterschappen in wiens gebied de overstromingen plaatsvonden extra aandacht aan de herinnering van 1995. Dat doen ze via de campagne #hohohoogwater.

#hohohoogwater creëert bewustzijn voor waterveiligheid

21 januari 2020

Dit jaar is het 25 jaar geleden dat het rivierwater extreem hoog tegen de dijken stond. Daarom belichten 7 waterschappen en het Hoogwaterbeschermingsprogramma met het initiatief #hohohoogwater de dreiging van toen, de ingrijpende veranderingen die volgden, en de waterveiligheid in de toekomst.



Het hoge water speelde in 1995 van Maastricht tot Kampen en van Lobith tot Rotterdam. In het rivierengebied en in Limburg was de dreiging zo groot dat mensen huis en haard moesten verlaten. Mensen en dieren werden in heel Nederland opgevangen.

IJkpunt

Het hoogwater van 1995 is een ijkpunt in waterbeheer en waterveiligheid. Want het werk aan de dijken is nooit klaar. Omdat het klimaat verandert, moeten we in Nederland blijven werken aan de dijken van de toekomst.

Bewustzijn creëren

Tussen 25 januari en 4 februari vertellen de waterschappen met #hohohoogwater het verhaal van toen, nu en de toekomst in de Nederlandse delta. Doel is bewustzijn creëren voor waterveiligheid. En op vrijdag 31 januari roepen we alle inwoners van Nederland op om van zichzelf een foto of selfie te maken op de dijk die hen beschermt en deze op sociale media te delen met #mijndijk.

Best beveiligde delta

Nederland is kwetsbaar voor overstromingen van zee of van de rivieren. Tegelijk is Nederland de best beveiligde delta ter wereld. Zonder onze dijken en duinen zou 60 procent van ons land regelmatig onder water lopen. Daarom werken de waterschappen en Rijkswaterstaat voortdurend aan sterke dijken.

Nieuwe technieken

In de afgelopen 25 jaar is er veel gebeurd. Er kwam Ruimte voor de Rivier. Dijken werden verlegd en versterkt. Passend in het landschap, met nieuwe technieken en in gesprek met mensen in de omgeving. Waterschappen fuseerden en professionaliseerden, de veiligheidsregio’s ontstonden.

Eisen aan veiligheid

Het veranderende klimaat en nieuwe inzichten stellen nieuwe eisen aan onze veiligheid in de toekomst. Met het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) zorgen we ervoor dat in 2050 alle belangrijke dijken voldoen aan de nieuwste normen.

#hohohoogwater is een initiatief van de waterschappen Rivierenland, Limburg, Rijn en IJssel, Vallei en Veluwe, Aa en Maas, Drents Overijsselse Delta, hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP).